Marie Belle

inventaris varend erfgoed

Locatie

Alternatieve naam Volutor; Paulina; Reinaard; Stranger
Provincie Antwerpen
Gemeente Zandhoven
Deelgemeente Onbepaald
Straat
Locatie Zandhoven (Antwerpen)
Status Varend erfgoed in het water

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Aanvulling inventaris varend erfgoed 2015-2019 (Gebeurtenistypes: 2015 - 2019).

Juridische gevolgen

is vastgesteld als varend erfgoed Spits Marie Belle

Deze vaststelling is geldig sinds 16-06-2017.

Beknopte karakterisering

Typologiebinnenschepen, motorschepen
Dateringinterbellum
Materiaalstaal
Tags Spits

Afmetingen

Inventarisatie varend erfgoed fase I (16-04-2015)

Lengte 38,9 m
Breedte 5,05 m

Beschrijving

Geschiedenis van het vaartuig: De Marie Belle is een spits, het voornaamste type van vrachtschip op de binnenwateren van onze streken tussen ongeveer 1890 en 1970. In de jaren 1960 bestond de Belgische binnenvaartvloot voor zestig procent uit spitsen. Het schip werd vooral op Belgische werven gebouwd, maar ook in Frankrijk en later Nederland liepen spitsen van stapel. Hoewel het geografische zwaartepunt van de spits in Frankrijk en België lag, was het type ook goed vertegenwoordigd op de Nederlandse en Duitse kanalen. De grote geografische verspreiding van de spits was te danken aan de afmetingen die toelieten om door de meeste West-Europese sluizen te versassen. De afmetingen van de spits (ongeveer 38,5 m op 5,05 m) waren aangepast aan de Franse Freycinet-sluizen (40 m x 5,20 m x 2 m). Er wordt dan ook courant naar de “achtendertiger” verwezen, de “spitsenmaat”. Aanvankelijk werden die schepen gejaagd of gesleept door de schippersfamilie, professionele boottrekkers, een muilezel of een paard. Rond 1945 verdrong de gemotoriseerde spits de sleepspits. Ook oude sleepspitsen werden toen vaak met een motor uitgerust.

De Marie Belle werd als sleepspits gebouwd in 1926 op de werf De Boeck in Boom. Het schip had een schippersverblijf in het achteronder, een ruimte voor een scheepsmaat in het vooronder en centraal in het vrachtruim, ter hoogte van het waterschot, een ruimte die wellicht diende als paardenstal.

De Marie Belle is een voorbeeld van de overgangsfase van het gesleepte vrachtvervoer naar de motorspitsen. De Marie Belle ontleent haar erfgoedwaarde aan de verbouwing tot motorspits in 1956. De verbouwing ging gepaard met enkele ingrijpende aanpassingen aan de stuurhut, de stuurinrichting, de romp en de den. Voor de schipperswoning in het achteronder werd een machinekamer ingericht. De toegang tot de machinekamer werd aan de den gebouwd. Dat wil zeggen dat ongeveer anderhalve meter van de den werd opgeofferd om aan weerszijden van het schip een trap te maken naar de machinekamer. Het lijkt erop dat de stuurhut op dit ogenblik werd uitgebreid om het roer en de instrumenten op te stellen. Op meerdere plaatsen zijn rond de stuurhut en de trappen lasnaden zichtbaar, wat het aannemelijk maakt dat er aanpassingen gebeurden aan de stuurhut. Om de schroef het water goed te laten pakken werd een tunnel aangebracht onder het achterschip, dat in het vlak werd ingewerkt. Wellicht werd tijdens de verbouwing het roer aangepast. Het roer in staal wordt bediend door twee kettingen die door twee buizen vlak boven het achterdek naar de stuurhut lopen. Achteraan het schip is een kwadrant voorzien die op de roerstang is bevestigd. Er werd een stuk uit het boeisel verwijderd om de kwadrant te kunnen installeren. Die stuurinstallatie dateert dus duidelijk van na de bouw van het schip in 1926. Het koproer werd verwijderd evenals de jaagmast en het kantelmechanisme van de mast. De originele luiken werden op een onbekend tijdstip vervangen door ijzeren exemplaren.

Het schip werd in de jaren 1980 uit de actieve vaart genomen. Nadien onderging het aanpassingen om in het ruim te wonen. De centrale stal werd tot een badkamer verbouwd. De achterste helft van het vrachtruim werd als werkplaats en magazijn gebruikt. In het ruim werd aan de bakboordzijde het waterschot en de centrale stal over een breedte van ongeveer 80 centimeter verwijderd om een doorgang te maken naar de voorste helft van het vrachtruim, dat voor bewoning werd ingericht. Er werd een bakstenen muur gebouwd met een kachel. In de wand van het schip werd een vensteropening gemaakt om het daglicht naar binnen te halen. Deze aanpassingen aan het ruim doen afbreuk aan de erfgoedwaarde, maar zijn grotendeels omkeerbaar.

Eigenaars: Over de vorige eigenaars is weinig informatie bekend. Gedurende enkele jaren waren Alfons De Bock en zijn echtgenote eigenaar van het schip. In 2000 werden René Van Camp en Marie Cailloux eigenaar. Sinds 13 juni 2007 is de Marie Belle eigendom van de huidige particuliere eigenaars.

Bouwjaar: 1926.

Werf: De Boeck in Boom.

Functie: Vrachtvervoer op de binnenwateren.

Vaargebied: Binnenlandse rivieren en kanalen.

Vracht: Vaste goederen.

Beschrijving romp, constructie en opbouw: De Marie Belle werd in staal gebouwd. De platen werden met klinknagels aan de spanten en elkaar bevestigd. Een deel van de huidplaten werden vervangen.

De spits heeft een balkvormige romp met rechte stevens. Spitsen hebben rechthoekige kimmen, dat wil zeggen dat de verbinding tussen het vlak en de wand met een rechthoekig hoekijzer werd uitgevoerd. Het voorschip is kort gebogen en de kop afgeplat. Het achterschip van de Marie Belle is vol en rond gebouwd.

Het vrachtruim werd opgehoogd door een opstaande rand, den of dennenboom genoemd. Dit stond toe om een grotere vracht mee te nemen. De den voorkwam ook dat het water in het ruim liep via de lage, smalle gangboorden die het voor- en achterschip met elkaar verboden. Het ruim zelf werd afgedekt door ronde houten luiken die dwars over het ruim werden gelegd. De luiken werden tot vlak tegen elkaar geschoven. De ronde luiken werden door een scheerbalk ondersteund. De originele luiken werden door ijzeren luiken vervangen.

Het roer wordt vanuit de ruime stuurhut bestuurd door een systeem met kettingen die in verbinding staat met de kwadrant die op de roerstang is bevestigd. Aanvankelijk was er als bijkomende besturing een koproer voorzien onder de voorsteven van het schip. Dat roer is niet meer aanwezig, maar de roerstang is op het voordek en in het vooronder nog aanwezig.

Tonnage: 341,311 brutoton.

Tuigage: Als sleepspits had het schip aanvankelijk een sleepmast en mastkoker met kantelmechanisme in het ruim. Vandaag is er daarvan aan boord geen spoor meer te vinden.

Motor: In de machinekamer staat een drie cilinder diesel van het Brusselse bedrijf AWA (Ateliers Walschaerts), met een Reintjens keerkoppeling. De motor loopt aan 600 toeren per minuut en levert 110 kw. In de motorkamer staat daarnaast ook een Lister-Petter die wordt gebruikt om perslucht te maken voor het starten van de AWA-diesel. In de machinekamer is een hoek met gereedschap voorzien.

Uitrusting: Op het voordek bevinden zich de ankerlier en dubbele bolders. Op de den werden aan elke zijde twee barlijnen gemonteerd waarop lange objecten zoals de pikhaken, schoorbomen, ladders en loopplanken konden worden gelegd. Op het achterdek staan onder meer een lier, dubbele bolders en een ingebouwde kombuis. Op het achterdek staat ook een davit. Op de wal ligt nog een bijbootje in staal dat bij het schip hoort.

Interieur: In de stuurhut leidt een trapje naar een schipperswoning beneden. De roef is heel eenvoudig ingericht met een spiegel, houten kastjes, een kachel en twee kooien. Licht en lucht komen binnen via een luik dat uitgeeft op het achterdek. Voor de woning ligt de machinekamer en daarvoor het vrachtruim met de centrale woning. In het ruim ligt een verwijderbare plankenvloer van ongeschaafd naaldhout. In het vooronder is een woning aanwezig voor een matroos.

  • Meetbrief voor binnenvaartuigen van de Marie Belle.
  • Plaatsbezoek en gesprek met de eigenaar op 16 april 2015.
  • De Groot, Harry. Volaan Vooruit. Binnenvaart van opdrukker tot duwboot. De Alk, 1989.
  • Van Konijnenburg, E. ir. De scheepsbouw van af zijn oorsprong. 3 vol. Brussel, 1913.
  • Seghers, M. en R. De Bock, Schepen op de Schelde: binnenvaartuigen en vissersschepen op de Schelde omstreeks 1900. 3de ed. Antwerpen: De Sikkel, 1962.
  • Van Walle, Willem-P. La navigation intérieure en Belgique. Brussel: Fonds de la batellerie rhénane belge, 1938.
  • Dehem, A. “Etude sur le materiel de navigation intérieure circulant en Belgique: sur les transformations qu’il subit et les types definitifs”, Annales des travaux publics en Belgique, dl. 58, 2de serie, vol. VI, 4de aflevering, augustus 1901, p. 482-638.

Bron: -

Auteurs: Van Dijck, Maarten

Datum tekst: 2015

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.