erfgoedobject

Defensieve Dijk

landschappelijk element
ID: 300664   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/300664

Juridische gevolgen

Beschrijving

De Defensieve Dijk, die tussen de forten Zwijndrecht en Fort Sint-Marie lag, is een relict van een deel van het Verschanst Kamp Linkeroever dat tussen 1870 en 1880 werd opgericht bij de uitbreiding van de Vesting Antwerpen, Nationaal Reduit van België.

Historiek

Het Verschanst Kamp Linkeroever werd opgericht bij de uitbreiding van de Vesting Antwerpen, Nationaal Reduit van België, tussen 1870 en 1880. Het bestond uit de Forten Kruibeke en Zwijndrecht, met een Defensieve Dijk en een militaire weg tussen het Fort Zwijndrecht en het Fort Sint Marie, en moest het Veldleger toelaten in het Waasland op te rukken, de Schelde over te steken (bijvoorbeeld te Dendermonde) en de vijandelijke communicatielijnen aan te vallen op de rechteroever. Het Verschanst Kamp vergemakkelijkte tevens eventuele Franse of Engelse hulp langs de corridor van het Waasland. Het was namelijk niet zeker of een neutraal Nederland versterkingen langs de Schelde zou toelaten. Aan de vijand werd ook het plateau van Burcht ontzegd. Hier kon een aanvaller immers batterijen opstellen om Antwerpen te beschieten.

De Defensieve Dijk bestond uit een gracht en een dijklichaam met borstwering aan de oostelijke zijde. De weg naar Melsele werd geflankeerd vanuit een lunet (de Halve Maan), die naar Kallo vanuit een redan (nu Put van Fien). De dijk deelde de Polder van Melsele in tweeën. Bij een inundatie van de polder bleef het Verschanst Kamp droog.

Beschrijving

Het landschap van de Defensieve Dijk is gelegen op de grens van de gemeenten Beveren (Melsele, provincie Oost-Vlaanderen) en Zwijndrecht (provincie Antwerpen). Het gebied wordt begrensd door de E34 in het noorden, de Smoutpot in het oosten en het zuidoosten, de Hennenneststraat in het zuidwesten en de Duivestraat en de goederenspoorlijn in het westen. Het landschap bestaat uit de Defensieve Dijk als overblijfsel van de militaire infrastructuur en een overgangszone die de waarden van het landschap ondersteunt en de ligging ervan in de open ruimte van de Melselepolder en de zone naar het hoogland blijvend aantoont.

De Defensieve Dijk wordt doorsneden door de E34/N49. Het noordelijke deel boven die weg is nog aanwezig, maar door de opspuiting van de ernaast gelegen gronden is hij quasi onherkenbaar geworden. Het resterende deel tussen de E34/N49 en de Hennenneststraat te Beveren (Melsele) is vrij goed bewaard gebleven.

Dit deel van De Defensieve Dijk bestaat nog uit een gracht en een dijklichaam, met halverwege een lunet, de Halve Maan genoemd. Het deel van de dijk ten noorden van de Halve Maan is grazig met een smal onverhard pad op de kruin. Delen van de hellingen worden begraasd (in gebruik als weide). De gracht is hier grotendeels dichtgegroeid met een rietvegetatie. Naarmate men de Halve Maan nadert, is er meer en meer open water. Tegen de brug aan de Halve Maan komt een uitgebreide lisdoddebegroeiing voor. Het deel ten zuiden van de Halve Maan heeft op de kruin een semi-verharde weg en is voor de zijdelingse afslag vrij grazig met plaatselijk een aantal vlierstruiken. De gracht heeft hier vrijwel open water met plaatselijk verlandingsbegroeiingen (ook met onder meer lisdodde). Aan de overzijde komt een dichte houtkant voor, waar achter een aantal woningen met tuin gelegen zijn. Na de afslag komt tussen het pad en de gracht een rij (jonge) knotwilgen voor. Ongeveer halverwege is de gracht dichtgegooid en komt er grasland en een bomengroep met Canadapopulier, Italiaanse populier, vlier, berk en acacia voor. De oosthelling van de dijk wordt ook hier beweid.

De gracht rond de Halve Maan is open water waarop gevist wordt. De oevers zijn beplant met Canadapopulieren. Ze zijn vrij grazig met plaatselijk gedeelten met een houtkant of met een aantal struiken. Op de Halve Maan zijn een aantal privéwoningen opgericht. De overige ruimten zijn graslanden, grotendeels beplant met populieren.

Dit deel van de Defensieve Dijk ligt nog in zijn oorspronkelijke agrarische context. Er moet enkel gesteld worden dat ten opzichte van vroeger de houtkanten verdwenen zijn. Nu komt het omringende landschap over als een open polderlandschap, enigszins verdicht door bomenrijen. De agrarische ruimte ondersteunt de cultuurhistorische waarde van de dijk.

Het deel ten noorden van de centrale oost-westweg is nadrukkelijk een open agrarisch landschap. Slechts zeer lokaal komen een aantal bomen (wilgen) voor, evenals twee beperkte ruimten met fruitbomen. Enkel aan voornoemde weg en aan de oostelijk gelegen weg komen er bomenrijen met Canadapopulier voor. Het zuidelijk deel is deels open met een aantal populierenrijen, deels een fruitbomenplantage en deels een weilandgebied met kleinere percelen. Ook aan de zuidelijke wegen komen er populierenrijen voor.

De Defensieve Dijk ligt bovenop polderalluvium, naar het zuiden toe in de overgangszone naar het Hoogland. In deze overgangszone is het grondgebruik op de topografische kaarten van 1879 en 1903 akker. De percelen onder de N49 waren afgezoomd met houtkanten waarin opgaande bomen voorkwamen. De perceelrandbegroeiingen zijn nu grotendeels verdwenen op enkele populierenrijen na. De bewoningseenheden die op de topografische kaarten voorkomen, zijn nog aanwezig, zij het lichtjes uitgebreid. De grootste aantasting van het landschap is er gekomen als gevolg van de aanleg van de haven op de linker Schelde-oever: een gedeeltelijke opspuiting van het noordelijk deel boven de N49 en de aanleg van de goederenspoorlijn in ophoging ten westen van de dijk.

Naargelang het gebruik en de graad van begrazing hebben plantensoorten zich op de Defensieve Dijk gevestigd of er stand gehouden. De Halve Maan heeft een betrekkelijk ruderale begroeiing als gevolg van de intensieve ingebruikname door de mens. We treffen hier in de eerste plaats bewoning aan: gebouwen en tuinen. Het water rondom de Halve Maan wordt door hengelaars gebruikt. De Halve Maan werd toegankelijk gemaakt vanuit het oosten met een houten brug. De brug wordt ondersteund door bakstenen muren. Op deze muren wordt een typische flora aangetroffen met onder andere kandelaartje (Saxifraga tridactylites) en muurvaren (Asplenium ruta muraria).

De gracht langsheen de dijk ten zuiden van de Halve Maan is grotendeels verdwenen. Daar waar ze nog aanwezig is zijn de taluds of de oevers sterk begroeid met struikgewas, zodat de gracht weinig zon heeft. De brede gracht ten noorden daarentegen is rijk aan soorten. Daarin wordt doorgaans ook niet gehengeld. Op een smalle geul na is deze gracht verland. In de verlandingsstrook komen diverse plantensoorten voor. Dominant zijn riet en kleine lisdodde aanwezig. In het water of op de overgang nat-droog komen volgende soorten voor: kleine watereppe (Berula erecta), veerdelig tandzaad (Bidens tripartita), sterrenkroos (Callitriche ), tweerijige zegge (Carex disticha), gewone waterbies (Eleocharis palustris), moeraswalstro (Galium palustre), gevleugeld hertshooi (Hypericum quadrangulum), wolfspoot (Lycopus europaeus), penningkruid (Lysimachia nummularia), groot penningkruid (Lythrum salicaria), watermunt (Mentha aquatica), witte kers (Nasturtium), waterzuring (Rumex hydrolapathum), moeraszuring (Rumex palustris), grote egelskop (Sparganium erectum) en moerasandoorn (Stachys palustris). De aangetroffen soorten zijn op het vlak van floristische verspreiding niet als zeer zeldzaam te vermelden, maar soorten zoals kleine watereppe (Berula erecta), tweerijige zegge (Carex disticha), gewone waterbies (Eleocharis palustris) en moeraszuring (Rumex palustris) zijn wel zeldzaam te noemen. Bovendien is het biotoop waarin ze aanwezig zijn interessant voor een aantal vogels.

Op de kruin van de dijk komen zeldzamere soorten voor en de combinatie van deze soorten is zelfs als belangrijk te duiden. In het noordelijk gedeelte van deze dijk treffen we belangrijke groeiplaatsen aan van viltig kruiskruid (Senecio erucifolius), kattendoorn (Ononis campestris), gewone agrimonie (Agrimonia eupatoria), kraailook (Allium vineale), rode ogentroost (Odontites verna subsp. serotina), akkerkers (Rorippa sylvestris), avondkoekoeksbloem (Melandrium album), bonte wikke (Vicia villosa), gewone margriet (Leucanthemum vulgare) en goudhaver (Trisetum flavescens). Het voorkomen van deze soorten is te danken aan een vrij extensief beheer en aan minder intensieve betreding van de dijk. De kruin van de dijk is niet verhard. Op basis van de Vegetatie van Nederland (1996) bevat dit gedeelte duidelijk kenmerken van de associatie van dauwbraam en marjolein en van de glanshaverassociatie. Het zijn typische vegetaties van dijken. In Vlaanderen zijn dergelijke bloemrijke dijken zeer beperkt in aantal.

In het zuidelijk deel op meer intensief begraasde en toch minder bemeste (en ook niet bespoten) plaatsen komen bijna uitzonderlijk geworden soorten voor zoals kandelaartje (Saxifraga tridactylites) en beemdkroon (Knautia arvensis). In de Ecologische Flora van Nederland wordt opgemerkt dat het kandelaartje vroeger voorkwam op akkers en op open plekken in grasland op droge, kalkhoudende grond. Tegenwoordig wordt deze soort vooral aangetroffen op spoorwegterreinen, ver weg van de oorspronkelijke vindplaatsen. Deze bevinding gaat ook op voor Vlaanderen, zeker voor het Waasland. De soort komt ook voor langs de spoorweg in de haven van het Linkeroevergebied. Het is dan ook merkwaardig dat ze nog steeds op deze dijk voorkomt op de plaats die typisch is: open plekken in grasland op droge, kalkhoudende grond. Ze groeit tevens op de muren van de brug van de Halve Maan, ook een "vroegere" typische groeiplaats.

  • Onroerend Erfgoed, Digitaal beschermingsdossier DA002229, De Defensieve Dijk (DE MEIRSMAN R. & DE BORGHER M., 2001).

Bron     : -
Auteurs :  De Borgher, Marc, De Meirsman, Reginald
Datum  : 2001


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Defensieve Dijk [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/300664 (Geraadpleegd op 19-08-2019)