Bankgebouw J. Nagels

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie Vlaams-Brabant
Gemeente Aarschot
Deelgemeente Aarschot
Straat Bogaardenstraat
Locatie Bogaardenstraat 23, Aarschot (Vlaams-Brabant)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen

Juridische gevolgen

is beschermd als monument Bankgebouw J. Nagels

Deze bescherming is geldig sinds 15-04-2014.

Beknopte karakterisering

Beschrijving

Het gebouw J. Nagels is een bankgebouw in eclectische stijl dat werd gebouwd in 1927.

Historiek

Het bankgebouw "J. Nagels" met privéwoning werd pas in 1927 opgetrokken, wat vrij laat is in vergelijking met de omringende wederopbouwpanden. Dit late tijdstip en het feit dat het een prestigieuze financiële instelling betrof, is vermoedelijk de verklaring voor de afwijkende stijl die gehanteerd werd. In tegenstelling tot de omringende typische wederopbouwpanden in pittoreske neo-Vlaamserenaissanse-stijl, werd hier gekozen voor een eclectische stijl met classicistische gevelopbouw rijkelijk gedecoreerd met art-deco-elementen. Het interieur werd uitgevoerd in een zeer verzorgde art-decostijl. Door te kiezen voor een streng symmetrisch classicisme in combinatie met het op dat moment modieuze art deco, straalde het gebouw enerzijds standvastigheid en vertrouwen uit maar anderzijds ook het geloof in een nieuwe toekomst. Deze lovenswaardige eigenschappen hebben echter niet kunnen beletten dat de bank al na twee jaar, ten gevolge van de beurscrash van New York op 24 oktober 1929 en fraude van bankier Jozef Nagels, op 13 december 1929 failliet werd verklaard. Na een lange tijd van leegstand deed het gebouw tussen 1940 en 1974 dienst als stadhuis en tussen 1981 en 2008 als school. In 2011 werd het pand met veel respect voor de nog aanwezige historische elementen gerestaureerd tot handelszaak met woonfunctie op de verdieping.

De voormalige bank werd opgetrokken naar ontwerp van de in Aarschot gevestigde architect Victor Van Roey is een historisch waardevolle getuige van de wederopbouw van Aarschot na de gewelddadige verwoestingen tijdens de Eerste Wereldoorlog. Samen met de omringende wederopbouwpanden vormt het enerzijds een tastbare herinnering aan de bloedige repressie waaraan de stad tijdens de Eerste Wereldoorlog ten prooi viel, maar straalt het anderzijds ook het vertrouwen en optimisme uit in een nieuwe toekomst.

Architectuurhistorisch vormt het bankgebouw zowel constructief, typologisch als stilistisch een uniek en tevens vrijwel gaaf bewaard voorbeeld van een wederopbouwpand te Aarschot.

Typisch voor de regionalistische interbellum- en wederopbouwarchitectuur in het algemeen, maakte ook Victor Van Roey gebruik van eigentijdse moderne materialen en technieken (onder meer beton), die echter verborgen achter neotraditionele bak- en natuurstenen gevels werden toegepast. In het interbellum groeide immers stilaan het besef dat het gebruik van beton niet enkel economische maar ook constructieve voordelen bood zoals de mogelijkheid tot grote overspanningen, slanke pijlers en grote lichtopeningen. Victor Van Roey paste deze moderne bouwwijze hoofdzakelijk toe in de constructie van de lokettenzaal waar het betonnen skelet slechts door vier pijlers wordt geschraagd en de mogelijkheid bood tot aanbrengen van grote lanterneaus.

Voor het gevelfront werd een eclectische vormentaal gebruikt, die wat de ordonnantie betreft verwijst naar het classicisme en wat de ornamentiek betreft naar de art deco. Hierdoor wijkt het pand volledig af van de neotraditionele wederopbouwarchitectuur te Aarschot en neemt het binnen de wederopbouw een unieke plaats in. De monumentaliteit, ornamentiek en rijke materiaalkeuze zijn een architecturale veruitwendiging van de financiële macht van de bank en maken het pand zeer beeldbepalend in de straat.

De oorspronkelijke indeling van het gebouw in functie van private en publieke vertrekken bleef eveneens bewaard, alsook een groot deel van de rijke art-deco-interieuraankleding. De voormalige lokettenzaal met toegang naar de ondergrondse kluizen verwijst nog naar de vroegere financiële functie. De verwerking van lanterneaus en de veelvuldige glas-in-loodvensters in de deuren zorgen voor een optimalisering en intensifiëring van de natuurlijke lichtinval, een kenmerk ontleend aan de art nouveau en typisch voor vooruitstrevende interbellumarchitectuur. Dit totaalontwerp getuigt van een hoogstaande kwalitatieve wederopbouwarchitectuur en is binnen het gekende Aarschotse wederopbouwoeuvre van architect Van Roey stilistisch gezien het meest progressieve ontwerp.

Beschrijving

De voormalige bank J. Nagels is een imposant wederopbouwpand opgetrokken als bankgebouw met privé-woning, volgens gevelinscripties in 1927 naar ontwerp van architect V. Van Roey. Het rechthoekige geheel beslaat bijna het volledige bouwperceel en is opgebouwd uit drie verspringende volumes, allen onder plat dak. Het drie bouwlagen hoog volume aan de straat met inkompartijen en privévertrekken op de verdieping, wordt gevolgd door een grote, éénlaagse lokettenzaal die achteraan wordt afgesloten door een twee bouwlagen hoog gebouw, naar verluidt de conciërgewoning.

Het straatvolume bestaat uit drie bouwlagen en drie repetitieve traveeën onder plat dak en heeft een eclectische vormentaal en ornamentiek die zowel verwijst naar het classicisme (voornamelijk in de gevelopbouw) als de art deco (decoratie).

Rijk gedecoreerd en expressief gevelfront, uitgevoerd met blauwe hardsteen voor de benedenbouw en witte (simili?)natuursteen gecombineerd met rode baksteen in decoratief metselverband voor de bovenbouw. Sterk verticaal gevelritme door de superpositie van geblokte pilasters op de benedenverdieping en kolossale Ionische pilasters op de bovenverdieping doorgetrokken tot de attiek boven de sterk overkragende kroonlijst. De centrale hoofdingang wordt geaccentueerd door een bekronend rechthoekige balkon op een schelpmotief. De gevel is overvloedig gedecoreerd met art-deco-elementen zoals de typische gestileerde bloemen- en fruitguirlandes. Op het gelijkvloers een drieledige arcadestructuur bestaande uit hoge volledig beglaasde rondboogdeuren met bovenlicht beschermd door sierlijk smeedijzeren hekwerk uitgevoerd door de firma "Lagothe" uit Leuven (confer naamplaatje). De rechthoekige- en rondboogvensters van de bovenverdiepingen zijn gevat in een doorlopende plattebandomlijsting en hebben hun oorspronkelijk houten schrijnwerk nog bewaard.

De achtergevel en het bijgebouw achteraan zijn opgetrokken uit baksteen met getoogde openingen. Het schrijnwerk aan de achterzijde werd vernieuwd alsook twee openingen van het woongedeelte vergroot.

Interieur

Het interieur van zowel de lokettenzaal als de woonruimten werd met veel zin voor afwerking, detaillering, gevarieerd materiaalgebruik en monumentaliteit in een doorgedreven art-decostijl uitgevoerd.

De begane grond van het hoofdvolume wordt door het bureau van de directeur en twee inkompartijen in beslag genomen. De centrale toegangsdeur geeft toegang tot het bureau van de directeur en de voormalige lokettenzaal. Deze grote, open ruimte werd opgetrokken als een betonskelet steunend op slechts vier pijlers en baadt in het licht door de vele lanterneaus. Tegen de zuidwestelijke zijmuur leidt een trap naar de kelder waar vroeger de kluizen waren ondergebracht. De granitovloeren met gekleurde geometrische motieven, de decoratief uitgewerkte pijlers en het binnenschrijnwerk (deels met glas-in-loodvensters) bleven behouden alsook een belangrijk deel van de kleurrijke geglazuurde muurtegels van één van de grootste Brusselse tegelfabrikanten, "Maison Helman". De patronen op de vloer geven duidelijk aan op welke wijze de open loketten en bureaus waren georganiseerd. In de westelijke hoek, en tevens ook achter de rechtse toegangsdeur, bevond zich het bureel van de directeur.

De linker toegangsdeur leidt naar de trappenhal van het privégedeelte op de bovenverdiepingen. De woonvertrekken van de bel-etage zijn gerangschikt rond een ruime hal. Ook hier werden de kunstig uitgesneden trappalen, de veelvuldige deuren met kleurrijk glas in lood, de granitovloeren en de mijterbogen van art-deco-motieven voorzien. De traphal wordt eveneens verlicht door lanterneaus. De twee met elkaar verbonden salons aan de straatzijde hebben een voor die tijd meer voorbijgestreefde aankleding. De houten vloeren, stucwerkplafonds met florale motieven, de marmeren schouw en de espagnoletten verwijzen eerder naar diverse 19de-eeuwse neostijlen.

In 2011 werd het pand gerenoveerd en de lokettenzaal tijdelijke ingericht als handelszaak. De grote centrale lanterneau bleef behouden, de overige werden gedicht en omgevormd tot lichtbakken waardoor het initiële idee van binnenvallend licht bewaard bleef. De nog bewaarde afscheidingsmuurtjes en pijlers met tegelwerk van huis Helman werden ingepakt in een gyproc omhulsel ter bescherming. Gelijktijdig werd ook de bovenverdieping verbouwd tot woongelegenheid waarbij de oorspronkelijke elementen zo veel mogelijk bewaard of hergebruikt werden.

  • Kadaster Vlaams-Brabant, primitief kadasterplan van 1822 en mutatieschets 1929/4
  • www.sector.openmonumentendag.be: BAECK M. 2006: Vloer- en wandtegels, een verhaal van import en export, Open Monumentendag Vlaanderen.
  • www.sector.openmonumentendag.be: POULAIN N. 2008: De wederopbouw na de Eerste Wereldoorlog: het traditionalistisch concept haalt het op de modernistische visie, Open Monumentendag Vlaanderen.
  • Aarschotse monumenten, 3, Waardevolle gevels en herenhuizen in Aarschot, Open Monumentendag Aarschot, 13 september, 1992.
  • COECK A. 1985: 100 jaar stedelijke tekenacademie te Aarschot. In: Het oude land van Aarschot, XX.2-3, Aarschot, 10-18.
  • COECK A., A. PEETERS & I. VAN HEES 1993: Kroniek van Aarschot. 1792-1940, Tongeren.
  • FONTEYN J. 1986: Stadswerken te Aarschot. In: Het oude land van Aarschot, XXI.4, Aarschot, 157-175.
  • HOLEMANS F. 1996: De benaming Hoogbrug te Aarschot. Het oude land van Aarschot, XXXI.1, Aarschot, 20-21.
  • KEMPENEERS P. 2009: Aarschot. Plaatsnamen en hun geschiedenis, Kessel-Lo.
  • OP DE BEECK E. & R. ELSEN 1982: Aarschot. Evolutie van een stadsbeeld. Een straten- en platenboek, Aarschot.
  • PEETERS R. 1994: De wederopbouw van Aarschot na Wereldoorlog I, Antwerpen.
  • VANDENBORRE R. 1997: Aarschot en omgeving (2). Themanummer HONA Vorsersgroep Homo et Natura, 32.4.
  • VAN HEES I. e.a. 2003: Een beeld van Aarschot omstreeks 1900, Aarschot.

Bron: Onroerend Erfgoed, digitaal beschermingsdossier 4.001/24001/103.1, Wederopbouwarchitectuur in Aarschot - deeldossier Amerstraat - Bogaardenstraat: voormalig bankgebouw J. Nagels.

Auteurs: Van Damme, Marjolijn

Datum tekst: 2013

Relaties

maakt deel uit van Aarschot

Aarschot (Aarschot)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.