erfgoedobject

Parochiekerk Sint-Jozef

bouwkundig element
ID: 300558   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/300558

Beschrijving

De parochiekerk van Moorsel is een neogotische zaalkerk gebouwd in 1905-1906 op initiatief en met geldelijke steun van de gebroeders Joseph en Albert Coosemans, twee plaatselijke herenboeren die daarmee tegemoet kwamen aan de verzuchtingen van de plaatselijke bevolking; om hun kerkelijke plichten te voldoen moesten de inwoners van Moorsel zich immers steeds naar Sterrebeek begeven.

Historiek

Op parochiaal gebied behoorde Moorsel tot de Franse Revolutie aan Sterrebeek. Daarna werd het bij Tervuren gevoegd. Na diverse onderbrekingen waarbij het opnieuw bij Sterrebeek kwam, zou het in 1908 definitief bij Tervuren gevoegd worden.

Door toedoen van de gebroeders Joseph en Albert Coosemans, twee herenboeren uit Moorsel, kreeg Moorsel in 1905-1906 een eigen parochiekerk en bijhorende pastorie. De grond werd geschonken door de gebroeders Coosemans en de baksteen werd ter plaatse gebakken in een steenoven ter plaatse van de huidige gemeentelijke basisschool tegenover de kerk. Aanvankelijk werd een driebeukige kerk voorzien, maar uit financiële overwegingen werd uiteindelijk gekozen voor een eenvoudige zaalkerk; de eerste steen werd gelegd op 1 mei 1905 en de werken werden uitgevoerd door plaatselijke metsers; de inwijding gebeurde op 5 december 1906, de kadastrale registratie in 1907. Op 7 september 1907 werd Moorsel officieel een kapelanij van Sterrebeek, doch bij K.B. van 20 december overgeheveld naar Tervuren als kapelanij van de Sint-Jansparochie. Hoewel de kerk werd toegewijd aan Sint-Jozef naar één van de gebroeders Coosemans, genoot ook Sint-Cornelius een belangrijke verering, vandaar zijn beeld in de voorgevel en het zuidelijke altaar dat aan hem werd gewijd. Bij K.B. van 17 februari 1965 werd de kapelanij Moorsel een zelfstandige hulpparochie. Voortgaande op oude foto's was de kerk voorheen van de straat afgesloten door een ijzeren hek op een lage bakstenen muur met centraal een ijzeren hek tussen bakstenen pijlers; in 1970, ten tijde van pastoor Lauwers (1967-1979) werd de afsluiting verwijderd voor de inrichting van parkeergelegenheid;ook de linden voor de kerk en een deel van de pastorietuin werden hiervoor opgeofferd. Het smeedijzeren hek werd hergebruikt voor de afbakening van de Lourdesgrot.

De kerk liep schade op tijdens de Tweede Wereldoorlog, gevolgd door voorlopige herstellingen, die pas werden voltooid in 1965. Na enige tijd drongen renovatiewerken zich op en in 1998 en 2002 werden respectievelijk het exterieur en interieur gerestaureerd onder leiding van architect D. Debrouwer.

Beschrijving

Kerk

De georiënteerde éénbeukige zaalkerk ontvouwt een rechthoekige plattegrond met een schip van vier traveeën, uitlopend op een smaller koor van één rechte travee met vlakke sluiting, geflankeerd door rechthoekige sacristieën. Het geheel werd opgetrokken uit baksteen op een gecementeerde plint, in de westgevel een plint van blauwe hardsteen. Het schip en het koor worden afgedekt door een leien zadeldak, de sacristieën door een lessenaarsdak.

De westelijke puntgevel met aandak en schouderstukken wordt afgelijnd door een klimmende boogfries en bekroond door een kleine vierkante toren met gekoppelde spitsboogvormige galmgaten onder een leien tentdak met kruis en windhaan. Een centraal, gevelhoog, rondbogig spaarveld omvat een rechthoekige houten vleugeldeur met sierlijk hangwerk, gevat in een spitsboogomlijsting van blauwe hardsteen en erboven drie gekoppelde lancetvensters in een gelijkaardige omlijsting. De twee flankerende nissen, uitgewerkt in blauwe hardsteen, bevatten stenen beelden van Sint-Jozef en Sint-Cornelius, aangekocht door pastoor Mommaerts in 1969.

De gevels van het schip, afgelijnd door een boogfries en een overhoekse muizentand, worden geritmeerd door versneden steunberen en verlicht door per drie gekoppelde lancetvensters in een spitsbogig spaarveld. Het uitzicht van het koor sluit hierbij aan. De sacristieën hebben rechthoekige muuropeningen onder een blauwe hardstenen latei met lateiconsooltjes.

Interieur

Het bepleisterde en beschilderde interieur heeft een ziende houten kap met trekijzers waarbij de spantbenen uitlopen op lisenen. In het koor werden bij de interieurrestauratie de oude sjabloontekeningen opnieuw aangebracht. Het schip is geplaveid met zwarte en witte tegels in ruitpatroon, het koor met natuurstenen tegels met stermotief. Een marmeren gedenksteen achteraan in de kerk verwijst naar haar oprichters: "HULDE AAN DE STICHTERS DER KERK. JOSEF EN ALBERT COOSEMANS 1906". Het neogotische kerkmeubilair werd eveneens gefinancierd door de gebroeders Coosemans. De neogotisch uitgewerkte kruisweg (1907) daarentegen is een schenking van Theodoor en Constant Coosemans, neven van de bouwers, zie gedenkplaat. Het orgel dateert van 1911 en is van de hand van Jos Stevens (Duffel). De glasramen in het koor stellen de Heilige Familie voor, het glasraam in de westgevel werd in oktober 2004 geplaatst naar aanleiding van het 100-jarige bestaan 1905-2005 en is van de hand van Marc Verreydt evenals dat van Pater Grondelaers (2004).

Lourdesgrot

Tegen de oostelijke koorgevel en omgeven door een ijzeren hekje bevindt zich een met klimop begroeide Lourdesgrot van imitatierotswerk, volgens de literatuur uitgevoerd door de gebroeders Michiels uit Scherpenheuvel. Het beeld van Bernadette bevindt zich in de kerk. Het smeedijzeren hek voor de grot is afkomstig van aan de straat.

  • Kadasterarchief Vlaams-Brabant, Mutatieschetsen Tervuren, afdeling I (Tervuren), 1907/1.
  • MOTTE V. 1986: Moorsel en zijn kerk, De Horen 13.5, 130-143.
  • S.N. s.d.: Sint-Jozefkerk Moorsel, Plaatselijke informatiebrochure.
  • VAN DE VELDE J., HERNALSTEEN J. & DE MUNTER A. 2005: Moorsel "Ze gaven opdracht 400.000 stenen aan te maken" , Kessel-Lo.

Bron     : -
Auteurs :  De Vries, Birgit, Kennes, Hilde
Datum  : 2015


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2020: Parochiekerk Sint-Jozef [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/300558 (Geraadpleegd op 27-11-2020)