erfgoedobject

Kantoorgebouw Transaf

bouwkundig element
ID: 302131   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/302131

Juridische gevolgen

  • is aangeduid als vastgesteld bouwkundig erfgoed Kantoorgebouw Transaf
    Deze vaststelling is geldig sinds 29-03-2019

Beschrijving

Kantoorgebouw in naoorlogs modernisme op de hoek van de Lange en de Korte Klarenstraat, gebouwd naar een ontwerp uit 1951 door de architecten Léon Stynen en Paul De Meyer in samenwerking met T. Biwer. Opdrachtgever was de nv Transaf (Société Anonyme de Transports et d’Affrêtements), een transport- en bevrachtingsbedrijf actief in de Antwerpse haven. De verschillende gebouwen op de kruising van de Lange en de Korte Klarenstraat, waren in februari 1945 totaal verwoest door een V1- of V2-bominslag. Het perceel van het Transaf-gebouw werd tot dan ingenomen door een breed neoclassicistisch pand uit 1804, en een hoekhuis met midden-18de-eeuws gevelfront.

Het kantoorgebouw Transaf behoort tot het vroege naoorlogse oeuvre van Léon Stynen en Paul De Meyer. Gelijktijdig ontstaan met het Casino-Kursaal in Oostende, behoort het gebouw tot de periode die door Albert Bontridder wordt gekarakteriseerd onder de noemer "modern klassisisme". Deze kwalificatie ontleent hij aan de bundeling van drie basisprincipes die de doctrine van Léon Stynen uitmaken: "uiterste rationalizatie van de bruikbaarheid van het gebouw, (…) maatvoering onderworpen aan een wiskundig schema waarvan de minste afwijking als een fout aangerekend wordt, en (…) krampachtige zorg voor de bouwfysisch volmaakte uitvoering." Binnen deze naoorlogse wederopbouwzone in de historische stadskern, gedomineerd door het imposante volume van de vroegere Liebigfabriek, onderscheidt de neutrale architectuur van Stynen, De Meyer en de verder onbekende Biwer zich door een sobere representativiteit en een rigoureus modulaire maatvoering.

Met een gevelbreedte van dertien bij acht traveeën, omvat het hoekgebouw drie bouwlagen en een terugwijkend penthouse, onder een plat dak. De sobere opstand conformeert zich aan het ordonnantieschema en de kroonlijsthoogte van het aanpalende pand “De Gouden Leeuw”, en sluit via een vertande hoekpartij aan op de rooilijn van de Korte Klarenstraat. Een tot de oorlogsravage bestaande knik in de rooilijn van de Lange Klarenstraat, werd door het nieuwbouwcomplex rechtgetrokken. De vertanding van de hoekpartij in de zichtas van de Lange Klarenstraat, doorbreekt de monotonie en de visuele dominantie van het orthogonale volume, binnen de historische stedelijke context. Opgetrokken met een structuur uit gewapend beton, onderscheidt de lijstgevel zich door een verzorgd, volkomen vlak parement uit witte kunststeenplaten. Voor de terugwijkende plint is gebruik gemaakt van blauwe hardsteen, voor het parement van de terugwijkende dakverdieping van wijnrood baksteenmetselwerk (klampsteen), en voor de platte, overstekende kroonlijsten van gebouchardeerd beton. Opmerkelijk verzorgd is het modulair opgebouwde parement, waarbij de in verband aangebrachte, maatvaste kunststeenplaten ter hoogte van de ontbrekende dorpels en lateien worden gelardeerd met platte kunststeenstroken. De garagepoort doorbreekt de linker travee, en het in een verdiept spaarveld gevatte inkomportaal is uit de middenas geplaatst. Verder beantwoordt de opstand aan een regelmatig ordonnantieschema, opgebouwd uit omlopende registers van staande, rechthoekige vensters, met in het gevelvlak geplaatst schrijnwerk. De smeedijzeren garagepoort en inkomdeur met verticaal traliewerk zijn bewaard, evenals het drieledige stalen vensterschrijnwerk met horizontale roeden. De dakverdieping onderscheidt zich door doorlopende vensterpartijen met een verticale geleding van houten kozijnramen, waarin stalen schrijnwerk.

Volgens de bouwplannen wordt de begane grond ontsloten door een centraal ingeplante hal, die de vestibule en het achteraan ingeplante, doorlopend beglaasde trappenhuis op één as verbindt, en waarbij het sanitair blok met vestiaires voor dames en heren aansluit. Verder is de ruimte door beglaasde of vaste wanden ingedeeld in kantoren voor directie en personeel, en een garage. Aan hetzelfde principe beantwoorden de eerste en tweede verdieping, die de verschillende afdelingen van het bedrijf huisvesten. Het penthouse wordt ingenomen door de refter en infirmerie, opslagruimte en de conciërgewoning.

  • Architectuurarchief Vlaanderen, archief Léon Stynen, dossier kantoorgebouw Transaf.
  • Stadsarchief Antwerpen, bouwdossier 18#28397, 838#110; foto’s FOTO-OF#6224 en FOTO#11111.

Bron     : -
Auteurs :  Braeken, Jo
Datum  : 2017


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2020: Kantoorgebouw Transaf [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/302131 (Geraadpleegd op 02-04-2020)