Villa Coigné

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie Oost-Vlaanderen
Gemeente Gent
Deelgemeente Sint-Denijs-Westrem
Straat Putstraat
Locatie Putstraat 11, Gent (Oost-Vlaanderen)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Herinventarisatie Gent 20ste-eeuwse architectuur (thematische inventarisatie: 01-01-2015 - 01-01-2019).

Juridische gevolgen

Beknopte karakterisering

Beschrijving

Modernistische villa onder platte daken volgens een bouwaanvraag van 1961 ontworpen door architect Jean Van den Bogaerde in opdracht van ingenieur Ivan Coigné. De woning werd gerealiseerd door aannemer A. Baert (De Pinte).

Relatief vroege realisatie binnen het oeuvre van architect Van den Bogaerde die sinds het midden van de jaren 1950 actief was als architect. Deze alleenstaande eengezinswoning vormt een heel opmerkelijk en representatief voorbeeld van zijn belangrijkste ontwerpprincipes en materiaalkeuzes. Toch benadrukt Jean Van den Bogaerde de individuele aanpak van elk van zijn ontwerpen ten voordele van functionaliteit en leefbaarheid. Dankzij haar vormgeving en interne organisatie reikt de architectuur immers verwachtingen en basisfundamenten aan ten aanzien van het wonen, in overeenstemming met de specifieke wensen en middelen van de opdrachtgever. Een ander aandachtspunt van de architect, dat hiermee dialogeert, is de relatie van de woning tot de omgeving en de karakteristieken van de site. Ondanks deze aandacht, werkt zijn architectuur vaak een grote afscherming ten opzichte van de buitenwereld in de hand. Dit dualisme trok de architect ook frequent door in het interieur, namelijk door beslotenheid en rust van individuele kamers, ten opzichte van de openheid van de gemeenschappelijke leefruimte.

Woning Coigné is gelegen op een radiaal afgesplitst perceel aan een doodlopende zijstraat van de Putstraat, dat ten zuidoosten begrensd wordt door de Grietgracht. De moeilijke perceelsvorm en de van toepassing zijnde stedenbouwkundige voorschriften waren bepalend voor het concept van het grondplan. Van den Bogaerde situeerde de woning op het smalste deel van het perceel, waarbij de zijgevels evenwijdig met de perceelsgrenzen waren ingeplant. Hiertussen ontvouwde hij op pragmatische wijze een helder en overzichtelijk plan, gestructureerd op basis van geometrische vormen, meer bepaald gelijkzijdige driehoeken. Een eenvoudig, geprefabriceerd constructiesysteem op basis van gelamelleerde houten balken en pijlers maakte dit open plan mogelijk en werd frequent door de architect toegepast.

Het exterieur van de woning vormt een logische en eerlijke vertaling van de planindeling. De asymmetrische opbouw van de villa veruitwendigt de interne structuur op basis van drie split-levels, namelijk met rechts een tweelaags volume met beneden de garage en boven het nachtgedeelte, links geflankeerd door een hoger gelegen, eenlaags volume met het daggedeelte. De uitwerking van de functionele sokkel in zichtbaar baksteenmetselwerk contrasteert met de wit geschilderde bakstenen gevels van het dag- en nachtgedeelte. De straatgevel is spaarzaam geopend met functioneel geplaatste vensteropeningen met houten schrijnwerk. Zo creëert de architect een grote geslotenheid naar de straat en de buren. Dit compenseert hij door een grote openheid van het volume aan de tuinzijde in functie van bezonning, zichtassen en de omliggende natuur. De driehoek die de basis vormt van de interne indeling wordt ook herhaald aan de straatzijde in de groenzone en trappenpartij die voorafgaat aan de hoger gelegen, inspringende inkom.

De dynamische, compacte planindeling is, kenmerkend voor Van den Bogaerde, gedacht vanuit een efficiënte organisatie van het gezinsleven. Het grondplan bepaalt heel sterk de specificiteit van de ruimtes, die gekarakteriseerd worden door geometrische vormen met schuine wanden tussen scherpe en stompe hoeken. De aandacht voor een esthetische vormgeving werd door Van den Bogaerde ook gecontinueerd in de interieurafwerking.

Op het straatniveau bevinden zich volgens de bouwplannen de garage en een bergruimte, evenals een overdekte speelplaats aan de tuin. Op de verhoogde gelijkvloerse verdieping mondt de inkomhal rechtstreeks uit in de leefruimte met zithoek en living, voorzien van een zuidelijk georiënteerd balkon aan de tuin. Centraal in de leefruimte is de keuken vormgegeven als een opengewerkt, zeshoekig volume onder een lichtkoepel, van waaruit een relatie ontstaat met zowel de tuin, de eethoek als de inkom. Verloren ruimtes in de uitstekende punten van de driehoekige vormen, worden opgevuld met een toilet, haard en plantenbak met aquarium. Een open trap leidt naar het hoger gelegen niveau met een dubbele kinderkamer en slaapkamer voor de ouders. Het sanitair, namelijk een douchekamer en een badkamer aansluitend bij de hoofdslaapkamer, wordt als een natte cel gegroepeerd aan de straatzijde. Op de verschillende niveaus zijn aangepaste en dus schuine, ingemaakte kasten voorzien. Er werd geen toegang verleend tot het interieur, dus de actuele toestand is onbekend.

  • Dienstencentrum Zwijnaarde, Bouwdossiers Sint-Denijs-Westrem, 682/61.
  • S.N. 1966: Maison à St.-Denis-Westrem. Architecte: J. Van den Bogaerde, Architecture 66.74, 522-523.
  • BEKAERT G., BRAEM R. e.a. 1989: Jean van den Bogaerde architectuur 1955-1989, Gent, 5-13, 38-39.

Bron: -

Auteurs: Verhelst, Julie

Datum tekst: 2015

Relaties

maakt deel uit van Putstraat

Putstraat (Gent)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.