erfgoedobject

Openbare wasinrichting

bouwkundig element
ID
302223
URI
https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/302223

Juridische gevolgen

  • is aangeduid als vastgesteld bouwkundig erfgoed Openbare wasinrichting
    Deze vaststelling is geldig sinds

Beschrijving

Historiek en context

Openbare wasinrichting in modernistische stijl, opgetrokken door de stad Antwerpen als onderdeel van de op hygiëne gerichte openbare infrastructuur van het volkse Sint-Andrieskwartier. Stadsbouwmeester Emiel van Averbeke tekende in 1928 het ontwerp, bijgestaan door bouwmeester 1ste klas François Strommingers. De bouw werd bij openbare aanbesteding van 7 oktober 1929 voor een bedrag van 1.160.983 Belgische frank toegewezen aan de Gentse aannemer Felix De Raedt, die het complex in 1931 voltooide. Het programma omvatte een 'washal', drieëndertig individuele wascabines, een droogkamer, twee strijkzalen en een conciërgewoning. Kort voordien was een wasinrichting met een gelijkaardig programma in gebruik genomen in de Wilgenstraat ten behoeve van de Stuivenbergwijk, daar in combinatie met een stortbadinrichting. De stortbadinrichting van het Sint-Andrieskwartier bestond al sinds 1910 op de tegenoverliggende hoek van de Prekersstraat en de Pachtstraat. Vandaag huisvest het complex een jeugdcentrum.

Emiel Van Averbeke, die in 1905 in dienst trad van de stedelijke dienst gebouwen, werd in 1920 benoemd tot stadsbouwmeester, een functie die hij waarnam tot zijn overlijden in 1946. Vóór de Eerste Wereldoorlog ontwierp hij als assistent van stadsbouwmeester Alexis Van Mechelen onder meer de brandweerkazernes in de Paleisstraat en de Halenstraat, waaruit een sterke affiniteit bleek met het werk van de Nederlandse architect Hendrik Petrus Berlage. Als stadsbouwmeester bouwde Van Averbeke in de vroege jaren 1920 verder op dit idioom, met realisaties als de stedelijke scholengroep in de Napelsstraat. Omstreeks 1930 ontwikkelde hij vervolgens een door de Nederlandse architect Willem Marinus Dudok geïnspireerd 'romantisch kubisme', waarvan de Stedelijke Normaal- en Oefenschool in de Pestalozzistraat als belangrijkste voorbeeld geldt. De architectuur van de openbare wasinrichting in de Prekersstraat, die in dezelfde periode tot stand kwam, is hier sterk mee verwant.

Architectuur

Met een gevelbreedte van negen traveeën omvat het gebouw drie bouwlagen onder een plat dak. Opgetrokken met een structuur uit gewapend beton, heeft het gevelfront een parement uit gele baksteen van het type Belvédère met schaduwvoegen (verdiepte lintvoegen en platvolle stootvoegen). Van blauwe hardsteen is gebruik gemaakt voor de plint en lekdrempels, van gebouchardeerd beton voor de lateien en vensterposten. De compositie en ordonnantie van het gevelfront weerspiegelen de functionele indeling en het programma van het gebouw. Daarbij wordt het hoofdvolume met de eigenlijke wasinrichting onderscheiden van het daarin geïntegreerde lagere volume van de conciërgewoning uiterst rechts. Twee hoekrisalieten die respectievelijk de droogkamer en de traphal herbergen, bakenen als krachtige verticale accenten het hoofdvolume af. Zij onderscheiden zich door een dynamisch polygonaal profiel van kolossale, vlakke en overhoekse lisenen met getrapte top, een oplopende, kepervormige lichtstrook en een betonnen spuwer als bekroning. De tussenliggende zone beantwoordt aan een nadrukkelijk horizontale geleding, vooral gemarkeerd door de hoge, doorlopende raampartijen van de strijkzalen. Het uit de as geplaatste middenportaal doorbreekt als onderdeel van een register van rechthoekige vensters de pui. In het volume van de conciërgewoning valt de ordonnantie van een burgerhuis te herkennen, met een inkomdeur en zijlicht op de begane grond, en drielichten op de bovenverdiepingen. Het oorspronkelijk stalen schrijnwerk is vernieuwd, grosso modo met behoud van de rastervormige roedeverdeling. Het metalen opschrift "WASCHINRICHTING" is verdwenen, de centrale vlaggenmast bleef behouden.

Volgens de bouwplannen omvatte de begane grond van de voorbouw de inkomhal, ingeplant tussen de wachtkamer met sanitair en het kantoor van de beheerder, met daarachter de 'washal'. De strijkzalen namen de twee bovenverdiepingen in uitgerust met een lift, en het geheel werd geflankeerd door de twee niveaus hoge droogkamer en de traphal. Aansluitend op de 'washal' groepeerde een dubbelhoge L-vormige achterbouw met bovenlicht de drieëndertig individuele waskabines, elk met dubbele wastobbe, volledig uitgevoerd in granito. De conciërgewoning ontsloten door een eigen inkom- en traphal, bestond gelijkvloers uit een woonkeuken en op de bovenverdiepingen uit telkens twee kamers. De volledige ondergrond werd ingenomen door de stookketels en stoommachines.

  • Stadsarchief Antwerpen, dossier MA#84597, plannen 697#5793-5794 en DWG#3326-3327; foto FOTO-OF#3796.

Bron     : -
Auteurs :  Braeken, Jo
Datum  :


Relaties


Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2021: Openbare wasinrichting [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/302223 (Geraadpleegd op )