erfgoedobject

Architectenwoning Daemers

bouwkundig element
ID: 300605   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/300605

Juridische gevolgen

Beschrijving

De architectenwoning van Antoon Daemers is ontworpen in 1977 en gelegen in de verkaveling ‘Morel de Boucle de Saint Denis’ ten westen van het dorpscentrum van de Gentse deelgemeente Sint-Denijs-Westrem. De woning bevindt zich ten zuidoosten van de kasteelsite Borluut. De moderne, opvallende architectenwoning neemt een uitzonderlijke plaats in binnen het oeuvre van de architect en kan gezien worden als een moment van synthese en als een totaalkunstwerk waarin Daemers zijn woonidealen zuiver vorm kon geven.

Historiek en context

Architect Antoon Daemers, opgegroeid in Sint-Denijs-Westrem bij Gent, kende de locatie waar hij zijn woning zou bouwen van jongs af. Aan het ontwerp zelf ging een gedetailleerde terreinstudie vooraf, waarbij de architect zich vergewiste van de ligging en oriëntatie van het perceel, in relatie tot het naburige kasteel Borluut. De zichtassen vanuit de woning en de interne schikking van de functies zouden afgestemd worden op de omgeving en de beweging van de zon. Het voorontwerp realiseerde hij in 1977 op minder dan een nacht tijd, enkele dagen nadat hij het terrein eigenhandig had klaargemaakt.

Het ontwerp ontwikkelde zich rondom een cirkelvormige zithoek als kern van de woning. Voor dit element liet hij zich inspireren door een ronde leeshoek in de bibliotheek van Turnhout in Cultuur- en ontmoetingscentrum De Warande (architecten P. Schoeters, C. Vanhout en E. Wauters, 1967-1977). Beide ontwerpen zouden echter bijkomende gelijkenissen vertonen qua algemeen karakter en stilistische keuzes. Zo getuigt de architectenwoning van Daemers van een moderne vormgeving die is aangepast aan de omgeving en ten dienste staat van het gezinsleven dat erin gehuisvest wordt. De relatieve geslotenheid van de woning naar de straat verlegt de aandacht naar het wonen zelf, met nadruk op gezelligheid en warmte, toch met behoud van contact met de tuin, veruitwendigd door de aanwezige buitendeuren en door de transparantie in de oostgevel, en de terrassen en buitenbarbecue aan de westzijde. De relatieve geslotenheid van het volume en de vormelijke relatie tussen interieur en exterieur zag Braem ook als een belangrijke eigenschap van De Warande. Enkele van zijn citaten over dit cultureel centrum zijn eveneens toepasbaar op Daemers’ woning, zoals "in dit gebouw voelt een gemeenschap zich besloten, geborgen" en "hier is eerder een plastisch gesprek gaande tussen de omgeving en het gebouw in het midden, dat het bestaan der omgeving erkent en deze in een totale compositie betrekt". Deze aandachtspunten waren kenmerkend voor bepaalde tendensen in de naoorlogse architectuur, waarbij gezocht werd naar een hedendaagse vormgeving voor het wonen op basis van begrippen als authenticiteit, menselijkheid en geborgenheid.

Wat betreft het bouwprocedé voor zijn eigen woning maakte Daemers een afweging tussen een klassieke oplossing enerzijds en anderzijds een constructiemethode die een flexibele, aanpasbare planindeling mogelijk zou maken. Aangezien er amper een prijsverschil was tussen beide opties en hij de mogelijkheid tot latere aanpassingen als een meerwaarde zag op langere termijn, koos hij voor een moderne draagconstructie op basis van stalen balken, ingekapseld in baksteenmetselwerk, die een flexibele planindeling toeliet. Een ander belangrijk aandachtspunt in het ontwerp waren kinderen. Niet alleen de lezende kinderen in de Turnhoutse bibliotheek vormden een inspiratie, ook de vrijheid van zijn eigen kinderen werd veruitwendigd in het plan. Zo waren er in het voorontwerp acht buitendeuren voorzien, een garagepoort en meerdere schuiframen, zodat er een goed contact mogelijk was tussen binnen en buiten. De buitendeuren die Daemers voorzag bij de kinderkamers zijn uitzonderlijk en opmerkelijk: elk kind had een eigen toegang tot het huis.

Daemers gaf het voorontwerp uit handen aan zijn vriend, de interieurarchitect Jos De Mey, met wie hij frequent samenwerkte. De Mey bekeek het plan vanuit zijn expertise, voerde enkele beperkte aanpassingen door en deed een aantal suggesties. Een voorbeeld hiervan is de kruisvormige toegang tot de zithoek, een ontwerp van Daemers, dat door De Mey werd aangepast tot een alternatief voorstel met een poortvormige toegang. De zithoek was in de ontwerpschetsen van De Mey bovendien voorzien in ruw bekist beton en opgevat als een zitkuil. Daemers had echter bezwaren ten opzichte van de verwarming in een zitkuil en gebruikte dit element hierdoor in geen enkel van zijn ontwerpen. Ook de uitvoering in beton bleek niet haalbaar. De zithoek werd uiteindelijk verhoogd gesitueerd, mede omwille van de voorziene kelder eronder. Voor de toegang koos Daemers voor zijn eigen ontwerp met kruisvormige toegang, maar de materiaalkeuze en het interieurontwerp getuigen over het algemeen wel van een dialoog tussen De Mey en Daemers. De wijzigingen tussen het voorontwerp en het gerealiseerde ontwerp waren uiteindelijk relatief beperkt. Voorbeelden hiervan zijn, behalve de wijziging van de zitkuil, een aanpassing van één van de schouwbekroningen, het voorzien van een schuifraam bij de slaapkamer van de ouders en de aanpassing van de garage tot zijn eigen architectuuratelier, waardoor de garagepoort nooit werd geplaatst en tijdens de bouw werd vervangen door een vaste vensterpartij. De eerste steen van de woning werd, volgens een vermelding in de kelder, gelegd op 21 mei 1977. Hierbij realiseerde Daemers het merendeel van het metselwerk eigenhandig. Het eerste onderdeel van het ontwerp dat was afgewerkt, was de keuken. De keuken, geproduceerd door de Duitse firma Osta, werd voor de plaatsing getoond op de Gentse Jaarbeurs volgens Daemers’ architectuurconcept, namelijk lager gelegen en voorzien van een bar. In het atelier werd een meubelensemble geïntegreerd naar ontwerp van Daemers, dat hij oorspronkelijk ontwierp voor zijn huurwoning, maar vervolgens licht aanpaste en een plaats gaf in zijn eigen woning. Het meubelensemble volgt op het vlak van verhouding Le Corbusiers Modulor.

De bijzondere constructietechniek en planopbouw verlenen de woning een atypische plaats ten opzichte van het doorsnee bouwen van dat moment. De architectenwoning sluit aan bij een moderne, vooruitstrevende beweging en werd vanuit dit kader opgenomen in het architectuurparcours ‘Architectuur als buur’, dat in 1988 werd georganiseerd in de Gentse omgeving. De woning bleef tot in 2017 ongewijzigd en bewoond door de architect en zijn gezin.

Beschrijving

Inplanting en exterieur

De woning is ingeplant op een tuinperceel, dat door de architect zelf werd aangelegd zonder vooropgesteld plan en dat in hoofdzaak bestaat uit gazon, open aan de straatzijde en gedeeltelijk voorzien van een verzorgde aanleg met heesters en struiken. Het leefgedeelte van de woning is naar het westen georiënteerd en benut de open zichtassen naar het parkgebied van het kasteel. De toegang naar de straat ten zuiden wordt voorafgegaan door een pad in rode baksteen. Links wordt de toegang gemarkeerd door een laag bakstenen muurtje met ingebouwde brievenbus, opgevat als een strak geometrisch volume. Dit muurtje met brievenbus is net zoals de woning wit geschilderd op een donkere plint.

De architectenwoning is een bakstenen villa van één bouwlaag, vormgegeven in een functioneel, modernistisch architectuuridioom en voorzien van een witte beschildering op een zwart geschilderde plint. De woning is een voorbeeld van systeembouw, waarbij het metselwerk de feitelijke draagstructuur verbergt. De constructie is opgebouwd op basis van straalsgewijs lopende, stalen I-profielen, die uitwaaieren en eveneens het dak dragen. De interne planindeling veruitwendigt zich aan de buitenzijde en versterkt de dialoog tussen binnen en buiten. Zo geven split-levels aanleiding tot verspringende, uitkragende platte daken. De centrale ronde zithoek in het hart van de woning manifesteert zich als een hoger opgetrokken cilindervormig, gesloten volume, dat door het zichtbare bruine baksteenmetselwerk (klinkaert) contrasteert met de geschilderde volumes er rond. De cilinder wordt geflankeerd door een strakke schouw in eenzelfde materiaal met een open betonnen bekroning. De planindeling geeft ook aanleiding tot de bijzondere uitwerking van de oostgevel waar zich het bureau aan de straatzijde bevindt en vervolgens het nachtgedeelte. De kamers verspringen ritmisch ten opzichte van elkaar en verbreden het nachtgedeelte naar achteren toe. Het bureau en de drie kinderkamers zijn identiek vormgegeven aan het exterieur met aan de zuidzijde van de uitspringende volumes telkens een bandraam bovenaan en in de oostzijde van de uitsprongen een venster links en een beglaasde deur rechts. Deze kamers geven uit op een klein terras van rode baksteen, afgeschermd naar de straat door een laag bakstenen muurtje, dat verbonden is met het hoofdvolume en eveneens wit geschilderd is. In het muurtje is steeds aan de zijde van het terras een lichtarmatuur voorzien in een nis. De slaapkamer van de ouders springt eveneens vooruit en is geopend in de oostgevel met een schuifraam. Rechts ervan springt de vensterpartij terug waarachter het atelier schuilgaat, rechts geflankeerd door een toegangsdeur.

De zuidelijke straatgevel en westgevel zijn ter hoogte van de leefruimte opengewerkt naar de tuin en de omgeving met grote rechthoekige, houten blokramen, eventueel met schuiframen en voorzien van dubbele beglazing. Ook de inkom en de toegangsdeur zijn transparant uitgewerkt met glas. De relatie tussen binnen en buiten wordt bij het leefgedeelte versterkt door de aanwezigheid van een ommuurd middagterras aan de straatzijde, doorlopend naar de westzijde tot een hoger gelegen, ommuurd avondterras, voorzien van een buitenbarbecue. De bakstenen schouw van de barbecue is strak uitgewerkt, wit geschilderd en voorzien van een open betonnen bekroning. De ommuring van het terras en het hoger situeren van de living versterken de privacy naar de straat. De terrassen zijn net zoals de paden en terrassen bij het nachtgedeelte uitgevoerd in rode bakstenen, ommuurd door witgeschilderde bakstenen muurtjes op een donkere plint. Enkel het avondterras is nu gedeeltelijk bedekt met planken, maar de oorspronkelijke vloer bleef hieronder bewaard. Dit terras is toegankelijk via een hellend vlak, dat overgaat in een tuinpad langs de noordelijke achtergevel van de woning. Het materiaalgebruik van het terras wordt doorgetrokken in het pad. Het pad verbreedt ter hoogte van de achterdeur tot een cirkelvormig terras. De achterdeur is eveneens beglaasd, voorzien van een bovenlicht dat doorloopt in een bandraam bovenaan een gedeelte van de achteruitbouw.

Interieur

Architectenwoning Daemers getuigt in het interieur van een organische, logische planindeling met een sterk persoonlijk karakter. Dit wordt bekomen door de specifieke geometrie van de woning, namelijk de circulaire opbouw van het plan rondom de centrale zithoek, die is ingepast in de strakke vormgeving van de volumes. De materialen zijn overdacht benut en getuigen van een grote eenvormigheid, gericht op een natuurlijk karakter en het creëren van een aangename, gezellige leefomgeving. Het contrast tussen zichtbare baksteen in het hart van de woning ten opzichte van geschilderde baksteen is net zoals het exterieur, ook karakteristiek voor het interieur. De specifieke constructieve opbouw van de woning laat in principe een flexibele en aanpasbare planindeling toe. De centrale zithoek daarentegen vormt constructief gezien het meest vaste element en vormt het fundament van het plan, dat zich er straalsgewijs rond ontwikkelt. Het interieur wordt in het woongedeelte gekenmerkt door een open plan. De inkom leidt naar de hoger gelegen leefruimte ten westen. De living geeft eveneens toegang tot de nog hoger gelegen, cirkelvormig uitgewerkte haardhoek in het hart van de woning. Ten noordoosten bevindt zich de lager gelegen keuken, opgevat als een gang die in open verbinding staat met de leefruimte, versterkt door de aanwezigheid van een bar met zitbank aan de zijde van de living. In de oostelijke helft van de woning leidt de inkom in eerste instantie tot een ontvangstgedeelte met bureau aan de straat, en verder naar achter tot een toilet. Tussen het ontvangst- en nachtgedeelte is een deur aanwezig. Het nachtgedeelte omvat aan de tuinzijde de slaapkamers in zaagtandvorm geschikt. Aan de andere zijde van de gang bevinden zich centraal in de woning nog een douchekamer en badkamer. De gang leidt ten noorden tot het atelier met archiefruimte, dat de oorspronkelijk voorziene garage vervangt, en die via een bijkeuken met wasplaats en een afzonderlijke berging, in verbinding staat met het leefgedeelte.

Het materiaalgebruik in het leefgedeelte (inkom, living en keuken) illustreert de sterke relatie tussen interieur en exterieur, dankzij enerzijds de planchetten waarmee het plafond is afgewerkt en waarvan de belijning doorloopt in de planchetten ter afwerking van de dakoverstek, en anderzijds de bakstenen vloer, gelijkaardig aan de buitenaanleg van paden en terrassen en er visueel mee verbonden door de transparante invulling van deuren en vensters. Ook de bijkeuken achteraan de woning sluit qua vloer aan bij de keuken. De roodbruine bakstenen van de vloer zijn afkomstig uit de Kempen en werden door Daemers geselecteerd omwille van de gewenste eigenschappen, namelijk het moeten mee accumuleren van de vloerverwarming, wat aanleiding gaf tot de keuze voor een vaste steen zonder perforaties. De bakstenen zijn binnen voorzien van een glanzende afwerking door middel van een coating. Ze zijn in harmonie met andere bakstenen elementen in de woning, hoewel niet allemaal in dezelfde soort baksteen uitgevoerd. In de inkom is er links een lage bakstenen rand aanwezig met een verdiepte plantenbak, geflankeerd door een lage bakstenen muur en vervolgens twee bakstenen trappen tot de living. Ook de treden tussen de living en de keuken zijn gelijkaardig uitgewerkt en worden geflankeerd door een bakstenen muur, bovenaan verdiept uitgewerkt met ruimte voor planten. De muren zijn eveneens uitgewerkt in baksteen, maar deze zijn hoofdzakelijk voorzien van een witte beschildering, die contrasteert met de donkere afwerking van het houten binnen- en buitenschrijnwerk. De centrale zithoek contrasteert hier eveneens mee en is aan de buitenzijde afgewerkt in zichtbaar metselwerk. De ronde vorm is aan de zijde van de living en keuken ingekapseld in rechte bakstenen wanden, terwijl de wand aan de zijde van de inkom de gebogen vorm wel bewaart en visualiseert. De zichtbare bakstenen creëren in combinatie met de vloer een gevoel van intimiteit. De zithoek is aan de zijde van de living geopend met een kruisvormige opening, waartussen drie bakstenen treden toegang geven tot de hoger gelegen zithoek.

Het nachtgedeelte strekt zich uit over hetzelfde niveau als de inkomhal en valt op door de verspringende schikking van de kinderkamers, die intern een efficiënt ruimtegebruik toelaten. Het atelier achteraan de woning bewaart tegen de zuidelijke wand een houten lambrisering in combinatie met vaste kasten, ontworpen door Daemers.

  • Archief Daemers, Bouwplannen en ontwerpschetsen.
  • Kadasterarchief Oost-Vlaanderen, Mutatieschetsen Gent, afdeling XXV (Sint-Denijs-Westrem), 1979/46.
  • BRAEM R. 1976: Renaat Braem kiest architectuur, Openbaar Kunstbezit XIV, 73-98.
  • S.N. 1967: orde van architecten. inschrijvingen, einde 1967, op de tabellen van de raden van de orde, Brussel, 180.
  • S.N. 1988: Panorama. Vrijstaande woningen, in: DE KOONING M. (red.), Architectuur als Buur. Panorama van Gent en omstreken 1968-1988, Gent, 154.
  • Mondelinge informatie verkregen van de architect (1 april 2015, 24 april, 12 oktober, 11 december 2017 en 7 februari 2018).

Bron     : Onroerend Erfgoed, Digitaal beschermingsdossier 4.001/44021/129.1, Architectenwoning Daemers.
Auteurs : Verhelst, Julie
Datum  : 2018


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Architectenwoning Daemers [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/300605 (Geraadpleegd op 27-05-2019)