Bourgeoiswijk

inventaris bouwkundig erfgoed \ geheel \ bouwkundig geheel

Locatie

Alternatieve naam Tuinwijk Heuvelhof; Leopold Beosierwijk
Provincie Vlaams-Brabant
Gemeente Leuven
Deelgemeente Kessel-Lo
Straat Leopold Beosierlaan, Jeugdplein, Jeugdstraat, Elfnovemberlaan, Toekomststraat, Kortrijksestraat, Jozef Pierrestraat, Weergalmlaan
Locatie Elfnovemberlaan 58-80, 59-79, Jeugdplein 1-23, 2-20, Jeugdstraat 1-21, 4-14, Jozef Pierrestraat 83-93, Kortrijksestraat 9-23, 45-53, Leopold Beosierlaan 63-115, 66-122, Toekomststraat 1-63, 2-68, Weergalmlaan 1-3, 2-4 (Leuven)
Status (deels) bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen

Juridische gevolgen

Beschrijving

Tuinwijk met typische volkswoningen en modernistische school en medisch centrum, tussen 1949 en 1955 gerealiseerd door de sociale huisvestingsmaatschappij Heuvelhof en de Gemeente Kessel-Lo. Stedenbouwkundig plan, woningbouw en voorzieningen werden ontworpen door Victor Bourgeois.

Bouwgeschiedenis en context

De Bourgeoiswijk, ook gekend als de Tuinwijk Heuvelhof of de Leopold Beosierwijk, is gelegen vlak bij het park Heuvelhof in Kessel-Lo. Ze werd gebouwd in opdracht van de in 1938 opgerichte Samenwerkende Bouwmaatschappij Heuvelhof (vandaag Dijledal). De wijk werd opgetrokken op braakliggende terreinen gelegen tussen de Gemeentestraat en de Kortrijksestraat, die al voor de Tweede Wereldoorlog waren aangekocht door de Gemeente met het oog op de uitbreiding van Kessel-Lo. Vlak na de Tweede Wereldoorlog werd het gebied tussen de Gemeentestraat en de Diestsesteenweg onder impuls van het socialistische schepencollege ontwikkeld. Aan weerszijden van de Gemeentestraat lagen gronden, waarvan een deel vroeger al door Onze Toevlucht was bebouwd. In de jaren 1950 werd met de bouw van de Bourgeoiswijk de aansluiting op de Diestsesteenweg gemaakt. De centrale ontsluitingsweg werd genoemd naar de socialistische voorman Leopold Béosier. De overige straatnamen - de Toekomststraat, de Elfnovemberlaan, de Jeugdstraat - weerspiegelen het sociaal elan waarop de wijk tot stand kwam. De Bourgeoiswijk maakte deel uit van een veel ruimer stedenbouwkundig plan voor de aanleg van een nieuw centrum voor Kessel-Lo, dat in 1938 was opgemaakt door Victor Bourgeois. Bourgeois was gedurende 20 jaar urbanist van de gemeente (met officiële aanstelling in 1944). Het plan staat gekend als het "Plan Bourgeois" en werd in 1939 gepubliceerd in het tijdschrift Batîr. Naast een concentratie van gemeenschappelijke voorzieningen gegroepeerd rond het gemeentepark (Park Heuvelhof) omvatte het Plan Bourgeois ook een moderne tuinwijk (de Bourgeoiswijk) met aansluitend een wijk met bejaardenwoningen (de Tuinwijk Heuvelhof of Emile Vanderveldewijk, gesloopt). Met de bouw van de Tuinwijk Heuvelhof werd nog gestart voor de Tweede Wereldoorlog (1939); de bouw van de Bourgeoiswijk nam pas daarna een aanvang.

Beide tuinwijken zijn exemplarisch voor een minder gekend aspect van het oeuvre van Victor Bourgeois, die gekend staat als één van de spilfiguren van de Moderne Beweging in België. Net als Léon Stynen speelde Bourgeois een belangrijke rol in de volkshuisvesting. Vanaf 1921 bestudeerde hij de standaardisering van woningen in het kader van een programma voor de Nationale Maatschappij voor Goedkope Woningen. In de sociale woningbouw is Victor Bourgeois vooral bekend van zijn eerste realisatie de Cité Moderne in 1922 in Brussel (Sint-Agatha-Berchem); een tuinwijk in modernistisch-kubistische stijl. Bourgeois ontwierp echter ook eerder traditionele tuinwijken, weliswaar steeds in een moderne stedenbouwkundige aanleg. Als urbanist van Kessel-Lo realiseerde Bourgeois naast aanlegplannen (BPA’s) en openbare gebouwen ook de Bourgeoiswijk, de Tuinwijk Heuvelhof, en de Tuinwijk Ontvoogdingsstraat.

Het oorspronkelijk plan voor de Bourgeoiswijk (1938) was opgevat als een modelvoorbeeld van moderne stedenbouw, die in het teken stond van gezondheid, hygiëne, collectiviteit en lucht, licht en ruimte. Het aanlegplan was opgebouwd rond twee centrale assen - de Leopold Beosierlaan en de Toekomststraat - en omvatte ook de Elfnovemberlaan. De Jeugdstraat en het Jeugdplein waren nog niet voorzien. Het plan voorzag in 159 gezinswoningen en twee meergezinswoningen (met twaalf wooneenheden in totaal). Op het kruispunt tussen de twee belangrijkste assen was een commercieel en sociaal centrum gepland (het "hart" van de wijk), met een monumentale en plastische vormgeving. Voor de woningbouw voorzag Bourgeois van bij aanvang typewoningen met regionalistische inslag en traditionele materialen (bakstenen, dakpannen), die volgens hem getuigden van rationaliteit. Verder was de modeltuinwijk gericht op brede lagen van de bevolking. De tuinwijk werd grotendeels volgens oorspronkelijk plan gerealiseerd, met bijkomend het Jeugdplein en de Jeugdstraat. Het commercieel en sociaal centrum en de meergezinswoningen werden echter niet uitgevoerd. Rond 1946 werd gestart met de aanleg van de wijk. Tussen 1949 en 1955 werden in totaal 188 eengezinswoningen opgetrokken in zes bouwfasen, met als eerste fasen de woningen langs de Leopold Beosierlaan en de Toekomststraat en als laatste en grootste fase (van 81 woningen) de woningen aan de Jeugdstraat, Jeugdplein en Weergalmlaan. Omstreeks 1955 was de wijk volledig voltooid. Op het Jeugdplein werd een modernistisch complex gerealiseerd met kleuterklassen en medisch centrum, eveneens ontworpen door Victor Bourgeois.

Beschrijving

Aanlegplan

De wijk is opgebouwd uit 188 eengezinswoningen in halfopen bebouwing; met korte rijen van twee tot acht woningen (overwegend per vier of per vijf gegroepeerd). Typisch voor het tuinwijkkarakter zijn verspringende rooilijnen, ruime percelen (alle woningen beschikken over voor- en achtertuin), de aanleg van pleinen en open hoeken met grasperken, de ontsluiting van tuinen door achterpaden en doorlopende groenstroken langs de voetpaden. Sommige woninggroepen liggen verhoogd tegenover het straatniveau. De Bourgeoiswijk heeft in het bijzonder een zeer verzorgde en uitgebreide groenaanleg, die integraal deel uitmaakte van het ontwerp en voor het esthetisch ‘levenskader’ stond. Elke straat krijgt door een specifieke groenaanleg en beplanting haar eigen karakter.

Waar de meeste tuinwijken gebaseerd zijn op een pittoreske aanleg is hier sprake van een uitgesproken monumentale aanleg met duidelijke rechte assen en geometrische pleinen, typisch voor het monumentale modernisme van de jaren 1930. De wijk is opgebouwd rond twee haaks op elkaar staande centrale assen: de Leopold Beosierstraat en de Toekomststraat. De hoofdas, georiënteerd naar de Diestsesteenweg, is opgebouwd uit een langwerpig centraal plein of esplanade (oorspronkelijk was hier een speelplein voorzien) met een baanvak langs weerszijden. Naar de Gemeentestraat toe mondt ze uit in een trechtervormig plein. Haaks op de Leopold Beosierstraat loopt de Toekomststraat, langs de ene kant uitlopend op het vierkante Jeugdplein, langs de andere kant in een rechthoekige straatverbreding. De Toekomststraat heeft een gewone zonering met centraal baanvak met langs twee zijden voetpaden met smalle groenstrook. Evenwijdig aan de Leopold Beosierstraat loopt de Elfnovemberlaan, eveneens opgevat als een brede boulevard met een omhaagde esplanade, langs de ene kant aansluitend op de woninggroepen, langs de andere zijde een dubbel baanvak. Alle straten hebben een opvallend breed profiel (originele bestrating in macadam bewaard). Op alle hoeken begraasde pleinen, soms met zitbanken. Voortuinen afwisselend omhaagd of met tuinmuren.

Woningarchitectuur

De wijk is volledig opgebouwd uit drie hoofdtypes, met subtypes voor de ruimere hoekwoningen (wellicht bedoeld voor kroostrijke gezinnen). De types zijn vrijwel identiek maar met kleine verschillen in planopbouw en gevelbehandeling. Wellicht gaat het om standaardwoningen die de typeplannen volgen van de Nationale Maatschappij voor Goedkope Woningen en Woonvertrekken (NMGWW). Alle woningen hadden oorspronkelijk een woonkamer, keuken, twee of drie slaapkamers, en een niet-ingerichte badkamer. Als laatste fase werd aan de kant van de Gemeentestraat een 20-tal aantal bel-etagewoningen gebouwd met garage in de sous-sol.

De woningarchitectuur is zeer sober, eenvoudig en uniform over de hele wijk. Gegroepeerde halfopen bebouwing van twee bouwlagen in spiegelbeeldschema; traditionele baksteenbouw (rode baksteen) met twee tot drie traveeën onder gemeenschappelijke schilddaken (rode dakpannen). Rechthoekige muuropeningen, oorspronkelijk houten schrijnwerk met roedeverdeling (niet bewaard); lateien in beton; dorpels in blauwe hardsteen. Sommige hoekpanden hebben ook raamopeningen in de zijgevels. Hoewel veel woningen individueel werden aangepast hebben ze toch hun eenheidskarakter bewaard.

De woningen werden recent gerenoveerd door het architectenbureau A33 met behoud van erfgoedwaarde (renovatie voltooid in 2004). Een gedeelte van de woningen werd uitgebreid aan de achterzijde, andere kregen binnen het bestaande volume een nieuwe keuken en badkamer, of slaapkamers onder het dak. Ook technische uitrusting, buitenschrijnwerk en dakbedekking werden vernieuwd. Bij de renovatie werden eerder door de bewoners opgetrokken achterbouwen vervangen door een eenvormige aanbouw in vierkante betonblokken. Aan de straatzijde wijzigde het beeld niet.

Kleuterschool en medisch centrum (Jeugdplein nummer 23)

Kleuterschool en medisch centrum (gerealiseerd in de jaren 1950) ontworpen door Victor Bourgeois in een modernistische stijl, met toepassing van de moderne materialen beton en glas. Het schoolgebouw werd door Bourgeois bewust ontworpen in contrast met de omringende huizen. De keuze voor een modernistische en transparante vormgeving was ingegeven door een maatschappijbeeld: Bourgeois was van mening dat onderwijsgebouwen niet representatief-monumentaal hoorden te zijn. De leidraden voor het ontwerp waren transparantie, licht, lucht, en ruimte. Bourgeois hechtte ook belang aan het contact met groen, getuige het oorspronkelijk totaalontwerp met geïntegreerde groenaanleg.

Oorspronkelijk herbergde het gebouw een kleuterschool, twee lagere klassen, en een medisch centrum; anno 2015 een centrum voor leerlingenbegeleiding (GO). Typisch voor de modernistische architectuur van Victor Bourgeois is de kubistische vormgeving, met grondplan in zaagtand, orthogonale lijnvoering, platte daken en grote glaspartijen. Het gebouw (één bouwlaag) is opgebouwd rond een diagonaal van west naar oost, met klaslokalen met grote raampartijen op het zuiden (optimale bezonning). Het schoolgebouw is langs alle kanten omgeven door speelplaats. Betonconstructie met gordijnramen, vrije gevelinvulling met grote raampartijen in een uitgekiende compositie. De raampartijen werden deels vernieuwd; de buitenaanleg werd deels vervangen door parkeerplaats.

Evaluatie

Deze wijk werd binnen de thematische inventarisatie van het sociale woningbouwpatrimonium zeer hoge tot uitzonderlijke erfgoedwaarde toegekend (top van de selectie).

De Bourgeoiswijk heeft stedenbouwkundige waarde omwille van de uitgesproken monumentale aanleg en als voorbeeld van de zogenaamde totaal-stedenbouw van Victor Bourgeois ("urbanisme total") waarbij aanlegplan, bebouwing en groenaanleg een geheel vormen. De wijk heeft ook een architecturale waarde als typisch voorbeeld van sociale woningbouw onmiddellijk na de Tweede Wereldoorlog (standaardwoningen). De wijk is ook representatief voor een onderbelicht aspect in het oeuvre van Victor Bourgeois. Anno 2014 vormt ze een goed bewaard uniform geheel van 188 woningen (ensemblewaarde). De school op het Jeugdplein heeft een uitgesproken architecturale waarde.

Elementen die de erfgoedwaarde onderbouwen zijn in de eerste plaats het stedenbouwkundig plan (stratenpatroon, pleinen, groenaanleg en inplanting woningen). Wat de woningen betreft zijn vooral het volume en dakvorm, de inplanting (halfopen bebouwing met korte rijen), de materialiteit en het coloriet (rode baksteen en rode dakpannen) van belang.

  • Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen, Dienst Onroerende Transacties, registratiefiches, SHM 242, Leuven (Kessel-lo), Gemeente- en Kortrijkstraten.
  • Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen, Patrimoniumdatabank.
  • FLOUQUET P. L. 1952: Victor Bourgeois, Architectures 1922-1952, Brussel.
  • FLOUQUET P. L. 1938: L’urbanisme pratique. Un exemple de regroupement communal: l’urbanisation de Kessol-Loo. Interview de Victor Bourgeois, architecte-urbaniste, Président de la Société belge des urbanistes et architectes modernists, Bâtir 70, 392-393.
  • S.N. 2005: Dossier renovatie sociale woonprojecten, Mozaïek. Stadsvernieuwing Leuven 2.1, 7-15.
  • VAN DEN BERGHE A. 1995: De rol van Victor Bourgeois in de urbanisatie van de gemeente Kessel-Lo van 1938 tot 1962, onuitgegeven masterproef, Katholieke Universiteit Leuven, Kunstwetenschappen.

Bron: -

Auteurs: Van Herck, Karina

Datum tekst: 2016

Relaties

maakt deel uit van Kessel-Lo

Kessel-Lo (Leuven)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.