Woning Van Haren

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie Antwerpen
Gemeente Antwerpen
Deelgemeente Antwerpen
Straat Volhardingstraat
Locatie Volhardingstraat 54, Antwerpen (Antwerpen)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Herinventarisatie Tentoonstellingswijk Antwerpen (inventarisatie: 01-10-2015 - 15-12-2015).

Juridische gevolgen

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Woning Van Haren

Deze vaststelling is geldig sinds 29-03-2019.

Beknopte karakterisering

Beschrijving

Modernistische burgerhuis opgericht in 1935 in opdracht van het echtpaar Van Haren-Verleye naar ontwerp van Eduard Van Steenbergen. De Antwerpse architect Eduard van Steenbergen is één van de vooraanstaande Belgische modernisten. Geschoold in de ambachtelijke bouwtraditie, startte hij zijn praktijk in 1921 met de oprichting van een aantal stedelijke woningen in de geest van Arts & Crafts en aan de Amsterdamse School en Hendrik Petrus Berlage refererende stedelijke panden. Geïnspireerd door het stedenbouwkundige gedachtegoed van Raymond Unwin ontwikkelde hij een sobere maar doorleefde baksteenarchitectuur met eenvoudige, functionele plattegronden en een uitgewerkte interieurinrichting (glas in lood, meubilair). Een hoogtepunt uit zijn oeuvre is de huizengroep aan de Volhardingstraat uit 1932, een rustig geheel met zorgvuldig geaccentueerde baksteenvolumes rond een gemeenschappelijk parkje.

Deze rijwoning is drie bouwlagen hoog onder plat dak. Aan linkerzijde is een expressief uitgewerkte inkomtravee en rechts daarvan een venstertravee. De voor- en achtergevels hebben een parement uit gele Belvédèresteen van Romeins formaat, in halfsteens verband op een plint in blauwe hardsteen. Het metselwerk is platvol gevoegd maar met benadrukte bredere lintvoegen. De inkomtravee is eigenzinnig uitgewerkt als een gevelhoog verticaal register, bestaande uit een inkomportaal onder een gelede glaspartij, doorlopend in een opengewerkte bekroning. Vergelijkbaar met de woning Eugeen De Bock in de Van Varickstraat vertoont het ontwerp een streven naar ruimtelijkheid, waarbij de bouwmassa op weloverwogen plaatsen doorbroken wordt. De beperkingen van de rijwoning worden hier op treffende wijze uitgedaagd, door het dak lager uit te voeren ter hoogte van de traphal. Deze ingreep lijkt louter architectuur-esthetisch gemotiveerd, gezien het grondplan er niet door beïnvloed wordt. Het speelse onderzoek naar binnen en buiten wordt hernomen in de venstertravee waar op elke verdieping eenzelfde bandvenster herhaald wordt, uitgewerkt als een licht uitkragende tweezijdige erker met aansluitend een inspringend raam. De functionele, transparante glaspartijen met stalen kaders en vensterbanken krijgen een tegengewicht in afgeronde, witte natuurstenen accenten (Euville) ter hoogte van de rechter vensterposten van de bandramen, en de omlijsting van het inkomportaal.

Ook uitgevoerd in Euvillesteen is de opvallende bekroning van het traplicht bestaande uit horizontale tabletten centraal doorsneden door een staand exemplaar, ingewerkt in de flankerende afgeronde muurdammen. Volgens de bouwplannen was daarentegen een rooster of vakwerk voorzien, terugspringend geplaatst ten aanzien van de gevel. De glazen panelen boven het inkomportaal waren oorspronkelijk uitgevoerd in gezandstraald of scheikundig gemateerd spiegelglas, verfraaid met een rank oplopend siermotief, vandaag voorzien van ondoorzichtig melkglas. De bouwplannen tonen een (beglaasde) voordeur met kruisvormige roeden zoals gebruikt voor de zijingang van de woning Eugeen De Bock in de Van Varickstraat. Van Steenbergen opteert uiteindelijk voor een exemplaar met horizontale roeden, een motief dat herhaald wordt in het traplicht en de bekroning. Deze deur is samen met de bronzen deurknop bewaard gebleven. De voorziene metalen bekroning boven de voordeur blijkt niet uitgevoerd. De achtergevel kenmerkt zich door een opengewerkt gelijkvloers, in functie van de achterliggende woonkamer. De bovenbouw is hier voorzien van een bandraam op beide verdiepingen, waarachter de slaapkamers gesitueerd zijn.

Het onderkelderde gebouw heeft een gewapend betonskelet als structuur. Van Steenbergen ontwerpt een helder evenwichtig plan. De ruimte-indeling is georganiseerd rond de zijdelings gesitueerde traphal, die op het gelijkvloers een vestiaire en toilet omvat. De kamer aan straatzijde doet wellicht dienst als een ontvangstruimte, enigszins gescheiden van de achterliggende woonkamer door een afbuigende tussenwand. De woonkamer en de aanpalende licht uitspringende keuken zijn verbonden door een doorgeefluik. Beiden geven uit op een betegeld terras, waar een keldertrap op uitkomt. De eerste verdieping heeft een gelijkaardige indeling. zij het dat een deel van de voorruimte hier opgeofferd is in functie van een centraal gelegen badkamer. Deze bedient de slaapkamer vooraan en de twee slaapkamers aan de achterzijde en is voorzien is van daglicht vanuit de traphal. De tweede verdieping is identiek ingedeeld, wel met een zolderruimte in plaats van een badkamer.

Gewapend beton is gebruikt voor de vloeren van wc’s, badkamer en zolder. Hetzelfde geldt voor de muurpijlers en lateien boven de ramen en deuren. De houten roosteringen zijn vervaardigd uit rood Noorsch grenenhout. Het trappenhuis is uitgevoerd in zuiver beukenhout. Hier zijn binnendeuren voorzien in zuiver eik-triplex met een beglaasd exemplaar naar de inkom. Alle overige deuren zijn bekleed met Okoumé-triplex. De vloeren zijn voorzien van rood grenenhout. In de woonkamer gaat het om parketvloeren, uitgevoerd met eiken plinten. Verder sieren keramische vloeren de inkom, de trapzaal, de keuken, de sanitaire ruimten en de zolder. Het terras is uitgevoerd met fabriekstegels. Alle raamtabletten zijn uit gepolijst Belgische graniet. Tussen de stenen en houten vloeren zijn binnendeurdorpels uit Comblanchien voorzien. In 1946 ontwerpt Van Steenbergen een aantal meubelen voor Van Haren. Het gaat om een kastje, een boekenkast, een theetafel, schrijftafel, twee zetels, een divan en een stoel. De zichtbare delen waren uitgevoerd in gepolierd mahoniehout en esdoorn fineerhout (Sycomore of Erable).

  • Stadsarchief Antwerpen, bouwdossier 18#1841.
  • RATINCKX F. 1937: Adresboek Van Antwerpen, Antwerpen.
  • S.N. 1936: [fotoreportage], Bâtir 5.44, 768.
  • VAN DEN BERGHE V. 1955: Eduard Van Steenbergen. Bouwmeester en binnenhuiskunstenaar (1889-1952), Antwerpen, 23, ill. 165-169.

Bron: -

Auteurs: Van den Borne, Steven

Datum tekst: 2015

Relaties

maakt deel uit van Volhardingstraat

Volhardingstraat (Antwerpen)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.