De bruine beuken (Fagus sylvatica ‘Atropunicea’) bevinden zich op een heuveltje in de warande van de pastorie van de Sint-Remigiusparochie te Neervelp.
Op 14 februari 1939 schreef de toenmalige pastoor van Neervelp aan de voorzitter van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen dat het gemeentebestuur van plan was om “drie schoone roode beukenboomen, staande in het gesloten park der pastorij” te verkopen, vermoedelijk om de renovatiekosten van het pastoriegebouw te bekostigen. In het inspectieverslag waarin de ‘klassering’ van de bedreigde bomen wordt aanbevolen, wordt gesteld dat het gaat om “prachtige boomen die op een kleine verhevenheid nevens elkander op korten afstand staan en den wilden tuin met zijne appelaars beheersche”. Het gaat bovendien om kaarsrechte bomen en “hun stam is effen, door geen enkelen knobbel of uitwas gemerkt”. De bomen hadden op dat moment stamdiameters van “omtrent” één, 0,90 en 0,75 meter.
De bruine beuken staan ingeplant op een klein heuveltje van circa 1,20 m, dat typerend is voor de tuinaanleg. De aanleg van deze 'warande' met bruine beuken valt waarschijnlijk samen met een in 1850 geregistreerde verbouwing en vergroting van het pastoriegebouw. Dit vermoeden wordt min of meer bevestigd door de dendrochronologie: in oktober 1998 werd op de dikste van de drie beuken reuzenzwam waargenomen en om veiligheidsredenen werd deze boom onmiddellijk geveld. Zo kon worden vastgesteld dat dit exemplaar circa 150 jaar oud was.
Bij een terreinbezoek aan de pastorietuin (op 9 oktober 1998), net voor het vellen van één van de drie beuken, werden volgende stamomtrekken genoteerd: 3,38 m (omwille van aantasting door reuzenzwam gekapt op 12 oktober 1998), 3,27 m en 2,84 m.
- DENEEF R. (red.) 2004: Historische tuinen en parken van Vlaanderen, Inventaris Vlaams-Brabant, Bierbeek, Boutersem, Glabbeek en Oud-Heverlee , M&L Cahier 9, Brussel, 118-119.