erfgoedobject

Halfvrijstaand burgerhuis Masso

bouwkundig element
ID: 302621   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/302621

Juridische gevolgen

Beschrijving

Halfvrijstaand burgerhuis in sobere, ornamentele art-decostijl, gebouwd als eigen woning voor handelaar E. Masso naar een ontwerp van architect François Dens uit 1927. Alvorens definitief te worden goedgekeurd herzag de eigenaar de bouwplannen minstens driemaal. Ook tijdens de bouw van de woning werden de zij- en achtergevel opnieuw gewijzigd. Het ontwerp van de toegangspoort en de afsluiting in siersmeedwerk rond de zijingang, een stedelijke verplichting voor de woningen in het eerste deel van de Vlaamsekunstlaan, werd pas begin 1928 goedgekeurd. Deze woning predateert de Tentoonstellingswijk en sluit stilistisch aan bij de burgerhuizen aan het begin van de Vlaamsekunstlaan en langs de Jan Van Rijswijcklaan.

Architect François (Frans) Dens was actief vanaf 1906 tot rond 1953 en ontplooide een succesvolle loopbaan in dienst van de burgerij en het bedrijfsleven. Tijdens het interbellum legde hij zich vooral toe op het grotere appartementsgebouw van hoge standing, maar hij ontwierp ook tal van burgerhuizen en villa's, die in stijl evolueerden van beaux-arts, over art deco naar een zakelijk modernisme.

Deze halfvrijstaande rijwoning met zijdelingse toegang en garage vormt met de woning Jahr, de woning Maes en de woning Zech-Steyteheff een visueel geheel van vier burgerhuizen, die twee aan twee gekoppeld zijn met tussenliggende zijtoegangen tot de nummers 4 en 6. Volume, vormgeving en materiaalgebruik werden mee ingegeven door de architectuur van de stadsvilla’s en herenhuizen in conventionele art deco die in 1927 reeds het beeld van de verlengde Jan van Rijswijcklaan bepaalden. Alle vertegenwoordigen ze een behoudsgezinde, burgerlijke smaak, die haaks staat op de algemene tendens van moderniteit die de Tentoonstellingswijk typeert.

Exterieur

Het onderkelderde gebouw telt twee traveeën aan de straat en omvat twee bouwlagen onder een pseudomansardedak. De vloerplaten zijn uitgevoerd als houten roosteringen, terwijl het dragend muurwerk is opgetrokken in baksteen met gebruik van betonbalken voor de overspanningen. De bouwhoogte werd afgestemd op die van het in 1927 in aanbouw zijnde pand ernaast. De bouwhoogte van die woning werd tot 8,5 meter beperkt, terwijl 20 meter toegelaten was.

De lijstgevels kregen een parement in bezande bruine handvormsteen, gemetseld in staand verband met gesneden voegen, op een hoge plint van blauwe hardsteen, en onder een bekronende mansarde bekleed met natuurleien in maasdekking. Contrasterende witte natuursteen verlevendigt het bruine baksteenmetselwerk en werd aangewend voor venster- en deuromlijstingen, vensterposten, borstweringen, muurbanden, de erkerkuip en -bekroning, en het gladde fries onder de kroonlijst.

De voorgevel beantwoordt aan een vrij klassiek schema. De compositie legt overeenkomstig de indeling van het interieur de klemtoon op de brede zijrisaliet die vanaf de eerste verdieping gemarkeerd wordt door een driezijdige erker met bekronend balkon en doorloopt in een rechthoekig breed dakvenster met een massieve geprofileerde natuurstenen omlijsting.

Een opvallend horizontaliserend streven komt tot uiting in de witstenen belijning, waarbij brede stroken de onderscheiden bouwlagen aangeven, vervolledigd met een doorlopend blind fries onder de sterk overkragende houten kroonlijst. Dit streven wordt nog benadrukt door de geprofileerde hoge plint in blauwe hardsteen. De afgeschuinde hoektravee met doorlopende rechthoekige plint is op beide niveaus opengewerkt met drie hoge, smalle vensters in natuurstenen kozijnen, die samen een bow-window vormen voor de hoekkamers. Beneden voorzien deze vensters het salon van extra daglicht, in de bovenbouw geven ze de secundaire (slaap)vertrekken aan. De vensters markeren tevens de overgang naar de zijgevel. De traveewerking met regelmatig ingedeelde drielichten wordt zowel in het zijrisaliet als de hoektravee benadrukt door uitvoering van vensterposten, borstweringen en lintelen in witte natuursteen.

In de zijgevel van drie traveeën, die meer gesloten is opgevat, ligt de nadruk op de centrale inkomtravee. De rondbogige dubbele smeedijzeren toegangsdeur is samen met het bovenliggend venster gevat in een massieve geprofileerde omlijsting in witte natuursteen met florale motieven. Boven de deur hangt een wellicht recenter aangebrachte lantaarn. Het huidige uitzicht van de toegangstravee kwam in twee fasen tot stand. Volgens de goedgekeurde ontwerptekening was de toegangstravee oorspronkelijk bovenaan voorzien van een zwaar gesculpteerde, verjongende strook natuursteen en met op de eerste verdieping een vrij geplaatst witstenen ornament. Nog tijdens de bouw werd dit sterk versoberd en werd het ornament ingewisseld voor een groot venster. De wijzigingen werden goedgekeurd in augustus 1928. Verder is de zijgevel regelmatig geordonneerd met links van de voordeur een traplicht, terwijl de inkomtravee op de eerste verdieping geflankeerd is door een venster voor de slaapkamer (links) en de badkamer (rechts).

Achteraan wordt het brede pad naar de voordeur afgesloten door een één bouwlaag hoog volume, gebouwd tot op de perceelgrens, waarin volgens het bouwplan een grote keuken was ingericht. In een latere fase is de helft van de keuken omgevormd tot garage, waarbij het venster naar de straat is opgeofferd, vandaag ingevuld met een sectionaalpoort.

Het art-decokarakter van deze architectuur komt in ingehouden vorm tot uiting in de gestileerde eierlijsten op de erkerbodem en de lintelen van de hoekvensters en in de zware natuurstenen omlijsting van het dakvenster. Meer uitgesproken zijn de massieve halfronde deuromlijsting in witte natuursteen, uitgewerkt met florale motieven, en het fraaie geometrische siersmeedwerk van onder meer de dubbele voordeur, de balkonbalustrade en de afsluiting van de zijingang.

De achtergevel wordt voorzien in dezelfde materialen als de voor- en zijgevel, maar is meer functioneel uitgewerkt. Klassiek opgevat met een lage, diepe achterbouw, waarin de keuken en woonkamer zijn ingericht, wordt een open zicht op te tuin geboden middels beglaasde vensterdeuren en bovenlichten. De sterk terugwijkende bovenbouw is soberder geordonneerd met hoge smalle vensters in functie van de slaapkamers en de traphal.

De elegante dubbele smeedijzeren voordeur met gehamerd glas, het houten vensterschrijnwerk van de traphal, en delen van de achtergevel zijn authentiek. Het overige vensterschrijnwerk werd vervangen door kunststof, zonder herneming van de oorspronkelijke roedeverdelingen. Van het siersmeedwerk bleven het traliewerk van het traplicht, de balkonbalustrade, en de afsluiting van de zijingang bewaard. Het smeedijzeren toegangspoortje is weggenomen, maar gerecupereerd als terrasafsluiting.

Interieur

Hoewel vrij klassiek van vormgeving en indeling, neemt de architect de vrijheid om de traditionele enkelhuisindeling aan te passen aan de mogelijkheden van de half vrijstaande positie van de woning. Op de verdiepingen zorgt een alternatieve inplanting van het trappenhuis voor een grotere privacy in de slaapkamers.

In het plan van de begane grond herken je de principes van de gangbare opdeling in twee traveeën. Zo voorziet het ontwerp in de linkertravee de secundaire ruimten, namelijk de inkomhal, een dienstruimte met keldertrap en doorgang naar de keuken. Modern is de uit de as van de travee springende, uitzonderlijk grote keuken, die tot op de perceelgrens is uitgebouwd en daardoor zowel aan de voor- als aan de achtergevel voorzien kan worden van muuropeningen. In een latere fase is helft van de keuken opgeofferd voor de inrichting van een garage.

Opvallend is echter de gevelbrede inkomhal die het grote salon aan straatzijde scheidt van de woonkamer met terras aan tuinzijde. In deze hal zijn twee trappenhuizen voorzien: aansluitend bij de inkom de trap naar de kelder, en tegen de andere zijgevel de trap naar de slaapvertrekken op de verdiepingen.

Drieledige beglaasde wanden markeren de overgangen tussen de drie ruimtes. Via een beglaasde vierdelige deur onder bovenlicht geeft de woonkamer uit op een gevelbreed en met glazen luifel overdekt terras en op de volledig ommuurde tuin drie treden lager.

Op de verdiepingen is opnieuw duidelijk dat de architect kiest voor een eigen aanpak. De slaapkamers worden niet achter elkaar gepositioneerd, geflankeerd door gang met trappenhuis, maar geschrankt, met een tussenliggende gang, waardoor ze geen gemeenschappelijke muur delen en de privacy van deze vertrekken optimaal is. Op het middenplan zit een gedeelde badkamer, die zowel vanuit de gang als vanuit beide slaapkamers toegankelijk is. De mansarde kent dezelfde indeling en herbergt twee slaapkamers en twee mansardekamers.

Nog volgens het bouwplan wordt de kelder, waarvan het plafond een weinig boven de straatpas ligt, ontsloten via een dienstruimte tussen inkom en keuken. De kelder strekt zich uit onder de volledige woning. Naast een stook- en een kolenruimte, omvat het ondergrondse niveau twee provisiekelders, een wijnkelder en een wasplaats onder de keuken.

Veel van de oorspronkelijke interieurelementen bleven bewaard, waaronder stucwerkplafonds, (beglaasde) houten paneeldeuren, eiken parketvloeren in vlecht- en visgraatpatroon, en in het bijzonder de polychrome marmeren vloer en wandbekleding van inkom- en ontvangsthal met onder meer Bleu Belge, Byzantin Rose en Jaune du Var. Ze getuigen van een klassieke, conventionele smaak van de eigenaar.

  • Stadsarchief Antwerpen, Bouwdossiers, 1927#28050 en 1928#29235.
  • RATINCKX F. 1937: Adresboek Van Antwerpen, Antwerpen.
  • VAN DEN BORNE S. 2016: Terreinbezoek Vlaamsekunstlaan 4 (terreinbezoek op 15 september 2016).

Bron     : -
Auteurs :  Bisschops, Tim, Van den Borne, Steven
Datum  : 2016


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Halfvrijstaand burgerhuis Masso [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/302621 (Geraadpleegd op 20-08-2019)