erfgoedobject

Sociale woningen van 1981

bouwkundig geheel
ID: 302140   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/302140

Beschrijving

Klein stadsvernieuwingsproject van zes sociale woningen, tussen 1977 en 1981 gerealiseerd door de Brugse Maatschappij voor Huisvesting naar ontwerp van Atelier voor Architektuur (Philip Cardinael en Luc Laloo).

Integratiearchitectuur die zich qua volumes, materiaal en structuur inschrijft in de omgeving, maar tevens gekenmerkt wordt door een eigentijdse en gevarieerde vormgeving. De interieurs van deze sociale woningen zijn ruim en veel aandacht werd besteed aan de ruimtewerking door het toepassen van een split level en het creëren van lichtinval via hoge glaspartijen, loggia’s en glazen afdakjes. Ook de buitenruimtes (ommuurde stadstuintjes) zijn verzorgd uitgewerkt.

Bouwgeschiedenis en situering

In 1977 gaf de Brugse Maatschappij voor Huisvesting de opdracht aan het Brugse ontwerperscollectief Atelier voor Architektuur (Philip Cardinael en Luc Laloo) om plannen op te maken voor zes sociale woningen aan de Gapaardstraat (vier op de hoek van de Vizierstraat, twee op de hoek van de Coupure). De uiteindelijke realisatie van dit kleine project nam meer dan vier jaar in beslag omwille van de tussenkomst van de Nationale Maatschappij voor Huisvesting en het nauwe toezicht van het stadsbestuur (op advies van de stedelijke diensten Stedenschoon en Monumentenzorg en stadsvernieuwing). De Nationale Maatschappij voor Huisvesting bepleitte de bouw van woningen voor grote gezinnen, de opmerkingen van de stad betroffen vooral de gebruikte baksteen en de raamopeningen (pleidooi voor meerdere kleinere ramen, voor meer gelijkmatigheid in de distributie van ramen in de gevel en voor het weglaten van bepaalde raamindelingen). Opvallend is dat de Dienst Monumentenzorg zich hierbij toegeeflijker opstelde dan de dienst Stedenschoon omdat ze dit project beschouwde als een geslaagd en broodnodig voorbeeld van hedendaags architectuur en sociale woningbouw in de historische binnenstad van Brugge. In 1982 kreeg het project een eervolle vermelding bij de toekenning van de Baksteenprijs.

Typering en beschrijving

Deze zes woningen zijn een klein maar vroeg en kwalitatief voorbeeld van stadsvernieuwing door middel van sociale woningbouw. Ze werden opgericht op de plaats van ongezond verklaarde woningen die in 1969-1970 gesloopt werden. De vormelijke behandeling van de gevels kan bestempeld worden als postmodern. Er wordt gerefereerd aan het traditionele architectuurrepertorium in het materiaalgebruik (baksteen en pannendaken), de gevelvormen (puntgevels) en -onderdelen (zoals de houten erker), maar deze worden gecombineerd met duidelijk hedendaagse elementen zoals het zichtbare beton en de ramen in de puntgevels. Door deze gevelbehandeling zijn de architecten erin geslaagd om eentonigheid te vermijden en om dit project in te passen in de kleinschalige omgeving.

De planindeling en het interieur van de huizen is verrassend door het gebruik van een dubbel zadeldak, het niveauverschil tussen het voor- en achterhuis (split level) en de lichtinval via hoge glaspartijen, loggia’s en glazen afdakjes. De ruime woningen beschikken op de gelijkvloerse verdieping over een zitkamer aan de straatkant en een living-eethoek en keuken aan de tuinzijde, met tussenin de trappartij en WC. In één van de voorontwerpen is centraal in de woning ook een kleine vierkante zithoek voorzien (waarschijnlijk bedoeld als TV-kamer) maar dit werd uiteindelijk niet uitgevoerd. De woningen beschikken over vijf slaapkamers waaronder enkele heel ruime, vanuit de idee dat deze kamers niet enkel dienen om te slapen maar ook voor studie en ontspanning. De ommuurde tuinen (naar ontwerp van de architecten) hebben een rechtstreekse toegang tot de straat en de garage.

Evaluatie

Deze woningen hebben een historische waarde omdat ze kaderen in het proces van krotopruiming en stadsvernieuwing, stedenbouwkundige waarde omwille van de geslaagde integratie van de huizen in hun omgeving en een architecturale waarde omwille van de postmoderne gevelarchitectuur en de ruimtelijke kwaliteit van de interieurs. Bepalende erfgoedelementen zijn niet alleen de algemene volumewerking en het silhouet maar ook het materiaalgebruik, de gevelopeningen en het schrijnwerk. Ook de zij- en achtergevels zijn hierbij van belang, evenals de tuinmuren en de planindeling van de woningen.

  • Stadsarchief Brugge, Bouwdossiers, 396/77, 572/77, 799/78.
  • ARNOU R. & FORMESYN M. 1987: Brugge nog sconer? Een wandeling door het hedendaagse Brugge, Brugge, nummer 7.
  • BEERNAERT B., CONSTANDT L. & ESTHER J.P. 1982: Brugse gevelgids, Brugge, 167-168.
  • GOEDLEVEN E. s.d. (1982): Hedendaagse architectuur in historische omgevingen. De situatie in België, Brussel, 21.
  • KNOPS G. 1992: Stadsvernieuwing in beweging, Brussel, 39.
  • MOERMAN K. 1983: Vier architecten te Brugge, Charles Vermeersch, Philip Cardinael – Luc Laloo, Eugène Vanassche, Erik Van Biervliet, Tielt, 36-37 en 42-49.
  • S.N. 1997: Monografieën erkende bouwmaatschappijen, in: S.N., Bouwstenen van sociaal woonbeleid ’45-‘95. De VHM bekijkt 50 jaar volkshuisvesting in Vlaanderen. Deel 2, Brussel, 116.
  • SMESSAERT P. 1984: Sociale woningbouw in de Brugse binnenstad : stedebouwkundige en architekturale evolutie, onuitgegeven verhandeling Rijksuniversiteit Gent , Burgerlijk ingenieur architect, 99-105.
  • VLAEMINCK S. 1981: Sociale stadsvernieuwing concreet : middelen, moeilijkheden, mogelijkheden, Gent, 205 & 210.
  • Wonen 1982, 89, 40.

Bron     : -
Auteurs :  Vandeweghe, Evert
Datum  : 2016


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Sociale woningen van 1981 [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/302140 (Geraadpleegd op 16-07-2019)