erfgoedobject

Villa Matthys

bouwkundig element
ID: 302619   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/302619

Juridische gevolgen

  • is aangeduid als vastgesteld bouwkundig erfgoed Villa Matthys
    Deze vaststelling is geldig sinds 29-03-2019

Beschrijving

Villa in cottagestijl in opdracht van Bernard Matthys naar ontwerp uit 1932 van architect G. Traets. De opdrachtgever was werkzaam als beheerder bij de Antwerpse Naamloze Vennootschap J. Van Looy & Co. Bij de aanvang van de bouwwerken was het uiteinde van het perceel nog ingenomen door de landbouwhal, een restant van de Wereldtentoonstelling. In 1945 is de woning achteraan gedeeltelijk heropgebouwd nadat het zwaar beschadigd was door een V1- of V2-inslag.

In de loop van de jaren 1930 realiseerde Traets in Antwerpen enkele gebouwen in een sober en gematigd modernisme. Hij was zeker tot de jaren 1950 actief als architect. Deze stedelijke interpretatie van het landhuis-type is vrij geïnspireerd op de ‘Old English’-stijl, dat hier in vereenvoudigde vorm tot een pittoresk geheel wordt herleid. De traditioneel opgevatte woning sluit aan bij de aanpalende, eveneens vrijstaande woning en bij de burgerhuizen in het begin van de Vlaamsekunstlaan (nummers 2-4-6-8). Het is het enige voorbeeld van cottagestijl in de door modernistische panden overheerste Tentoontellingswijk. In overeenstemming met de omgevende bebouwing werd de eigenaar verplicht om de woning te flankeren door zijtoegangen met afsluitpoort in doorzichtig metalen smeedwerk.

Exterieur

Vrijstaand ingeplant aan de rooilijn op een rechthoekige plattegrond, omvat de villa twee bouwlagen onder een complex schilddak met dakkapellen, voorzien met vandaag verdwenen bolvormige dakbekroningen. Aan de rechterzijde is een doorrit naar de garage, een laag volume onder platte bedaking achteraan tegen het woonhuis.

Opgetrokken in een baksteenparement van rode papesteen in staand verband (met rood gesauste voeg) verwerkt met witte natuursteen, draagt de bovenbouw op een hoge plint in blauwe hardsteen, volgens de bouwtoelating evenwel voorzien in breuksteen. Overal zijn houten roosteringen gebruikt behalve voor kelder, keuken en eetkamer, die in gewapend beton zijn uitgevoerd.

De nadruk van de compositie ligt op de voor- en de rechterzijgevel die beide bekroond zijn door een dakkapel met pseudo-vakwerk. De twee traveeën brede voorgevel is asymmetrisch opgebouwd waarbij de bovenverdieping gemarkeerd is door een houten geveltop, terwijl in de drie traveeën brede zijgevel de centrale inkomtravee als risaliet doorloopt tot in de bedaking.

Verder is de voorgevel regelmatig ingedeeld met drielichten op de begane grond. Aan de rechterzijde is de bovenbouw gemarkeerd door een erkeruitsprong die aansluit op een overkragende geveltop, ondersteund door geprofileerde houten korbelen en voorzien van een centraal licht. Ook het flankerende venster is op dit niveau als een licht uitkragende erker uitgewerkt.

Ook de rechterzijgevel is regelmatig ingedeeld met beluikte tweelichten op beide niveaus. De inkomtravee met overluifde toegangsdeur is niet uitgevoerd als risaliet, zoals voorzien in het ontwerp, maar met een doorlopend gevelvlak waarboven een licht uitkragende dakkapel in stijl- en regelwerk, afgedekt met een pseudo-mansardedak. Ter verlichting van de keuken zijn boven de garage hoge vensters voorzien.

De linkerzijgevel (oost) is drie traveeën breed en regelmatig ingedeeld. In de centrale travee zijn beide niveaus voorzien van brede vierlichten en een dakvenster, terwijl de rechtertravee ingenomen wordt door een naar boven toe verjongend schouwlichaam geflankeerd door eenlichten. In de linkertravee, op de hoek met de achtergevel, is de woning opengewerkt met een driezijdige erkeruitsprong met daarboven een terras, geflankeerd door een lage keukenaanbouw met luifel.

Witte natuursteen is gebruikt voor de ornamentele detaillering van de vensters (dorpels, negblokken) en voor de sokkel en afdekking van de erkers. Dit materiaal is ook gebruikt voor de belijning van het baksteenparement, op de begane grond uitgewerkt als speklaag, die doorloopt in de vensterdorpels. Het blinde fries onder de uitkragende dakgoot is voorzien van een simili-bekleding. Witte natuursteen is verder verwerkt in de hoge baksteenpijler die de metalen poort afzoomt. De bekleding van de erker aan straatzijde is uitgevoerd met horizontaal geplaatste leien en niet in ruitvorm zoals de bouwaanvraag aangeeft. In het inkomportaal bevindt zich de oorspronkelijke beglaasde voordeur met bovenaan een geknikt art-decomotief, verfraaid met bijhorend smeedwerk. De garagepoort is mogelijk in 1945 aangepast met driedelige deuren.

Omstreeks 1945 is het achterste gedeelte van de woning heropgebouwd waarbij het erkervolume met één bouwlaag is verhoogd en de dakvensters in de achtergevel en de oostelijke zijgevel zijn vergroot. Het oorspronkelijk vensterschrijnwerk is gedeeltelijk behouden met vervangingen in hout naar oud model op de eerste verdieping achteraan en op de tweede verdieping aan voor-, inkom- en tuinzijde. Bij de recente renovatiewerken zijn de oude dakpannen (Pottelbergse) vervangen naar oud model (Oud Lathem rood). Toen zijn ook de rode keramische tegels van de toegangspaden weggenomen. Op de eerste verdieping is het vensterschrijnwerk achteraan vervangen door nieuwe houten exemplaren. Ter hoogte van de tweede verdieping zijn de ramen vooraan, in de zijgevel (zijde toegang) en achteraan vervangen.

Interieur

De woning met enkelhuisopstand heeft een planindeling die georganiseerd is rondom een zijdelingse, evenwijdig met de straat ingeplante bordestrap. Het pand is grotendeels onderkelderd en biedt op het souterrain onder meer ruimte aan een verwarmingsketel en kolenkelder aan straatzijde. Achterliggend is een ruime wasplaats en een provisiekelder ingericht. De plattegrond is traditioneel opgevat, waarbij de begane grond grotendeels wordt ingenomen door de L-vormige leefvertrekken in enfilade: een salon aan straatzijde, eetkamer op het middenplan en een veranda aan tuinzijde. Vanuit de traphal en de eetkamer is toegang tot de keuken met annex-wasplaats, beide uitgevend op de tuin. De wasplaats is verbonden met de garage en met een toilet, geïntegreerd in het garagevolume.

Op de verdieping worden twee slaapkamers aan straatzijde en één op het middenplan voorzien, ontsloten middels een overhoekse centrale uitsparing. Alle slaapkamers zijn ook onderling verbonden, waarbij deze aan de achtergevel uitgeeft op een overdekt platform en op een gemeenschappelijk gebruikte badkamer die ook bereikbaar is vanuit de hal. De zolderverdieping biedt ruimte aan een logeerkamer en twee achter elkaar gelegen mansardekamers, die gescheiden zijn door een vestiaire. Deze laatste is ook bereikbaar vanaf de traphal. De kamers aan tuinzijde zijn onderling verbonden.

Het interieur vertoont een rijkelijk gedecoreerde inkomhal bekleed met een polychrome marmervloer (ruitvormige tegels) met aansluitend een houten lambrisering. Opvallend is de sierlijke voluutbekroning van de trappaal.

De leefruimte wordt gedomineerd door een traditionalistische sierschouw met getorste zuilen waarin een smeedijzeren kolenkachel (gesigneerd Th. DEBRUYNE), onder decoratieve moer- en kinderbalken (hol uitgevoerd). Deze vertrekken zijn zoals de overlopen van de traphal en de slaapkamers nog bekleed met oude parketvloeren (visgraat en geometrisch motief) met boord. Op de tweede verdieping zijn plankenvloeren voorzien. De binnendeuren zijn vol of beglaasd uitgevoerd met geprofileerde rechthoekige roedeverdeling.

In 1945 zijn enkele aanpassingen gebeurd, waaronder de verbreding van de deuropening tussen salon en eetkamer tot een korfboogvormige opening, geïnspireerd op de doorgang naar de veranda. De keuken is in deze periode aangepast, met verzorgde, grotendeels bewaarde aankleding: ingebouwde kasten en binnendeuren, waarbij de keramische tegels in dambordpatroon mogelijk nog oorspronkelijk zijn. Op de koer tegen de erkeruitsprong is wellicht in deze periode een bewaarde glazen luifel voorzien. In de slaapkamer op de eerste verdieping is een smeedijzeren sierkachel voorzien, geïnspireerd op het exemplaar in de onderliggende leefruimte. De badkamer, die in 1945 wellicht in de ruimte boven de veranda was ingericht, is nadien uitgebroken en situeert zich vandaag opnieuw in de aanpalende, oorspronkelijk als badkamer voorziene ruimte. Het interieur van de mansardeverdieping is aan straatzijde gemoderniseerd, waarbij een eigentijdse badkamer in de vroegere logeerkamer is ingericht.

  • Stadsarchief Antwerpen, Bouwdossiers, 1931#40903 en 1932#41287.
  • VAN DEN BORNE S. & VAN LERBERGHE B. 2016: Terreinbezoek Vlaamsekunstlaan 3 (Antwerpen) (terreinbezoek op 10 november 2016).

Bron     : -
Auteurs :  Van den Borne, Steven
Datum  : 2016


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Villa Matthys [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/302619 (Geraadpleegd op 17-08-2019)