erfgoedobject

Burgerhuis Schilperoort

bouwkundig element
ID: 302600   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/302600

Juridische gevolgen

Beschrijving

Burgerhuis in zakelijke art-decostijl, in 1935 gebouwd als gezinswoning voor handelaar G. Schilperoort naar een ontwerp van architect Joan Coninck Westenberg.

Joan Coninck Westenberg (1880-1964), die vóór de Eerste Wereldoorlog een aantal jaren succesvol geassocieerd was met zijn schoonbroer architect Florent Vaes, bouwde tijdens het interbellum een zelfstandige loopbaan uit in dienst van de betere kringen. Zo ontwierp hij een vijftal villa’s en burgerhuizen in de prestigieuze villawijk "Den Brandt", tekende hij riante herenhuizen en stadsvilla’s aan de Jan van Rijswijcklaan, en zorgde hij voor enkele geslaagde realisaties in de wijk Rivierenhof, bedoeld voor de gegoede burgerij. Waar Westenbergs villa's uit de jaren 1920 nog aanknopen bij de klassieke beaux-arts- en pittoreske cottagestijl waarmee het bureau Vaes-Westenberg vóór de oorlog naam maakte, evolueerde zijn latere architectuur vanaf circa 1930 in een meer eigentijdse richting. Westenberg zal in de jaren 1930 zijn oeuvre ook verruimen met enkele appartementsgebouwen waaronder een complex in zakelijke art-decostijl op de hoek Haringrodestraat - Larmorinièrestaat voor arts J. Notteau (1933). De strakke art-decowoning voor G. Schilperoort uit 1935 getuigt van Westenbergs verdere evolutie naar een meer sobere vormentaal. Vier jaar na deze realisatie zou hij voor het naastgelegen onbebouwde perceel (nummer 78) een flatgebouw in een zakelijke art-decostijl ontwerpen.

De onderkelderde tweegevelwoning telt twee traveeën en drie bouwlagen onder platte bedaking. Opgericht aan de rooilijn tegen het in 1935 reeds bestaande burgerhuis met nummer 74, grenst de woning met een vrij diepe achtertuin aan het Rockoxplein waar oorspronkelijk een smeedijzeren poort en spijlenhek op een sokkel in blauwe steen het perceel afsloot.

Toegankelijk aan linkerzijde, kreeg deze rijwoning een parement van geel bezande baksteen, gemetseld in halfsteens verband met grijze schaduwvoegen en gele platvolle stootvoegen, met gebruik van witte natuursteen voor de decoratieve elementen. De bovenbouw rust op een plint in blauwe hardsteen. De vloer- en dakplaten zijn uitgevoerd in gewapend beton terwijl het muurwerk in baksteen is opgetrokken.

Op de eerste verdieping ligt de nadruk op de brede en zware erker, met opvallende in art-decostijl (bloemmotief) gedecoreerde vensterposten in het voor de rest onversierd gevelfront. Het horizontale streven wordt ondersteund door een belijning met witstenen banden op de sokkel, de derde bouwlaag en de dakrand. De gevelopstand krijgt een subtiel verticaliserend tegengewicht in de vorm van een arrière-corps aan linkerzijde, die doorloopt in de schouwbekroning.

De begane grond is ingedeeld met een verdiept aangebrachte voordeur die voorzien is van een hoog zijlicht en aan rechterzijde een breed drielicht, waarvan de borstwering net als de plint met blauwe hardsteen is bekleed. De bovenbouw is regelmatig ingedeeld met boven elkaar staande drielichten. Traditionalistisch geïnspireerd krijgt het grenenhouten vensterschrijnwerk een kleinroedeverdeling in glas in lood. Ornamentele detaillering in witte natuursteen is toegepast in de geprofileerde omlijsting van de toegangsdeur en de schouwbekroning. De beglazing van de voordeur en van het zijlicht is beschermd door sober smeedwerk.

In de verzorgd afgewerkte achtergevel is de bovenste verdieping terugwijkend ontworpen als pseudo-mansardedak met gekleurde eternietleien en voorzien van daklichten. De gevel is onregelmatig geordonneerd met aan rechterzijde opvallende kleine lichten die verfraaid zijn met decoratief smeedwerk en een bakstenen plint in tegelverband. Alle vensters zijn voorzien van raamdorpels in witte natuursteen (Euville).

De voordeur in grenenhout met klein licht en siersmeedwerk is authentiek, net zoals het siersmeedwerk van het flankerende toiletlicht. Het oorspronkelijke grenenhouten vensterschrijnwerk bleef mogelijk behouden, mits vervanging van de glas-in-loodramen door moderne thermisch geïsoleerde beglazing.

Volgens het bouwplan, werd voor de indeling van de onderkelderde woning gekozen voor een traditionele enkelhuisplattegrond die de 19e-eeuwse stadswoning typeerde en tot diep in de 20ste eeuw doorleefde.

Een zijdelingse traphal met bordestrap onder plat licht ontsluit de kelder, de woonvertrekken op de begane grond en de slaapvertrekken op de verdiepingen. De kelder, toegankelijk via een diensttrap in de keuken, omvat een wijn-, provisie- en CV-kelder met aansluitende ruimte voor brandstofopslag, en twee kolenkelders: één voor keukenkolen en een voor huiskolen. Links, in de toegangstravee, een kleine inkomhal die uitgeeft op een gang met links vestiaire en wc, en centraal een trappenhuis waarachter zich de keuken met office bevindt en een kleine hal met wc, kast en buitendeur. Rechts in de brede venstertravee, de duidelijk herkenbare enfilade van een ontvangstkamer en daarachter een eetkamer uitgevend op een terras met twee treden lager de tuin. Het terras werd volgens het bouwplan gedekt met keramische tegels. De eerste verdieping biedt behalve aan het trappenhuis en de nachtgang met toilet, ruimte aan drie slaapkamers, twee aan de straatzijde waarvan één met washoek, en één aan de tuinzijde met en-suite badkamer en linnenkamer. Een trap naar de dakverdieping scheidt de twee slaapvertrekken in de rechtertravee. De dakverdieping beslaat slechts de helft van het grondplan en herbergt in de linkertravee een grote en een kleine slaapkamer met wastafel, mogelijk kamers voor inwonend personeel, en in de rechtertravee een onbestemde kamer.

  • Stadsarchief Antwerpen, Bouwdossier, 18#2887.
  • RATINCKX F. 1937: Adresboek Van Antwerpen, Antwerpen.

Bron     : -
Auteurs :  Bisschops, Tim, Van den Borne, Steven
Datum  : 2016


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Burgerhuis Schilperoort [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/302600 (Geraadpleegd op 17-08-2019)