erfgoedobject

Halfvrijstaand burgerhuis Jahr

bouwkundig element
ID: 302618   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/302618

Juridische gevolgen

Beschrijving

Halfvrijstaand burgerhuis in sobere art-decostijl, gebouwd als eigen woning voor diamantair Wolf Jahr naar een ontwerp van architect Hendrik Delvaux uit 1927. Tijdens de bouw van de woning werd goedkeuring gevraagd en verleend voor het bijplaatsen van een toegangspoort en afsluiting in siersmeedwerk rond de zijingang, een stedelijke verplichting voor de woningen in het eerste deel van de Vlaamsekunstlaan. Deze woning predateert de Tentoonstellingswijk en sluit stilistisch aan bij de burgerhuizen aan het begin van de Vlaamsekunstlaan en langs de Jan Van Rijswijcklaan. Op het ogenblik van de bouwaanvraag is de straat nieuw aangelegd en nog naamloos.

In 1944 beschadigde een V-bom de woning. Volgens de huidige eigenaar werd voornamelijk de trapzaal geraakt. De herstellingswerken zouden uitgevoerd zijn in opdracht van het echtpaar Poelmans dat de woning van 1938 tot 1981 betrok.

Architect, urbanist en amateurfotograaf Hendrik (Henri) Delvaux startte zijn carrière vermoedelijk omstreeks 1908 en bleef tijdens het interbellum als architect werkzaam. Delvaux was de broer van dichteres Fanny Delvaux (pseudoniem Siska van Daelen) gehuwd met vrijzinnig dagbladschrijver-drukker-uitgever Victor Resseler, stichter van onder meer de uitgeverij Lectura. Na de Eerste Wereldoorlog nam Delvaux actief deel aan wederopbouw van Antwerpen. Het project voor de wederopbouwwedstrijd voor de Antwerpse Schoenmarkt dat hij in 1919 samen met Alfons Francken indiende, werd met vier andere inzendingen ex aequo als beste gerangschikt.

Delvaux was een veelzijdig architect. Gedurende zijn loopbaan ontwierp hij evengoed residentiële woningen als nijverheidsgebouwen. Zo stond hij voor de Eerste Wereldoorlog in voor de verbouwing de Fabriek Gebroeders De Beukelaar Cichorei aan de IJzerlaan en ontwierp hij later in zijn loopbaan de bloemmolens en portierswoning voor Molens Flandria aan de Vaartkaai te Merksem (vanaf 1939). Delvaux’ residentiële oeuvre is voorlopig beperkt in kaart gebracht, maar de architect lijkt voor zijn woningontwerpen tot het einde van het interbellum te hebben vastgehouden aan een eerder behoudende koers, met aanvankelijk realisaties in eclectische stijl om later te evolueren naar een sobere, ornamentele art-decostijl zoals die van de halfopen woning voor diamantair Jahr.

Deze halfvrijstaande rijwoning met zijdelingse toegang en garage vormt met de woning Masso , de woning Maes en de woning Zech-Steyteheff een visueel geheel van vier burgerhuizen, die twee aan twee gekoppeld zijn met tussenliggende zijtoegangen tot de nummers 4 en 6. Volume, vormgeving en materiaalgebruik werden mee ingegeven door de architectuur van de stadsvilla’s en herenhuizen in conventionele art deco die in 1927 reeds het beeld van de verlengde Jan van Rijswijcklaan bepaalden. Alle vertegenwoordigen ze een behoudsgezinde, burgerlijke smaak, die haaks staat op de algemene tendens van moderniteit die de Tentoonstellingswijk typeert.

Exterieur

Het gebouw met een gevelbreedte van twee traveeën aan de straat, is volledig onderkelderd en omvat twee bouwlagen onder oorspronkelijk een pseudo-mansardedak in natuurleien vooraan en een platte bedaking achteraan. De vloerplaten zijn uitgevoerd als houten roosteringen, terwijl het dragend muurwerk is opgetrokken in baksteen met gebruik van betonbalken voor de overspanningen. De bouwhoogte werd tot 8,5 meter beperkt, terwijl 20 meter toegelaten was. Bij de latere oprichting van de belendende woning werd dezelfde hoogte aangehouden.

De lijstgevels kregen een parement in bezande bruine handvormsteen, overwegend gemetseld in staand verband met geknipte voegen, op een plint van blauwe hardsteen, en onder een bekronende mansarde bekleed met natuurleien in maasdekking. Contrasterende witte natuursteen (Brauvilliers) verlevendigt het baksteenmetselwerk en werd aangewend voor lintelen, vensterdorpels en -posten, borstweringen, muurbanden, de erkerkuip en -bekroning, en het gebogen fronton. De gevels vertonen een regelmatige vensterordonnantie met grote rechthoekige openingen, in de mansarde voorzien met fors en geprofileerd omlijste houten dakvensters (gestileerd uitgevoerd motief van het fronton), nog bewaard in de zijgevel.

Soberder opgevat met een lagere plint in blauwe hardsteen is de zijgevel opgedeeld in twee traveeën waarvan de linker als toegangstravee is uitgewerkt. Een houten luifel geeft de toegangsdeur aan met recht daarboven een groot venster. Deur en venster worden rechts geflankeerd door kleine lichten die de traphal aanduiden. De gevelopeningen in de zijgevel zijn, discreter dan in de voorgevel, individueel gemarkeerd door een aflijning in het metselwerk.

Achteraan wordt het toegangspad afgesloten door een één bouwlaag hoog volume waar volgens het bouwplan de keuken was ingericht. In een latere fase is de keuken omgevormd tot garage, waarbij het venster naar de straat is opgeofferd, vandaag ingevuld met een sectionaalpoort. De achterbouw is later overbouwd, waarbij zijgevel en mansarde zijn doorgetrokken.

Het art-decokarakter van deze architectuur komt in ingehouden vorm tot uiting in het siermetselwerk van de erker, in de voluten van het dakvenster en het fronton en in de geprofileerde houten kroonlijst. Meer uitgesproken is de afsluiting van de zijingang met een typisch geometrisch patroon.

Nog oorspronkelijk zijn de beglaasde houten voordeur en het houten schrijnwerk van het grote venster erboven. Het overige houten schrijnwerk werd vernieuwd, grotendeels met herneming van de oorspronkelijke roedeverdelingen. Van het siersmeedwerk bleef de afsluiting van de zijingang bewaard. Het smeedijzeren toegangspoortje is verdwenen. De balkonbalustrade is nog authentiek, maar een toevoeging van na 1935.

De achtergevel is voorzien in dezelfde materialen als de voor- en zijgevel, maar is meer functioneel uitgewerkt. De uitwerking grijpt terug op de 19de-eeuwse enkelhuisindeling met keuken en personeelsruimten in de achterbouw, terwijl in de brede rechtertravee de leefruimte een open zicht krijgt op de tuin middels vensterdeuren en bovenlichten met bovenliggend terras voor de slaapvertrekken. De gescheiden opdeling van de smalle inkom- en de bredere woontravee is visueel aangegeven door een smal toiletraam op de eerste verdieping.

Interieur

Hoewel dit burgerhuis halfvrijstaand is, past de architect de sinds de 19de eeuw gangbare enkelhuisindeling in twee afgelijnde traveeën toe, kenmerkend voor rijwoningen. De voordeur is in de zijgevel geplaatst, maar daar ingepast in het klassieke stramien. Het souterrain, de leefruimten en bovenliggende slaapvertrekken zijn toegankelijk vanaf een dwars op de straat ingeplante traphal in de inkomtravee, waarlangs op elke bouwlaag een enfilade van twee of drie kamers is geschikt.

Op de begane grond is het plan traditioneel opgevat. Het ontwerp voorziet in de inkomtravee de secundaire ruimten met van straat- naar tuinzijde een spreekkamer, de inkomhal, een gang met wc (met binnen én buitendeur) en een tot op de perceelgrens uitgebouwde keuken. Na de bouw van de garage voor de keuken, is deze indeling beperkt gewijzigd. De brede venstertravee wordt ingenomen door een doorlopende suite van salon, eetkamer en veranda over de volledige diepte van het gebouw. Via een beglaasde vierdelige deur onder bovenlicht geeft de veranda uit op een gevelbrede koer en de volledig ommuurde tuin. De eerste verdieping biedt in de rechtertravee ruimte aan een badkamer, de trapzaal met toilet, en een kleine slaapkamer aan de tuinzijde. In de venstertravee een suite van twee kamers en een terras. De ondiepe mansarde herbergt twee mansardekamers en een kamerke. Het platte dak achteraan is vandaag volledig overbouwd.

Volgens het bouwplan wordt de kelder, waarvan het plafond een weinig boven de straatpas ligt, ontsloten via de traphal en strekt deze zich uit onder de volledige woning. Naast een stookkelder en twee kolenkelders, biedt het ondergrondse niveau ruimte aan een wasplaats, twee provisiekelders, en een wijnkelder onder de keuken.

Het oorspronkelijke interieur vertoonde visgraatparketvloeren in de spreekkamer, salon, eetkamer en veranda, plankenvloeren in de slaapkamers, badkamer, en mansardekamers, en tegelvloeren in inkomhal, gang en keuken.

  • Stadsarchief Antwerpen, Bouwdossiers, 1927#26328 en 1928#29758.
  • FRANCKEN A. & DELVAUX H. 1919: Heropbouw van de Schoenmarkt en het omringend stadsgedeelte te Antwerpen, Antwerpen.
  • LAUREYS D. 2004: Bouwen in Beeld. De collectie van het Architectuurarchief van de Provincie Antwerpen, Turnhout, 323.
  • RATINCKX F. 1937: Adresboek Van Antwerpen, Antwerpen.
  • Informatie verkregen van de eigenaar (01 augustus 2016).

Bron     : -
Auteurs :  Bisschops, Tim, Van den Borne, Steven
Datum  : 2016


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Halfvrijstaand burgerhuis Jahr [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/302618 (Geraadpleegd op 17-08-2019)