Sociale woonwijk Rabot

inventaris bouwkundig erfgoed \ geheel \ plaats

Locatie

Provincie Oost-Vlaanderen
Gemeente Gent
Deelgemeente Gent
Straat Begijnhoflaan, Filips van Cleeflaan, Opgeëistenlaan
Locatie Begijnhoflaan, Filips van Cleeflaan, Opgeëistenlaan (Gent)

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen

Juridische gevolgen

Beschrijving

Tussen 1966 en 1973 werden in het zuidwesten van de wijk Rabot heel wat sociale huisvestingsprojecten gerealiseerd, waarvan sommige in het kader van krotopruiming. Zo realiseerde De Goede Werkmanswoning in 1966 80 appartementen in de Cornelis Sneyssonestraat naar ontwerp van architect Robert Rubbens en ingenieur Albert Mallebrancke, drie jaar later bouwde Volkshaard 69 appartementen in de Nicolaas Zannekinstraat, en de Gentse Maatschappij voor de Huisvesting realiseerde datzelfde jaar 35 appartementen op de hoek van de Bargiekaai en de Guldenvliesstraat. De Gentse Haard trok in 1973 66 appartementen op aan de Alois Joosstraat en het Wittekaproenenplein. Het meest beeldbepalende project waren echter de 572 appartementen die de Gentse Maatschappij voor de Huisvesting in 1970 realiseerde in drie hoogbouwvolumes aan het Griendeplein 4-358 en Filips van Cleeflaan 2-396 en 1-393. De plannen waren van ingenieur-architect Jules Trenteseau, die reeds heel wat naoorlogse sociale hoogbouw in Gent realiseerde. Vanaf 2013 werd begonnen met de geleidelijke ontmanteling en sloop van de gebouwen.

De Rabot-torens (in de volksmond “De blokken” of “cités in d’heugte”) zijn een late toepassing van de modernistische, vrijstaande hoogbouw in de Gentse binnenstad. Ze werden echter ook vrij snel en algemeen beschouwd als minder geslaagd. Op voorstel van de stedelijk ingenieur J. Van der Haeghen werd het middelste gebouw niet evenwijdig aan maar dwars op de overige twee gebouwen geplaatst, dit om de visuele impact vanuit de historische stad op de middeleeuwse Rabotsluis te minimaliseren. Dit had echter een negatieve impact op de oriëntatie van de appartementen. Bovendien bleef de hoogbouw voor velen onvoldoende geïntegreerd in zijn omgeving. Het middelste appartementsgebouw werd voorzien van triplexgalerijen, een plaatsbesparend circulatiesysteem dat ook toegepast werd door Willy Van der Meeren in zijn sociale hoogbouw Ieder Zijn Huis te Evere en door Jules Trenteseau zelf in het sociale appartementsgebouw aan de Charles Andrieslaan. Bij de Rabot torens werd de rationalisering en besparing echter dermate doorgevoerd, dat ze schaadde aan de woonkwaliteit. Deze besparing is ook zichtbaar bij de vergelijking van blok 1 (de meest zuidelijke) en blok 3. Hoewel ogenschijnlijk identiek, werd blok 1 veel kwalitatiever gebouwd met twee verticale circulatieruimtes en portieken. Bij blok 3 daarentegen werd bespaard op materialen en werd slechts één verticale circulatie voorzien waardoor er lange, donkere binnengangen (in de volksmond “ziekenhuisgangen”) nodig waren.

Deze wijk werd binnen de thematische inventarisatie van het sociale woningbouwpatrimonium niet geselecteerd als bouwkundig erfgoed omwille van de zware aantasting van de erfgoedwaarde (sloop).

  • ALLEMEERSCH S., CAPELLE B. & DEBAENE M. (ed.) 2014: Rabot 4-358, Gent.
  • DUBOIS M. 1985: Van stad tot regio, van rijwoning tot villa, in: DESEYN G., DUBOIS M., FREDERICQ-LILAR M., LALEMAN M. C., POULAIN N., VAN CLEVEN J. & VAN TYGHEM F., Gent & Architectuur. Trots, schande en herwaardering in een overzicht, Brugge, 124.
  • JOOS L., BISSCHOP M.-L. & VAN DOORNE G. 1984: Volkshuisvesting in Gent, Gent, 90-91.
  • VAN AUDENAERDE F. 1984: Ontstaan en groei van de Gentse maatschappij voor de huisvesting, onuitgegeven verhandeling Rijksuniversiteit Gent, Vakgroep Architectuur, 97-98.
  • VAN BEVER J. 2013: Onderzoek naar ontwerp – en renovatiepotentieel van –sociale- hoogbouw: case study: Rabottoren één, Gent, onuitgegeven masterproef UGent, burgerlijk ingenieur-architect.

Bron: -

Auteurs: Vandeweghe, Evert

Datum tekst: 2016

Relaties

maakt deel uit van Rabotwijk

Gent (Gent)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.