erfgoedobject

Historische stadskern van Ronse

archeologisch geheel
ID: 300596   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/300596

Juridische gevolgen

Beschrijving

Algemene Beschrijving

Ronse is gelegen op zandleemgronden in een vallei langsheen de alluviale gronden van de Molenbeek, die westelijk van de stad uitvloeit in de rivier de Ronne. Het centrum is op de bodemkaart volledig ingekleurd als OT, maar er rond betreft het voornamelijk matig natte tot matig droge zandleembodems met textuur B horizont (Ldc en Lca). Het centrum lig op een hoogte tussen ongeveer 30 m TAW ter hoogte van de Molenbeek en 40 m TAW aan de zuidzijde. De archeologische zone van Ronse bevindt zich op het gewestplan volledig binnen de bebouwde kom, dat naast woongebied vooral uit woongebied met cultureel, historische en/of esthetische waarde bestaat. Ten noorden van de Beekstraat is er een kleine zone die gebied met milieubelastende industrieën bevat.

Archeologische nota

De archeologische zone omvat de historische stadskern van Ronse zoals die kan herkend worden op basis van de historische kaarten en van het gereduceerd kadaster van 1851. Ronse is pas heel laat en kortstondig van stadsmuren voorzien, waardoor ook andere afbakeningsgrenzen gezocht zijn, meestal een weg of een perceelsgrens.

Het historisch centrum van Ronse is drieledig: het gebied van de Vrijheid, gelegen rond de Sint-Hermeskerk, het gebied van het grafelijk kasteel ten noordoosten ervan en de daar omheen gegroeide stad ten zuiden van beide gebieden, met de Grote Markt, de Veemarkt en het Franklin Rooseveltplein als de voornaamste pleinen (Bogaert e.a. 1998). Ook de lintbebouwingen langsheen de grote uitvalswegen zijn in de archeologische zone opgenomen, omdat ze waarschijnlijk een middeleeuwse oorsprong hebben, namelijk de Kruisstraat in het noordwesten, de Hoogstraat en de Abeelstraat in het zuidwesten, de Verlorenstraat in het zuidoosten en de Beekstraat in het noordoosten.

De zone omvat de historische stadskern die zeker teruggaat tot de vroege middeleeuwen, getuige de historische en de archeologische bronnen (zie verder). Er zijn net als in het omliggende gebied, ook oudere vondsten, uit de Romeinse periode en de prehistorie, maar deze houden geen verband met de historische stadskern en zijn aflijning.

Ronse heeft nooit een middeleeuwse stadsversterking gekend, enkel het stadsdeel genaamd de Vrijheid was omwald (Deconinck 1985). Pas in de 16de eeuw, en slechts heel kortstondig zijn er versterkingen opgericht. Uit de bronnen blijkt er een omwalling met vijf poorten aangelegd te zijn vanaf 1578, die echter al in 1582 weer geslecht werden door de Franse troepen. Enkel de Doorniksepoort bleef gespaard. Een deel van de omgrachting bleef echter openliggen, en werd in 1685 al als oude vesten in de bronnen vermeld (Van Isterdael 1988).

Ronse heeft zich dus nooit ontwikkeld binnen de begrenzing van een laatmiddeleeuwse stadsomwalling, waardoor deze niet kan dienen als leidraad bij de afbakening van de historische kern, zoals bij de meeste steden gebruikelijk is. De afgebakende zone omvat de voornaamste historische gebouwen, straten en zones uit de middeleeuwen, zoals die uit het primitief kadaster kan afgeleid worden, en die min of meer de situatie weergeeft zoals die op oudere plannen staat weergegeven. Het gaat om het stadszicht van Sanderus uit 1641-1644, de kaart van de Vrijheid Ronse uit 1632, het kadasterplan van 1684, het stadsplan op de Kabinetskaart der Nederlanden van graaf de Ferraris (1771-1778) en het primitief kadaster uit 1852.

Ronse wordt in 855-873 voor het eerst vermeld als Rotnace. Deze naam wijst op een Keltische oorsprong, verwijzend naar het riviertje de Ronne en wat zoveel betekent als ‘nederzetting aan de Ronne’ (Delghust 1975). Ronse ligt eigenlijk in de vallei van de Molenbeek, die pas 5 km ten westen van het centrum in de Ronne uitvloeit. Volgens de legende zou Sint-Amandus een klooster gesticht hebben in de 7de eeuw, met Petrus en Paulus als patroonheiligen (Cambier 1960; Cambier 1995; Cambier 1998; Delghust 1975). Deze stichting duikt voor het eerst op in de teksten bij de schenking tussen 831 en 834 door Lodewijk de Vrome aan de abdij van Inde in de buurt van Aken, en werd als ‘Tenement van Inde’ betiteld. Met de komst van de relieken van Sint-Hermes in 860 beleefde de abdij een eerste bloeiperiode, die echter door de Noormanneninvallen abrupt eindigde. Pas rond 940 keerden de monniken terug naar de abdij, en de relieken werden in 1089 ondergebracht in de nieuwe crypte van de Sint-Hermeskerk (Cambier 1960; Gadeyne & Heyse 1989; Delghust 1975).

Ten noorden, tussen de Molenbeek en de gegraven Lozebeek, werd een gordel van mottes aangelegd, vermoedelijk als verdediging van het pas opgerichte kapittel met onder meer de nog bestaande zogenaamde ‘Hoge Mote’ (Lestienne 1987; Deconinck 1968).

De handelsnederzetting, ten zuiden van de omheinde kerksite, ontwikkelde zich rondom een hoger gelegen open plein, de latere Grote Markt, en legde zich vooral toe op de wolnijverheid en de lakenhandel (Delghust 1975). De heer van Ronse, Gerard de Wattripont die door de abdij van Inde aangesteld was als ondervoogd van het Tenement, verleende in 1240 de nederzetting die rond de bloeiende abdij ontstaan was een stadskeure, en kocht het in 1264 af van de abdij. Bewijs van het stijgend belang van lakennijverheid is een keure van 1263 van Jan I, hertog van Brabant, die de handelaars van Ronse een plaats toekende in de Leuvense lakenhal en vrijstelling van belasting in zijn gebied. In 1280 verkocht de abdij van Inde de overblijvende bezittingen van het Tenement, waaronder Ronse, aan Gwijde van Dampierre, graaf van Vlaanderen, die het in 1289 in leen gaf aan zijn zoon Gwijde van Namen (Delghust 1975).

Rond 1380 richtte de proost ten noorden van de markt een begijnhof op dat vermoedelijk al eind 15de eeuw werd verlaten (Cambier 1962). Het Sint-Elooishospice, gelegen aan de huidige Hospitaalstraat, werd opgericht voor pelgrims en zieken langsheen de oude toegangsweg in het oosten, en gaat minstens terug tot begin 14de eeuw (Delghust 1975).

Door de algemene moeilijkheden in de wolnijverheid schakelde Ronse vanaf de 15de eeuw grotendeels over op vlas en werd het een belangrijk centrum van grof linnen of zogenaamd saquin met uitvoer tot in Spanje via de lijnwaadmarkt van Oudenaarde (Delghust, 1975). De bloei van de stad uitte zich in de 15de en de eerste helft van de 16de eeuw vooral in het vernieuwen van de kerken en de oprichting van het zwartzustersklooster in 1492. Verschillende stadsbranden, de godsdiensttroebelen, plunderingen, het Calvinistisch bewind, de Contrareformatie en de daaropvolgende vlucht van talrijke protestanten, vooral wevers, veroorzaakten eind 16de eeuw een diepe economische crisis die tot het einde van het ancien régime zou aanslepen.

Tot de Franse Revolutie werd de heerlijkheid Ronse - een baronie vanaf 1549 - bestuurd door het kapittel van Sint-Hermes met volledige juridische en fiscale onafhankelijkheid en een eigen rechtssysteem (Delghust 1975; Bockstal 1993; Bockstal 1994). Met de annexatie bij Frankrijk in 1795 kwam een einde aan de bestuurlijke en gerechtelijke verscheidenheid in Ronse tussen Vrijheid, stad, baronie en heerlijkheid van Landenbourg en werd Ronse één gemeente. Naast de afschaffing van de baronie met verkoop van het kasteel werd ook het Sint-Hermeskapittel opgeheven met uiteindelijk behoud van de collegiaal als parochiekerk. De ernaast gelegen Sint-Pietersparochiekerk werd gedesaffecteerd; het zwartzustersklooster en Sint-Elooishospice verbeurd verklaard en verkocht. Kasteel en klooster werden de eerste locaties voor de opkomende textielindustrie (Delghust 1975).

In de binnenstad van Ronse zijn al heel wat archeologische waarnemingen en opgravingen gebeurd. Het voornaamste is het archeologisch onderzoek in en rond de Sint-Hermeskerk, het vroegere kapittel en de verdwenen Sint-Pieterskerk, dat duidelijk de vroegmiddeleeuwse oorsprong van het klooster en de Vrijheid aangetoond heeft (Bradt & Acke 2009; Cambier 1966; Cambier 1967; Cambier 1995; Cambier 1998; Crombé 1989; Deconinck 1969; Deconinck 1970; Roosens & Mertens 1950; Vermeiren 2001). Het betreft het gebied tussen de Sint-Hermeskerk en de middeleeuwse Sint-Martinuskerk, rond het Kaatsspelplein en het Square Albert.

Duidelijke informatie rond de ouderdom van de wegen en de aanwezigheid van middeleeuwse omgrachtingen is aangetoond door allerhande waarnemingen en registraties bij wegenwerken (Deconinck 1997; Deconinck 1998). Zo is de aanwezigheid van een houten bestrating aangetoond in de Peperstraat (Roels 2001), van houten waterleidingen op het Franklin Rooseveltplein (Vermeiren & Roels 2001) en van grachten die mogelijk verband houden met de omwalling van de Vrijheid Ronse (in de Schipstraat en in de Sint-Martensstraat)(Deconinck 1997; Deconinck 2001).

Een duidelijk bewijs van de middeleeuwse ambachtelijke activiteiten is de vondst van een afvalkuil van een 14de-eeuwse pottenbakker in de Peperstraat (Crombé 1990). Ook langsheen de Molenbeek zijn al heel wat registraties gedaan, onder meer op de linkeroever betreffende de kade, de Kerkhofwatermolen en van twee stenen bruggen (Deconinck 1985). De waarnemingen aan de Hoge Mote in het Molenbeekalluvium bewezen de aanwezigheid van natte contexten met zeer goed bewaard organisch materiaal (archief VIOE 2006). Uit de waarnemingen, vondsten en opgravingen blijkt dus duidelijk dat de historische kern van Ronse de kenmerkende rijke archeologische ondergrond heeft die zo typisch is voor middeleeuwse stadskernen.

Evaluatie van de bewaringstoestand en motivatie voor de afbakening

Uit archeologisch onderzoek in Ronse blijkt duidelijk dat de historische stad over het algemeen een dik, vrij goed bewaard en zeer gevarieerd bodemarchief bevat, dat in dit geval het resultaat is van een continue bewoningsgeschiedenis van meer dan 1300 jaar.

De bewaring van de grondsporen is variabel naargelang de verstoringen die zowel in het heden als in het verleden gebeurd zijn. De anorganische resten zullen over het algemeen goed uit de ondergrond komen, zoals in de meeste historische kernen het geval is. Gezien de ligging in en op de rand van de Molenbeekvallei, de dikte van het bodemarchief en de aanwezigheid van talloze grachten zal de bewaring van de organische resten over het algemeen goed tot zeer goed zijn, zoals onder meer aangetoond is door de opgravingen en vondsten in de Sint-Hermeskerk, de Peperstraat (houten bestrating) en de Hoge Mote (vondsten van hout en leder).

De stedelijke ruimte bewaart sporen van samenlevingen die daar achtereenvolgens aanwezig waren en deze ruimte aan hun noden hebben aangepast. Ze is met andere woorden het resultaat van een complex levenstraject waarbij de invulling veranderlijk was naar gelang de sociaal-economische, maatschappelijke en institutionele context. Meer nog dan bij dorpen hebben stadsplattegronden een cumulatief karakter en verschillende fasen. De meeste steden zijn niet als geheel gepland, maar hebben vaak een oude nederzettingskern die teruggaat op een oude burcht of abdij, een economische infrastructuur of andere, specifiek in Ronse het Tenement van de Inde. Soms kunnen deze refereren naar een oudere, vroeg- of pre-middeleeuwse aanwezigheid.

Het gebruik van de 19de-eeuwse kadasterkaart (gereduceerd kadaster) als bron voor het onderzoek naar de historische gelaagdheid van een stad wordt gesuggereerd omdat deze een tijdsbeeld geeft van net voor de industrialisering en omdat dit de eerste nauwkeurige versie van het kadaster is met perceelsaanduiding. De oorspronkelijke perceelsindeling van een stad is een relatief stabiel element in de plattegrond, die vaak een prestedelijke oorsprong kent. Ondanks de processen van herverdeling blijven oude bezitsgrenzen en straatpatronen toch lang zichtbaar in het stedelijke landschap. De historische stedelijke kernen zijn immense archeologische sites en behoren tot de meest uitgebreide en complexe sites ter wereld, zowel in extensie als in stratigrafie. Tegelijkertijd zijn deze sites door permanente verstedelijking en stedelijke ontwikkeling ter plaatse zwaar bedreigd (Tys e.a. 2010).

Het intekenen van de kern gebeurde vanuit de ruimste perceelsafbakening en rekening houdende met belangrijke fysieke grenzen. Deze afbakening concentreert zich in de eerste plaats op de begrenzingen die zichtbaar zijn op de historische kaarten. Ook de open ruimtes tussen de bebouwde kern en strategische elementen zoals de rivieroever worden mee opgenomen.

De archeologische zone van Ronse-Stad is gebaseerd op de spreiding van de bewoning van het stadscentrum zoals op het primitief kadaster geregistreerd staat, inclusief de zones met dichte bewoning langsheen de verkeersassen net buiten oudste kern, zoals de Verlorenstraat, de Abeel- en de Hoogstraat in het Zuiden en de Kruisstraat in het noorden. De kern zelf is afgezoomd door de Molenbeek in het noorden, door de bewoning langsheen de Veemarkt in het oosten, net buiten de oude Vesten, en door de bewoning langs de Wijnstraat, die deel uitmaakt van de oude verkeersas die uit het noorden vanuit Oudenaarde, langsheen de Kruisstraat, de stad binnenkomt. Dat dit geheel samen de oude kern uitmaakt blijkt ook uit de oudere stadspannen van Ronse zoals de kaart van de vrijheid Ronse uit 1632, het kadasterplan van 1685, het stadsplan op de Kabinetskaart der Nederlanden van graaf de Ferraris (1771-1778) en het primitief kadaster uit 1852.

Bibliografie

Flandria Illustrata, Antonius Sanderus, uitgegeven in 1641-1644, 2 delen.

Kabinetskaart van de Oostenrijkse Nederlanden voor Zijn Koninklijke Hoogheid de Hertog Karel Alexander van Lotharingen, Jozef Jean François de Ferraris, Koninklijke Bibliotheek van België, uitgegeven in 1770-1778, schaal 1:11.520 herleid naar 1:25.000.

Gereduceerde Kadasterkaart van België, Dépôt de la Guerre, uitgegeven in 1845-1855, schaal 1:20.000.

ACKE B. & BRADT T. 2010: Archeologisch onderzoek in de Sint-Hermeskerk te Ronse (O.-Vl.), Archaeologia Mediaevalis 33, 5-7.

BOGAERT C., LANCLUS K., TACK A. & VERBEECK M. 1998: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie Oost-Vlaanderen, Arrondissement Oudenaarde, Kanton Ronse, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 15N3, Brussel - Turnhout.

BOCKSTAL H.J. 1993: Het landt- ende caertboeck van Ronse (1684), Annalen van de Geschied- en Oudheidkundige kring van Ronse en het Tenement Inde XLII, 63-123.

BOCKSTAL H.J. 1994: Het landt- ende caertboeck van Ronse (1684), Annalen van de Geschied- en Oudheidkundige kring van Ronse en het Tenement Inde XLIII, 107-156.

BRADT T. & ACKE B. 2009: Archeologisch onderzoek Sint-Hermeskerk Ronse (prov. Oost-Vlaanderen). Basisrapport - september 2009, Ingelmunster.

CAMBIER A. 1950-51-52: De oude Sint-Maartenskerk te Ronse, Annalen van de Geschied- en Oudheidkundige Kring van Ronse en het Tenement van Inde III, 15-17.

CAMBIER A. 1960: Het Sint-Pieters-en-Hermesstift te Ronse, Ronse.

CAMBIER A. 1962: Het Begijnhof te Ronse, Annalen van de Geschied- en Oudheidkundige Kring van Ronse en het Tenement van Inde X, 41-45.

CAMBIER A. 1966: De laatste opgravingen onder en rond de Sint-Hermeskerk, Annalen van de Geschied- en Oudheidkundige kring van Ronse en het Tenement Inde XV, 153-183.

CAMBIER A. 1967: De ontdekking van vier reliekstenen in de zijaltaren der Sint-Hermeskerk, Annalen van de Geschied- en Oudheidkundige kring van Ronse en het Tenement Inde XVI, 57-70.

CAMBIER A. 1979: Een paar geredde elementen van het klooster der Zwarte zusters op den Brul bij de Steenbrug te Ronse, Annalen van de Geschied- en Oudheidkundige Kring van Ronse en het Tenement Inde XXVIII, 185-190.

CAMBIER A. 1980: De nieuwe toegang tot de Sint-Hermeskrypte te Ronse, Annalen van de Geschied- en Oudheidkundige kring van Ronse en het Tenement Inde XXIX, 53-75.

CAMBIER A. 1995: Het Kloosterpand aan de Noorderkant van de Kapittelkerk van Sint-Pieters-en-Hermes te Ronse, Annalen van de Geschied- en Oudheidkundige kring van Ronse en het Tenement Inde XLIV, 5-31.

CAMBIER A. 1996: Hoeveel Sint-Pieterskerken stonden er ooit en staan er nu te Ronse, Annalen van de Geschied- en Oudheidkundige kring van Ronse en het Tenement Inde XLV, 307-320.

CAMBIER A. 1998: Een halve eeuw onderzoekingen en ontdekkingen betreffende de kleine Sint-Pieterskerk ten noorden van de grote Ronsische kollegiaal, Annalen van de Geschied- en Oudheidkundige Kring van Ronse en het Tenement van Inde XLVII, 251-276.

CROMBÉ P. 1989: Noodopgraving op de Square Albert te Ronse; vondsten uit de Gallo-Romeinse periode en de vroege tot late Middeleeuwen, Annalen van de Geschied- en Oudheidkundige Kring van Ronse en het Tenement van Inde XXXVIII, 77-106.

CROMBÉ P. 1990: Stadsarcheologisch onderzoek te Ronse, Annalen van de Geschied- en Oudheidkundige Kring van Ronse en het Tenement van Inde XXXIX, 221-224.

CROMBÉ P. 1990: Stadsarcheologisch onderzoek te Ronse, Archaeologia Medievalis 13, 46.

DECONINCK J. 1968: Oudheidkundige vondsten te Ronse, Annalen van de Geschied- en Oudheidkundige Kring van Ronse en het Tenement van Inde XVII, 59-60.

DECONINCK J. 1969: Vondsten in de Sint-Hermeskerk te Ronse, Annalen van de Geschied- en Oudheidkundige Kring van Ronse en het Tenement van Inde XVI, 101-103.

DECONINCK J. 1970: Vondsten in de Sint-Hermeskerk te Ronse, Annalen van de Geschied- en Oudheidkundige Kring van Ronse en het Tenement van Inde XVII, 15-16.

DECONINCK J. 1985: Een onbekende kaart van de vrijheid van Ronse uit 1623, Annalen van de Geschied- en Oudheidkundige Kring van Ronse en het Tenement Inde XXXIV, 81-100.

DECONINCK J. 1986: Onuitgegeven XVe eeuwse Ronische stadsrekeningen, Annalen van de Geschied- en Oudheidkundige Kring van Ronse en het Tenement Inde XXXV, 61-96.

DECONINCK J. 1997: Sporen uit het verleden binnen de kapittel-vrijheid, Annalen van de Geschied- en Oudheidkundige Kring van Ronse en het Tenement van Inde XLVI, 289-308.

DECONINCK J. 1998: Vondst van een oude gracht op de Plas te Ronse, Annalen van de Geschied- en Oudheidkundige Kring van Ronse en het Tenement van Inde XLVII, 165-172.

DECONINCK J. 2001: Merovingische vondst in Ronse?, Annalen van de Geschied- en oudheidkundige Kring van Ronse en het Tenement van Inde L, 303-308.

DECONINCK 2001: Prehistorische vondst bij oude Sint-Martenskerk, Annalen van de Geschied- en Oudheidkundige Kring van Ronse en het Tenement van Inde L, 297-302.

DELGHUST O. 1975: Renaix à travers les âges, Bruxelles.

GADEYNE G. & HEYSE M. 1989: Viering 900 jaar Sint-Hermescrypte te Ronse, Kataloog van de tentoonstelling, Annalen van de Geschied- en Oudheidkundige kring van Ronse en het Tenement Inde XXVIII, 5-61.

LESTIENNE D. 1987: La Haute Motte. Histoire d'une maison forte à Renaix plus connue sous le nom de "Etang Cambier", Le Parchemin LII-249, 631-639.

ROELS E. 2001: Archeologische opvolging van rioleringswerkenin Ronse (O.-Vl.), Archaeologia Mediaevalis 24, 112-113.

ROELS E. 2001: Archeologisch onderzoek in de historische stadskern van Ronse, Annalen van de Geschied- en Oudheidkundige Kring van Ronse en het Tenement van Inde L, 141-146.

ROOSENS H. & MERTENS J. 1950: De Oudheidkundige opgravingen bij St.-Hermes te Ronse. In: Cultureel Jaarboek voor de provincie Oost-Vlaanderen, 1949 eerste band, Gent, 337-399.

TYS D., BUYLE E., VERDURMEN I. & CANTERS F. 2010: Vectorisering en karakterisering van nederzettingskernen op basis van het zgn. 'gereduceerd kadaster', Skar-Rapport 5, Brussel.

VAN ISTERDAEL H. 1988: Stad en baronie Ronse (Ancien Régime), Rijksarchief te Ronse, Inventarissen 20, Brussel.

VERMEIREN G. 2001: Archeologisch onderzoek in de Sint-Hermeskerk te Ronse (O.-Vl.), Archaeologia Mediaevalis 24, 134.

VERMEIREN G. & ROELS E. 2001: De waterput op het Rooseveltplein in Ronse archeologisch onderzocht (O.-Vl.), Archaeologia Mediaevalis 24, 135.

VERMEIREN G. & ROELS E. 2001: De waterput op het Rooseveltplein in Ronse archeologisch onderzocht, Annalen van de Geschied- en Oudheidkundige Kring van Ronse en het Tenement van Inde L, 147-150.

https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/21273 (geraadpleegd op 12 juni 2012).


Bron     : AZ-dossier
Auteurs :  De Groote, Koen
Datum  : 2015


Relaties

  • Is deel van
    Ronse
    Ronse (Ronse)

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Historische stadskern van Ronse [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/300596 (Geraadpleegd op 21-09-2019)