erfgoedobject

Twee burgerhuizen in art-nouveau- en eclectische stijl

bouwkundig element
ID: 301668   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/301668

Juridische gevolgen

Beschrijving

Twee burgerhuizen van hetzelfde type gebouwd door de Naamlooze Maatschappij "Vooruitzicht", naar ontwerpen van architect Jules Hofman uit 1912. Opdrachtgever van het linker pand (nummer 27) in art-nouveaustijl dat als eerste werd aangevat was Wolf Kunzler, bouwheer van het rechter pand (nummer 26) in klassiek eclectische stijl de heer B. Brünner. De woningen vormden een ensemble met nog een derde links aanpalend pand (nummer 28) dat al in 1911 was opgetrokken in opdracht van de heer Em. Schreiber, maar later werd verbouwd.

De bouw- en hypotheekmaatschappij "Vooruitzicht" werd opgericht in 1905, en is tot op vandaag als bouwbedrijf en vastgoedpromotor actief in Antwerpen. Veelal in opdracht van particulieren bouwde de maatschappij vóór de Eerste Wereldoorlog talrijke burgerhuizen in de nieuw aangelegde wijken van de stad zoals Zuid, Zurenborg en Jan Van Rijswijcklaan. Vanaf 1909 was Jules Hofman als hoofdarchitect van "Vooruitzicht" verantwoordelijk voor het ontwerp, wat de kwaliteit van de architectuur ten goede kwam. Hij bediende zich daarbij zowel van een sobere interpretatie van de art-nouveaustijl, als van een meer behoudend eclectisch of beaux-arts-idioom.

In de Cuperusstraat realiseerde "Vooruitzicht" tussen 1911 en 1913 vijftien bouwprojecten, goed voor twintig huizen of de helft van het totaal aantal percelen in de straat. Vanwege haar monopolie op het opstarten van bouwwerven vóór het beëindigen van de wegeniswerken, kon zij een drietal projecten van andere aannemers naar zich toe trekken. Eén van de vroegste projecten, drie gekoppelde woningen bestemd voor verkoop, kwam voor eigen rekening tot stand. Dertien individuele klanten, op twee na kopers van gronden in het bezit van “Vooruitzicht”, gaven opdracht voor de overige projecten. Jules Hofman tekende op twee van de overgenomen projecten na alle ontwerpen, waarvan behalve de woningen Kunzler en Brünner het ensemble koopwoningen van Vooruitzicht, de woning Joris, de woning Peeters, en de woningen Van Laer tot de best bewaarde behoren. Gebanaliseerd, verbouwd, of gesloopt zijn de woning Hesschentier (nummer 6), de woning Van Ackeren (nummer 12) en de woning Schreiber (nummer 28) uit 1911, de vier gekoppelde woningen Joris (nummers 15-18), de woning Wageneer (nummer 19) en de woning Capponette-Bouvier (nummer 35) uit 1912. Deze huizen behoren tot het latere werk van de architect, die sinds midden jaren 1880 actief was, en omstreeks de eeuwwisseling een belangrijke bijdrage leverde aan de Antwerpse art nouveau, met opmerkelijke panden als "De Zonnebloem" aan de Cogels-Osylei.

Met een gevelbreedte van drie traveeën omvatten beide rijwoningen drie bouwlagen onder een pseudo-mansarde. De lijstgevels onderscheiden zich door een parement uit witte natuursteen, met gebruik van blauwe hardsteen voor de plint en leien als dakbedekking. Nadrukkelijk horizontaal geleed door waterlijsten en de houten kroonlijst, beantwoorden de gevelcomposities aan een axiaal opzet met de klemtoon op de eerste verdieping.

Het linker pand in art-nouveaustijl (nummer 27) wordt bepaald door een brede driezijdige houten erker op consoles, in een vloeiende beweging ingesnoerd en geaccentueerd door smeedijzeren colonnetten en borstweringen. Verder bestaat de opstand uit een register van rondboogopeningen met doorgetrokken waterlijsten en imposten op de begane grond, en een rondboogdrielicht met waterlijst op de tweede verdieping, die wordt gemarkeerd door rechthoekige lisenen op bewerkte medaillons, en afgeronde balkonpostamenten met ingesneden decor. Het houten schrijnwerk van de inkomdeur, vensters, kroonlijst op consoles en dakkapel is bewaard, evenals de smeedijzeren keldertralies.

Het rechter pand in klassiek eclectische stijl (nummer 26) wordt bepaald door een neorenaissance-aediculavenster met Ionische pilasters, booglijst, entablement en balkon op consoles. Verder is de opstand opgebouwd uit registers van rondboogvensters op de eerste verdieping, en rechthoekige muuropeningen op begane grond en tweede verdieping, de laatste in geriemde omlijsting met oren en neuten. Van het houten schrijnwerk zijn enkel de bovenvensters en de dakkapel nog oorspronkelijk; de smeedijzeren balkonborstwering en de keldertralies bleven behouden.

De plattegronden beantwoorden aan de klassieke typologie van het burgerhuis, dat uit een hoofdvolume en een smalle achterbouw in entresol bestaat, ontsloten door de zijdelings ingeplante inkom- en traphal. Volgens de bouwplannen biedt de begane grond ruimte aan de gebruikelijke enfilade van salon, eetkamer, veranda en overdekt terras, geflankeerd door een 'kabinet' en de keuken met pomphuis en wc in de achterbouw. De plattegronden van de bovenverdiepingen ontbreken in de bouwdossiers.

  • Stadsarchief Antwerpen, bouwdossiers 1912#474 (nummer 27), 1912#724 (nummer 26), 1911#2179 (nummer 28), 1911#2002 (nummer 6), 1911#1741 (nummer 12), 1912#1287 (nummers 15-18), 1912#1496 (nummer 19) en 1912#2413 (nummer 35).

Bron     : -
Auteurs :  Braeken, Jo
Datum  : 2016


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Twee burgerhuizen in art-nouveau- en eclectische stijl [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/301668 (Geraadpleegd op 17-11-2019)