erfgoedobject

Sociale woonwijk Bergendries

bouwkundig geheel
ID: 302113   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/302113

Beschrijving

Volkswijk, in 1949-1954 gebouwd door de sociale huisvestingsmaatschappij Tuinwijk en de NV Lokerse Spinnerijen en Woningbouw, naar ontwerp van Frans De Groodt, Fernand de Bruyn, Marcel Vermeulen, Ernest Keppens, Willy Van Bogaert en Lucien Van Kerckhove, die ook het Beukenhof ontwierp (1958).

Deze typische naoorlogse volkswijk bestaat uit traditionele gezinswoningen met bakstenen gevel en pannen zadeldak, en een ruime groenaanleg, voornamelijk in de vorm van individuele voortuinen. De decoratie beperkt zich tot deur- en of raamomlijstingen, en wit schrijnwerk. Het Beukenhof omvatte 24 gekoppelde bejaardenbungalows, een gemeenschapslokaal, bushokje en poort in expo-stijl met geschilderde bakstenen gevels, gedecoreerd met smeedijzeren sterrenbeelden, pijlers en plinten in breuksteen en licht hellend daken, en een groenaanleg van grasperken, rozelaars, heesters en populieren.

Bouwgeschiedenis en situering

De Lokerse woonwijk Bergendries, gelegen op een hoog (en dus droog) terrein ten noorden van de stad, werd tussen 1949 en 1958 gebouwd met medewerking van zowel private actoren als de stad en de sociale huisvestingsmaatschappij Tuinwijk. Uit onvrede met de trage toekenning van sociale woningen aan Lokeren door de Nationale Maatschappij voor Goedkope Woningen en Woonvertrekken (NMGWW), besliste burgemeester Prosper Thuysbaert in 1949 immers om een deel van de stadsgrond te verkopen aan een private ontwikkelaar voor de bouw van huizen. Die private ontwikkelaar was de eigenaar van de gebombardeerde fabriek NV Lokerse spinnerij en Woningbouw die de toegekende oorlogsschadevergoeding hiervoor gebruikte. Tussen 1949 en 1954 bouwde deze maatschappij 71 woningen naar ontwerp van architect Ernest Keppens aan het Grijze Bosplein, de Kerselarenlaan, de Dennenlaan, de Jasmijnstraat en de Slagveldstraat. Ook de huizen aan de Berkenlaan 3-21 en die aan de Jasmijnstraat 26-28 en de Slagveldstraat 47-57 werden waarschijnlijk opgetrokken door de NV Lokerse spinnerij en Woningbouw in deze periode.

De sociale huisvestingsmaatschappij Tuinwijk zelf bouwde tussen 1949 en 1951 een eerste groep van 60 woningen naar ontwerp van de Antwerpse architect Frans De Groodt (24 woningen) en de Lokerse architecten Fernand de Bruyn en Marcel Vermeulen (elk 18 woningen). Architect-stedenbouwkundige Frans De Groodt was – eerst als medewerker van Maurice Heymans en nadien als zelfstandige – ook verantwoordelijk voor de ruimtelijke ordening in Lokeren, waaronder het BPA van deze wijk (1950). Aannemer was PVBA Engeba uit Lokeren voor 42 woningen en A. en Th. Van den Brande uit Lokeren voor de overige 18. In 1953-54 volgde een tweede groep van 60 woningen naar ontwerp van de Lokerse architecten E. (waarschijnlijk Ernest) Keppens, W. (waarschijnlijk Willy) Van Bogaert en Lucien Van Kerckhove. 29 juni 1952 werd de wijk ingehuldigd door prinses Joséphine Charlotte (de oudere zus van de toenmalige koning Boudewijn).

De financiering van de infrastructuur gebeurde door de staat op basis van de wet Brunfaut (1949). Dat dit niet van een leien dakje verliep, kan afgeleid worden van de volksnaam “Korea”. Die naam werd gegeven aan wijken waarvan de infrastructuur lang op zich liet wachten waardoor mensen soms jarenlang woonden aan modderige straten (die deden denken aan de oorlogsfoto’s uit Korea). Een andere naam (Ajuin(saus)wijk) verwijst, net zoals namen als Confituurwijk of Margarinewijk, naar de overtuiging dat de bewoners van deze wijken boven hun stand leefden en zich dus enkel goedkope voedingsmiddelen konden veroorloven.

In 1958 werd de wijk voltooid met een bejaardenhof naar ontwerp van de Mechelse architecten Désiré Modest Peeters en Jan Levrier. G. Smet (Lokeren) verzorgde de binnenhuisdecoratie en kunstschilder Jozef Beeck (Mechelen) de buitendecoratie (smeedwerk en beschilderingen). Guy Ringoot uit Sint-Niklaas (Belsele) ontwierp de groenaanleg. In 1961 werd dit hof in het kader van de "Nationale Wedstrijd Groenruimten" bekroond met de Bijzondere Nationale prijs (categorie: "gemiddelde dichtheid") van het Nationaal Instituut voor de Huisvesting. De prijs (een beeldhouwwerk van Roger Edouard Bracke) werd in dit hof geplaatst.

Eind jaren vijftig - begin jaren zestig werd de wijk nog aangevuld met enkele individuele, private ‘premiewoningen’ (gesubsidieerd door de wet De Taeye), onder andere aan de Berkenlaan 1 (naar ontwerp van R. Van de Vijver), 27-29 (naar ontwerp van Ernest Keppens), en 23-25 (naar ontwerp van J. Van Laere). Tussen 1962 en 1965 bouwde de sociale huisvestingsmaatschappij zelf het modernistische Sparrenhof aan de westelijke zijde van de wijk Bergendries

Typering en beschrijving

Bergendries is een typische naoorlogse volkswijk bestaande uit traditionele gezinswoningen met bakstenen gevels en pannen zadeldaken in een ruime groenaanleg, voornamelijk in de vorm van individuele voortuinen. De huisvestingsmaatschappij zorgde voor sierplanten, heesters en bomen (populieren) tussen de huizengroepen. Aan de noordzijde van de Acacialaan bevinden zich nog oude ligusterhagen, in de Beukenlaan restanten van de oorspronkelijke beukenhagen (nummers 47-49), getopte en gesnoeide gewone beuken (nummers 12-14) en een gewone beuk (nummer 45), aan het Grijze Bosplein twee gewone beuken, aan de Kerselarenlaan Japanse sierkersen en restant van een gewone ligusterhaag, aan de Dennenlaan een Amerikaanse linde (nummer 11), aan de Slagveldstraat een koningslinde en aan de Jasmijnlaan een ruwe berk.

De eerste 60 woningen van de maatschappij uit 1949-51 (Acacialaan 1-35, 2-30 en Beukenlaan 9-57, 26-30) zijn voornamelijk tweewoonsten van twee bouwlagen en twee traveeën in bruine baksteen maar er zijn ook meer monumentale zeswoonsten (met puntgevels voor de hoekwoningen) en enkele (bejaarden)bungalows. De tweede 60 woningen uit 1953-54 (Berkenlaan 2-42, Beukenlaan 2-24, Grijze-Bosplein 19-23, Jasmijnstraat 1-9 en Slagveldstraat 59-87) zijn iets eenvoudiger opgevatte rijhuizen met drie winkelhuizen (aan het Grijze-Bosplein). De decoratie beperkt zich tot de deur- en/of raamomlijsting, gaande van een beperkt spel van rode en zwarte baksteen tot hardstenen of geschilderde omlijstingen, soms met bovenlicht boven de deur. Opvallend zijn de grote ramen of erkers op de benedenverdieping van zowel rijwoningen als gekoppelde woningen, en het witte schrijnwerk (diagonaal in de bovenlichten). De woningen van de NV Lokerse spinnerij en Woningbouw uit de periode 1949-1954 en de private premiewoningen uit de periode 1957-1961 sluiten hier qua inplanting en architecturale vormgeving bij aan, met uitzondering van de huizen aan het Grijze-Bosplein 1, de Berkenlaan 1 en de Kerselarenlaan 5 en 12, die vrijstaand zijn (wat niet toegelaten is voor sociale woningen).

Het Beukenhof was toegankelijk via een poort in de Beukenlaan, uitgevoerd met taps toelopende pijlers in flagstones (breuksteen), een smeedijzeren hek (met verwerking van de naam en decoratief motief van blaadjes, oorspronkelijk verguld) en bekroond met een licht hellend lessenaarsdak (gesloopt). Langs beide zijden van de weg staan per twee gekoppelde bungalows (24 in totaal) voor bejaarde echtparen met (oorspronkelijk witgeschilderde) bakstenen gevels en taps toelopende pijlers/penanten, plinten en bloemenbakken in flagstones (breuksteen) onder een zwak hellend lessenaarsdak. De voorgevels – die gericht zijn naar het grasveld – waren aanvankelijk beschilderd in wit voor de raamtraveeën en rood, blauw of geel voor de deurtraveeën (met eenzelfde kleur voor de voordeur). De deuren bevinden zich in het centrale travee van de bungalows of in de twee buitenste traveeën. De witgeschilderde middentravee of de zijgevel is versierd met smeedijzeren sterrenbeelden, die oorspronkelijk ook in geel, rood en blauw geschilderd waren.

Op het einde van de doodlopende straat (nummer 12A) staat een hoger geplaatst en rijkelijker uitgewerkt gemeenschapslokaal, benoemd als ‘vergaderzaal’ of ‘kaartlokaal’, met verhoogd terras in breuksteen en balustrade in smeedijzer, en oorspronkelijk versierd met een figuratieve muurschildering. Dit lokaal werd later eveneens ingericht tot woning. Aan het begin van het hof bevindt zich ten slotte een overdekte wachtplaats (bushokje) in dezelfde vormgeving als de bungalows. De bekroonde groenaanleg bestond oorspronkelijk uit ondergronds bevloeide grasperken, bloemen (rozelaars), heesters en een dubbele rij laag groeiende populieren, en speelde in op het ontbreken van terreinreliëf. Anno 2016 is er sprake van aanplanten met Japanse kers, ruwe berk, sierappel, Californische cipres, Anna Paulownaboom en Magnolia x soulangeana. Naar aanleiding van de Groenprijs werd een wit geschilderd standbeeld van een gestileerde vrouwenfiguur in het hof geplaatst.

Evaluatie

Deze wijk werd binnen de thematische inventarisatie van het sociale woningbouwpatrimonium zeer hoge tot uitzonderlijke erfgoedwaarde toegekend (top van de selectie).

De wijk Bergendries is een relatief goed bewaard typevoorbeeld van de naoorlogse volkswijk met traditionele bakstenen eengezinswoningen en heeft daarom een representatieve architecturale en stedenbouwkundige waarde. 't Beukenhof dankt haar hoge erfgoedwaarde aan de typische expo-stijl van de architectuur, en aan de kwalitatieve aanleg. De waarde van de gezinswoningen wordt voor een groot stuk bepaald door de nog aanwezige detaillering (zoals het witgeschilderde schrijnwerk). Belangrijke erfgoedelementen bij 't Beukenhof zijn de groenaanleg, de voorzieningen (zoals het kaarterslokaal en bushokje) de architecturale volumes met licht hellende lessenaarsdaken en taps toelopende pijlers, de materialiteit en het coloriet (flagstones, witgeschilderde en gekleurde gevels en deuren), evenals de decoratieve elementen (sterrenbeelden) en het standbeeld. Bijnamen als Korea en Ajuin(saus)wijk verlenen het geheel een volkskundige waarde.

  • Archief Tuinwijk, Dossier wijk Bergendries.
  • Lokeren, Dienst Stedenbouw, bouwaanvragen 1949/175, 1949/183, 1949/199, 1950/239bis, 1952/109, 1953/070, 1954/067, 1957/120, 1959/137, 1958/129, 1961/065 en 1961/072.
  • Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen, Dienst Onroerende Transacties, registratiefiches, SHM 4220, Lokeren, Bergendries.
  • Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen, Fotoarchief, map 13, nummers 2784, 2785 en 2787.
  • Huisvesting 1950, 5-6, 52.
  • LIEBAUT H. 2000: “Huisvesting en wonen in Lokeren, Eksaarde en Daknam 1944-2000” in: VAN CAMPENHOUT N. (ed.) Maatschappelijke ontwikkelingen in Lokeren, Eksaarde en Daknam 1944-2000, Lokeren, 51-206.
  • MAEREVOET L. 2015: Sociale huisvesting anders bekeken. Monumentale kunst in sociale huisvesting 1945-1985, onuitgegeven masterproef UGent, Vakgroep Kunstwetenschappen.
  • S.N. 1958: Samenwerkende Maatschappij Tuinwijk Lokeren, Lokeren, 8-9 & 12-13.
  • S.N. 1969: Société nationale du logement, Bruxelles, 55 & 87.
  • VAN DE PERRE D. 2003: Op de grens van twee werelden : beeld van het architectuuronderwijs aan het Sint-Lucasinstituut te Gent in de periode 1919-1965/1974, Gent, 125 & 175-177.
  • Wonen 1961, 9, 316; 1962, 4, 180; 1962, 10, 43-45, 50-51 en 105.
  • Informatie over groenaanleg verkregen van Herman van den Bossche (18 juli 2016).

Bron     : -
Auteurs :  Mertens, Joeri, Vandeweghe, Evert
Datum  : 2016


Relaties

  • Is deel van
    Lokeren
    Lokeren (Lokeren)

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Sociale woonwijk Bergendries [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/302113 (Geraadpleegd op 23-08-2019)