erfgoedobject

Parochiekerk Sint-Magdalena

bouwkundig element
ID: 300283   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/300283

Beschrijving

Eind 19de-eeuwse éénbeukige neogotische kerk naar ontwerp van architect Eugène Carpentier met achterliggend kerkhof, gelegen langs de Duisburgsesteenweg in "Laag-Eizer".

Historiek

Voor de oprichting van de zelfstandige parochie Eizer in 1873 met een eigen pastoor die de opdracht had een nieuwe kerk te bouwen, werden er in de Onze-Lieve-Vrouw ter Nood in Hoog-Eizer (Duisburg) al missen opgedragen onder de bediening van de Sint-Catharinaparochie van Duisburg. Laag-Eizer had weliswaar zijn eigen kapel, de Cruysboomkapel, maar de kapel op Duisburg had de toelating om missen op te dragen, eerst onder patronaat van Tervuren, later dat van Duisburg.

In Overijse strekt de nieuwe parochie van Eizer zich uit over gedeelten van de parochies Sint-Martinus (Overijse centrum) en Jezus-Eik. Pas in 1879 werd Hoog-Eizer toegevoegd aan de parochie, dit deel behoorde tot dan aan de Sint-Catharinaparochie van Duisburg. Hierdoor strekt de parochie zich vandaag uit over twee gemeenten.

Volgens de literatuur gebruikte de eerste pastoor J.E. Godts, onderpastoor van Overijse, in afwachting van een nieuwe kerk, een omgebouwde schuur om de missen in op te dragen. In tegenstelling tot wat de literatuur beweert, werd er in 1876 een voorlopige kerk geregistreerd op het kadaster samen met de pastorie. Het ging om een kleiner rechthoekig volume dat tegen de rechter perceelgrens stond. De functie van het pand stond niet vermeld in de kadastrale leggers, maar het stond op hetzelfde perceel als de nieuwe pastorie en was eveneens ingekleurd als openbaar gebouw. De voorlopige kerk was toegewijd aan Sint-Rochus en Sint-Carolus Borromeus. De eerste heilige verwees naar de kapel op Hoog-Eizer, de laatste bracht graaf Ferdinand de Marnix aan als heilige van de nieuwe kerk als voorwaarde voor zijn sponsoring. Na de bouw van de nieuwe kerk werd de patrones Maria Magdalena.

Samen met de voorlopige kerk werd ten westen hiervan de nieuwe pastorie geregistreerd in 1876. De grond voor de pastorie, de kerk en het kerkhof werden geschonken door Pierre Joseph Robyns – Vanaerschot en graaf de Marnix (zie kadastrale leggers). Volgens de literatuur (naar gegevens van de Poppkaart) waren de gronden in eigendom van de familie Van Eycken – Boisschot.

De plannen voor de nieuwe kerk, bewaard in het archief van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen, dateren van 1885 en zijn van de hand van (Eugène?) Carpentier. In 1888 werd de aanvraag voor de bouw gericht aan de KCML. De aanbesteding voor de bouw van de nieuwe kerk gebeurde in 1889 na een inzameling van gelden bij de parochianen. Door de dure prijs wou men afzien van de torentravee, maar de Koninklijke Commissie voor Monumenten was hier niet mee akkoord en wou dat men koos voor het uitstellen van de bouw van een toren, en zo geschiedde ook. De kerk werd ingewijd op 23 juni 1893, maar de bovenste geledingen van de toren werden pas in 1933 afgewerkt. Er werden twee klokken geplaatst (Heilige Rochus en Heilige Maria Magdalena). Het huidige kerkvolume werd pas kadastraal geregistreerd in 1944, samen met de uitbreiding van het kerkhof. Tot dan stond enkel de voorlopige kerk tegen de perceelgrens geregistreerd.

Beschrijving

De plattegrond beschrijft een éénbeukige kerk met westertoren, een ronde traptoren (tegen de noordgevel van de toren), een schip van vijf traveeën, een transept van één travee met rechte sluiting en een koor van twee traveeën met een rechte sluiting. Ten noorden is tegen het koor de sacristie en een bijkomende bergplaats met buitendeur te situeren en ten zuiden tegen het koor twee bergplaatsen.

Eenvoudige baksteenbouw met natuursteen voor de onderbouw, de omlijstingen, de muurbanden en de dekplaten en een leien zadel- en lessenaarsdak. De puntgevels zijn voorzien van aandaken en bekroond met een kruis. Tegen de toren, het schip en het transept staan verjongende steunberen. De muuropeningen zijn spitsboogvormig en rechthoekig bij de bergplaatsen en de sacristie met hardstenen dorpels. De westertoren heeft grosso modo drie geledingen onder een ingesnoerde leien spits met een spitsboogvormige toegang en een hardstenen omlijsting. De bovenste geleding heeft spitsboogvormige galmgaten met een torenuurwerk.

Interieur

Bepleisterd en beschilderd interieur met spitstongewelf en gordelbogen neerkomend op eenvoudige consoles en trekbalken. Kruisbeuk met twee blauwe hardstenen zuilen met knoppenkapiteel. Keramische vloeren met ingelegde motieven.

Het koor kreeg een geschilderde neogotische lambrisering met spitsbogen en drielobmotief gevuld met gemarmerde schilderingen. Op de scheidingsbogen van het koor zit eveneens een marmerschildering.

Neogotisch meubilair

Hoofdaltaar van circa 1920 met boven het tabernakel reliëf met calvarie. Links en rechts van het tabernakel reliëfs van engelen met de passiewerktuigen. Op het altaar wordt het wapenschild van graaf Ferdinand de Marnix de Sint-Aldegonde twee keer weergegeven. Twee houten neogotische zijaltaren. Ten noorden met vandaag een beeld van Maria Magdalena (voormalig Maria-altaar) en ten zuiden met beeld van Sint-Jozef met kind. Eind 19de-eeuwse neogotische biechtstoel. Aan beide zijden van het koor neogotische kerkmeesterbank met op de noordelijke het wapenschild van de Marnix de Sint-Aldegonde. In het schip verschillende heiligenbeelden en neogotische kruisweg van 1913 geschonken door verschillende families. In het koor 18de-eeuws schilderij "Laat de kinderen tot mij komen". Twee wijwatervaten links en rechts van de toegang gedateerd in 15 mei 1872 en 3 oktober (?) 1890. Glasramen vervaardigd door J. J. Vosch (uit Elsene) van 1934 en 1935, geschonken door onder andere verschillende families. Voorstellingen van heiligenfiguren en taferelen uit het Nieuwe Testament.

Kerkhof

Achter de kerk op een helling ligt het kleine bescheiden kerkhof. Het werd kadastraal geregistreerd in 1876 op gronden geschonken door de Marnix de Sint-Aldegonde. Later in 1944 werd er een uitbreiding naar het noordwesten geregistreerd. Het kerkhof is toegankelijk via een spitsboogpoort en grotendeels ommuurd (breukstenen onderbouw). De graven zijn voornamelijk recent. Het belangrijkste graf is een blauw hardstenen graf van de familie Vanaerschot – Vanerp uit begin 20ste eeuw.

  • Kadasterarchief Vlaams-Brabant, Mutatieschetsen en bijhorende mutatiestaten Overijse, afdeling IV (Overijse), 1876/4 en 1944/4.
  • Onroerend Erfgoed Brussel, Archief Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen, planarchief, Overijse, Sint-Magdalenakerk Eizer.
  • Onroerend Erfgoed Vlaams-Brabant, Archief Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen, Overijse, dossier Sint-Magdalenakerk Eizer.
  • CEULEMANS C. (red.) & GEUKENS B. 1980: Fotorepertorium van het meubilair van de Belgische bedehuizen, Provincie Brabant, Kanton Overijse, Brussel, 24-25.
  • DENAYER R. 1987: De kerk, Zoniën 11.3, 227-232.
  • VAN HECKE D. 2004: De parochie Ijzer en pastoor J.E. Godts, De Horen 32.2, 100-102.
  • RUTTENS F. 2012: Torenschimpscheuten te Eizer, De Horen 39.1, 37-41.

Bron     : -
Auteurs :  Verwinnen, Katrien
Datum  : 2017


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Parochiekerk Sint-Magdalena [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/300283 (Geraadpleegd op 10-12-2019)