erfgoedobject

Ensemble burgerhuizen in neoclassicistische stijl

bouwkundig element
ID
302044
URI
https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/302044

Juridische gevolgen

Beschrijving

Ensemble van oorspronkelijk in totaal tien burgerhuizen en twee winkelhuizen, in twee fasen opgetrokken naar ontwerpen van de architect Edouard Van Opstal uit 1888-1889. Opdrachtgever was Theodoor Cupérus (1848-1903), gehuwd met Maria Langhetee en zoon van de uit Nederland afkomstige, bekende theehandelaar Johannes Hendrik Seije Cupérus (1807-1884). Deze had in 1886 door van Opstal de bestaande woning Zurenborgstraat 25 (gesloopt) met twee traveeën laten uitbreiden. Op de aanpalende percelen kwam in 1888 als eerste een reeks van acht rijhuizen tot stand (nummers 27 tot 41), in 1889 gevolgd door een tweede reeks van vier rijhuizen (nummers 17 tot 23). Van de oorspronkelijke twaalf panden zijn er acht intact, twee gesloopt (nummers 23 en 41) en twee verbouwd (nummers 27 en 31) waaronder beide winkelhuizen.

Het ensemble behoort tot de vroege eigen realisaties van Edouard Van Opstal, die na zijn vader de architect L.E. Van Opstal te hebben geassisteerd, zich omstreeks 1880 als zelfstandig architect vestigde. In opdracht van een bemiddeld cliënteel, ontwierp hij talrijke burger- en herenhuizen in de betere wijken van de stad, overwegend in conventionele neoclassicistische stijl. Actief tot omstreeks 1930, liet Van Opstal zich de laatste decennia van zijn loopbaan opmerken met een somptueuze architectuur in beaux-artstijl, zoals het warenhuis "Grand Bazar" op de Groenplaats dat hij samen met de architect Ernest Pelgrims tot stand bracht.

Met een gevelbreedte van elk drie traveeën, omvatten de rijwoningen twee bouwlagen, met een extra mezzanine voor de nummers 17, 21, (27) en 33, onder een zadeldak. De bepleisterde en beschilderde lijstgevels rusten op een geprofileerde plint uit blauwe hardsteen. Geleed door de puilijst en het klassieke hoofdgestel, beantwoorden de individueel behandelde opstanden aan een gelijkaardig compositieschema, met variaties in de detaillering en het stucdecor. Dit laatste omvat schijnvoegen of bossage op de begane grond, paneelwerk of pilasters, geriemde vensteromlijstingen of waterlijsten, trigliefen of metopen, onderdorpels, balustrades of smeedijzeren borstweringen op de verdieping. De gevels zijn opgebouwd uit registers van rechthoekige deur- en vensteropeningen, met uitzondering van de rondbogige bovenvensters met doorgetrokken imposten op nummer 29. Enkele panden worden in de middenas geaccentueerd door een balkon (nummer 33) of fronton (nummers 19 en 35). Het oorspronkelijk houten schrijnwerk van inkomdeuren en vensters is nagenoeg volledig vernieuwd, van de houten kroonlijsten zijn enkel deze op nummers 29, 35, 37 en 39 bewaard; gietijzeren voetschrapers.

De woningen beantwoorden aan de klassieke typologie van het burgerhuis dat uit een hoofdvolume en een smalle achterbouw in entresol bestaat, ontsloten door de zijdelings ingeplante inkom- en traphal. In de bouwdossiers ontbreken de plattegronden.

  • Stadsarchief Antwerpen, bouwdossiers 1888#539 en 1889#467.

Bron     : -
Auteurs :  Braeken, Jo
Datum  : 2016


Relaties


Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2021: Ensemble burgerhuizen in neoclassicistische stijl [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/302044 (Geraadpleegd op 08-03-2021)