erfgoedobject

Muurschilderingen Sint-Jan Baptist en Evangelist

bouwkundig element
ID
301519
URI
https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/301519

Juridische gevolgen

Beschrijving

Achter het enorme 18de-eeuwse orgelfront was in de westtoren van de kerk een houten vloer gelegd en een bergplaats ingericht. In die ruimte was een kalklagenpakket bewaard gebleven, waaronder zich eeuwenlang twee enorme muurschilderingen hadden schuilgehouden: een Sint-Christoffel en een Sint-Joris. Aan het Agentschap Onroerend Erfgoed werd een onderzoek gevraagd dat startte eind 2008. Na verschillende campagnes waren op de noordelijke en zuidelijke muur van de toren twee monumentale heiligenfiguren blootgelegd en gerestaureerd: Christoffel (noord) en Joris (zuid). Zij bevinden zich binnen een geschilderde, zwart omlijnde nis in spitsboogvorm. Deze nissen, die bijna 6 meter hoog en 4 meter breed zijn, liepen oorspronkelijk nog iets verder naar beneden door.

De Heilige Christoffel tekent zich af tegen een rode achtergrond, die op regelmatige afstanden bezaaid is met gesjabloneerde bloemetjes. Hij is dynamisch voorgesteld terwijl hij blootsvoets en met opgeschorte kledij de rivier oversteekt. Hierbij steunt hij op een staf met bovenaan drie eikenbladeren.

Hij draagt een rode tuniek met daarboven een witte mantel met groene voering die elegant achter hem aan waaiert. Zijn gelaat is plastisch uitgewerkt met grote expressieve ogen, een lange baard en kort krullend haar op het hoofd, dat bijeengehouden wordt door een gedraaide witte hoofdband. Hij keert zijn gelaat naar het Jezuskind op zijn schouder, waarvan hij met een ontroerend gebaar de voet vasthoudt. Jezus draagt een lichtblauwe tuniek en heft de rechterhand in een zegenend gebaar. De linkerhand rust op een wereldbol en houdt ook een wapperende kruisvaan vast.

Links op dit tafereel komt de kluizenaar tevoorschijn uit een kleine kapel. Hij draagt een monnikspij en houdt met beide handen een brandende lantaarn vast. Aan zijn gordel draagt hij een mes in een koker, en een zwart rechthoekig beursje.

Op de tegenoverliggende muur is Sint-Joris te paard eveneens zeer dynamisch uitgewerkt, tijdens zijn gevecht met de draak. Hier geen frontale voorstelling, maar paard en ruiter zijn in profiel weergegeven. De achtergrond van dit tafereel bestaat uit een heuvelachtig landschap: op de onderste helft een bruingele grond, met rechts een bos van eikenbomen, linden en iepen (olmen). De bovenste helft, waarin enkele grote lacunes, toont rechts een kasteel tegen een bruine achtergrond.

Sint-Joris in volle ridderuitrusting heeft het vizier van zijn helm opengeklapt. Rond zijn hoofd zijn stralen zichtbaar. De heilige draagt een bol rugschild, dat versierd is met het rode kruis op witte grond, waarmee de heilige altijd wordt afgebeeld. De 'witte' partijen zijn gedetailleerd ingeschilderd met een decoratief rankenpatroon in wit op lichtgrijze fond. De rode mantel met gele brokaatmotieven heeft lange en brede mouwen en waaiert achter hem aan. Joris is verder nog beschermd door een groen schild, dat eveneens met wit-rode Joriskruisen bezaaid is. Hij zit op een hoog zadel met kussen en draagt een lage versierde gordel waaraan ronde belletjes hangen.

Links bovenaan knielt de prinses. Op haar hoofd draagt ze een kroon en ze is uitgedost in een oorspronkelijk blauw kleed met witte sjabloonmotieven in de vorm van lelies en met een hermelijnen kraagje. De heel brede en lange mouwen hangen tot op de grond. Het kleed is op de borsten gefronst en hoog gegord door een smalle ceintuur met een reliëfdecoratie. Naast haar zit een geknield lammetje met rond de nek een rood koordje, dat de prinses losjes tussen de handen vasthoudt.

Voor de datering van de schilderingen rond 1400 zijn de details van de wapenrusting en van de kledij een grote hulp: de lage gordel met de belletjes, het gebruik van zeer rijk textiel, de fraaie modedetails als de gekartelde randen van de stoffen. Stilistisch heel belangrijk is het detailrealisme dat op beide schilderingen aanwezig is. Artistiek kan hier onmiddellijk verwezen worden naar de kunst aan het hof van de Franse koningen en de Bourgondische hertogen. Er was op dat ogenblik een sterke artistieke wisselwerking tussen noord en zuid.

De Mechelse stadsrekeningen getuigen van een belangrijke artistieke bedrijvigheid die zich, zoals toen gebruikelijk was, zowel richtte op efemere als op duurzame kunstwerken. In de 14de en 15de eeuw werd in de artistieke productie daarvan namelijk geen onderscheid gemaakt. Vrancke van Lint schijnt op basis van de beschikbare documenten voorlopig de enige naam te zijn die ter plaatse een dergelijke activiteit ontplooit einde 14de en begin 15de eeuw. Zijn productie is bovendien prestigieus zoals de stadsrekeningen getuigen en wordt duidelijk ingezet om de luister van de stad en van het Bourgondische hof kracht bij te zetten en uit te stralen. Daarom wordt hij beschouwd als een kandidaat om de opdracht voor de muurschilderingen in de Sint-Janskerk gekregen te hebben. De ordening van de meer dan levensgrote figuren op het vlak en ook in de torenruimte getuigen er in ieder geval van dat de schilder zeer vertrouwd was met monumentaal werk.

Net zo min als over de kunstenaar, zijn er over de opdrachtgever en over de functie momenteel concrete gegevens beschikbaar, archivalische bronnen ontbreken vooralsnog. Contextuele aanwijzingen als de plaats van de schilderingen kunnen een aanwijzing geven. Alle gelovigen zonder uitzondering moesten de heiligen zien. De hoofdtoegang van de Sint-Janskerk was in dit westelijk portaal gesitueerd. De Heilige Joris rechtover hem staat op een even prominente plaats.

Bij gebrek aan bronnenmateriaal konden de verschillende specifieke functies van de Sint-Janstoren en van het portaal niet ontrafeld worden. Toch is duidelijk dat er een algemene geldende betekenis is die Durandus al beschrijft. De functie van een toren is verdedigend. Het portaal is een belangrijke gewijde ruimte die toegang verschaft tot het Hemelse Jeruzalem en daarom met Christus wordt vergeleken. Dat hier twee heiligen worden afgebeeld die het onheil afweren en het kwade bestrijden past uitstekend in de middeleeuwse beeldtaal.

De opdrachtgever(s) van de schilderingen konden tot dusver niet achterhaald worden.

  • BERGMANS A. & BUYLE M. 2012: International Style in Mechelen. The Wall Paintings from c. 1400 in the Tower of St-John’s Church, Antwerp Royal Museum Annual 2010, 49-84.
  • BUYLE M. 2008: Een reus achter het orgel. Vondst van middeleeuwse muurschilderingen in de Mechelse Sint-Janskerk, M&L Monumenten, Landschappen & Archeologie 27.6, 23-33.
  • BUYLE M. & BERGMANS A. 2012: Découverte, étude et restauration de peintures murales (circa 1400) en l’église Saint-Jean à Malines, CeROArt 8 [http:// hdl.handle.net/1854/LU-3166489].
  • BUYLE M. & BERGMANS A. 2013: 'Internationale stijl' in Mechelen: ontdekking, conservatie en onderzoek van de muurschilderingen van rond 1400 in de toren van de Sint-Janskerk, Relicta 10, 129-207.
  • BUYLE M. & BERGMANS A. 2014: Malines (Province d’Anvers): découverte de peintures murales d’autour de 1400 dans la tour de l’église Saint-Jean-Baptiste et Saint-Jean-Evangeliste, Bulletin monumental 172.2, 157-160.

Auteurs: Bergmans, Anna
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)


Relaties

  • Is deel van
    Parochiekerk Sint-Jan Baptist en Evangelist


Je kan deze pagina citeren als: Inventaris Onroerend Erfgoed 2024: Muurschilderingen Sint-Jan Baptist en Evangelist [online], https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/301519 (geraadpleegd op ).

Beheerder fiche: Agentschap Onroerend Erfgoed

Contact

Heb je een vraag of opmerking over deze fiche? Meld het ons via het contactformulier.