erfgoedobject

Résidence Idéale

bouwkundig element
ID: 300234   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/300234

Juridische gevolgen

  • is aangeduid als vastgesteld bouwkundig erfgoed Résidence Idéale
    Deze vaststelling is geldig sinds 29-03-2019

Beschrijving

Historiek en context

Modernistisch appartementsgebouw naar een ontwerp door de architecten Jules Wellner en Aron Samuel Freudman uit 1936. Opdrachtgever was de nv "Résidence Idéale", later nv "Ideal" genoemd, een vastgoedmaatschappij met zetel in de Pelikaanstraat, opgericht voor de bouw en het beheer van het complex, en vertegenwoordigd door de consorten Goldberg, Landau en Rosenberg. Voor de uitvoering van de bouw, voltooid in de lente van 1937, tekende de aannemer Gustaaf Moons uit Borgerhout. Het complex telt in totaal vijftien appartementen van hoge standing, een studio en een conciërgewoning. Voordien werd het perceel ingenomen door een monumentaal, half vrijstaand herenhuis met dezelfde oppervlakte, waarvan het tuinterras met bordestrap tegen de achtergevel van het nieuwbouwcomplex behouden bleef.

De Joodse architecten Jules Wellner en Aron Samuel Freudman, kenden slechts een uitermate kortstondige loopbaan in hun geboortestad Antwerpen. Wellner begon zijn professionele loopbaan als diamantslijper vermoedelijk in dienst van het familiebedrijf, en ging pas omstreeks 1925 architectuur studeren aan de Antwerpse academie, met als medestudenten zijn generatiegenoot Nachman Kaplansky en de tien jaar jongere Renaat Braem. Waar zijn eerste opdrachten al uit 1931 dateren, realiseerde hij zijn belangrijkste projecten in 1936-1937, als partner van Freudman. Opgepakt samen met meerdere familieleden in hun woning te Berchem, werden hij en zijn echtgenote Lucie Wellner-Rapoport op 31 oktober 1942 vanuit de Dossinkazerne op transport gezet naar het vernietigingskamp Auschwitz-Birkenau, waar beiden omkwamen. Voor de 15 jaar jongere Freudman, amper 21 en pas afgestudeerd ten tijde van het ontwerp, betekende "Résidence Idéale", zijn debuut als architect. Hij huwde in 1938 te Antwerpen met de in New York geboren Anita Goldmunz, en emigreerde naar verluidt naar de Verenigde Staten, wellicht nog vóór het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog.

"Résidence Idéale" is het enige grote, gezamenlijke nieuwbouwproject van beide architecten, die verder nog tekenden voor het penthouse van het appartementsgebouw Rapoport-Wellner aan de De Merodelei, en voor een niet uitgevoerd ontwerp van een appartementsgebouw voor de vastgoedmaatschappij "Imowel" in de Rembrandtstraat. In eigen naam realiseerde Freudman in 1937 nog het appartementsgebouw "Comfort Home", Belgiëlei 69. Met hun geraffineerde eenvoud en gestroomlijnde elegantie behoren "Résidence Idéale" en “Comfort Home” tot de zuiverste uitingen van de Internationale Stijl in Antwerpen, met typische kenmerken als de 'façade libre', bandramen en vandaag verdwenen 'hublots'. Vergelijkbare voorbeelden zijn de in 1935 ontworpen "Résidence Britannia" door Léon Stynen aan de Britselei, en de gelijktijdig tot stand gekomen "Résidence Prince Albert" door Nachman Kaplansky aan de Prins Albertlei. Opmerkelijk is hoe twee beginnende architecten met nauwelijks enige praktijkervaring, een architectuur wisten af te leveren die zich kan meten met de beste internationale voorbeelden. "Résidence Idéale" is al bij al goed bewaard, afgezien van het verbouwde portaal, de vernieuwde bekleding van de pui en het schrijnwerk, en het verdwijnen van de pergola. Van "Comfort Home" werden behalve het schrijnwerk, de zo karakteristieke, breed overstekende terrassen verwijderd.

Beide flats werden kort na de voltooiing bejubeld door de architectuurcriticus Pierre-Louis Flouquet in het tijdschrift Bâtir: "Notre plaisir est vif de rencontrer de jeunes architectes dont la maturité s’annonce par des oeuvres d’une valeur déjà très réelle. Saluer les meilleurs éléments des jeunes équipes, leur faire confiance, les exalter dans leur désir de s’améliorer, de se définir mieux et de se refuser aux compromissions ne fût-il pas toujours dans notre rôle ?” Met betrekking tot “Résidence Idéale” was Flouquet was sterk onder de indruk van de compactheid van het gebouw, technische innovaties als de akoestische isolatie, de rationele plattegrond van de flats, hun lichtinval en uitrusting: “Par son ampleur, son achèvement minutieux et certaines dispositions originales et efficaces qui s’y trouvent appliqués ce bâtiment de grande allure, édifié avenue de Belgique, mérite l’analyse et la louange. [...] Comme la façade vers la rue, d’une plastique ferme et nette, la façade postérieure rend bien l’esprit du plan et de la construction. […] L’impression très réelle de vrai confort et de luxe de bon aloi que dégage le bâtiment est la récompense d’une étude préalable et vraiment complète des possibilités constructives et autres de l’immeuble projété." "Comfort Home", dat zelfs besproken werd in het prestigieuze Franse architectuurtijdschrift L’architecture d’aujourd’hui, spiegelde Flouquet aan het dogmatische modernisme: "Mais ce n’est pas la machine à habiter, les proportions étant élégantes, l’échelle restant humaine, les matériaux choisis avec un réel souci d’agrément servant et avouant sans mensonge le standing heureux des habitants."

Architectuur

Met een gevelbreedte van 20 m verdeeld over zes traveeën, omvat het complex negen bouwlagen waarvan de topgeleding een terugwijkend penthouse vormt, onder een plat dak. Opgetrokken met een gewapend betonskelet als structuur, werd voor het gevelfront een parement uit witte natuursteen (Savonnière) in groot tegelverband toegepast, vandaag overschilderd of voorzien van een lichte pleisterlaag. Oorspronkelijk bekleed met blauwe hardsteen in tegelverband van een kleinere sectie, kreeg de pui later een nieuwe bekleding uit zwart graniet doorgetrokken over de eerste verdieping. Het penthouse heeft dan weer een metselwerkparement uit Silezische brikken van lichte tint.

Symmetrisch van opzet beantwoordt de gevelcompositie aan de zuivere canon van het modernisme genre ‘International Style’, als emanatie van de achterliggende plattegrond, die is opgedeeld in twee flats per verdieping. Alternerend opgebouwd uit bandramen en stroken vlak behandeld muurwerk, wordt de opstand gekenmerkt door een plastische articulatie van in- en uitspringende volumes, open en gesloten vlakken. De kleurstelling onderscheidt de donkere, terugwijkende sokkel van de lichte, overstekende bovenbouw, die daaraan een zwevend karakter ontleend. Terrasloggia’s flankeren het vrijwel gevelbrede overstek van de bovenbouw, waardoor de zo karakteristieke hoekramen met doorlopende beglazing ontstaan. U-vormig van plattegrond was binnen de insprong van het penthouse oorspronkelijk een betonnen pergola geïntegreerd, met centraal een halfronde luifel, die met de eveneens verdwenen rij ronde 'hublots' in de pui, en de bewaarde buisleuningen van de terrasloggia’s, de architectuur een typisch nautische referentie verleende.

Waar de door het overstek van de bovenbouw beschaduwde eerste verdieping van een doorlopend beglazing voorzien is, onderscheiden de hogere verdiepingen zich door bandramen. Oorspronkelijk was het stalen schrijnwerk buiten het gevelvlak geplaatst, zonder lekdrempels, met als doel het uitzicht en de lichtinval te optimaliseren, en vensterbanken en radiatoren in de dikte van de wand te integreren. Beide raamvleugels van de brede vensterpartijen pivoteerden op een centrale as, wat met minimale hinder een maximale opening toeliet. De rechter helft van de pui werd over begane grond en eerste verdieping verbouwd, met een nieuw inkomportaal rechts van het oorspronkelijke, en verwijdering van de drie 'hublots' in de uiterste traveeën.

Plattegrond

De architectuur van "Résidence Idéale" onderscheidt zich door een rationeel planconcept, van de minder vooruitstrevende appartementsgebouwen uit deze periode, die volgens de eigentijdse kritiek met hun vaak langgerekte achterbouw veeleer het beeld van een ‘wagon-lit’- of ‘Pullman’-rijtuig opriepen. Het condenseren van de plattegrond tot een uitermate compacte quasi rechthoekige basisvorm, liet de architecten toe alle woon- en slaapvertrekken met een open uitzicht aan de zijde van de straat of de tuin te situeren, de interne circulatie tot een minimum te beperken, en te besparen op de ruwbouw. Tijdens de ontwerpfase werden ook varianten met een U-, L- of T-vormige plattegrond bestudeerd. Niet minder dan 600 m² raampartijen verdeeld over voor- en achtergevel, garanderen de drie basisvereisten van het modernisme: licht, lucht en ruimte. Het complex is georganiseerd rond een centraal ingeplante traphal met bovenlicht, volgens de bouwplannen uitgerust met een grote en kleine personenlift en een dienst- of goederenlift. De uitrusting van de appartementen voorzag onder meer in een twee badkamers, een inbouwkeuken met koelkast, geïntegreerde strijkplank, 'garde manger' en een stortkoker voor huisvuil, en een meidenkamer voorzien van eigen sanitair. Bijzondere aandacht ging naar de geluidsisolatie van vloeren, binnenmuren en luchtkokers tussen de flats onderling.

De invulling van de lage begane grond is beperkt tot het portaal en de ruime, met marmer gelambriseerde, gemeenschappelijke hal, waarvan het centrum wordt ingenomen door een fonteintje, en die middels een vide is doorgetrokken tot de eerste verdieping. Verder bevinden zich hier de dienstingang, conciërgeloge, een kantoor voor het gebouwbeheer, en de individuele bergplaatsen van de flats. De eerste verdieping die slechts één flat in de rechter vleugel omvat, biedt verder ruimte aan een studio met keuken en badkamer en de conciërgewoning. Volgens spiegelbeeldschema zijn de hogere verdiepingen opgedeeld in twee identieke flats met een strikte scheiding van woonvertrekken en dienstlokalen, waarbij de hal als centrale schakel fungeert in de circulatie. De suite van salon en eetkamer heeft een geschrankte vorm, met een terrasloggia voorzien van een bloembak aan de straat. Deze wordt geflankeerd door de ouderslaapkamer met 'en suite' badkamer. Ingeplant op de uiterste hoeken, is het dienstcompartiment van de rest van het appartement geïsoleerd door de office die aansluit bij de hal. Het omvat de keuken met terras, en de meidenkamer met eigen toilet en stortbad. De nachthal ontsluit de twee slaapkamers aan de tuinzijde, waarvan één met hoekraam en één met inpandig terras, die de tweede badkamer delen. De appartementen op de eerste verdieping en het penthouse hebben een gelijkaardige indeling met een L-vormige suite van salon en eetkamer over de volledige straatbreedte, slechts twee slaapkamers en één badkamer.

  • Stadsarchief Antwerpen, bouwdossiers 18#4226 en 18#5729 ("Résidence Idéale"), 18#6633 ("Imowel") en 18#7878 ("Comfort Home"); foto GP#5157.
  • FLOUQUET P.-L. 1937: Immeuble d’appartements à Anvers. Architectes: Jules Wellner et A.S. Freudman, Bâtir 6.53, 1149-1151.
  • FLOUQUET P.-L. 1938: “Comfort Home”. Immeuble de rapport anversois. Arch. A.-S. Freudman, Bâtir 7.65, 180-181.

Bron     : -
Auteurs :  Braeken, Jo
Datum  : 2015


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2020: Résidence Idéale [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/300234 (Geraadpleegd op 31-05-2020)