Geheel van drie rijwoningen in zakelijke art deco

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie Antwerpen
Gemeente Antwerpen
Deelgemeente Antwerpen
Straat Beschavingstraat
Locatie Beschavingstraat 8-12, Antwerpen (Antwerpen)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Herinventarisatie Tentoonstellingswijk Antwerpen (inventarisatie: 01-10-2015 - 15-12-2015).

Juridische gevolgen

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Geheel van drie rijwoningen in zakelijke art deco

Deze vaststelling is geldig sinds 29-03-2019.

Beknopte karakterisering

Typologieburgerhuizen
Stijlart deco
Dateringinterbellum
Betrokken personen

Beschrijving

Geheel van drie rijwoningen in zakelijke art-decostijl, opgetrokken naar een ontwerp van het architectenbureau Vincent Cols en Jules De Roeck uit 1932. Het complex kwam tot stand op van de Stad Antwerpen gekochte percelen. Nummer 8 werd gebouwd voor eigen rekening van Vincent Cols en Jules De Roeck, wellicht bedoeld als vastgoedinvestering. Nummer 10 werd opgetrokken in opdracht van Frans Van de Velde, en nummer 12 in opdracht van C. Claessens-Van den Bosch. Het architectenbureau Cols en De Roeck bouwde in 1931 in de Korte Lozanastraat reeds een geheel van zes burgerhuizen met een zeer gelijkaardige planindeling en gevelcompositie. Daarvan werden er ook drie gebouwd voor rekening van Vincent Cols (nummer 35) en Jules De Roeck (nummers 33 en 39) zelf.

Het in 1912 opgerichte architectenbureau Cols en De Roeck maakte in de jaren 1920–1930 vooral naam met woningen voor een bemiddeld cliënteel, overwegend in traditionalistische stijl, materialen en bouwwijze. De architecten deden in 1920-1921 ook ervaring op in het bouwen met beperkte budgetten, toen ze voor huisvestingsmaatschappij De Goedkope Woning van het Arrondissement Antwerpen een tiental nieuwe tuinwijken realiseerden in verscheidene randgemeenten, eveneens in traditionele stijl en bouwwijze. Het bureau raakte echter vooral bekend voor zijn sobere en functionele appartements-, kantoor- en bedrijfsgebouwen. In de naoorlogse periode 1950-1960 was het verantwoordelijk voor een groot deel van de kantoren en industriële vestigingen in Antwerpen en omgeving.

De drie rijwoningen zijn allen drie bouwlagen hoog onder plat dak. De lijstgevels zijn voorzien van een plint in blauwe hardsteen. De opstand van de zijpanden (nummers 8 en 12) werd uitgevoerd in donkerrode Hollandse baksteen in halfsteens verband met verdiepte voegen. De stootvoegen werden in witte mortel aangebracht. Het gevelvlak van het middenpand (nummer 10), met een iets lagere kroonlijst, werd in een lichtere baksteen opgetrokken. Volgens de oorspronkelijke bouwplannen waren op de begane grond alternerend telkens een voordeur en garagepoort voorzien. De verdiepingen waren telkens uitgewerkt met twee ongelijke en omkaderde venstertraveeën, bij de rechter woning (nummer 8) op de eerste verdieping opgevat als vensterregister. De middelste woning was iets hoger uitgewerkt en bedeeld met een erker op de eerste verdieping, terwijl de linker woning (nummer 12) een uitkragende venstertravee vertoonde. Hoewel de oorspronkelijke bouwtekeningen een bekleding voorzagen in simili - een natuursteen-imiterende bepleistering boven de voordeuren en garagepoorten tot aan de raamdorpels van de eerste verdieping - verplichtte de bouwtoelating om die elementen in witte natuursteen uit te voeren.

In een nota van 21 februari 1933 blijkt de Dienst Stadseigendommen de drie woningen als een samenhangend geheel te beschouwen. De ontwerpers herwerkten hun geveltekeningen en voorzagen voor de drie gevels licht variërende compositieschema’s. Bij nummer 10 verscheen aan de zitkamer op de eerste verdieping een driezijdige erker en in de gevel van nummer 12 werd de erkeruitbouw doorgetrokken over twee verdiepingen. De voordeur van nummer 8 werd dieper in de gevel geplaatst, terwijl boven de voordeur van nummer 10 een betonnen luifeltje voorzien werd. De te bepleisteren doorlopende stroken werden vervangen door horizontale natuurstenen banden van verschillende hoogte. Ook de hardstenen gevelplinten kregen een alternerende hoogte. Door het weglaten van de natuurstenen vensteromlijstingen werd het geheel der gevels overigens veel soberder en strakker.

In de stedenbouwkundige voorschriften werden geen specifieke voorwaarden gesteld voor de garages, die toen een nieuw verschijnsel in de woningbouw waren. Van de oorspronkelijke voordeuren en openvouwende garagepoorten met ijzeren traliewerk is er geen enkele behouden. De garagepoort van nummer 12 werd vervangen door een driedelig raam boven een pui in blauwe hardsteen. De hooggeplaatste hoekraampjes die de inkomhallen van licht voorzagen en een geheel vormden met de voordeuren, werden blijkbaar bij de uitvoering reeds vervangen door smalle, hoge ramen. In de achtergevel, uitgevoerd in rode parementsteen, kregen de ramen door hun grotere hoogte en indeling met kruishouten en kleinroedeverdeling een veel traditioneler uitzicht dan de zakelijk moderne ramen in de voorgevel. Van het oude schrijnwerk bleven enkel de vensters ter hoogte van de verdiepingen van de rechter woning én de voordeur met aanpalend langwerpig venster van nummer 10 bewaard.

De grondplannen van de drie woningen zijn aan elkaar gespiegeld. Enkel de travee inkom-traphal-keuken werd onderkelderd. De woningen werden alle drie voorzien van een inpandige garage. Daardoor bleef op de begane grond achteraan enkel nog ruimte voor een eetkamer en een keuken met office. De eerste verdieping omvat aan straatzijde een L-vormige zitkamer. De trap met hoekbordessen is gesitueerd tegen de scheimuur. De aanpalende circulatieruimten werden - centraal in het grondplan - op alle niveaus verbreed tot polygonale ruimten, goed verlicht door het bovenlicht boven de traphal. Aan de tuinzijde op de eerste verdieping ligt een grote slaapkamer met en suite badkamer. De tweede verdieping omvat twee grote en twee kleine niet benoemde kamers met lavabo, die wellicht bedoeld waren om te verhuren en voorzien te worden van bad en keuken. Voor- en achterkamer zijn hier gescheiden door een bergplaats in lugino met kasten.

  • Stadsarchief Antwerpen, bouwdossiers 1932#42525-42526 en 1932#42810.
  • LAUREYS D. 2004: Bouwen in Beeld : de collectie van het Architectuurarchief van de Provincie Antwerpen, Turnhout, 166-171.

Bron: -

Auteurs: Van den Borne, Steven

Datum tekst: 2015

Relaties

Geen afbeelding beschikbaar

maakt deel uit van Antwerpen - 19de- en 20ste-eeuwse stadsuitbreiding

Antwerpen (Antwerpen)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.