erfgoedobject

Pakhuis B.M. Spiers & Son

bouwkundig element
ID: 302275   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/302275

Juridische gevolgen

Beschrijving

Pakhuis in zakelijke art-decostijl, naar een ontwerp door de architect Jan Jacobs uit 1924. Opdrachtgever was de firma B.M. Spiers & Son, een fruitimporteur en -handelaar (citrusvruchten, bananen, fruitconserven). Aannemer J. Van Riel & Ed. Ceurvorst uit de Marialei, voorloper van de Entreprises Générales de Construction Van Riel & Van den Bergh, voerde de werken uit.

B.M. Spiers & Son werd in 1832 te Rotterdam opgericht door de uit Southampton afkomstige B.M. Spiers, en was sinds 1875 gevestigd te Antwerpen. De firma die achtereenvolgens opereerde onder de benamingen Fruit Brokers Company Spiers & White, B.M. Spiers and Son, en vanaf 1927 Etablissements B.M. Spiers & Son, had tijdens de jaren 1920 haar hoofdzetel in een voormalig herenhuis op de hoek van het Zand en de Stoofstraat. Het bedrijf geleid door de zoon van B.M. Spiers, Frédéric Spiers (Rotterdam, 1835-Antwerpen, 1910), kwam na diens overlijden in handen van Sydney S. Alberti en René De Clercq. Gespecialiseerd in de import van sinaasappelen, werd in 1902 een bijhuis opgericht in Valencia. Vanaf 1912 legde B.M. Spiers & Son zich toe op de import van bananen uit de Antillen, waartoe het nieuwe pakhuis in de Lange Schipperskapelstraat over een rijpingsinstallatie beschikte.

Het pakhuis B.M. Spiers & Son is representatief voor de zakelijke art-decostijl, die de architect - aanvankelijk in associatie met Paul Smekens - tijdens de jaren 1920 tot ontwikkeling bracht. Tot zijn belangrijkste realisaties uit deze periode behoren Résidence La France uit 1926 aan de Jan Van Rijswijcklaan, en de Compagnie Nationale d’Eclairage uit 1929 aan de Louiza-Marialei. In het begin van zijn loopbaan had de omstreeks 1900 debuterende architect zich laten opmerken met woningen in een sobere art-nouveaustijl. Vanaf de jaren 1930 zette Jacobs, die vermoedelijk tot in de jaren 1950 actief bleef, ook de stap naar een meer uitgesproken modernisme. Een belangrijk aandeel in zijn architectuurproductie betreft gebouwen voor infrastructuur en nijverheid.

Met een gevelbreedte van vijf traveeën, omvat het pakhuis vier bouwlagen waaronder een pseudo-mansarde. Opgetrokken met een skeletstructuur uit gewapend beton, heeft de lijstgevel een sober parement uit rood baksteenmetselwerk in kruisverband voor de bovenbouw, een cementbepleistering uit simili-natuursteen (beschilderd) voor de pui, en een bekleding uit leien voor de pseudo-mansarde. De opstand beantwoordt aan een drieledig schema, opgebouwd uit de hoge pui, de bovenbouw en de als pseudo-mansarde uitgewerkte topgeleding. Daarbij legt de compositie de klemtoon op de middenas met de inkom- en traphal, waarvan de bovenbouw als gebogen, oplopende erkerpartij tot aan de daklijst is doorgetrokken. In de pui wordt het inkomportaal geflankeerd door twee inrijpoorten met schamppalen, en twee getraliede vensters; volgens het gevelontwerp droeg de fries het opschrift "ENTREPOT B.M. SPIERS & SON". Verder regelmatige registers van brede rechthoekige vensters met rollagen als latei en lekdrempel. Bewaarde houten inkomdeur, smeedijzeren traliewerk en voetschraper; vernieuwd schrijnwerk, kroonlijst en dakkapellen.

Het pakhuis met quasi rechthoekige plattegrond, wordt volgens de bouwplannen ontsloten door een centraal tegen de voorgevel ingeplante inkom- en traphal, waarbij een goederenlift aansluit. De kelder was bedoeld als 'cave à bananes'. De begane grond met dubbele inrijpoort, en de bovenverdiepingen werden volledig ingenomen door opslagruimten, met uitzondering van de loge (gelijkvloers) en slaapkamer (topgeleding) van de conciërge.

  • Stadsarchief Antwerpen, bouwdossier 1924#17789.

Bron     : -
Auteurs :  Braeken, Jo
Datum  : 2017


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2020: Pakhuis B.M. Spiers & Son [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/302275 (Geraadpleegd op 22-01-2020)