erfgoedobject

Sociale woonwijk Sincfal

bouwkundig geheel
ID: 302143   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/302143

Beschrijving

Woonwijk, tussen 1973 en 1982 gerealiseerd naar ontwerp van Vivian Desmet en Jozef Depuydt op de plaats van het gesloopte kapucijnenklooster. Aangepast in kader van het structuurplan en uitgevoerd door een privépromotor en de sociale huisvestingsmaatschappij Brugse Maatschappij voor Huisvesting.

Het gerealiseerde project omvat een gemeenschappelijke groenzone, private en sociale woningbouw (appartementsgebouwen en gezinswoningen). De planindeling is vernieuwend met bejaardenstudio’s en maisonnettes , patio- en splitlevelwoningen. Het exterieur kenmerkt zich hoofdzakelijk door een evenwicht tussen enerzijds traditionele kenmerken zoals bakstenen gevels, zadeldaken met pannen en houten schrijnwerk en anderzijds hedendaagse elementen zoals betonnen lintelen, claustrae en Engelse buitentrap bij de middelhoogbouw, en vijfhoekige ramen bij de gezinswoningen.

Bouwgeschiedenis en situering

Eind jaren zestig voorzag een privépromotor op de plaats van het kapucijnenklooster een hoogbouwproject naar ontwerp van de architecten Vivian Desmet en Jozef Depuydt. Dit omvatte vijf appartementsgebouwen, waarvan vier met private appartementen en één met sociale huurwoningen. In 1969 werd de sloop van het klooster goedgekeurd, in 1970 de principiële verkavelingsaanvraag en nog een jaar later het ontwerp voor een eerste private appartementsgebouw aan de ringlaan. Enige voorwaarde was het behoud van een bomenrij aan de zijde van de Sint-Jozefskliniek. Dit gebouw werd in 1972-1973 uitgevoerd (Komvest 34A-B).

Wanneer eind 1973 een aanvraag werd ingediend voor de bouw van het tweede appartementsgebouw gaf het stadsbestuur echter een negatief antwoord, waarschijnlijk onder invloed van de opmaak van het structuurplan dat gericht was op het behoud van het groen, de vormentaal en de bouwvolumes van de binnenstad. Nadat het aangetekende beroep van de privépromotor onontvankelijk werd verklaard, verkocht deze de gronden aan het stadsbestuur die hier groenaanleg en sociale woningbouw voorzag. Om dit te realiseren gaf ze in 1976 deze terreinen voor 70 jaar in erfpacht aan de Brugse Maatschappij voor Huisvesting, evenals 24 ongezond verklaarde, leegstaande arbeiderswoningen langs de Calvariebergstraat die in 1977 werden gesloopt. Jozef Depuydt en Vivian Desmet herwerkten hun ontwerp, in overleg met de ontwerpers van het Structuurplan (Groep Planning) en de dienst Monumentenzorg en stadsvernieuwing van de stad. Tussen 1978 en 1982 werden 26 appartementen in middelhoogbouw en 29 gezinswoningen gerealiseerd. De opeenvolgende voorontwerpen tonen hoe de bebouwing steeds verder beperkt werd tot de randen waardoor een grote, gemeenschappelijke groenzone behouden bleef in plaats van slechts enkele versnipperde stukjes.

In 2014-2015 werd de hoogbouw gerenoveerd (ramen, galerijen en terrassen) met behoud van erfgoedwaarde.

Typering en beschrijving

Het appartementsgebouw aan de Komvest 34A-B is een modern volume van zes bouwlagen met plat dak, gedeeltelijk op pilotis. De volledig beglaasde voorgevel wordt verlevendigd door het trapsgewijs terugspringen naar boven toe, door de opdeling van het gebouw in drie volumes met ertussen twee terugspringende traveeën, en door de gevarieerde plaatsing van betonnen balustrades. De zijgevels zijn opgetrokken in lichtbruine baksteen, in het noordoosten volledig gesloten, in het zuidwesten met vierkante raamopeningen.

Voor het overige is dit project een typisch maar kwalitatief hoogstaand voorbeeld van sociale stadsvernieuwing door vervangende en inbreidende nieuwbouw, bestaande uit gezinswoningen en middelhoogbouw appartementen met aansluitend een behouden groenzone die vooral gekenmerkt wordt door hoogstammige bomen (kerselaars vlakbij het appartementsgebouw).

De middelhoogbouw telt vijf bouwlagen (waarvan de twee bovenste in hellend dak) met in totaal 22 maisonnettes die toegankelijk zijn via galerijen op de gelijkvloerse en tweede verdieping, en vier bejaardenstudio’s (twee op de gelijkvloerse verdieping en twee op de eerste verdieping). In de half ondergrondse kelderverdieping bevinden zich 27 parkeerplaatsen. De maisonnettes beschikken over een open zitkamer-eetkamer-keuken (met terras), een berging en een inkom op benedenverdieping. De bovenverdiepingen van de onderste maisonnettes tellen drie slaapkamers (twee met terras), een badkamer en een WC. De bovenste maisonnettes hebben een eerste verdieping met badkamer, WC en twee (grote) slaapkamer met terras, en een tweede verdieping met zolder en soms ook een derde slaapkamer. De bejaardenflats hebben dezelfde afmetingen als de maisonnettes maar zonder verdiepingen, bestaande uit een grote leefkamer met terras, keuken, badkamer, WC en inkom.

De vormgeving kan bestempeld worden als integratiearchitectuur die gekenmerkt wordt door gebruik van bakstenen gevels en pannendaken met bakstenen schouwen. Decoratie wordt bekomen door het al dan niet dieper doorlopen van het pannendak, de repetitieve, geometrische volumewerking in de gevels (met loggia’s en balkons) en door het gebruik van betonnen lintelen en claustrae, evenals betonnen Engelse buitentrappen op de hoeken.

De woningen bestaan uit negen patiowoningen en twintig rijwoningen. De patiowoningen zijn L-vormig met een inkompartij in de hoek. Eén vleugel bevat een slaapkamer, badkamer, WC en soms ook een garage, in de andere vleugel bevindt zich een zit- en eetkamer (gescheiden door een trap), een keuken en sanitair. Op de eerste verdieping zijn er nog twee slaapkamers. De rijwoningen zijn opgebouwd volgens een splitlevelsysteem met op straatniveau de gang en de WC vooraan links en de eetkamer met keuken achteraan. Vooraan rechts bevindt zich een halve verdieping hoger de zitkamer. Op de eerste verdieping bevinden zich twee slaapkamers en de badkamer, een halve verdieping hoger (boven de zitkamer) een derde slaapkamer. Alle huizen beschikken over een half ondergrondse kelder onder de zitkamer en sommige beschikken ook over een zolder. De ommuurde achtertuinen zijn toegankelijk via wandelpaden, die ook uitgeven op de achterliggende, gemeenschappelijke groenzone en een pleintje met een perk met een bruine kerspruim en een meidoorn.

De woningen zijn ingepast in het stedelijke weefsel qua rooilijn, kavelbreedte, bouwhoogte, volume, dakvormen en materialen. De vormgeving is traditioneel maar op een hedendaagse manier geïnterpreteerd en uiterst verzorgd uitgewerkt en uitgevoerd. De gevelarchitectuur van de rijwoningen is vrij repetitief met links een deur en venster, en rechts een keldervenster en een dubbel venster van de zitkamer. Variatie wordt vooral bekomen door de verlichting van de slaapkamer boven de zitkamer (smalle of brede dakkapel met rechthoekig raam links, dakkapel met puntgevel en vijfhoekig raam of velux), door de twee verschillende nokhoogtes van de zadeldaken (en dito bakstenen schouwen) en door de afwisseling met de lagere patiowoningen. Het materiaalgebruik is traditioneel met gevels in roze genuanceerde baksteen, rood-wit of groen-wit geschilderd houten schrijnwerk, dorpels in blauwe hardsteen, goten in zink en dakbedekking in gegolfde pannen.

Evaluatie

Deze wijk werd binnen de thematische inventarisatie van het sociale woningbouwpatrimonium zeer hoge tot uitzonderlijke erfgoedwaarde toegekend (top van de selectie).

Dit geheel is één van de meest geslaagde voorbeelden van de sociale stadsvernieuwing in Vlaanderen circa 1980 en heeft daarom een hoge historische, architecturale en stedenbouwkundige waarde. De beide fasen van het project illustreren bovendien heel mooi de omslag in het denken over nieuwbouwarchitectuur in de historische stad Brugge, en in het oeuvre van de betrokken architecten. Zowel de algemene inplanting, de groenaanleg, als de architectuur dragen hiertoe bij. Wat de architectuur betreft is zowel het contrast tussen de twee bouwfasen (1973 en 1982) van belang, als de homogeniteit binnen de twee bouwfasen qua schaal, silhouet, volumewerking, muuropeningen, coloriet en materialiteit.

  • Stadsarchief Brugge, Bouwvergunningen, 1616/1977 en 2014/1978.
  • Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen, Dienst Onroerende Transacties, registratiefiches, SHM 3070, Brugge, wijk Sincfal.
  • BEERNAERT B., CONSTANDT L. & ESTHER J.P. 1982: Brugse gevelgids, Brugge, 168.
  • DEVLIEGHER L., De huizen van Brugge, Brugge, 1975, 156 & 334.
  • KNOPS G. 1992: Stadsvernieuwing in beweging, Brussel, 35-36.
  • S.N. 1997: Monografieën erkende bouwmaatschappijen, in: S.N., Bouwstenen van sociaal woonbeleid '45-'95. De VHM bekijkt 50 jaar volkshuisvesting in Vlaanderen. Deel 2, Brussel, 116.
  • SMESSAERT P. 1984: Sociale woningbouw in de Brugse binnenstad : stedebouwkundige en architekturale evolutie, onuitgegeven verhandeling Rijksuniversiteit Gent, Burgerlijk ingenieur architect, 106-125.
  • VLAEMINCK S. 1981: Sociale stadsvernieuwing concreet : middelen, moeilijkheden, mogelijkheden, Gent, 205.
  • Informatie over groenaanleg verkregen van Herman van den Bossche (18 juli 2016).

Bron     : -
Auteurs :  Vandeweghe, Evert
Datum  : 2016


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2020: Sociale woonwijk Sincfal [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/302143 (Geraadpleegd op 26-05-2020)