erfgoedobject

Stedelijke stortbadinrichting

bouwkundig element
ID
302191
URI
https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/302191

Juridische gevolgen

Beschrijving

Historiek en context

Stortbadinrichting in gematigde art-nouveaustijl op de hoek van de Prekerstraat en de Pachtstraat, gebouwd door de stad Antwerpen, als onderdeel van de op hygiëne gerichte openbare infrastructuur in het volkse Sint-Andrieskwartier. Stadsbouwmeester Alexis Van Mechelen tekende eind 1903 het ontwerp, en de bouw werd bij openbare aanbesteding van 29 oktober 1906 voor een bedrag van 17.500 Belgische frank toegewezen aan de aannemers Charles De Vos en Albert Van Overloop uit de Balansstraat. De installatie van de eigenlijke stortbaden en stookketels waarvoor Van Mechelen in mei 1909 de plannen tekende, volgde in 1909-1910, uitgevoerd door de aannemer Lommaert frères uit de Ketsstraat. Het gebouw werd gerenoveerd naar een ontwerp door stadsbouwmeester Fernand Peeters uit 1955, met wijziging van de gevelordonnantie en vernieuwing van de installaties. In 2015-2016 voerde het architectenbureau achmen een grondige renovatie uit van het tot wooncomplex herbestemde gebouw met drie appartementen. Daarbij werd de oude annex vervangen door een orthogonale staalconstructie ingevuld met beton in glas, als nieuwe inkom- en traphal.

Alexis Van Mechelen, stads(hoofd)bouwmeester van 1902 tot zijn overlijden in 1919, is vooral bekend van de Opera aan de Frankrijklei en de Stadsfeestzaal op de Meir die hij in de jaren 1900 realiseerde. Deze gebouwen kenmerken zich door een monumentaal eclecticisme onder invloed van de beaux-artsstijl. De stortbadinrichting in de Prekersstraat behoort tot zijn vroegste ontwerpen in stadsdienst. Tijdens zijn ambtsperiode ontwierp hij een tiental schoolcomplexen zowel in eclectische (Kasteelstraat) als in neo-Vlaamserenaissance-stijl (Grotehondstraat) of in beaux-artsstijl, waarvan het postuum gerealiseerde Stedelijk Onderwijsgesticht voor Meisjes 3 in de Lamorinièrestraat het meest opmerkelijke voorbeeld vormt.

Architectuur

Met een gevelbreedte van drie bij twee traveeën, omvat het hoofdvolume met rechthoekige plattegrond twee bouwlagen, onder een schilddak met getrapt aandak op schouderstukken. Het inkomportaal en sanitair bevond zich oorspronkelijk in een annex met gebogen fronton en bovenlicht zijde Prekersstraat. Een tweede annex zijde Pachtstraat herbergde het kantoor van de directeur van de aanpalende, later tot sociaal woonblok omgevormde Jongensschool. Beide werden in 1955 heropgebouwd en in 2015-2016 gesloopt. Waar het gebouw oorspronkelijk was opgetrokken met een structuur van stalen roosteringen, hebben de gevels een parement uit rood baksteenmetselwerk in kruisverband. Van witte natuursteen (Euville) is gebruik gemaakt voor de kozijnen, hoekblokken , kraag- en gevelstenen, van blauwe hardsteen voor de afgeschuinde waterlijsten, van breuksteen (grès de la Gileppe) voor de plint, en van rode pannen voor de dakbedekking. Geleed door waterlijsten en kordonvormende lekdrempels, beantwoordt de opstand aan een regelmatig ordonnantieschema. De compositie legt de klemtoon op de hoekpenant, die op de begane grond is afgerond, en hogerop overhoeks wordt gemarkeerd door een colonnette en een hoger opgetrokken postament met topstuk. Dit laatste draagt een gebeeldhouwd reliëf met voorstelling van een dolfijn en een drietand, verwijzend naar de badhuisfunctie. Verder registers van drielichten met afgeronde bovenhoeken, kwarthol geprofileerde posten en latei onder ontlastingsbogen. Oorspronkelijk was het middenvenster telkens verlaagd, gevuld met beglazing zijde Prekersstraat, en vermoedelijk gebeeldhouwde reliëfs zijde Pachtstraat, belijnd door omlopende waterlijsten. Deze werden in 1955 grotendeels gedicht of uitgebreid met zijlichten, onder rechtgetrokken waterlijsten. Een houten kroonlijst op consoles vormt de gevelbeëindiging; de oorspronkelijke schoorsteen met decoratieve bekroning is verdwenen. Vernieuwd schrijnwerk.

Volgens de oorspronkelijke bouwplannen omvatte het hoofdvolume op begane grond en eerste verdieping telkens een ruime badzaal, met een carré van elk tien stortbaden uit bouwkeramiek in het centrum en twintig kleedhokjes (?) tegen de lange wanden. Beide werden geflankeerd door de traphal met toegang via het inkomportaal, en kleedkamers. De stookketels bevonden zich in de ondergrond. Deze totale inrichting werd vernieuwd in 1955, met verplaatsing van de douchecabines naar de lange wanden, heropbouw van de trap, het inkomportaal en de annex zijde Pachtstraat. Door deze ingreep verhoogde de capaciteit van twintig naar vierendertig stortbaden.

  • Stadsarchief Antwerpen, dossiers MA#83136 en MA#83365, plannen 697#3319-3323, 697#3753-3755, 1059#1111 en DWG#3329; foto GP#6839.

Bron     : -
Auteurs :  Braeken, Jo
Datum  :


Relaties


Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2022: Stedelijke stortbadinrichting [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/302191 (Geraadpleegd op )