erfgoedobject

Woning De Klerck

bouwkundig element
ID
301707
URI
https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/301707

Beschrijving

Modernistische woning, ontworpen door architect Daniël (Dan) Craet in opdracht van Jacques De Klerck. De bouwplannen van deze halfopen bebouwing dateren van eind 1958 en werden ingediend en goedgekeurd in 1959.

Woning De Klerck maakt deel uit van de moderne modelverkaveling, die vanaf 1955 in Mariakerke aan de Korte Rijakkerstraat tot stand kwam op familiegronden van architect Olivier Nowé. De woning is gelegen in de buurt van enkele andere realisaties van Craet die hoofdzakelijk dateren van circa 1955, zoals de woningen voor zijn schoonbroer en schoonvader en zijn eigen woning (respectievelijk Korte Rijakkerstraat 16, Verschansingsstraat 6 en 4). Ook in de modelwijk ontwierp Craet samen met Nowé de woningen De Maertelaere (Edgard Blancquaertstraat 16) en woning Lanclus (Korte Rijakkerstraat 20). Craet trad op als zelfstandig architect voor de woning Picard (Korte Rijakkerstraat 18) en de achterliggende woning Claeys-Verheughe (Edgard Blancquaertstraat 18). In 1959 ontwierp hij deze woning voor het echtpaar De Klerck-Dossche. Tegen de westelijke wachtgevel van het pand werd nadien de woning voor Marcel David gebouwd naar een ontwerp van Olivier Nowé uit 1960. Hoewel Nowé probeerde het ontwerp in het materiaalgebruik en het volume te laten aansluiten bij Craets realisatie, wordt het uitzicht van woning David vandaag onder meer verstoord door een aanpassing van het schrijnwerk in de voorgevel.

Woning De Klerck is een halfopen bebouwing van twee bouwlagen, die opgesplitst zijn tot vier split levels. Dit leidt tot een dynamische interne organisatie, die kenmerkend is voor Craets oeuvre. Het volume is gevat onder een licht hellend vlinderdak. Ter hoogte van de noordoostelijke hoek van de benedenverdieping is een insprong met garagepoort voorzien, waarboven de gevel uitkraagt. Het geelbruine baksteenparement is in tegenstelling tot andere realisaties van Craet en de vermeldingen op het bouwplan, niet afgewerkt met een witte beschildering op een zwart geschilderde plint, maar bleef onbeschilderd. De positionering van de rechthoekige vensters stemt overeen met de oriëntatie en getuigt van Craets aandacht voor de privacy van de bewoners. De verhoogde gelijkvloerse verdieping aan de zuidzijde van de woning loopt gelijk met het niveau van de achtertuin en wordt ernaar geopend. Ook de noordelijke straatgevel is opengewerkt met een groot venster op de bovenverdieping, maar laat door de hoge situering geen inkijk toe. De vensters bewaren gedeeltelijk het oorspronkelijke, meestal houten schrijnwerk. Opvallend is het uitkragende metalen raam in de oostgevel, dat een typisch element is in Craets oeuvre en op de plannen wordt benoemd als een ‘bloemenraam’ dat 25 cm vooruitspringt ten opzichte van de muur. Ten noorden ervan bevindt zich het kleine keukenvenster, met daaronder een ijzeren deurtje, verbonden met de vuilnisbak in de keuken. De toegang flankeert op zijn beurt de keuken ten noorden ervan. De schuin in de gevel ingeplante toegang is bereikbaar vanaf de licht vanaf het straatniveau aflopende oprit via een trappenpartij in silexdallen geflankeerd door een bakstenen muurtje. De metalen, gele toegangsdeur met typische klink is bewaard en wordt geflankeerd door zijlicht met brievenbus ingewerkt in het schrijnwerk. De garagepoort is vernieuwd.

Aan de straatzijde bevindt zich op de laagste split level, die zich net onder het straatniveau bevindt, een garage, die vervolgens uitgeeft in de hal en daar ook een toilet omvat. Het leefniveau bevindt zich op de volgende split level. De schuin geplaatste hal geeft toegang tot de open woonkamer die uitkijkt op de tuin. Een keuken bevindt zich aan de oostzijde en legt een relatie met de leefruimte door de doorgeefkast die beide van elkaar scheidt. Op het volgende niveau, dat zich situeert aan de straatzijde boven de garage, bevindt zich een grote open ruimte, op de plannen benoemd als ‘bureel’ en ‘berging’, die volgens diezelfde plannen door een schuifwand gescheiden konden worden. Op het bovenste niveau werden drie slaapkamers en een badkamer gesitueerd.

De woning getuigde bij een plaatsbezoek op het moment van herinventarisatie (2015) van een hoge gaafheid. Zo was niet enkel de planindeling bewaard, maar eveneens vast meubilair, ontworpen door Craet. In andere vroege realisaties van Craet werden zijn ontwerpen uitgevoerd door de  Gentse firma Van den Berghe-Pauvers. Hier gebeurde de uitvoering door de bouwheer zelf. Opvallend – en kenmerkend voor Craets oeuvre – was de volledig bewaarde keukeninrichting met een typische doorgeefkast tussen de leefruimte en de keuken, uitgevoerd in verschillende houtsoorten. De houten keukenkasten, waarvan de hangkasten afgeschuind zijn en voorzien van driehoekige klinken, zijn afgewerkt met een beschildering in rood en geel. Craet werkte vaak samen met zijn echtgenote Frida Burssens, die als vormgeefster instond voor onder meer kleurenschema’s met een voorkeur voor primaire kleuren. Daarnaast bewaarde de woning een tv- en haardmeubel en kasten in de leefruimte, diverse ingemaakte kasten op de bovenverdiepingen en slaapkamermeubilair. Ook de open metalen brievenbus, de verticale metalen structuur die de trap aflijnt en de houten kapstok vormen interessante ontwerpen, die aansluiten bij het totaalconcept.

  • Onroerend Erfgoed, Digitaal beschermingsdossier 4.001/44021/125.1, Woning Burssens (VERHELST J. 2018).
  • Stadsarchief Gent, BA Mariakerke, doos 57, 1959-011.
  • Informatie verkregen van de eigenaar (28 april 2015).

Bron     : -
Auteurs :  Verhelst, Julie
Datum  :


Relaties

  • Is deel van
    Modelwijk Korte Rijakkerstraat


Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2021: Woning De Klerck [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/301707 (Geraadpleegd op )