erfgoedobject

Geheel van drie burgerhuizen in art-nouveaustijl

bouwkundig element
ID: 301666   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/301666

Juridische gevolgen

Beschrijving

Geheel van drie burgerhuizen in ingehouden art-nouveaustijl naar een ontwerp van architect Jules Hofman uit 1911, voor eigen rekening gebouwd door de Naamlooze Maatschappij "Vooruitzicht" en bestemd voor verkoop sleutel-op-de-deur. Het middenpand is in 1913 eigendom van de heer Fr. Van Laer, die datzelfde jaar door "Vooruitzicht" nog twee burgerhuizen liet optrekken verderop in de Cuperusstraat.

De bouw- en hypotheekmaatschappij "Vooruitzicht" werd opgericht in 1905, en is tot op vandaag als bouwbedrijf en vastgoedpromotor actief in Antwerpen. Veelal in opdracht van particulieren bouwde de maatschappij vóór de Eerste Wereldoorlog talrijke burgerhuizen in de nieuw aangelegde wijken van de stad zoals Zuid, Zurenborg en Jan Van Rijswijcklaan. Vanaf 1909 was Jules Hofman als hoofdarchitect van "Vooruitzicht" verantwoordelijk voor het ontwerp, wat de kwaliteit van de architectuur ten goede kwam. Hij bediende zich daarbij zowel van een sobere interpretatie van de art-nouveaustijl, als van een meer behoudend eclectisch of beaux-arts-idioom.

In de Cuperusstraat realiseerde "Vooruitzicht" tussen 1911 en 1913 vijftien bouwprojecten, goed voor twintig huizen of de helft van het totaal aantal percelen in de straat. Vanwege haar monopolie op het opstarten van bouwwerven vóór het beëindigen van de wegeniswerken, kon zij een drietal projecten van andere aannemers naar zich toe trekken. Tot de vroegste bouwprojecten behoorde het geheel van drie koopwoningen, het enige voor eigen rekening. Dertien individuele klanten, op twee na kopers van gronden in het bezit van “Vooruitzicht”, gaven opdracht voor de overige projecten. Jules Hofman tekende op twee van de overgenomen projecten na alle ontwerpen, waarvan behalve het geheel koopwoningen de woning Joris, de woningen Kunzler en Brünner, de woning Peeters en de hoger vermelde woningen Van Laer tot de best bewaarde behoren. Gebanaliseerd, verbouwd, of gesloopt zijn de woning Hesschentier (nummer 6), de woning Van Ackeren (nummer 12) en de woning Schreiber (nummer 28) uit 1911, de vier gekoppelde woningen Joris (nummers 15-18), de woning Wageneer (nummer 19) en de woning Capponette-Bouvier (nummer 35) uit 1912. Deze huizen behoren tot het latere werk van de architect, die sinds midden jaren 1880 actief was, en omstreeks de eeuwwisseling een belangrijke bijdrage leverde aan de Antwerpse art nouveau, met opmerkelijke panden als "De Zonnebloem" aan de Cogels-Osylei.

Met een gevelbreedte van elk drie traveeën omvatten de rijwoningen vier bouwlagen onder een plat dak. Samen vormen zij een symmetrisch ensemble met een geaccentueerd middenpand en twee eenvoudiger zijpanden in spiegelbeeld, die onderling beperkte verschillen vertonen in de detailuitwerking. De lijstgevel van het hogere middenpand onderscheidt zich door een parement uit witte natuursteen op een plint uit blauwe hardsteen. Beide zijpanden hebben een parement uit geel baksteenmetselwerk in kruisverband, met gebruik van witte natuursteen voor speklagen, waterlijsten, dorpels en consoles, en blauwe hardsteen voor de plint. Axiaal van opzet beantwoorden de opstanden aan een drieledig schema, gemarkeerd door de puilijst, kordonvormende lekdrempels, en een klassiek hoofdgestel met houten kroonlijst. Daarbij ligt de klemtoon op de twee hoofdverdiepingen, bepaald door een erker op consoles met bekronend balkon. Bij de driezijdige natuurstenen erker van het middenpand, sluit een breed korfboogvenster met gelede waterlijst op doorgetrokken imposten aan. De topgeleding is opgevat als een attiek met pilastergeleding, paneelfries en een kroonlijst op klossen. In het linker pand zijn de driezijdige houten erker en het aansluitende drielicht gevat in een kolossale steekbooglisene met waterlijst. Het rechter pand heeft een rechthoekige houten erker geflankeerd door zijlichten onder een ijzeren latei met rozetten, daar waar het aansluitende drielicht wordt belijnd door een entablement op consoles. De topgeleding telt slechts twee traveeën, onder een kroonlijst op consoles. Het houten schrijnwerk van inkomdeuren en vensters is grotendeels bewaard, evenals het art-nouveau-smeedijzer van traliewerk en balkonborstweringen, en de gietijzeren voetschrapers.

De plattegronden beantwoorden aan de typologie van de bel-etagewoning. Daarbij wordt het middenpand over de volledige breedte opgedeeld door een centraal ingeplante traphal met bovenlicht, en de zijpanden ontsloten door een zijdelings ingeplante inkom- en traphal. Volgens de bouwplannen omvat de begane grond behalve de hall een spreekkamer en de keuken met 'monte plats'. Het middenpand beschikt over een vestiaire, de zijpanden over een office en 'pottenkast' De plattegronden van de bovenverdiepingen ontbreken in het bouwdossier, maar vermoedelijk beslaat een enfilade van salon, eetkamer en veranda de bel-etage, en nemen de slaap- en meidenkamers de hogere verdiepingen in.

  • Stadsarchief Antwerpen, bouwdossiers 1911#2140 (nummers 9-11), 1911#2002 (nummer 6), 1911#1741 (nummer 12), 1911#2179 (nummer 28), 1912#1287 (nummers 15-18), 1912#1496 (nummer 19) en 1912#2413 (nummer 35).

Bron     : -
Auteurs :  Braeken, Jo
Datum  : 2016


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Geheel van drie burgerhuizen in art-nouveaustijl [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/301666 (Geraadpleegd op 13-11-2019)