erfgoedobject

Geheel van vijf burgerhuizen in beaux-artsstijl

bouwkundig element
ID: 301591   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/301591

Juridische gevolgen

Beschrijving

Geheel van vijf gekoppelde burgerhuizen in sobere beaux-artsstijl, voor eigen rekening gebouwd door de architect Adolphe Van Coppernolle naar een ontwerp uit 1910. Aan de nabijgelegen Kardinaal Mercierlei had hij een jaar eerder als vastgoedinvestering al een individueel burgerhuis, aan de Generaal Lemanstraat twee burgerhuizen van hetzelfde type en zijn privé-woning opgetrokken.

Het ensemble is representatief voor het vroege oeuvre van Adolphe Van Coppernolle, wiens carrière begin jaren 1900 van start ging. Vóór 1910 paste hij in zijn ontwerpen voor privéwoningen zowel een gematigde art-nouveaustijl als een klassiek geïnspireerde eclectische stijl toe, om zich vervolgens gedurende enkele jaren op de beaux-artsstijl te concentreren. Vanaf de vroege jaren 1920 liet de architect zich opmerken met gebouwen in art-decostijl, waaronder een van de meest stijlvolle voorbeelden in Antwerpen, de club "Claridge" uit 1930 in de Anneessensstraat. Na de Tweede Wereldoorlog lijkt hij niet meer actief te zijn geweest.

De volgens spiegelbeeldschema gekoppelde rijwoningen met een gevelbreedte van elk drie traveeën, omvatten een souterrain en drie bouwlagen onder een zadeldak. Het uniform behandelde gevelfront beantwoordt aan een volkomen symmetrische compositie: het middenpand (nummer 32) met neorégence-inslag wordt geflankeerd door twee panden (nummers 30 en 34) met een decor ontleend aan de Lodewijk XVI-stijl, daar waar de twee uiterste panden (nummers 28 en 36) strakker zijn uitgewerkt. Deze opbouw wordt geaccentueerd door de verspringende kroonlijsthoogte, en het alternerende materiaalgebruik. Voor het midden- en de uiterste panden is metselwerk uit witte Silezische brikken in kruisverband gecombineerd met witte natuursteen voor de pui, vensteromlijstingen, waterlijsten en het balkon, daar waar de tussenliggende panden zich onderscheiden door een volledige natuurstenen parement, in beide gevallen op een plint uit blauwe hardsteen. Geleed door de puilijst en het klassieke hoofdgestel, met schijnvoegen op de begane grond, legt de compositie telkens de klemtoon op de middenas, ter hoogte van de eerste verdieping gemarkeerd door een balkon met consoles en al of niet doorgetrokken smeedijzeren borstwering. Registers van overwegend rechthoekige muuropeningen, de inkomdeur met bewerkte tussendorpel, bepalen de regelmaat. Het middenpand onderscheidt zich door getoogde bovenvensters in vlakke omlijsting met oren, drop, cartouchesleutel, waterlijst en onderdorpel; in de flankerende panden zijn de bovenvensters gevat in rechthoekige lisenen met guirlandes op borstwering en latei; in de uiterste panden blijft het decor beperkt tot vlakke omlijstingen met entablement of medaillon en onderdorpels. Van het oorspronkelijk houten schrijnwerk zijn enkel vier van de inkomdeuren bewaard (behalve nummer 34); het smeedijzeren traliewerk bleef integraal behouden. In nummer 32 werden een garage ingebracht in het souterrain en de balkonborstwering vernieuwd.

De plattegrond beantwoordt aan de klassieke typologie van het burgerhuis dat uit een voorbouw en een smalle achterbouw in entresol bestaat, ontsloten door de zijdelings ingeplante vestibule met trappenbordes en de traphal. Volgens de bouwplannen biedt de begane grond ruimte aan de gebruikelijke enfilade van salon, eetkamer en veranda, geflankeerd door de office in de achterbouw. Oorspronkelijk bevond de keuken zich in het souterrain.

  • Stadsarchief Antwerpen, bouwdossier 956#3079.

Bron     : -
Auteurs : Braeken, Jo
Datum  : 2015


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Geheel van vijf burgerhuizen in beaux-artsstijl [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/301591 (Geraadpleegd op 20-05-2019)