Steenkoolmijn van Waterschei: Cité industrielle

inventaris bouwkundig erfgoed \ geheel \ bouwkundig geheel

Locatie

Alternatieve naam Cité Ancienne, Oude Cité
Provincie Limburg
Gemeente Genk
Deelgemeente Genk
Straat Nijverheidslaan, Meridiaanlaan, Duinenlaan, André Dumontlaan, Parklaan, Kerkeweg
Locatie André Dumontlaan 31, Duinenlaan 2-4, Kerkeweg 2-36, Meridiaanlaan 1-35, 4-76, Nijverheidslaan 1-63, Parklaan 1 (Genk)
Status (deels) bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Aanvulling inventaris bouwkundig erfgoed 2015 (01-01-2015 - 31-12-2015).

Juridische gevolgen

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Steenkoolmijn van Waterschei: Cité industrielle

Deze vaststelling is geldig sinds 01-02-2018.

Beschrijving

De Cité Industrielle vormt de vroegste kern van mijnwerkershuisvesting bij de mijn van Waterschei, gebouwd vanaf 1910 in opdracht van de nv 'Charbonnages André Dumont sous Asch'. Ze omvat arbeiders-, bediende- en ingenieurswoningen, maar eveneens monumentale directeurswoningen. Tijdens het interbellum werd dit rastervormige plan omgevormd tot dat van een tuinwijk, volgens plannen van architect Voutquenne.

Context en historiek

De vroegste personeelswoningen bij de mijn van Waterschei sluiten ten westen op de site aan en worden ten oosten begrensd door de Albert Dumontlaan en de Duinenlaan. Ze werden ingeplant volgens een plan van ingenieur Jos Verwilghen, dat opgesteld was in overeenstemming met de provinciale richtlijnen van architect Jaminé. De Cité Industrielle, later ook Cité Ancienne of Oude Cité genoemd, omvat hoofdzakelijk vierwoonsten voor arbeiders, ingeplant langs de parallelle Nijverheidslaan, Meridiaanlaan en Kerkeweg vanaf 1910. Deze woningen werden naar buiten toe afgeschermd door twee statige tweewoonsten voor bedienden aan de hoek met de Parklaan. De hiërarchie werd vervolledigd door de bouw van representatieve villa’s langs de belangrijkste ontsluitingsassen en op de hoeken, meer bepaald een dubbelwoonst voor ingenieurs (Meridiaanlaan 4-6), directeurswoningen (André Dumontlaan 31 en Duinenlaan 4), en een villa met park voor de directeur-gérant (Parklaan 1). Tijdens de jaren 1920 werden aanvankelijk de vroegste plannen gevolgd en kwamen er bediendewoningen tot stand ten noorden van de vroegste cité, aan het verlengde van de Nijverheidslaan, Meridiaanlaan en Kerkeweg. Overige bediende- en ingenieurswoningen werden reeds voor de oorlog en tijdens het interbellum gebouwd ten zuiden van de Onderwijslaan.

Al in de vroegste fase waren er collectieve voorzieningen aanwezig, die in eerste instantie ondergebracht werden in de vierwoonsten, zoals een school, kerk, kinderheil en postkantoor. Nadien startte de uitbouw van een gemeenschapscentrum op de hoek van de Onderwijslaan met de Duinenlaan. Ten oosten van de Duinenlaan bevindt zich hier het Kioskpark, zogenoemd naar de in 1921 opgerichte kiosk. Naast dit park dat een grote centrumfunctie bezit, staat de meest opmerkelijke voorziening van de wijk, namelijk de monumentale Christus Koningkerk. Deze moderne mijnkerk werd pas omstreeks 1935-36 gerealiseerd naar ontwerp van architect Voutquenne.

Architectuur

De vroegste huizen zijn geschikt op grote, regelmatige rechthoekige percelen langs rechte, beboomde assen. Deze schikking zou een eenvoudige uitbreiding van het plan van de mijncité toelaten. De woningen mochten volgens voorschriften maximaal per vier gekoppeld worden en hadden bij voorkeur een vanaf de straat zichtbare tuin. Zo kwamen er een vijftiental vierwoonsten van het Mulhousetype tot stand, die aan de straatzijde telkens voorzien zijn van voortuinen. Dit type, in gebruik sinds midden 19de eeuw, omvat vier relatief kleine woningen die rug aan rug en zij aan zij zijn gekoppeld onder één dak, waarbij het volume zo langs weerszijden oogt als een symmetrische tweewoonst. De voornaamste problemen van het type zijn het gebrek aan privacy en een moeilijke uitbreiding van de volumes. De woningen van twee bouwlagen hadden oorspronkelijk platte daken en een functionele, sobere uitstraling. Door vochtproblemen werd het dakvolume omstreeks 1926-1927 aangepast tot een schilddak met afgewolfde dakeinden en puntvormige gevelverhogingen aan de straatzijdes. De bijkomende verdieping die hierdoor ontstond kon worden ingericht voor logés.

De aanpassing van deze woningen leidde tot een relatieve homogeniteit in stijl met de andere, meer representatieve woningen die in dit deel van de cité waren gebouwd. De gekoppelde bediendewoningen tussen de vierwoonsten ogen als monumentale villa’s van twee bouwlagen onder mansardedaken en zijn gelegen in het groen. De volumes worden centraal gemarkeerd door erkers die de dieperliggende toegang flankeren en gelegen zijn onder een ruim balkon. De middenpartij is gevat tussen uitgewerkte zijrisalieten. De bakstenen volumes zijn geleed met lisenen, horizontale witgeschilderde banden die doorlopen als booglijsten, evenals doorlopende lekdorpels.

De hoeken met de ontsluitingsassen worden gemarkeerd door de directeursvilla’s, die gelegen zijn in ruime tuinen, waarbij de toegang vanaf de straat geflankeerd wordt door strakke, beschilderde pijlers. De uitwerking van de woningen sluit stilistisch aan bij de cottagestijl, namelijk bakstenen villa’s van twee bouwlagen gekenmerkt door een dynamisch daken- en gevelspel, bekomen door risalieten, erkers en puntvormige gevelverhogingen. De directeurswoning aan de Parklaan valt op door zijn detaillering en uitwerking, namelijk een als toren uitgewerkt risaliet, de inkompartij onder een balkon, evenals de met houten windborden ingevulde geveltop. Door de volledige witte beschildering van het volume, ging de oorspronkelijke uitstraling deels verloren. Ook de directeurswoning aan de André Dumontlaan werd in zijn beeldwaarde aangetast door een bepleistering.

De gekoppelde bediendewoningen die in het noorden van de cité werden gebouwd tijdens het interbellum, sluiten aan bij de andere door hun materiaalgebruik (baksteenmetselwerk) en volumewerking (uitbouwen en puntvormige gevelverhogingen), maar zijn veel soberder uitgewerkt en eerder traditionalistisch van inspiratie.

  • HEYNEN H. (ed.) e.a. 1991: Geschiedenis op zoek naar waardig vervolg. Studie van de mijnnederzettingen in Waterschei, Winterslag en Eisden, Brussel, 22-40, 123-127.
  • KEUNEN P. 2010: Mijn cité. Met de mijncités naar de 21ste eeuw, Genk, 50-52.
  • SCHLUSMANS F. e.a. 1981: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie Limburg, Arrondissement Hasselt, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 6N1 (A-Ha), Brussel - Gent.
  • VAN DOORSELAER B. en De RYNCK P. (ed.) 2012: Mijnerfgoed in Limburg. Ondergronds verleden, bovengrondse toekomst. Van Beringen tot Eisden, s.l., 160-163.

Bron: -

Auteurs: Verhelst, Julie

Datum tekst: 2015

Relaties

maakt deel uit van Genk

Genk (Limburg)

maakt deel uit van Mijnsite Waterschei, Klaverberg en Heiderbos

As (As), Genk (Genk), Opglabbeek (Opglabbeek)

omvat Parochiekerk Christus-Koning

Duinenlaan 2, Genk (Limburg)

is gerelateerd aan Steenkoolmijn van Waterschei

André Dumontlaan 67 (Genk)

is gerelateerd aan Steenkoolmijn van Waterschei: Mijncité tot Oud-Waterschei

André Dumontlaan 2, 8, Bevrijdingslaan 1-61, 2-66, Dennenstraat 17-31, 2-22, 5, Herinneringstraat 1-19,...

is gerelateerd aan Steenkoolmijn van Waterschei: Tuinwijk

Biezenstraat 1-11, 2-10, Binnenlaan 1-41, 2-126, Boslaan 1-41, 2-22, Bosrandstraat 1-83, 2-76, Broeder...

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.