erfgoedobject

Appartementsgebouw in art-decostijl

bouwkundig element
ID: 300353   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/300353

Juridische gevolgen

Beschrijving

Historiek en context

Appartementsgebouw in art-decostijl, gebouwd in opdracht van J. Cassiers en zoon, naar een ontwerp door de architect Edward Van Not uit 1925. De bouwheer is mogelijk te identificeren met John Cassiers, uitbater van “Hotel Wagner” aan de Frankrijklei, een gebouw waarvoor Van Not tussen 1905 en 1912 de plannen tekende. Op het aanpalende perceel aan de Plantin en Moretuslei, had Cassiers in 1922-1923 met zijn zoon al een geheel van drie gekoppelde appartementsgebouwen opgericht, eveneens naar ontwerp van Van Not, waar hijzelf één van de grotere flats betrok. Hieraan ging een nog ambitieuzer project vooraf voor twee flatgebouwen van hoge standing bovenop een parkeergarage of autoverhuurbedrijf op het perceel van de huidige "Résidence Plantin" , waarvoor de bouwvergunning werd geweigerd.

Het appartementsgebouw Cassiers behoort tot het rijpe oeuvre van Edward Van Not, die vanaf de jaren 1920 zijn privépraktijk combineerde met de functie van gemeentearchitect van Deurne. Waar hij vóór de Eerste Wereldoorlog in zijn talrijke woningontwerpen de neostijlen afwisselde met de art nouveau, paste hij tijdens de jaren 1920 simultaan de beaux-arts-, de cottage- en de art-decostijl toe, om vervolgens te evolueren naar een gematigd modernisme. De flat maakt met de aanpalende appartementsgebouwen Van Not en Hoskens, het appartementscomplex Cassiers, de "Résidence Plantin" en het appartementsgebouw Van der Avoort, deel uit van een groep art-decoflats, die een belangrijk aandeel van het bouwblok beslaat gevormd door Plantin en Moretuslei, Van Den Nestlei en Baron Joostensstraat, en waarvoor de architect tussen 1922 en 1927 voor eigen rekening en vier verschillende opdrachtgevers de plannen tekende. Zij behoren in Antwerpen tot de eerste generatie hoogbouwflats van hoge standing, opgetrokken na de Eerste Wereldoorlog.

Het op de burgerij gerichte appartement kende een voorzichtig debuut in de Scheldestad omstreeks 1910, met als meest opvallende vroege voorbeeld de Residentie Carlier op de hoek van de Britselei en de Mechelsesteenweg, ontworpen door architect Jos Goeyvaerts in 1913. Begin jaren 1920 legden vooral de architecten François Dens en Alfred Portielje zich toe op de ontwikkeling van deze typologie, aanvankelijk in beaux-arts- en later in art-decostijl. Op de definitieve doorbraak van het appartementsgebouw was het wachten tot de jaren 1930, na de wet op het mede-eigendom uit 1924.

Architectuur

Met een gevelbreedte van twee ongelijke traveeën, omvat het rijzige gebouw zes bouwlagen onder een pseudo-mansarde met aandaken. Zoals opgelegd heeft het gevelfront een parement uit witte natuursteen, met gebruik van blauwe hardsteen voor de plint en zink voor de dakbedekking. Asymmetrisch van opzet, beantwoordt de compositie aan een nadrukkelijk verticale geleding, waarbij beide traveeën worden gemarkeerd door kolossale pilasters en postamenten, en bekroond door driehoekige frontons – rechts met getrapt topstuk. Een over vier verdiepingen oplopende bow-window met doorgetrokken posten, bekroond door een balkon met postamenten en smeedijzeren borstwering, legt de klemtoon op de brede rechter portaaltravee. Verder is de opstand opgebouwd uit registers van rechthoekige vensters met een paneel op de borstwering, waarbij de topgeleding zich onderscheidt door twee- en drielichten met bewerkte posten. Het art-decokarakter komt vooral tot uiting in het trapezoïdaal getrapte portaal, het discreet geïntegreerde lijstwerk, de geblokte profielen, de florale consoles van balkon en bow-window, de getrapte spuwer en het smeedwerk van tralies en borstweringen. De oorspronkelijk smeedijzeren vleugeldeur is verdwenen, het oorspronkelijk houten vensterschrijnwerk vernieuwd.

Het programma omvat volgens de bouwplannen vijf identieke flats van hogere standing, die ondergronds over een individuele kelder en op de mansarde over een meidenkamer beschikken, ontsloten door een centraal ingeplante traphal met lift en lichtschacht. Behalve de vestibule en de conciërgewoning, is de invulling van de begane grond - met een driezijdige veranda aan de tuin - niet gedefinieerd. De appartementen bestaan in de voorbouw uit een suite van salon en eetkamer, waarbij de hal en de keuken met terras aansluiten. Verbonden door een lange gang biedt de achterbouw ruimte aan twee slaapkamers en een badkamer. Vestibule met een typische wandgeleding door art-decopilasters op een marmeren plint, en een gele granitovloer met een boord uit marmermozaïek.

  • Stadsarchief Antwerpen, bouwdossier 1925#21421.

Bron     : -
Auteurs :  Braeken, Jo
Datum  : 2015


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2020: Appartementsgebouw in art-decostijl [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/300353 (Geraadpleegd op 27-01-2020)