Architectenwoning Jos Van Driessche

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie Oost-Vlaanderen
Gemeente Gent
Deelgemeente Sint-Denijs-Westrem
Straat Pieter Pauwel Rubenslaan
Locatie Pieter Pauwel Rubenslaan 18, 18A, Gent (Oost-Vlaanderen)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Herinventarisatie Gent 20ste-eeuwse architectuur (thematische inventarisatie: 01-01-2015 - 01-01-2019).

Juridische gevolgen

is beschermd als monument Architectenwoning Jos Van Driessche

Deze bescherming is geldig sinds 20-10-2017.

Beknopte karakterisering

Beschrijving

De woning van architect Jos Van Driessche is ingeplant op een grosso modo rechthoekig bouwperceel op de hoek van de Pieter Pauwel Rubenslaan en de Kortrijksesteenweg, aan het begin van een verkaveling met dertien loten. Aan de oostkant is tegen de woning de woning van ingenieur Guido De Hondt aangebouwd, eveneens een ontwerp van Jos Van Driessche uit 1973. Op het volgende perceel ten oosten langs de Kortrijksesteenweg (nr. 1099) ligt een kinesistenpraktijk (nu advocatenkantoor), tussen 1970 en 1972 ontworpen door Ivan Van Mossevelde en Paul Nelis. De drie panden vormen samen een kleine, modernistische enclave langs de drukke uitvalsweg.

De woning van het echtpaar Van Driessche-Matthijs werd opgetrokken volgens een goedgekeurde bouwaanvraag van 1974. De woning wordt door Jos Van Driessche gezien als een work in progress, dat voortdurend verfijnd wordt en waar delen nog op afwerking wachten. Ontstaan als architectenwoning met studio en atelier en momenteel in gebruik als tweewoonst, is de woning steeds multifunctioneel inzetbaar geweest, zich aanpassend aan de evoluerende noden van de bewoners.

Exterieur

Het bouwperceel is en was dichtbegroeid. Conform de principes van de architect werden zoveel mogelijk aanwezige, waardevolle groenelementen bewaard. Er was geen sprake van tabula rasa: de woning werd ontworpen na een grondige studie van het bouwterrein en aangepast aan de kwaliteiten ervan. Dit komt bijvoorbeeld tot uiting in kleurkeuze en materiaalgebruik in het exterieur, met name in het parament uit Scheldesteen (veldovensteen) in beige en bruine tinten, met grijs, uitpuilend voegwerk, die refereert aan de ruwe schors van de sparren die op het terrein aanwezig zijn. De steen wordt gecombineerd met beton, dat op enkele plaatsen zichtbaar is.

Het exterieur van de woning is niet eenvoudig leesbaar en evenmin gemakkelijk tot in het detail te beschrijven. Door de innige verwevenheid met de tuin, met verschillende volwassen bomen en uitbundige vegetatie, is geen enkele gevel in één oogopslag te overzien. Het geheel is een complexe aaneenschakeling en stapeling van sterk sculpturaal opgevatte, soms overkragende of van nissen voorziene volumes van maximaal twee bouwlagen, via aansluitende terrassen en trappartijen met de tuin verbonden en gevat onder een samenstel van lessenaarsdaken (bedekt met vezelcementleien) en platte daken, veelal uitgewerkt in de vorm van dakterrassen.

Andere architecturale elementen, als bijvoorbeeld halfhoge binnenmuren, lopen door van binnen naar buiten om de relatie met de tuin nog meer te benadrukken. Alle ruimtes op de benedenverdieping staan ook in verbinding met de tuin. De rechthoekige vensters met bewaard houten schrijnwerk zijn vaak in verdiepte nissen gezet of overluifeld en worden geplaatst waar er interessante zichtrelaties zijn met de tuin. De woning heeft een verhoogde begane grond en is helemaal onderkelderd, waarbij de kelder ook volledig voorzien is van natuurlijk licht door bovengrondse ramen in het gevelvlak en door schuin geplaatste bovenlichten in de tuin.

De toegang tot het terrein bevindt zich aan de Pieter Pauwel Rubenslaan, met links vooraan een klein, onregelmatig opgebouwd volume van één bouwlaag, met daarin de tuinberging en de brievenbus met erboven een bronskleurige plaat met opschrift 'ARCHITECT Jos VAN DRIESSCHE'.

Bij het hoofdvolume van de woning, met onregelmatig grondplan, in de lengterichting parallel aan de lengteas van het terrein, vormt het voorste blok aan de Pieter Pauwel Rubenslaan, waarin de garage en de berging zijn ondergebracht, een eerste buffer, die de binnenwereld van de woning beschermd tegen de buitenwereld. De garage aan de linkerkant, met overkragend, blind, trapeziumvormig gevelvlak erboven, heeft een oprit in grote, rechthoekige slabben natuursteen en een brede, horizontale poort bestaande uit een blauwgelakte stalen frame voorzien van glas en brede, verticale planken in teakhout. De berging rechts, met verspringende, sculpturaal uitgewerkte gevel, telt één bouwlaag en heeft een plat dak met een dakterras, dat oorspronkelijk voorzien was als waterreservoir voor een sauna (niet gerealiseerd).

Een blauw gelakt, rechthoekig stalen hek met eenvoudige, verticale spijlen, aangebracht tussen de tuinberging en de voorgevel, geeft aan de linkerkant toegang tot een eerste tuinpad - in feite een kronkelende tuinpromenade - die stukje bij beetje fragmenten van de noordgevel van de woning, parallel met de Kortrijksesteenweg onthult.

De aarde, afkomstig uit de kelder en de funderingen, werd aan de kant van de weg opgeworpen als een wal en aangevuld met een muur in Scheldesteen met kenmerkend voegwerk, die een buffer vormt tegen het lawaai en de drukte van de steenweg. Net als de woning is de muur bij uitstek sculpturaal opgevat, met nissen, uitsprongen (onder meer als plantenbak uitgewerkt) en hoogteverschillen. Enkele bomen langs het tuinpad zijn gevat in ringen van baksteen.

Muur, woning en vegetatie samen zorgen voor een soort canyoneffect – ofwel, zoals de architect zelf zegt, het wonen in een bos, gerealiseerd op een villa-lot naast een drukke steenweg. Ook de noordgevel zelf is sculpturaal opgevat en ontwikkelt zich naar de tuin met in- en uitsprongen, overkragingen, plantenbakken, sokkels en muurtjes in metselwerk, terrassen en trappartijen. De eigenlijke ingang van de woning bevindt zich vrij ver achteraan op het terrein, onder een brede overkraging en wordt door een dwarsmuur aan het zicht onttrokken. De rode kleur van de gelakte voordeur, aan de linkerkant geflankeerd door een breed, gevelhoog venster, past behoort als het blauw van garagepoort en tuinhek tot de primaire kleuren.

Helemaal achteraan op het terrein, rechts achteraan aan de oostkant aansluitend op de woning, bevindt zich de in dezelfde stijl opgetrokken studio, aanvankelijk bedoeld om stagiairs te huisvesten. De studio vormt op zich eveneens een buffer tussen de woning van Jos Van Driessche en de naastgelegen, iets oudere woning in dezelfde stijl, die hij ontwierp voor ingenieur Guido De Hondt, met wie hij jarenlang samenwerkte.

Vanaf de toegang tot het terrein aan de Pieter Pauwel Rubenslaan, vertrekt aan de rechterkant (zuidkant) een tweede tuinpad, waarvan het begin aan straatzijde gemarkeerd wordt door een groep van drie cirkelvormige constructies in Scheldesteen van verschillende hoogte, twee met bomen en één oorspronkelijk bedoeld als waterput. De tuinmuur aan de west- en zuidkant is uitgewerkt met veel nissen, die als bergruimte en houtstapelplaats zijn bedoeld, waarbij de ruwe materialiteit van de gestapelde, gezaagde boomstammen ook weer deel uitmaakt van het totaalconcept. In de zuidwesthoek is er één opening in de muur, mogelijk omdat het lang de bedoeling was van de familie Van Driessche om ook het naastgelegen stuk grond aan te kopen en te integreren bij de tuin, wat uiteindelijk niet gelukt is (het perceel werd ondertussen bebouwd).

Kenmerkend voor de zuidgevel van de woning is uiteraard een iets grotere openheid, met meer glaspartijen dan aan de noordkant. Ook hier vertoont de gevel verspringingen, zowel in de hoogte als in de diepte, naast overkragende delen, aansluitende plantenbakken en terrassen. Een belangrijk element is de centraal gelegen vierkante patio met barbecue/tuinhaard en vierkant vijvertje (momenteel plantenbak), waar de kinderkamers, de eethoek en de living op uitkijken. Op de verdieping zijn de platte daken, gezien de oriëntatie, uitgewerkt als dakterrassen, zodat ook het appartement (aanvankelijk de architectenstudio) op de verdieping over een eigen buitenruimte beschikt. Het appartement is grotendeels beglaasd aan deze kant en voorzien van een houten pergola-achtige constructie, die in iets minder goede staat verkeert.

Opvallende elementen langs beide tuinpaden, die zeker afzonderlijke vermelding verdienen, zijn de orthogonale verlichtingsarmaturen naar ontwerp van Jos Van Driessche, uitgevoerd in wit en blauw gelakt staal en melkglas. Ook aan de kant van de Pieter Pauwel Rubenslaan bevinden zich dergelijke armaturen, die qua vormgeving ook verwijzen naar bepaalde verlichtingsarmaturen van Frank Lloyd Wright, maar in een volstrekt eigen, moderne interpretatie.

Interieur

De woning heeft een onregelmatig grondplan. Kenmerkend voor de architectuur van Van Driessche, geïnspireerd op het werk van Frank Lloyd Wright, is dat de traditionele indeling in kamers opgeheven wordt. Alle deuren worden geweerd, op de toiletdeur na. Alle ruimtes staan met elkaar in verbinding, de nodige visuele afscheiding en privacy worden gecreëerd door sporadisch opgehangen rolgordijnen in parana pine (Araucaria angustifolia) of door massieve meubelachtige objecten uit bepleisterde baksteen, natuursteen en beton, die volgens Jos Van Driessche ter plaatse tijdens de werf op maat gecreëerd werden in functie van de juiste verhoudingen en het benodigde doorzicht in de ruimte.

Kenmerkend zijn verder verschillen in hoogte van de ruimtes, waarbij de grootste hoogte in de living bereikt wordt (tot onder het dak) en de slaapkamers de laagste plafonds hebben. Ook zijn er verschillende niveauverschillen binnen de woning, bijvoorbeeld tussen delen van de living, die ook voorzien is van een mezzanine, wat eveneens voor bijzondere doorzichten zorgt. Het materiaal- en kleurgebruik is in de hele woning consistent, beperkt en harmonieus. Terugkerende elementen voor de vloeren zijn vrij ruwe, witte Franse natuursteen (afkomstig uit een wijnkelder), Moulmeinteak en Zuid-Afrikaanse leisteen. Ook vasttapijt komt voor als vloerbedekking, maar dit is overwegend een tussenoplossing, bedoeld om op termijn vervangen te worden door teak. Grenen, ceder, kurk, blauwe geglazuurde tegels en witte, ruwe bepleistering worden gebruikt plafonds, wanden, trappen en vast meubilair. Een Congolese houtsoort en parana pine dienen voor schrijnwerk en rolgordijnen voor de vensters (en ook als afscheiding tussen kamers). Het huis wordt verwarmd door middel van vloerconvectoren, afgedekt met roosters in teak of in nissen langs de ramen verwerkt.

Van west naar oost, in de lengterichting, volgen vier functionele blokken elkaar op: de garage annex bergruimte ten westen, gevolgd door het nachtgedeelte met twee kinderkamers met eigen sanitair en toegang tot de zuidgerichte patio en de ouderslaapkamer op twee niveaus met eigen badkamer en ontbijthoek ook met toegang tot de tuin. De drie ruimtes worden aan de noordkant verbonden door een gang, die eveneens bedoeld was als inloopkleerkast (niet gerealiseerd). Deze gang heeft eveneens een smalle, moeilijk zichtbare buitendeur aan de noordkant.

Het volgende blok telt twee bouwlagen en groepeert verschillende functies. Het gaat op de benedenverdieping in totaal om vijf ruimtes die alle uitgeven op de hall aan de noordgevel. Ten oosten van de hall ligt het bureau van Jos Van Driessche met ten zuiden ervan, lager gelegen, een ruimte die oorspronkelijk in gebruik was als ontvangstsalon voor het architectenbureau. In de zuidoosthoek van de hall bevindt zich het toilet, met ernaast een trap naar de verdieping, met enerzijds de mezzanine van de living boven het ontvangstsalon aan zuidzijde en aan de noordkant de ruimtes van het architectenbureau, nu in gebruik als appartement.

Ten zuiden en westen van de hall bevinden zich de ruimtes bestemd voor koken en gezellig familiaal samenzijn. Ten noordwesten sluit op de hall de keuken aan, die in de noordgevel voorzien is van een bandraam en daardoor zicht heeft op de toegang tot de woning. Ten zuiden sluit op de hall de living aan, met uitzicht op de patio. Tussen keuken en living is een eethoek voorzien, aanvankelijk met vaste kastenwand en bar.

Het vijfde blok van de woning wordt gevormd door de kleine studio ten oosten, die volledig op zichzelf staat en normaal gezien alleen in verbinding staat met de rest van het huis via de tuin (nu afgescheiden ten behoeve van de huurder).

Zoals eerder aangegeven is de volledige woning onderkelderd. Momenteel is deze kelder in gebruik als opslagplaats en wijnkelder. In het verleden maakte hij ook deel uit van het architectenbureau, wat mede mogelijk was doordat er overal daglicht in doordringt. Ook in de kelder zijn echter architecturale elementen terug te vinden met eenzelfde hoge graad van detaillering en sculpturale uitwerking als in de rest van het huis, zodat ook dit een bijzonder kwaliteitsvolle ruimte is.

Tuin

De woning staat centraal op het perceel ingeplant tussen bestaande volwassen grove dennen (Pinus sylvestris). De tuin is geheel ommuurd met halfsteense verspringende en overhoekse muren met hoogtes van 160 tot 200 centimeter en ondiepe nissen voor onder meer het stapelen van brandhout. De tuin is verder gestructureerd door plantenbakken met variërende diameters van 120 tot 350 centimeter en hoogten van 30 tot 140 centimeter in hetzelfde typische metselwerk. De derde ordenende factor zijn de tuinpaden in dezelfde veldovensteen met variërende breedten van 80 tot 150 centimeter. De tuinpaden vormen een rondweg en verbinden ruimere plankieren in veldovensteen die her en der aansluiten bij de gevels en tuinmuren.

Tussen de ranke, opgaande stammen van de oude grove dennen en spontaan gegroeide ruwe berken (Betula pendula), jonge zomereiken (Quercus robur) en een paar doorgeschoten fijne sparren (Picea abies), ontvouwt zich op de volle grond langs de tuinpaden en plankieren en in de plantenbakken de ‘ontworpen en aangeplante wilde tuin’ met typische plantenkeuze uit de jaren 1970 van Jos van Driessche: witte sneeuwbes (Symphoricarpus albus var. laevigatus), Pontische rododendron (Rhododendron ponticum), Pontische azalea (Rhododendron luteum) en schermvormige hortensia (Hydrangea macrophylla ‘Taube’), mahoniestruik (Mahonia aquifolium), trosrozen (Rosa ‘Lili Marleen’? (Kordes 1959)). De aangeplante en spontaan gegroeide mannetjesvarens (Dryopteris filix-mas) en wijfjesvarens (Athyrium filix-femina), de spontane boshyacinten (Endymion non-scripta), de aangeplante lelietjes-der-dalen (Covallaria majalis), de ooievaarsbek (Geranium maccrorrhizum), hemelsleutel (Sedum spectabile) de spontane breedbladige wespenorchis (Epipactis heleborine) en de alom aanwezige grootbladige klimop (Hedera helix 'Hibernica') versterken het wilde uitzicht van de tuin. In de tuin staan ook tuinlampen opgesteld naar eigen ontwerp. De tuinlampen bestaan uit twee armaturen met een die naadloos op een gelijkzijdig stalen L-profiel van geringe hoogte gelast zijn. De stalen deksels van de twee armaturen zijn even hoog als het L-profiel breed is. L-profiel en deksels zijn lichtblauw geschilderd. Elk deksel omvat voor 1/5 een roestvrijstalen vierkante buis die op haar beurt de lichtbron in een grotendeels verzonken kubus in de melkwit glas met zwarte randen bedekt. De twee armaturen zijn naast elkaar met een dekselhoogte verschil op het L-profiel gelast.

Architecturale waarde

De architectenwoning van Jos Van Driessche heeft een hoge architecturale waarde. Het exterieur met zijn bijzondere materialiteit, in harmonie met en innig verweven met de tuin en de bijzondere ruimtewerking in het interieur getuigen van een architecturale maturiteit, een beheerst werken met harmonieuze verhoudingen en een doorleefd toepassen van de architecturale principes uit de voorgaande fase van zijn werk. De opmerkelijke volumewerking in het exterieur en het creëren van een vloeiende binnenruimte met bijzondere doorzichten in het interieur maken van het pand een ware architecturale sculptuur, die proefondervindelijk van zolder tot kelder en van interieur tot exterieur tot in het detail werd uitgedacht op maat van de bewoners. Vertrekkend van de kwaliteiten van het bouwterrein realiseerde Jos Van Driessche een geborgen droomwereld, een meesterwerk uitgevoerd volgens de principes van de organische architectuur die gaaf bewaard tot ons is gekomen.

Bron: Onroerend Erfgoed, Beschermingsdossier 4.001/44021/121.1, Architectenwoning Jos Van Driessche.

Auteurs: De Houwer, Veerle & van den Bossche, Herman

Datum tekst: 2017

Relaties

Geen afbeelding beschikbaar

maakt deel uit van Sint-Denijs-Westrem

Sint-Denijs-Westrem (Gent)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.