Parochiekerk Sint-Pietersbanden

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie Vlaams-Brabant
Gemeente Landen
Deelgemeente Attenhoven
Straat St.-Petrusstraat
Locatie St.-Petrusstraat 17, Landen (Vlaams-Brabant)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen

Juridische gevolgen

is beschermd als monument Parochiekerk Sint-Pietersbanden met ommuurd kerkhof

Deze bescherming is geldig sinds 14-03-2014.

omvat de bescherming als monument Parochiekerk Sint-Pietersbanden: orgel
gelegen te St.-Petrusstraat 17 (Landen)

Deze bescherming is geldig sinds 19-12-2014.

is deel van de bescherming als stads- of dorpsgezicht, intrinsiek Parochiekerk Sint-Pietersbanden en pastorie met omgeving

Deze bescherming is geldig sinds 14-03-2014.

Beschrijving

De Sint-Pietersbandenkerk is een fraai voorbeeld van een door de eeuwen heen geëvolueerd plattelandskerkje, bestaande uit een 16de-eeuws gotisch koor in tufsteen van Lincent, een sacristie in Maaslandse stijl van 1723, een neogotisch schip, transept en westtoren van 1890 naar ontwerpen van de Sint-Truidense architect E. Serrure en als laatste toevoeging twee neogotische zijkapellen van 1896. De kerk wordt nog altijd omgeven door het ommuurde kerkhof met dodenhuisje, met een kunstige smeed- en gietijzeren hekwerk van de Firma Van Aerschot uit Herentals uit 1873 dat circa 1890 hergebruikt werd met toevoeging van twee nieuwe vleugelpoorten tussen hardstenen pijlers, en met een aantal markante en lokaal-historisch waardevolle 17de-eeuwse grafkruisen, eind 19de-begin 20ste-eeuwse grafzerken met zuil en smeedijzeren kruisen.

Historiek

Sint-Pietersbandenkerk

Het verheven en door een kerkhof omringd parochiekerkje was van oudsher bereikbaar via enkele trappen aan de Kerkstraat (huidige Sint-Petrusstraat) en een kerkpad dat liep van aan de "Weg naar Neerlanden" (huidige Dorpsstraat) langs het perceel van de vicaris over het kerkhof (Primitief kadasterplan, 1828 en atlas der voetwegen, circa 1840). In de literatuur is er ook sprake van een "kerkwegel" die liep van de Castelle Straet (huidige Kastelstraat) door de kersenboomgaard "Den grooten hof" en de pastorietuin naar de kerk. Mogelijk is het pad ten zuidwesten van "Den grooten hof" hiervan nog een restant.

De oudste informatie van de parochiekerk dateert vanaf 1608. Van 1606 tot 1650 liet pastoor Jan Backx immers belangrijke verbouwingswerken uitvoeren aan het éénbeukige kerkje. In 1615 werd na dringende herstellingswerken het kerkje opnieuw geconsacreerd en toegewijd aan Sint-Pietersbanden, het hoogaltaar werd toegewijd aan Onze-Lieve-Vrouw. Alleen het huidige hoogkoor in tufsteen van Lincent dateert nog uit die periode. Het is opgetrokken in gotische stijl en telde oorspronkelijk vijf ramen.

In 1723 breidde het Sint-Lambertuskapittel van Luik de kerk uit met een transept en een sacristie achter het hoogkoor, conform de sluitsteen van de sacristiedeur met opschrift "XP.ENSIS/ AP : ST : LAMB : 1723". De kerkramen werden vergroot en het traliewerk tussen het schip en koor verwijderd. Onder leiding van pastoor Guillaume Vander Maesen (1711-1734) verlaagden de parochianen enerzijds het kerkhofniveau en werd anderzijds het vloerniveau van de kerk verhoogd en belegd met 1800 tegels van Longpré. Hiernaar verwijst nog de vloertegel met inscriptie "G/ V M/ 1723”.

Een halve eeuw later werd de kerk grondig verbouwd door pastoor Lambert Melotte (1760-1796) en kreeg de kerk ongeveer haar huidige vorm. Enkel het koor en de sacristie van de oude kerk bleven behouden. Het schip werd verlengd tot vier traveeën en een kleine zijbeuk, kleine kruisbeuk en een westtoren werden toegevoegd. De houten zoldering rustte op ronde zuilen. Op 26 juni 1772 werd de kerk en het nieuwe hoogaltaar geconsacreerd.

Honderd jaar later, in 1862, werd onder leiding van architect F. Gerard (Sint-Truiden) de houten zoldering vervangen door een stenen gewelf dat 2,25 meter hoger was dan het oude. Het verhogen van het plafond gaf de mogelijkheid een volwaardig orgel te plaatsen met twintig registers. Het orgel werd gebouwd in 1866 door Fr. Ruef (Duitsland - vanaf 1853 te Sint-Truiden) maar pas in 1879 in de kerk geplaatst (beschermd bij Koninklijk Besluit van 12.10.1981).

Door de sterke bevolkingsgroei was het kerkje van 1772 weerom te klein geworden. Circa 1890 werd onder pastoor Jozef Henckaerts (1889-1902) de kerk naar plannen van architect E. Serrure van Sint-Truiden nogmaals vergroot en hersteld. Het kerkschip werd met één travee verlengd en een nieuwe westtoren gebouwd (mutatieschets 1891/8). De zuilen in de kerk werden vervangen door nieuwe zuilen in blauwe hardsteen en er werd een nieuw dak gelegd dat schip en zijbeuken overspande. In 1896 werd aan weerszijde van het koor een kapel met zijaltaar toegevoegd (geen kadastrale optekening). Hiervoor werden de muren tussen het koor en zijkapellen opengebroken met een brede boog. De verbouwingswerken werden voltooid door pastoor Daniël van Koot (1902-1917) met de binnenversiering van de kerk. Op 2 augustus 1909 werd het nieuwe hoogaltaar plechtig ingewijd door Monseigneur Rutten, bisschop van Luik. De decoratief uitgewerkte mozaïekvloer in het koor werd aangebracht in opdracht van pastoor Jacobs, conform de inscriptie achter het hoogaltaar: "W.JACOBS/ 1931". De muurschilderingen boven de scheibogen tussen koor en zijkapellen werden in de loop van de 20ste eeuw overschilderd. In de toren (45 meter) hangen nog steeds drie 17de-eeuwse klokken: de Sint-Lambertusklok van 1643, de Sint-Petrusklok van 1663 en de Sint-Barbaraklok van 1681. Ook het oorspronkelijke mechanisme van het torenuurwerk bleef behouden. In 1953 werden aan de buitenzijde van de toren wijzerplaten aangebracht.

Kerkhof

Het kerkhof beschreef in het begin van de 19de eeuw een quasi vierkant perceel gevat tussen de pastorie ten zuidwesten en het Vicarishuis ten noordoosten (primitief kadasterplan, 1828 en bijhorende legger). In 1850 wordt één van de gebouwen van het "maison à cour du vicair", dat grotendeels op het kerkhofperceel gelegen was, herbestemd tot school (mutatieschets 1850/13).

Circa 1873 wordt het schoolgebouw gesloopt, de perceelgrens rechtgetrokken en vermoedelijk het hele perceel ommuurd (mutatieschets 1876/8). Tussen het kerkhof en de toegangsweg naar de kerk plaatste men een fraai smeed- en gietijzeren hekwerk met funeraire symboliek afkomstig van de firma 'August Van Aerschot en zonen Joseph en Leonard - Kempische ijzergieterij en smederij' uit Herentals (1873). Bij de uitbreiding van de kerk circa 1890 werd het hekwerk gerecupereerd ter flankering van de twee nieuwe hekkens tussen hardstenen pijlers. Als circa 1905 de overige gebouwen van het vicarishuis gesloopt worden (mutatieschets 1906/8), voegt men het vrij gekomen terrein aan het kerkhof toe waarna het zijn definitieve vorm en ommuring krijgt (mutatieschets 1912/3).

In het begin van de 20ste eeuw werd de 17de-eeuwse calvariegroep tegen de scheidingsmuur van de pastorie tegenover het kerkportaal verwijderd en de gekruisigde Christus op het kerkhof gerecupereerd. Ook de trappen aan de Sint-Petrusstraat werden weggewerkt. Een deel van het hekwerk van Van Aerschot werd in 1995 verplaatst naar de noordelijke hoek van het kerkhof.

Beschrijving

Sint-Pietersbandenkerk

De parochiekerk Sint-Pietersbanden van Attenhoven wordt omringd door een ommuurd kerkhof en ligt op een kleine hoogte bezijden de Dorpsstraat en St.-Petrusstraat.

De longitudinale, pseudo-basilicale kruiskerk is opgetrokken uit tufsteen uit Lincent en baksteen met verwerking van Maaskalksteen en kalkhoudende zandsteen onder een leien bedaking in een laatgotische en neogotische stijl, laatstgenoemde uit 1890 naar ontwerp van architect E. Serrure (Sint-Truiden).

De plattegrond ontvouwt een driebeukige kerk met vrijstaande westtoren, een schip en zijbeuken van vijf traveeën, een transept van één travee met vlakke sluiting en een één travee diep, driezijdig afgesloten koor aan weerszijde voorzien van zijkapellen van één travee met driezijdige sluiting en in het verlengde een rechthoekige sacristie.

Het minstens tot de 16de eeuw opklimmende koor is het enige gedeelte opgetrokken uit tufsteen uit Lincent, de laatgotische spitsboogvensters zijn voorzien van traceringen met vierpasmotieven. In het verlengde van het koor bevindt zich de rechthoekige sacristie onder afgesnuit zadeldak van 1723 in Maaslandse stijl. De bakstenen gevels zijn voorzien van Maaskalksteen voor de plint, hoekkettingen, deur- en vensteromlijstingen. Enkel de oostzijde is geopend door getraliede kloostervensters in een brede vlakke omlijsting en een (later toegevoegde?) deur. Aan de kopse gevel een 17de-eeuws Calvariekruis onder zadeldakje.

De eind 19de-eeuwse kerk is opgetrokken uit baksteen, verlevendigd met kalksteen voor de lage plint en kalkhoudende zandsteen voor de venster- en deuromlijstingen.

Het transept en de zijbeuken worden geopend door neogotische spitsboogvensters, voorzien van traceringen met vierpasmotief. De transepten worden afgesloten door puntgevels met aandaken, afgedekt door een ezelsrug en bekroond door een kruisbloem.

Vooruitspringende westtoren onder ingesnoerde naaldspits met breder uitgebouwde onderbouw onder zadeldakjes, opengewerkt door een spitsboogvormige deuromlijsting, gelijkaardige vensters als in de zijbeuken, oculi met vierpasmotieven en gekoppelde spitboogvormige galmgaten waarboven oculi met ijzeren wijzerplaat. De top wordt bekroond door een smeedijzeren windhaan.

Aan weerszijde van het koor, neogotische bakstenen zijkapellen van 1896 eveneens geopend door spitsboogvormige vensters met gedeeltelijke omlijstingen en traceringen in tufsteen van Lincent. In de muur van de oostelijke zijkapel werden drie 17de-eeuwse grafkruisen ingemetseld (1617, 1618 en 1638).

Homogeen bepleisterd en wit geschilderd interieur geritmeerd door spitsbogen op hardstenen pijlers met decoratief uitgewerkte kapitelen. Het schip, de zijbeuken, het koor en de zijkapellen worden overwelfd door geprofileerde kruisribgewelven en dito gordelbogen. De natuurstenen vloer van grijze en zwarte tegels bleef op de middengang na behouden (inscriptie achter hoogaltaar "G/ V M/ 1723"), alsook de grafsteen van pastoor Johannes Melotte (1734-1760). In het koor een decoratief uitgewerkte mozaïekvloer van 1931 (zie inscriptie achter hoogaltaar "W.JACOBS/ 1931"). Tegen de westgevel een fraai driezijdig doksaal op consoles met neogotische balustrade en het beschermde orgel in 1866 door Fr. Ruef vervaardigd en in 1879 in de kerk geplaatst. De 19de- en 20ste-eeuwse glasramen, in de zijbeuken decoratief en in het koor en de zijkapellen overwegend figuratief, zijn giften van welstellende parochianen. De sacristie met kleurrijke cementtegelvloer is toegankelijk achter het hoogaltaar via een robuuste kalkstenen rondboogpoortomlijsting ingeschreven in een rechthoek met inscriptie "XP.ENSIS/ AP : ST : LAMB : 1723" op de sluisteen. In de westtoren wordt de voormalige doopkapel afgesloten door een ijzeren hek.

Glasramen
  • Apsis: de Heilige familie, Onze-Lieve-Vrouw van Lourdes (1897) en Sint-Anthonius van Padua.
  • Noordelijke zijkapel: Onze-Lieve-vrouw van de Karmel (1897), Heilige Dominicus (1897), en Heilige Fransiscus van Assisi (1897).
  • Zuidelijke zijkapel: textielmotief (1897), Heilige Johannes Berchmans (1897) en Heilige Albertus van Leuven.
  • Zijbeuken: glasramen met decoratief patroon geschonken door parochianen, vervaardigd door Hermans (Tienen), begin 20ste eeuw.
Mobilair
  • Hoofdaltaar: stenen altaartombe, 1908, vervaardigd door Guillaume Gielen: maaltijd met de Emmaüsgangers geflankeerd door de profeet Daniël en de Heilige Bernardus van Clervaux; koperen altaarretabel met tabernakel en expositiekroon, 1903, vervaardigd door de gebroeders Delien (Luik): de geboorte van Christus en aanbidding van de wijzen.
  • Dienstaltaar: gemaakt van de 18de-eeuwse communiebank door de firma Arté-Grossé uit Brugge, ingewijd in 1995.
  • Preekstoel, hout, 1880, vervaardigd door Janssen-Wijnrock (Sint-Truiden): Heilige-Ambrosius, Heilige Gregorius de Grote, Heilige Augustinus en Heilige Hieronymus. Klankbord verdwenen.
  • Twee neogotische biechtstoelen, hout, 1897, vervaardigd door de firma Gielen (Sint-Truiden), neogotische bekroning verwijderd en bewaard in de voormalige doopkapel.
  • Doopvont, hardsteen, 18de eeuw met geelkoperen deksel, 1924, vervaardigd door Dessain (Luik).
  • Beeld Heilige Rochus van Montpellier, gepolychromeerd hout, midden 17de eeuw.
  • Beeld Heilige Anthonius, gepolychromeerd hout, tweede helft 18de eeuw;
  • Beeld Heilige Petrus, gepolychromeerd hout, 1868, vervaardigd door A. Dumont en geschilderd door Beckers.
  • Beeld Sint Jozef, 1889, vervaardigd door M. Janssen-Wijnrock.
  • Beeld Heilige Barbara, 1897, geschonken door de werklieden van Attenhoven.
  • Beeld Heilige Anthonius van Padua, 1892.
  • Beeld Heilig Hart, hout, 20ste eeuw(?).
  • Klok Sint Lambertus, 1643
  • Klok Sint Petrus, 1663.
  • Klok Sint Barbara, 1681.
Orgel

Het orgel is gebouwd in 1866 door Fr. Ruef (afkomstig uit Duitsland). Fr. Ruef vestigde zich na een leerperiode bij H. Loret in 1853 te Sint-Truiden, dit is het enige tweeklaviersorgel in het arrondissement Leuven dat van hem bekend is.
Andere transformaties werden uitgevoerd door volgens naamplaatje op de klaviatuur (achteraan de kast in het midden): "Pereboom et Leÿser à Maastricht". Hoger op de rugwand staat in potlood: "Constant Leÿser et fils/ Fabricants d'orgues d'églises - pianos - harmoniums/ Tongres" en achter het luik aan de voorzijde bevindt zich een modern plaatje: "Pierre H.A. Pereboom/ orgelbouwer/ Maastricht - tel.8063" met bijgeschreven: "staten str. n°7/ 15/2/1968". Onderhoud gebeurde onder andere door Fa. Van de Loo uit Heverlee.

Het pijpwerk en het front is uitgevoerd in tin. Het traktuur is volledig mechanisch. De orgelkast is in een vroegromantische stijl, maar staat niet meer op haar originele plaats.

Kerkhof

Het kerkhof is volledig omringd door een verspringende bakstenen muur onder betonnen dekstenen die naar de Dorpsstraat toe trapsgewijs verlaagt wat een mooi zicht op de kerk toelaat vanop de hoofdstraat; de hoek wordt geaccentueerd door een Heilig Hartbeeld.

Ter hoogte van de westtoren loopt een breed pad naar de ingang van de kerk van het kerkhof gescheiden door een elegant hekwerk uit 1873 en 1890. Aan weerszijde van de toren is het kerkhof toegankelijk via een ijzeren pijlpunthek met sierlijke bekroning op de makelaar, gevat tussen robuuste, vierkant pijlers in hardsteen met geriemde schacht en een kegelvormige bekroning (1890). Flankerend vast hekwerk in smeed- en gietijzer (1873) opgebouwd uit een brede band van vlechtwerk waarop getorste pijlpuntspijlen tussen brede stijlen met rocaillemotieven en vlechtwerk uitlopend op Lodewijk XV-versiering met bekronend kruis waarin symbolen refererend aan de dood: een weegschaal (verschil tussen goed en kwaad), een gevleugelde zandloper (de kortstondigheid van het leven), een olielamp (licht op de weg naar het eeuwige leven) en de gekruiste zeis (de onverbiddelijkheid van een plotse dood). Een deel van het gietijzeren hek werd recent vervangen door een eenvoudig traliewerk en overgebracht naar de noordelijke hoek van het kerkhof.

In de westelijke hoek tegen de muur aangebouwd, een bakstenen dodenhuisje op hardstenen plint onder leien zadeldak met rondboogdeur.

De oudste grafkruisen klimmen op tot de vroege 17de eeuw en werden ingemetseld in de muur van de zuidoostelijke zijkapel: Barbara Loosen † 1617, Jan Loyaerts † 1618 en Nicolaes Claes † 1638. Het vrijstaand grafkruis van Goord Loyaerts † 1636 vermeld in het Fotorepertorium van het meubilair van de Belgische bedehuizen werd niet teruggevonden.

Tegen de noordwestelijke muur bevinden zich de oudste grafstenen van plaatselijke notabelen voorzien van hoog opgetrokken zuilen en obelisken, al dan niet bekroond door een kruis. Tevens zijn er nog talrijke smeedijzeren kruisen bewaard.

Omgeving

De onmiddellijke omgeving van de kerk wordt vooral gedomineerd door de hoogstamboomgaard “Den grooten hof” aan de Kastelstraat, ten noordoosten en oosten grenzend aan de kerk- en pastoriesite. De oude kersenboomgaard, toegankelijk via een ijzeren hek tussen bakstenen pijlers, is plaatselijk ingeboet met jonge perenbomen. De fruitbomen staan in een permanent grasland met microreliëf. In de vegetatie zijn relicten aanwezig van een soortenrijke Kamgrasweide (Kamgras, Scherpe boterbloem, Madeliefje, ...).

een restant van de kerkweg die liep van de Kastelstraat door de boomgaard en de pastorietuin, via het poortje in de tuinmuur, naar de kerk. Ten zuidoosten en -westen van deze boomgaard zijn kleine weilanden aanwezig met (fragmenten van) meidoornhagen op de perceelranden. Hier en daar komen er opgaande bomen voor (voornamelijk gewone es). Een smalle onverharde voetweg (nummer 22) doorsnijdt de weilanden en verbindt de Kastel- met de Lindestraat. Vanop de voetweg heeft men een prachtig zicht op de open ruimte binnen de dorpskern.

  • Kabinetskaart van de Oostenrijkse Nederlanden van Jozef Jean François de Ferraris, opgesteld tussen 1770-1778, schaal 1:11.520.
  • Primitief kadaster, opgesteld tussen 1807-1836, schaal 1:2.500-1:5.000.
  • Atlas der Buurtwegen, opgesteld tussen 1840-1845, schaal 1:2.500.
  • Atlas cadastral parcellaire de la Belgique van Philippe-Christian Popp, opgesteld tussen 1842-1879, schaal 1:2500 tot 1:7500.
  • Kadaster Vlaams-Brabant: mutatieschetsen: 1861/8; 1876/8; 1891/8; 1912/3; 1949/6 en 1970/7.
  • ANTROP M. e.a. 2006: België in kaart. De evolutie van het landschap in drie eeuwen cartografie, Tielt.
  • ANTROP M. 2002: Traditioneel landschap Vlaanderen: kenmerken en beleidswenselijkheden, s.l.
  • Bouwen door de eeuwen heen. Inventaris van het cultuurbezit in Vlaanderen. Architectuur/deel 1, (Luik), (1971).
  • CEULEMANS CH. (red.) 1980: Fotorepertorium van het meubilair van de Belgische bedehuizen, Kanton Landen, Brussel.
  • COLLIN L. 1995: De parochiekerk Sint-Pietersbanden te Attenhoven. In: Ons Landens Erfdeel, jrg. 18, nr. 48, Landen, 30-38.
  • COOMANS TH. 2003: Kerken in neostijlen in Vlaanderen. Ontwikkeling en implementatie van een methodologie van de bescherming en de monumentenzorg van het negentiende-eeuwse kerkelijk architecturaal patrimonium in Vlaanderen, K.U.Leuven – KADOC, eindverslag.
  • DELMAIRE R., COLLIN L. 1995: Attenhoven. In: Ons Landens Erfdeel, 18.48, Landen, 41-55.
  • FAUCONNIER A. & ROOSE P. 1977: Het historisch orgel in Vlaanderen, deel II b, Brabant - arron. Leuven, Brussel, 276-278.
  • Gids voor Vlaanderen, Tielt, 2007, 707.
  • KEMPENEERS P. 2000: Landense sprokkels. In: Ons Landens Erfdeel, 23.57, Landen, 4-17.
  • VDB J. 1997: Attenhoven. In: Ons Landens Erfdeel, 20.52, Landen, 33.
  • WINANT C. 1998: Historiek, omschrijving en oorsprong van Attenhoven, s.l.

Bron: Onroerend Erfgoed, Digitaal beschermingsdossier 4.001/24059/101.1, De Sint-Pietersbandenkerk en pastorie met omgeving

Auteurs: Van Damme, Marjolijn

Datum tekst: 2014

Relaties

maakt deel uit van Attenhoven

Attenhoven (Landen)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.