Historische stadskern van Geel

inventaris archeologisch erfgoed \ archeologische zone

Locatie

Alternatieve naam Gheel
Provincie Antwerpen
Gemeente Geel
Deelgemeente Geel
Straat
Locatie Geel (Geel)

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • AZ-project historische stadskernen (bureauonderzoek, inventarisatie: 2010 - 2014).

Juridische gevolgen

is vastgesteld als archeologische zone Historische stadskern van Geel

Deze vaststelling is geldig sinds 19-02-2016.

Beknopte karakterisering

Typologiesteden
Dateringmiddeleeuwen, nieuwe tijd
Tags Vastgesteld

Beschrijving

Algemene Beschrijving

Geel ligt in de Kempense vlakte op een dekzandrug ten noorden van de samenvloeiing van de Molse Nete en Grote Nete. De afgebakende archeologische zone omvat de oude kern van de stad die op een hogere kop ligt ten westen van de Rijnloop en ten oosten van de bron van de Roosbroekenloop en de Poeyelveldloop. Ze vloeien allen in zuidelijke richting naar de Molse Nete, die iets verder in het zuidwesten de Grote Nete vervoegt. De Rauwelkovenloop en de Zeggelloop zorgen in het noorden van de stad voor de afwatering en lopen richting Kleine Nete. Geel ligt op dit duidelijk hoger en droog gebied (22 tot 24,50 meter TAW), maar toch in de onmiddellijke omgeving van water, een ideale plaats dus. De bodems van de archeologische zone zijn niet gekarteerd daar het bebouwd gebied betreft, maar het is aannemelijk dat in de onverstoorde delen een gelijkaardige ondergrond voorkomt als in de gebieden net buiten het centrum, namelijk een droge tot matig droge zandgrond bedekt door plaggenbodems. Het gewestplan leert ons dat de afgebakende zone hoofdzakelijk bestaat uit woongebieden. In het noorden is een klein gebied ingekleurd als parkgebied.

Archeologische nota

In de onmiddellijke omgeving van de afgebakende historische kern van Geel werden meerdere archeologische opgravingen verricht en talrijke vondsten aangetroffen. Deze leverden archeologisch relicten op uit meerdere en verschillende perioden gaande van de steen-, brons- en ijzertijd, sporadisch uit de Romeinse tijd en de volle en late middeleeuwen (Ooms e.a. 2006; Deville e.a. 2007; Reyns e.a. 2011; Mervis 2012; Bruggeman e.a. 2012; Mervis e.a. 2013; Scheltjens e.a. 2013; Reyns & Van Celst 2014 en Archief HavikLeuven).

Geel werd voor het eerst vermeld in 1155 als Ghela toen het als heerlijkheid door Wouter I Berthout (heer van Grimbergen en Mechelen) geschonken werd aan de abdij van Grimbergen. De naam Geel is van Germaanse oorsprong en vermoedelijk ontstaan uit een samenvoeging van gelba (geel) en lauha (bosje op hoge zandgrond) (Gysseling 1960; De Bont e.a. 1977).

Binnen de afgebakende zone van Geel ligt aan de noordzijde van de huidige Markt een indrukwekkend kerkgebouw: de Sint-Amandskerk. De patroonheilige Amandus (†675) zou volgens de overlevering in Vlaanderen een aantal kloosters gesticht hebben. Deze parochie komt samen met deze van het oostelijke gelegen Sint-Dympna in aanmerking als ‘stedelijke oorsprong van Geel’. Het is niet onwaarschijnlijk dat beide kernen onafhankelijk van elkaar zijn ontstaan en mettertijd samengroeiden want, zoals op het Digitaal Hoogte Model te zien is, liggen ze op afzonderlijke verhevenheden in het landschap. Volgens de meest gangbare theorie zou de oudste kern van Geel rond het driehoekige Sint-Dympnaplein en de Sint-Dympnakerk met eigen parochierechten hebben gelegen. Later in de 12de eeuw zouden de heren van Geel een nieuwe dorpskern hebben laten ontstaan rond de Sint-Amandskerk die in de 13de eeuw eveneens parochierechten kreeg. Door talrijke toegekende vrijheidsrechten en marktrechten werd dit centrum meer en meer belangrijk totdat ze de hoofdparochie werd (De Bont e.a. 1977).

De familie Berthout kwam in conflict met de hertogen van Brabant maar moest het onderspit delven in 1159. Daarna werden de Berthouts trouwe aanhangers van de hertogen. Vanaf het tweede kwart van de 13de eeuw werd Geel verheven tot ‘Vrijheid’. Het is waarschijnlijk in die periode dat de nederzettingskern rond de marktplaats en de parochiekerk, toegewijd aan Sint-Amandus, werd gesticht (De Bont e.a. 1977). Het verlenen van vrijheden bracht met zich mee dat de inwoners meer rechten kregen. Tussen 1247 en 1271 werd een nieuw bestuursapparaat ingesteld, bestaande uit een vertegenwoordiger van de hertog, de drossaard en zeven schepenen. Zij hadden zowel juridische als administratieve macht en werden bij belangrijke beslissingen bijgestaan door de vertegenwoordigers van de verschillende wijken. Deze vrijheden werden bij de ‘Blijde Inkomst’ van een nieuwe heer opnieuw bevestigd (De Bont e.a. 1977). De vergaderingen van de schepenen, die oorspronkelijk georganiseerd werden in open lucht onder de bomen van het plein en later in de schepenkamer in de toren van de Sint-Amandskerk, vonden uiteindelijk plaats in de halle op de markt die later tot gemeentehuis werd omgebouwd (De Bont 1996). Vanaf 1366 was Geel achtereenvolgens in handen van de families Van Hoorne (1366-1484), De Mérode (1601-1640), Van Lorreinen (1640-1761) en de Rohan (1761-1795). Tijdens de Brabantse omwenteling (in 1789 tijdens de Oostenrijkse periode) was Geel een haard van verzet van de opstandelingen. Zo ook tijdens de latere Boerenkrijg (1798) en de Belgische revolutie (1830). Gedurende de Franse overheersing, vanaf 1795, werd het ancien régime opgeheven en werden alle oude instellingen, oude privileges en rechten afgeschaft. Hiermee hield het land van Geel op te bestaan en kreeg het stadsbestuur veel minder macht (De Bont e.a. 1977).

Geel lag vanaf de 13de eeuw aan de kruising van twee banen, een noord-zuidas en de baan die Antwerpen en het Hertogdom Brabant verbonden met het Rijnland als oost-westverbinding. Door het toenemende handelsverkeer kreeg Geel een belangrijke marktfunctie en werden er, waarschijnlijk vanaf het einde van de 14de eeuw, vier jaarmarkten gehouden waarvan de Palmenmarkt, die tot op vandaag nog bestaat, de belangrijkste was (De Bont e.a. 1977). Op het einde van de middeleeuwen (14de–16de eeuw) speelde de textielnijverheid een belangrijke rol en de lokale markten zorgden ervoor dat Geel een belangrijk en bloeiend commercieel en industrieel centrum werd. Van een coöperatieve inrichting in gilden was te Geel geen sprake. De productie en handel werd gecontroleerd door drapeniers of lakenreders, (zij hielden zich bezig met de vervaardiging en de verkoop van lakens) die contacten onderhielden met al de grote Brabantse steden, de noordelijke provincies en het Rijnland. Geel was van oudsher eveneens een klein ambachtelijk centrum en had een verzorgingsfunctie voor het omliggende platteland. Door de oorlogstroebelen in de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) kwam de textielnijverheid in verval. Dit had tot gevolg dat in de 18de en 19de eeuw enkel nog ambachtelijke bedrijven aanwezig waren te Geel. Er waren onder meer molens, kleinere brouwerijen, beenhouwers, kleer- en schoenmakers en smeden aanwezig (De Bont e.a. 1977). Er waren te Geel drie schuttersgilden, de Kolveniers, de Kruisboog- en de Handboogschutters (Jansen 1928; De Bont e.a. 1977). Reeds in 1286 werd te Geel een gasthuis opgericht bedient door augustinessen. Na de Franse Revolutie werd het omgevormd tot een Burgerlijk Gesticht van Liefdadigheid. De oudste gegevens van het lager onderwijs te Geel gaan terug tot het einde van de 16de eeuw terwijl er sinds 1450 al een Latijnse school aanwezig was dat een hoogtepunt kende in de 18de eeuw (De Bont e.a. 1977).

De eerste Sint-Amandskerk zou opgericht zijn tussen de jaren 1100 en 1300 (Van Broeckhoven 1979). Hoe deze kerk er uit zag en hoe groot ze was, is niet gekend. Ze brandde af in 1400 waarna een nieuwe kerk werd gebouwd, opgetrokken in witte zandsteen. De heropbouw van de kerk gebeurde in gotische stijl met als basisvorm een kruisbasiliek die met grote, hoge ramen en spitsbogen wordt uitgewerkt zodat er geen gesloten muren meer zijn. Ook deze kerk brandde op haar beurt af in 1488-1489 net als talrijke huizen rond de markt. Alleen het metselwerk van de toren en de nog bestaande zuidmuur bleven overeind. Vervolgens vatte men de werken terug aan in 1490, waarschijnlijk op een deel van de oude funderingen van de vorige kerken, en men vergrootte het koor aanzienlijk. De werken zouden in totaal veertig jaar duren. Als bouwmateriaal gebruikte men een deel van het puin van de vorige kerk die was opgetrokken in witte zandsteen, baksteen, arduin en ijzerzandsteen. Rond 1518 is een deel van de kerk afgewerkt en wordt er een voorlopig altaar geïnstalleerd zodat de kerk als noodkerk kan worden gebruikt. Ondertussen bouwt men verder aan de zijbeuken, het koor en de dwarsbeuken en begint men aan het opbouwen van de toren totdat op 15 juli 1532 de bisschop van Kamerijk de voltooide Sint-Amanduskerk inwijdt. De rest van de geschiedenis van de kerk tot op heden is er eentje van voortdurende restauraties (Anoniem 1928; Sledsens 1941; Van Broeckhoven 1979).

Het marktplein en de kern rond de nieuwe kerk van Sint-Amandus ontwikkelden zich ten westen van het plein rond de Sint-Dympnakerk vanaf de 12de eeuw (Simons e.a. 2007). Het uitzicht van het marktplein en de bebouwing er rond kende in de loop van de eeuwen grondige wijzigingen. Door de talrijke branden in 15de, 16de, en 17de eeuw werd men uiteindelijk in het midden van de 18de eeuw verplicht in baksteen te bouwen. Het marktplein zelf, een grote open ruimte met in het zuiden een open poel en omzoomd met bomen, verandert qua uitzicht niet meer tot het begin van de 19de eeuw. In het zuiden van de markt lag de ‘Pensenpoel’ met een muur errond, die later gedempt werd in de 19de eeuw (Simons e.a. 2007). Deze poelen treffen we in de meeste Kempense dorpen aan en hadden meerdere functies (Sterckx 1987). In het midden van de markt werd op het einde van de 17de eeuw een pomp geplaatst, die gedurende tweehonderd jaar in gebruik bleef. Het marktplein werd op het einde van de 19de eeuw omgevormd tot een park in Engelse stijl kiosk incluis , talrijke bomen en een gietijzeren omheining op een bakstenen muur. Na de Tweede Wereldoorlog werd het marktplein een open ruimte met er rond talrijke nieuwe gebouwen en parkeergelegenheden.

De belangrijkste straat tussen de parochies van Sint-Dympna en Sint-Amandus en de respectievelijke pleinen was de Nieuwstraat, die vanuit de noordoostelijke hoek van de Grote markt richting oosten liep naar het Gasthuis en de Sint-Dympnakerk (Verwimp 1998). Al in de vroegste perioden was deze straat bebouwd over de ganse lengte met de nodige huizen, achterbouwen, eventuele beer- en waterputten en de bijbehorende tuinen.

In deze afgebakende kern van Geel werden in het verleden ook enkele vondsten gemeld en kleinere opgravingen verricht. In de periode 1973-1982 werden bij de aanleg van de centrale verwarming in de Sint-Amandskerk archeologische vondsten aangetroffen uit de late middeleeuwen (De Bont & Vandenberghe 1985). Andere ingrepen in de bodem van de kerk of opgravingen zijn niet gekend zodat er verder geen archeologische informatie is over de oudere fasen van deze kerk. Op de huidige Markt ten zuiden van de Sint-Amandskerk had in 2010 een vooronderzoek plaats naar aanleiding van het aanleggen van een bufferbekken voor de afvoer van regenwater en het herinrichten van de Markt (Tiri 2010). Door dit vooronderzoek, waaruit duidelijk bleek dat het kerkhof rond de kerk nog goed bewaard was, werd besloten om de ligging van het bufferbekken te verplaatsen. Een tweede proefput werd iets meer ten zuiden van de vorige aangelegd. Onder de ophogingslagen werd een oude kasseiweg aangetroffen die dwars over de markt liep. Deze kasseiweg, deel uitmakend van een verharding van de wegen in het centrum van Geel (Sterckx 1987), vinden we op meerdere plannen en oude kaarten terug (primitief kadaster, Vandermaelen,…). Twee grote kuilen leverden talrijk archeologisch materiaal op uit de late en postmiddeleeuwen (Medinilla 2010).

Helemaal in het noorden van de archeologische zone bevindt zich de hoeve Rozendaalhof genoemd naar de abdij van Rozendaal bij Walem (Mechelen) die op deze plaats een hoeve had. Waarschijnlijk werden de hoevegebouwen verwoest tijdens de tachtigjarige oorlog (1568-1648). Later – het bewuste perceel was in 1642 gekend als onbebouwd ― liet pastoor Servatius van Santvliet in 1645-1647 een omgrachte pastorie oprichten met koetshuis en poortgebouw. In de 18de eeuw, verbleef de hoofddrossaard van het Land van de Vrijheid van Geel in het Rozendaalhof totdat het in 19de eeuw in handen kwam van de familie Pauli en daarna aangekocht werd door de familie Verbruggen die er tegelijkertijd een park aanlegden met het behoud van oudere bomen. Dit domein, omgeven met een gracht is duidelijk waar te nemen op de kaarten van Graaf de Ferraris, van Vandermaelen en het gereduceerd kadaster. Het volledige gebouw werd uiteindelijk gerestaureerd in 1978-1980. De gracht is nog volledig intact en het aanpalende park doet dienst als openbaar park (Anoniem 1978; Kennes & Steyaert 2002).

Evaluatie van de bewaringstoestand en motivatie voor de afbakening

Bij recente archeologische onderzoeken in het centrum van Geel, stelde men vast dat binnen de historische kern de nog aanwezige archeologische resten goed bewaard zijn en zelfs bij ondiep gefundeerde bouwsels het archeologisch erfgoed onaangetast bleef. Ook onder de eventueel resterende plaggenbodems zijn de archeologische sporen goed bewaard. Het Hof van Roozendaal heeft nog steeds zijn omgrachting en rond het huidige gebouw kunnen er nog restanten van de oudere gebouwen aanwezig zijn.

De hoge zuurtegraad van zandbodems zal een nefaste invloed hebben op de bewaring van organisch materiaal (hout, botmateriaal, onverbrande zaden en vruchten, stuifmeelkorrels). Natte contexten (plaatselijke vennen, waterputten en kuilen die reiken tot onder de grondwatertafel) en eventuele resterende plaggenbodems (tot nu toe werden deze binnen de afbakening nog niet aangetroffen) bieden dan weer een uitzonderlijk potentieel voor de bewaring van niet verbrand organisch en archeobotanisch materiaal.

Als basis voor de afbakening van deze archeologische zone die geen stadswal of –gracht had, werd het gereduceerd kadaster gebruikt uit 1848/1854 en werd de toenmalige perceelsindeling overgenomen. De afbakening omsluit de hoger gelegen landschappelijke delen rond de Sint-Amandskerk en de Markt en de in het noorden van de afbakening gelegen site het Hof van Rozendaal.

Bibliografie

Kabinetskaart van de Oostenrijkse Nederlanden voor Zijn Koninklijke Hoogheid de Hertog Karel Alexander van Lotharingen, Jozef Jean François de Ferraris, Koninklijke Bibliotheek van België, uitgegeven in 1770-1778, schaal 1:11.520 herleid naar 1:25.000.

Gereduceerde Kadasterkaart van België, Dépôt de la Guerre, uitgegeven in 1845-1855, schaal 1:20.000.

ARCHIEF HAVIK LEUVEN

ANONIEM 1928: Gheel: De St.-Amandskerk, Brecht.

ANONIEM 1978: Een toekomst voor de Geelse monumenten, Geel 11/1.

BAUWENS-LESENNE M. 1965: Bibliografisch Repertorium der Oudheidkundige vondsten in de Provincie Antwerpen (vanaf de vroegste tijden tot aan de Noormannen), Oudheidkundige repertoria Reeks A, 6, 48-53.

BRUGGEMAN J. & REYNS N. 2012: Ijzertijdbewoning te Geel, Drijzillen-Rauwelkoven (prov. Antwerpen, België), Lunula. Archaeologia Protohistorica XX, 155-157.

BRUGGEMAN J., DERIEUW M. & REYNS N. 2012: Archeologisch onderzoek in Geel, Drijzil-len-Rauwelkoven (Antwerpen), Archaeologia Mediaevalis 35, 49-55, Bornem.

BRUGGEMAN J., DERIEUW M. & REYNS N. 2012: Archeologische opgraving Geel, Drijzillen-Rauwelkoven. Verkaveling Elsumblok, Rapporten All-Archeo 044.

DE BONT M. 1975-1976: Opgravingen in de kapel van de Groenenheuvel te Geel, Jaarboek van de Vrijheid en het Land van Geel 14, 65-70.

DE BONT M., DE SMET W., DUPRE J., HEYLEN R., JANS P., KUYPERS F., PALS-GHOOS A., T-JONCK G., VAN AELTEN L. & VAN BROEKHOVEN W. 1977: Geel van gisteren tot morgen, Mol-Geel.

DE BONT M. & LUYTEN L. 1996: Van verkoopshal tot stadhuis. Het oude stadhuis van Geel, Jaarboek van de vrijheid en het Land van Geel 23, 99-109.

DE BONT M. & VANDENBERGHE S. 1985: Archeologische vondsten in Geel 1973-1982, Jaarboek van de Vrijheid en het Land van Geel 22, 189-197.

DERIEUW M., VAN CELST M. & REYNS N. 2013: Archeologisch vooronderzoek Geel - Dr. Sanodreef, Rapporten All-Archeo 169, Bornem.

DEVILLE T., OOMS J. & ANNAERT R. 2007: Archeologische noodopgraving te Geel (provincie Antwerpen), Lunula. Archaeologia Protohistorica XV, 61-65.

GYSSELING M. 1960: Toponymisch woordenboek van België, Nederland, Luxemburg, Noord-Frankrijk en West-Duitsland (vóór 1226) I, 389.

Het Rozendaalhof, Nieuwsblad van Geel, 124, 37, 11 september 1992, 5.

JANSEN J. 1928: Kunst-Historische gids voor Gheel, Turnhout.

KENNES H. & STEYAERT R. 2002: Provincie Antwerpen, Arrondissement Turnhout, Kanton Mol, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 16n5, 75 – 137.

LEYSEN G. 2009: Bouwhistorisch Onderzoek. Stadsvernieuwingsproject Werft, Geel.

MEDINILLA A. 2010: Op de Poel. Resultaten van het archeologische vooronderzoek proefput 2 te Geel, Grote Markt, AS Rapportage 2010-13bis, Mechelen.

MERVIS D. 2012: De dood nabij: Ijzertijd in Geel, Ex situ. Tijdschrift voor Vlaamse Archeologie 1, 12-15.

MERVIS D., DE BEENHOUWER J., DEVILLE T. & HOUBRECHTS S. 2012: Nederzettingssporen uit de ijzertijd en de middeleeuwen te Geel-Eikevelden Fase 1 (prov. Antwerpen, België), Lunula. Archaeologia Protohistorica XX, 161-166.

MERVIS D., DEVILLE T. & HOUBRECHTS S. 2013: Eikevelden fase 4 te Geel (stad Geel). Archeologisch vooronderzoek door middel van proefsleuven, Condor Rapporten 95, Bilzen.

OOMS J., DEVILLE T. & ANNAERT R. 2006: Intern VIOE Rapport. Grootschalig onderzoek te Geel (augustus 2006), Brussel.

REYGEL P. 2011: Prospectie met ingreep in de bodem aan Werft 53 te Geel. Onderzoek uitgevoerd in opdracht van Van Roey Project, Aron Rapport 111, Sint-Truiden.

REYNS N., DERIEUW M. & BRUGGEMAN J. 2011: Archeologisch vooronderzoek Geel, Drijzillen - Rauwelkoven Verkaveling Elsumblok, Rapporten All-Archeo 26, Bornem.

REYNS N. & VAN CELST M. 2014: Archeologisch vooronderzoek Geel - Kollegestraat 15 (project Sint-Aloysiuscollege), Rapporten All-Archeo 212, Bornem.

SCHELTJENS S. & ACKE B. 2013: Archeologische prospectie. Geel Gasthuisberg (prov. Antwerpen), Basisrapport Monument Vandekerckhove, Ingelmunster.

SIMONS S., LUYTEN L. & DE BONT M. 2007: Vierhonderd jaar bewoning rondom het marktplein van Geel, Geelse markten het Land van Geel 42, 5-138.

SLEDSENS E. 1941: De Sint-Amandskerk te Geel, s.l..

S.N. 1992: Toeren Tussen Torens, Infobrochure Geel, 18/10/1992.

STERCKX K. 1987: Van steenwegen en nachtwakers. De aanstelling van ‘Handuyten ofte Cleppermans’ en andere veiligheidsmaatregelen in de vrijheid Geel in de tweede helft van de 18de eeuw, Jaarboek van de Vrijheid en het Land van Geel 24, 33-60.

TIRI W. 2010: Archeologisch vooronderzoek op de Markt, Geel. Definitieve rapportage van de bekomen resultaten, AS Rapportage 2010-13, Mechelen.

TYS D., BUYLE E., VERDURMEN I. & CANTERS F. 2010: Vectorisering en karakterisering van nederzettingskernen op basis van het zgn. 'gereduceerd kadaster', Skar-Rapport 5, Brussel.

VAN BROECKHOVEN W. 1979: Beknopte geschiedenis van de St.-Amandskerk te Geel bij de beëindiging van de restauratiewerken 1977-1979 en bij de wijding van het nieuwe hoofdaltaar op zaterdag 30 juni 1979, Geel.

VAN MEENSEL J. 1989: De Geelse Sint-Amandskerk, Geel.

VERWIMP L. 1998: Kleine reconstructie van Geel en diens inwoners in de zestiende eeuw, Jaarboek van de Vrijheid en het Land van Geel 34, 113-147.

KENNES H. & STEYAERT R. 2002: Markt [online], https://inventaris.onroerenderfgoed.be/dibe/geheel/7463 (geraadpleegd op 18 juni 2012).

KENNES H. & STEYAERT R. 2002: Woonhuis met brouwerij, schuur en boomgaard Ooievaartsnest [online], https://inventaris.onroerenderfgoed.be/dibe/relict/52288 (geraadpleegd op 18 juni 2012).

KENNES H. & STEYAERT R. 2002: Parochiekerk Sint-Amandus [online], https://inventaris.onroerenderfgoed.be/dibe/relict/52309 (geraadpleegd op 18 juni 2012).

KENNES H. & STEYAERT R. 2002: Stadhuis van Geel [online], https://inventaris.onroerenderfgoed.be/dibe/relict/52310 (geraadpleegd op 18/04/2012)

KENNES H. & STEYAERT R. 2002: Huis De Moriaen [online], https://inventaris.onroerenderfgoed.be/dibe/relict/52313 (geraadpleegd op 18 juni 2012).

KENNES H. & STEYAERT R. 2002: Huis de Croone [online], https://inventaris.onroerenderfgoed.be/dibe/relict/52314 (geraadpleegd op 18 juni 2012).

KENNES H. & STEYAERT R. 2002: Huis De Kleine Roskam [online], https://inventaris.onroerenderfgoed.be/dibe/relict/52315 (geraadpleegd op 18 juni 2012).

KENNES H. & STEYAERT R. 2002: Burgerhuis [online], https://inventaris.onroerenderfgoed.be/dibe/relict/52316 (geraadpleegd op 18 juni 2012).

KENNES H. & STEYAERT R. 2002: Schoolhuis [online], https://inventaris.onroerenderfgoed.be/dibe/relict/52311 (geraadpleegd op 18 juni 2012).

KENNES H. & STEYAERT R. 2002: Hoeve Roosendaalhof of Hofke Verbruggen [online], https://inventaris.onroerenderfgoed.be/dibe/relict/52379 (geraadpleegd op 18 juni 2012).

KENNES H. & STEYAERT R. 2002: Geel [online], https://inventaris.onroerenderfgoed.be/dibe/geheel/21747 (geraadpleegd op 7 november 2014).

http://www.geel.be/product.aspx?id=752 (geraadpleegd op 21 november 2014).

http://nl.wikipedia.org/wiki/Geel_(stad) (geraadpleegd op 21 november 2014).

http://www.heiligen.net/heiligen/02/06/02-06-0675-amandus.php (geraadpleegd op 21 november 2014).

Bron: AZ-dossier

Auteurs: Vynckier, Geert

Datum tekst: 2014

Relaties

maakt deel uit van Geel

Geel (Geel)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.