Villa Le Chêneau met tuin

inventaris landschappelijk erfgoed \ historische tuin of park

Locatie

Provincie Vlaams-Brabant
Gemeente Oud-Heverlee
Deelgemeente Oud-Heverlee
Straat Bogaardenstraat
Locatie Bogaardenstraat 45A, 45B, 47 (Oud-Heverlee)

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Inventarisatie tuinen en parken van Vlaanderen. Bierbeek, Boutersem, Glabbeek, Oud-Heverlee (geografische inventarisatie: 1983 - 2004).
Toegankelijkheid Niet toegankelijk

Juridische gevolgen

Beschrijving

In 1895 gebouwde villa in cottagestijl met tuin van oorspronkelijk 1 hectare 16 are 50 centiare; classicistische facelift en aanleg van een 'Franse' parterretuin met balustrades, beelden, vazen, sterrenbosje, charmilles, taxussnoeiwerk… in de late jaren 1930.

De villa langs de holle Bogaardenstraat, vlak bij het station van Oud-Heverlee, heeft een woelige bouwgeschiedenis achter de rug. De kern van het huidige gebouw werd opgetrokken rond 1895 door de Leuvense notaris Armand Ho­llanders de Ouderaen op een strookperceel (27 meter breed en 210 meter lang) waarvan de helft (31,5 are) als 'lusthof' werd aangelegd. Enkele jaren later werd op een aangrenzend repelperceel een stal- en koetshuis gebouwd, dat het jaar daarop om een onbekende reden met de grond werd gelijk­gemaakt en rond 1910 opnieuw werd opgebouwd om een paar jaar later nog eens substantieel vergroot te worden. In 1902 was ook de villa aanzienlijk vergroot, met onder meer de torenachtige uitbouw en het bordes in de westgevel en de erker in de noordgevel. Tegelijkertijd werd ook de tuin op zijn huidige oppervlakte gebracht: 1 hectare 16 are 50 centiare. De verbouwing die bepalend was voor het huidige uitzicht, met de zuidelijke vleugel, werd geregistreerd in 1939. Het goed werd door de eigenaar 'Le Chêneau' (de jonge eik) gedoopt.

Het cottage-achtige gebouw van 1902 met torentje, erkers, balkons en hoge schilddaken is nog duidelijk herkenbaar, maar de afwerking (de luifel boven het bordes, sommige 'Palladiaanse' dakvensters, het smeedwerk van de balkons, het classicistische verhoogde terras met een balustrade van gewapend beton) verraadt de voorkeur van sommige interbellumarchitecten voor traditionele vormelementen. Het resultaat is een sterk geleed en pittoresk gebouw, nu witgeschilderd zodat de heterogeniteit en ook de pittoreske details (hoekkettingen, daklijstbalkjes, dakvensters met vakwerk, luiken) verdoezeld worden. Villa en tuin werden bovendien tot één architectonisch geheel gesmeed bij middel van een tuinaanleg, die duidelijk geïnspireerd werd door de toenmalige revival van geometrische, regelmatige tuinstijlen, een laat en bescheiden voorbeeld van de 'style Duchêne' (naar het werk van de Franse tuinarchitecten vader (Henri) en zoon (Achille) Duchêne).

Het domein heeft twee toegangen die door een kronkelige lus met elkaar en met de villa werden verbonden: één ten noorden van de villa in het holle gedeelte van de Bogaardenstraat (de huidige), en één ten westen ervan bij de spoorweg (die toegang geeft tot de voormalige tuinierswoning of remise). In het bosplantsoen ten noorden van de villa is nog een gedeelte aanwezig van het wandelpad van de oorspronkelijke landschappelijke tuin. In deze zone staat een bruine beuk (Fagus sylvatica 'Atropunicea') met meer dan 5 meter stamomtrek, verbazend omdat het perceel vóór 1895 gewoon bouwland was. De vroegere moestuin sloot aan bij het remisegebouw of de tuinierswoning (nu een aparte woning) achter de villa. Tijdens het interbellum werden verspreid over het domein een hele reeks bomen aangeplant, vaak in rij of groep: tamme kastanje (Castanea sativa), gewone beuk (Fagus sylvatica) en treurbeuk (Fagus sylvatica 'Pendula'), Amerikaanse eik (Quercus rubra), moeraseik (Quercus palustris), kleinbladige linde (Tilia cordata), Corsicaanse den (Pinus nigra subsp. laricio) en vederesdoorn (Acer negundo).

Het voornaamste feit was echter de aanleg van een 'Franse' tuin in het min of meer vlakke gedeelte ten noorden van – en architecturaal aansluitend bij – de heraangeklede villa. Een prentbriefkaart van rond 1940 toont een grote, door balustrades, hermen, rozenperken en gesnoeide taxussen omlijnde gazonparterre, die gedeeltelijk bewaard bleef, met name de taxusmassieven, de balustrades, een waterbekken en enkele van de beelden en vazen. Een gedeelte van deze ornamenten (onder meer een van de balustrades) zou afkomstig zijn uit het Arenbergpark te Heverlee. In de periode rond de laatste verkoop in 1988 is er heel wat gestolen, onder meer de prachtige zonnewijzer (zichtbaar op een van de ansichtkaarten). Een betonnen balustrade die evenwijdig loopt met de noordgevel van de villa en enkele grote, in kubussen, balken en bollen geschoren taxusmassieven vormen nu de omlijsting van een doorlopend gazon. Het westelijke uiteinde van deze parterretuin wordt gevormd door een verhoogd terras, afgelijnd door een apsisvormige en met vazen bekroonde balustrade. Het uitzicht vanaf dit terras over de Dijlevallei, met Korbeek-Dijle in de verte, wordt sinds 2000 door nieuwbouw belemmerd. Klassiek geïnspireerd is ook het patroon van drie uitstralende wegen (patte d'oie) in het bosplantsoentje ten westen van de villa. De parterre is door een met haagbeuk (Carpinus betulus) afgezoomd pad verbonden met een haagbeukprieel boven de diep ingesneden Bogaardenstraat.

Merkwaardige bomen (opname 21 oktober 2002, stamomtrek gemeten op 150 cm hoogte)

  • 1. bruine beuk (Fagus sylvatica 'Atropunicea') 508(110)
  • 11. doodsbeenderenboom (Gymnocladus dioicus) 96
  • 25. Amerikaanse eik (Quercus rubra) 371
  • Kadasterarchief Vlaams-Brabant, Oudste kadastrale legger Oud-Heverlee, art. 917.
  • Kadasterarchief Vlaams-Brabant, Kadastrale opmetingsschetsen Oud-Heverlee 1895/5, 1901/5, 1902/7, 1911/4, 1913 en 1939/16.
  • DUCHÊNE M. e.a., Architectespaysagistes 1841-1947. Le style Duchêne, Editions du Labyrinthe.
  • JELLICOE G. e.a., The Oxford companion to gardens, Oxford, New-York, Oxford University Press, 1986, p. 204-205.
  • Informatie verkregen van Claude Hollanders de Ouderaen en Lea Van Hoeymissen (oktober 2002).

Bron: DENEEF R., 2004: Historische tuinen en parken van Vlaanderen. Inventaris Vlaams-Brabant. Bierbeek, Boutersem, Glabbeek en Oud-Heverlee, Brussel: Vlaamse Overheid. Onroerend Erfgoed.

Auteurs: De Maegd, Christiane; Deneef, Roger & Wijnant, Jo

Datum tekst: 2004

Relaties

Geen afbeelding beschikbaar

maakt deel uit van Oud-Heverlee

Oud-Heverlee (Oud-Heverlee)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.