erfgoedobject

Architectenwoning Walter Van Kuyck

bouwkundig element
ID: 301582   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/301582

Juridische gevolgen

Beschrijving

Eigen woning in beaux-artsstijl van de ingenieur-architect Walter Van Kuyck, gebouwd naar een ontwerp uit 1905. Aannemer Jaak Enzlin stond in voor de bouw. De architectenwoning vormt een ensemble met de aanpalende kunstenaarswoning van vader Frans Van Kuyck uit 1906. Walter Van Kuyck ontwierp samen met de architect Emile Vereecken het aanleg- en verkavelingsplan van de Jan Blockxstraat, in opdracht van de bankier, ondernemer en maritiem agent Heinrich Albert von Bary. Tot het project behoorde ook de monumentale, in 1904 geopende turnzaal van het Deutscher Turnverein, die in de zichtas van de straat werd ingeplant. Als aanzet tot de bebouwing, allicht ook om de verkoop van de percelen te stimuleren, tekenden Van Kuyck en Vereecken in 1903 samen met de architect Emile Vereecken het ontwerp van de eerste vijf huizen in de straat. Deze groep cottagewoningen in art nouveaustijl, waarvan er nog twee bewaard zijn, markeerden de hoekpercelen van de lange straatarm. Walter Van Kuyck was hier gevestigd tot zijn overlijden in 1934, en later werd de woning betrokken door zijn zoon, architect Hugo Van Kuyck.

De architectenwoning en de kunstenaarswoning Frans Van Kuyck behoren tot het vroege oeuvre van Walter Van Kuyck, die in 1901 debuteerde met het neotraditionele "In Het Huwelijksbootje" aan de Grote Markt. Ten tijde van de bouw werkte de ingenieur-architect in opdracht van het Bestuur der Burgerlijke Godshuizen aan het ontwerp van het Moederhuis in de nabijgelegen Vinkenstraat. Zijn oeuvre bestond vóór de Eerste Wereldoorlog hoofdzakelijk uit burgerhuizen, stadsvilla's en landhuizen in stijl variërend van cottage en gematigde art nouveau, tot de klassiek geïnspireerde beaux-arts van de eigen woning of het monumentale woon- en handelspand Coetermans uit 1906 op de hoek van Leysstraat en Jezusstraat, zijn belangrijkste realisatie tot dan. Zijn sleutelwerk uit het interbellum is de imposante Koloniale Hogeschool in art-decostijl aan de Middelheimlaan.

Met een gevelbreedte van twee traveeën, omvat de rijwoning drie bouwlagen onder een pseudo-mansarde. De lijstgevel heeft een verzorgd parement uit geel baksteenmetselwerk in kruisverband, met gebruik van witte natuursteen voor de pui, speklagen, hoekblokken, lateien, lekdrempels, waterlijsten en ornamenten, op een geprofileerde plint uit blauwe hardsteen. Sober van opzet, is de opstand opgebouwd uit een gedrukte sokkelvormende pui, en een bovenbouw geritmeerd door oplopende, getoogde spaarvelden. Gegroefde pilasters met chutes en guirlandes, markeren het portaal met zijlicht en brievengleuf en het drielicht van de pui, onder gestrekte waterlijsten en ontlastingsbogen. Brede raampartijen onder een ijzeren latei met rozetten, en getoogde tweelichten doorbreken de spaarvelden op de bovenverdiepingen. Een door guirlandes en chutes met strik omlijst medaillon, waarvan het reliëf met passer en driehoek verwijst naar de beroep van de architect-bouwheer, legt de klemtoon op de middenpenant. De middenposten en borstweringen van de tweelichten hogerop, zijn versierd met lauwerkransen en blinde guirlandemedaillons, zoals het reeds vermelde decor ontleend aan de Lodewijk XVI-stijl. Een klassiek hoofdgestel met gegolfde waterlijst, en houten kroonlijst met tandlijst vormt de gevelbeëindiging; gestrekte dakkapellen. Het houten schrijnwerk van de inkomdeur en vensters met kleine roeden in het bovenlicht is bewaard.

De plattegrond beantwoordt aan de typologie van de bel-etagewoning, die uit een hoofdvolume en een smalle achterbouw bestaat, ontsloten door de zijdelings ingeplante inkom- en traphal. Zowel de begane grond als de bel-etage omvatten een suite van twee vertrekken met respectievelijk de keuken en een 'werkplaats' in de achterbouw. Het betreft zonder twijfel het architectenkantoor en de woonvertrekken, maar de exacte functieverdeling tussen begane grond en bel-etage valt niet uit de bouwplannen af te leiden. Op de tweede verdieping bevinden zich twee kleine en één grote slaapkamer, met de badkamer in de achterbouw; het dakniveau herbergt volgens hetzelfde principe drie mansardekamers.

  • Stadsarchief Antwerpen, archieven Van Kuyck KUYCK#115; bouwdossier 1905#738.

Bron     : -
Auteurs :  Braeken, Jo
Datum  : 2016


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Architectenwoning Walter Van Kuyck [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/301582 (Geraadpleegd op 10-12-2019)