erfgoedobject

Kasteeldomein van 's Herenelderen en het brongebied van de Demer

landschappelijk geheel
ID: 300274   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/300274

Beschrijving

De ankerplaats omvat het oude kasteeldomein van 's Herenelderen, gelegen in de Demervallei vlakbij het brongebied van de rivier. Het gelijknamige dorp is een typisch kasteeldorp dat zich ontwikkelde in de riviervallei rondom de historische cluster van kasteel en kerk. Het omringende landschap wordt gedomineerd door beboste beekvalleien afgewisseld met uitgestrekte akkers op de plateaus, kleine zones historisch bos en hoogstamboomgaarden. Binnen de ankerplaats liggen nog enkele oude hoeves.

In het uiterste noorden van de ankerplaats ligt de grens op de overgang tussen de beboste Demervallei en het aangrenzend plateau. Aan de oostkant wordt de Elderenbaan of N758 gevolgd langs de dorpskern van 's Herenelderen, met integratie van de elementen met bouwkundige erfgoedwaarde. Voor de oostelijke helft van de ankerplaats wordt opnieuw de bosgrens langs de Demer gevolgd via een landweg tot aan het gehucht Ketsingen. Hier wordt de rand van de bebouwing gevolgd en de weg naar Berg. In het zuiden wordt de ankerplaats begrensd door een holle weg en zijn historisch vervolgtracé tot aan de hoofdbaan richting Tongeren. In het uiterste zuiden volgt de ankerplaats de spoorwegviaduct; de spoorlijn Hasselt-Luik-Guillemins vormt de volledige westgrens tot aan het Papenbos.

Fysische geografie

's Herenelderen maakt deel uit van vochtig Haspengouw, een overgangsgebied naar de Kempen, dat gekenmerkt wordt door vruchtbare leemgronden. Haspengouw is een plateau op de scheiding van het Maas- en Scheldebekken dat door de Demer en zijn bijrivieren is ingesneden. In Vochtig Haspengouw bestaat de ondergrond uit een compacte Tertiaire kleilaag (klei van Henis) die het brongebied vormt voor de noordelijk afvloeiende rivieren. Deze klei werd ontgonnen voor de productie van bakstenen en dakpannen. Sedimentatie zorgde voor het afdekken van het Tertiair door een loesspakket, eolische leemafzettingen van Jong-Pleistocene ouderdom die de oorspronkelijke onregelmatigheden van het reliëf genivelleerd hebben. Na de ijstijden werd het loessgebied bedekt met een uitgestrekt loofbos. Door het ingrijpen van de mens tijdens het Holoceen degradeerde dit bosbestand en ontstond erosie waardoor een onregelmatig wisselend reliëf werd gecreëerd. Het verspoelde materiaal werd als colluvium afgezet aan de voet van hellingen en in depressies of als alluvium in de riviervalleien. Op de heuvels werd de leemlaag aangetast en dagzomen de zanden van het Rupeliaan, zoals de witte zanden van Berg.

Cultuurhistorie

De aanwezigheid van de vruchtbare leem heeft het cultuurlandschap in deze streek grotendeels bepaald. Dankzij de goede waterhuishouding en textuur van de bodem waren de leemgronden uitermate geschikt voor landbouw wat zich vertaalde in een langdurige en intensieve ontginning. Verspreide vondsten van Romeinse archaeologica tonen aan dat de streek van Tongeren reeds vroeg onder invloed van de Romeinse overheersing stond. De vruchtbare bodems stimuleerden de agrarische uitbouw van de streek zodat de regio dienst deed als graanleverancier voor de Romeinse legertroepen aan de Rijngrens. Het nabijgelegen Tongeren vormde het belangrijkste kruispunt van Romeinse verkeerswegen of heerbanen in België en vormde als commercieel centrum een gunstig afzetgebied voor omliggende dorpen. Langs de heirbaan Bavai-Keulen werden villadomeinen ingeplant bij voorkeur op zachte hellingen die aflopen naar een beek, in de nabijheid van een bron. Vondsten van ceramiek en bouwmateriaal (dakpannen) op het plateau nabij het Sint-Antoniusveld getuigen inderdaad van een bepaalde vorm van landelijke bewoning tijdens de Romeinse periode.

De streek van Haspengouw wordt gekenmerkt door de openfields, ver uitstrekkende akkers met weinig visuele perceelsgrenzen en slechts schaarse en weinig uitgestrekte bospartijen. Deze openheid is deels te wijten aan het collectief landbouwsysteem en het drieslagstelstel dat in Haspengouw tot in de 18de eeuw standhield. De valleilandschappen daarentegen waren meer gesloten en werden aanvankelijk ingericht als nat weiland en hooiland. Later leidden economische motieven tot de vervanging van deze gronden door de teelt van populierenhout. Na het midden van de 20ste eeuw echter was deze teelt minder attractief geworden waarna de gronden werden verwaarloosd en er verruiging optrad. In de dalen primeert nu een sterk ontwikkelde bosvegetatie. Ten gevolge van de hoge vruchtbaarheid van de bodem bleef de natuurlijke begroeiing beperkt tot de diepe holle wegen en hoge taluds die begroeid zijn met houtig gewas. Hierdoor ontstaat een schaduwrijk milieu waar de vegetatie beter beschermd is zodat zich een specifieke fauna en flora kan ontwikkelen. Zo zijn holle wegen belangrijk als slaap- en foerageerplaats voor vogels, knaagdieren, insecteneters en roofzoogdieren. Een holle weg is het resultaat van een combinatie van menselijke en fysische factoren en kan ontstaan ten gevolge van langdurig intensief wegverkeer in combinatie met erosie.

Het landschap in de ankerplaats wordt bepaald door de half-open zichten begrensd door enerzijds bebouwing en enkele boomgaarden en anderzijds bomenrijen, stroken bos en graslanden beplant met populieren. Langs de rivieren liggen natte beemden, rietland en moerasbossen. In de verdere omgeving primeert open akkergebied op de hellingen en interfluvia. Daarnaast zijn er ook hoogstamboomgaarden aanwezig. De hoofdkenmerken van het landschap zijn onveranderd gebleven t.o.v. de situatie op de kabinetskaart van de Ferraris (1770-1778). De dorpskern van 's Herenelderen wordt gekenmerkt door een netwerk van kleine en grote straten met ertussen een lappendeken van tuinpercelen, boomgaarden en percelen grasland langs de rivier. In het kasteeldomein overwegen boomgaarden. Het plateau wordt volledig ingenomen door uitgestrekte akkers met een beperkt aantal toegangswegen en zonder perceelsbegrenzing. Slechts in het zuiden wordt deze uniformiteit onderbroken door de combinatie van een strook grasland langs de Eikelendreef en het Keienbos. In het westen en noordwesten wordt de dorpskern begrensd door de natte beekvallei van de 's Herenelderenbeek. Op de 19de-eeuwse kaarten is te zien dat het Keienbos licht uitgebreid is met het Koneins Ert Bosch, later in gebruik als jachtbos. In de rest van het dorp worden de boomgaarden verder uitgebreid ten koste van het akkerareaal. Voorbij de dorpskern vormt de Halverwegebeek een bijkomende groene corridor op het plateau. In de loop van de 20ste eeuw breidde de lintbebouwing verder uit wat gepaard ging met een versnippering van de percelen en een toename van het areaal weiland aan de rand van het plateau. In en rond de beekvalleien werden populieren aangeplant.

's Herenelderen ligt in het brongebied van de Demer die ontspringt ter hoogte van het gehucht Ketsingen en behoort tot het Scheldebekken. Het kasteel van 's Herenelderen is ingeplant op de oever van Demer zodat de slotgracht continu van water werd voorzien. De rivier loopt langs de grote kasteelvijver en wordt geflankeerd door nat gras- en hooiland. In het noorden van de dorpskern wordt de volledige beekvallei op de rechteroever ingenomen door een opeenvolging van vier smalle rechthoekige vijvers, waarschijnlijk in functie van de viskweek. Ter hoogte van de laatste vijver ontvangt de Demer zijdelings nog water van de 's Herenelderenbeek en een bijloop te Henis. Tegen de 19de eeuw geraken de meeste vijvers bij gebrek aan onderhoud verland. Anderen worden omwille van de rendabiliteit omgezet naar weiland. Op de Gereduceerde Kadasterkaart (ca. 1850) is in het Papenbos langs weerszijden van de Demer nog een vijver aanwezig; op kaart van Vandermaelen (1846-1854) staat deze zone reeds ingekleurd als weiland. Ook de overige vijvers zijn dan reeds opgenomen in de beboste beekvallei. Voorbij de dorpskern worden de valleien van de Demer en de Halverwegbeek hoofdzakelijk begrensd door nat weiland afgewisseld met bospercelen en één geïsoleerde vijver tegenover het kasteeldomein. Op de latere topografische kaarten (1871, 1882) is te zien dat uiteindelijk alle vijvers in de Demervallei omgezet zijn in weide of bos. Toponiemen zoals Kleine Els Weyer en Born Weyer herinneren nog aan de vroegere vijvers. Vanaf ca. het midden van de 20ste eeuw worden de oude rivierbeemden, als economisch minst rendabele gronden, bijna overal ingenomen door bos. In het beekdal getuigen rabatten in het nat bos nog van het aanplanten van populieren.

's Herenelderen wordt voor de eerste maal vermeld in 1233 en vormde toen samen met Genoelselderen de heerlijkheid Aldor. In de 13de eeuw werd het gebied gesplitst in twee afzonderlijke heerlijkheden. 's Herenelderen maakte geen deel uit van de stadsvrijheid Tongeren maar was een Loonse heerlijkheid. De historische kern wordt gevormd door de ten opzichte van het straatdorp excentrisch gelegen kasteelgebouwen met de Sint-Stefanuskerk, pastorie en kerkhof in de onmiddellijke omgeving. Zij liggen geconcentreerd aan de Sint-Stefanusstraat, in een bocht die de dienstgebouwen van het kasteel volgt. De karakteristieke ligging van kerk en kasteel duiden op een essentiële onderlinge band en tonen aan dat 's Herenelderen in oorsprong een kasteeldorp is. In 1261 immers verkreeg de familie Hamal van het O.-L.-Vrouwkapittel te Tongeren de toelating om een parochie op te richten in de heerlijkheid Elderen. Daarbij werd de kerk afgescheiden van de moederkerk van Berg waarna 's Herenelderen een zelfstandige parochie werd. De latere bewoning heeft zich volgens een lintvormig patroon geconcentreerd langs de steenweg Tongeren-Spouwen (Elderenstraat), die in het buitengebied langs weerszijden van een bomenrij is voorzien. Een tweede, kleinere concentratie ligt ten westen van het kasteeldomein langs de Ginstraat. Hier loopt ook de spoorlijn Tongeren-Luik-Guillemins.

De Sint-Stefanuskerk is met andere woorden gegroeid uit de private huiskapel van de kasteelbewoners wat de nabijheid van kerk en kasteel verklaart. De huidige kerk in Maasgotische stijl is volledig uit mergelsteen opgetrokken en dateert uit 1450. Een aantal prachtige glas-in-loodramen, deels nog uit de 16de eeuw daterend, siert het kerkgebouw. De kerk is omringd door het ommuurde kerkhof en is sinds 1935 beschermd. Vlakbij de kerk ligt de pastorie, een breedhuis in neo-Maasstijl uit 1909, omgeven door een tuin en hekwerk.

Het kasteeldomein is ingeplant in een bocht van de rivier zodat de kasteelgracht verzekerd was van een permanente watertoevoer. Het oorspronkelijke kasteel van 's Herenelderen werd grotendeels verwoest in 1482 maar eind 15de- begin 16de eeuw heropgebouwd. Herstelwerken in de 17de en 18de eeuw leidden tot het huidig uitzicht. Het kasteel vormde de residentie van de heren van 's Herenelderen en was van de 13de eeuw tot 1501 in bezit van de familie de Hamal; nadien kwam het in handen van de familie de Renesse, ook Van Renesse van Elderen genaamd. Het kasteel is een U-vormig waterkasteel, bestaande uit componenten van verschillende perioden, waarvan het oudste uit de 16de eeuw (laatgotiek) dateert. De omgrachting is nagenoeg intact en wordt gevoed vanuit de hoofdvijver. Een stenen brug over de brede watergracht verbindt het kasteel met een uitgestrekt neerhof dat gedomineerd wordt door een enorme plataan. De barokke kasteelhoeve strekt zich uit langsheen de Sint-Stefanusstraat en is voorzien van twee hoektorens en een poortgebouw met aanduiding 1627. Haaks daarop staat een langgerekte oranjerie met in de hoek een vierkante toren.

De hoofdstructuur van het kasteeldomein en de percelering ondergingen weinig verandering ten opzichte van de situatie op de Ferrariskaart. Op de kaart wordt het domein afgebakend door een aantal dreven en wegen waarvan slechts een deel integraal bewaard is gebleven. De Sint-Stefanusstraat liep aanvankelijk ten noorden van de cluster kerk-kasteel en vervolgens langs de grote kasteelvijver tot aan de Elderenstraat. De Elderenstraat was dichter bebouwd dan nu en de tuinpercelen grensden tot aan het kasteeldomein. Op de Gereduceerde Kadasterkaart heeft de Sint-Stefanusstraat al zijn huidige tracé. Ook de loop van de Demer is deels aangepast, vermoedelijk voor de aanleg van een nieuwe visvijver in een bosje. Hierdoor ontstaat langs de Demer een grote strook nat grasland. De weg langs de hoofdvijver is verdwenen en de aangrenzende tuinen van de Elderenstraat zijn als boomgaard opgegaan in het omringende kasteelpark.

Het kasteel is omgeven door een park in landschappelijke stijl met twee vijvers. De aanleg hiervan gebeurde vermoedelijk in de 18de eeuw; later haalden de hoogstamboomgaarden weer de bovenhand. Langs de vijverrand staan nog enkele grote exemplaren (olm). Op de topografische kaart van 1871-1872 is de nieuwe aanleg van het kasteelpark te zien, bestaande uit een netwerk van paden en aanplantingen. De vierkante vijver is al ingenomen door struikopslag en bos. Het kasteeldomein wordt aan noord- oost- en westzijde begrensd door straten met lineaire bebouwing zoals reeds te zien is op de Ferrariskaart. In noord- en zuidoostelijke richting sluit het park aan op de valleibossen die de bovenlopen van de Demer omgeven. De kasteelvijvers, in gebruik als publiek toegankelijke visvijvers, worden trouwens door de Demer gevoed.

Aan de zuidzijde wordt het park afgeboord door de zogenaamde Witte dreef waar centraal tegenover het kasteel een kapel staat. Vanaf de Witte dreef vertrekt in de aslijn van het kasteel een langgerekte strook populierenbos in zuidwestelijke richting, aan één zijde geflankeerd door de Eikelendreef en aan de andere zijde door een smalle strook loofbos, het Renesse Bos. De dreef dwarst een holle weg en loopt dan uit in een klein bosgebied, het Keienbos. Het populierenbos is in de loop van de 20ste eeuw aangeplant op een strook voormalig weiland, de zogenaamde Speek Bemden, een mogelijke verwijzing naar de goede kwaliteit gras waarmee het vee kon vetgemest worden. De holle weg vormt de noordelijke grens van het Keienbos zoals reeds te zien is op de Ferrariskaart. De weg ligt ingesneden op het lemig plateau en maakt deel uit van de kortste route tussen de gehuchten Kenis en Ketsingen aansluitend bij de holle weg van de Galgenberg. Op de topografische kaart van 1935 staat de volledige weg nog aangeduid. De holle weg is begroeid met houtig gewas (hakhout) wat een specifieke fauna en flora toelaat. De smalle bosstrook en het bos aan het uiteinde van de dreef zijn historisch stabiel.

Ten opzichte van de Ferrariskaart zijn in de onmiddellijke omgeving van het kasteel enkele kleine gebouwen en hoeves verdwenen. Het goed de Bavers is een restant van de oorspronkelijke bebouwing langs de Baversstraat. Het betreft een langgestrekt gebouw dat op basis van muurankers gedateerd is in 1826. Aan de overkant van de Baversstraat is in de Demervallei een rechthoekige (vis)vijver aangelegd die vermoedelijk bij het goed de Bavers hoorde gezien het toponiem bavers Weyer op de recente kadasterkaart. Kenmerkend voor de bebouwing zijn de gesloten hoeves, vaak voorzien van een poortgebouw waarvan de gebouwen gegroepeerd liggen rondom een gekasseid erf. Hiervan is de 17de-eeuwse hoeve Kleine Graef in de Ginstraat een mooi voorbeeld. Deze gerestaureerde hoeve wordt gekenmerkt door een gevelsteen met opschrift IN. DEOCONFIDO/RENESSE/MONTEYNARD wat verwijst naar de kasteelheren de Renesse. De historische bebouwing van de dorpskern omvat ook enkele hoeves met vakwerk en een gesloten hoeve met gekasseid erf en een mogelijk restant van een aardappelkelder. Deze bebouwing is reeds aanwezig op de Ferrariskaart. Het straatdorp 's Herenelderen zelf wordt vooral gekenmerkt door 19de-eeuwse bebouwing waaronder het vroegere gemeentehuis en school. In de Lindebornstraat staat een solitaire lindeboom op de hoek van deze straat met de Elderenstraat.

  • Kabinetskaart van de Oostenrijkse Nederlanden voor Zijn Koninklijke Hoogheid de Hertog Karel Alexander van Lotharingen, Jozef Jean François de Ferraris, Koninklijke Bibliotheek van België, uitgegeven in 1770-1778, schaal 1:11.520 herleid naar 1:25.000.
  • Gereduceerde Kadasterkaart van België, Dépôt de la Guerre, uitgegeven tussen 1845-1855, schaal 1:20000
  • Topografische kaart van België, Philippe Vandermaelen, uitgegeven tussen 1846-1854, schaal 1:20.000.
  • Topografische kaarten van België, Krijgsdepot: Eerste editie uitgegeven tussen 1865-1880, schaal 1:20.000. Herziening, Militair Cartografisch Instituut: tweede uitgave, 1880-1884, derde uitgave 1889-1900 en herziening derde uitgave 1900-1930, schaal 1:20.000. (Lemoine-Isabeau, 1988)
  • Kaart van België, Militair Cartografisch Instituut, uitgegeven tussen 1928-1950, schaal 1:20.000.
  • Kaart van België, Militair Geografisch Instituut, uitgegeven tussen 1949-1970, schaal 1:25.000.

  • BAILLIEN H. 1979: Tongeren. Van Romeinse civitas tot middeleeuwse stad, Assen.
  • DENIS J. (ed.) 1992: Geografie van België, Brussel.
  • De Trazegnies O. 1978, 's Heren Elderen, De woonstede door de eeuwen heen 38, 22-43.
  • DIRIKEN P. s.d.: Tongeren, Geogids/Georoute 3,13a, Sint-Truiden.
  • DUDAL R. & BAEYENS L. 1957: Bodemkaart van België. Verklarende tekst bij het kaartblad Tongeren 107W, Gent.
  • GENICOT L.F. 1976: Het groot kastelenboek van België, Brussel.
  • KNOPS G. (ed.) 1987: De open ruimte in Vlaanderen 5. Haspengouw, Brussel.
  • ROBBERECHTS B. 1997-1998: Topografische spreiding van de landelijke bewoning in de Romeinse tijd in de Belgische Kempen en Haspengouw, onuitgegeven licentiaatsverhandeling, KULeuven.
  • SCHLUSMANS F. 1990: Inventaris van het cultuurbezit in België. Provincie Limburg; Arrondissement Tongeren, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 14n1, Brussel.
  • S.N. 1951: Limburgs Haspengouw. Bundel Studiën, Koninklijk Limburgs Geschied- en Oudheidkundig Genootschap Tongeren, Hasselt.
  • VANDEWAL S. 2009: Tongeren, de vrijheid gemeten, Limburgse Studies 4, Tongeren.
  • VERSTRAELEN A., GULLENTOPS F., PAULISSEN E. & VANDENBERGHE N. 2000: Kaartblad Tongeren. Technisch verslag Kwartair Kaartblad 34, s.l.

Bron     : -
Auteurs :  Bats, Hubert, Verdurmen, Inge
Datum  : 2010


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2020: Kasteeldomein van 's Herenelderen en het brongebied van de Demer [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/300274 (Geraadpleegd op 06-08-2020)