erfgoedobject

Burgerhuis Mahieu

bouwkundig element
ID: 302626   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/302626

Juridische gevolgen

  • is aangeduid als vastgesteld bouwkundig erfgoed Burgerhuis Mahieu
    Deze vaststelling is geldig sinds 29-03-2019

Beschrijving

Meesterwoning in opdracht van Jean-Philippe Mahieu naar ontwerp uit 1933 van architect Edouard De Winter (inscriptie op de pui). De werken zijn uitgevoerd door aannemer Flor. Avonts, gevestigd in de Lindelei 63 te Hemiskem. Opgericht in sobere art deco, sluit deze woning aan bij de burgerhuizen aan het begin van de Vlaamsekunstlaan en in de Jan Van Rijswijcklaan. De Winter realiseerde in de Vlaamsekunstlaan in deze periode nog twee andere burgerhuizen - nummers 6 en 8. Alle vertegenwoordigen ze een conventionele, burgerlijke smaak, die haaks staat op de algemene tendens van moderniteit die de Tentoonstellingswijk typeert. Slechts in een paar ontwerpen neigt architect De Winter naar het modernisme; verder is zijn gekende oeuvre gekenmerkt door een voorkeur voor meer behoudsgezinde stijlen zoals een ornamentele art deco of cottagestijl.

Deze grote rijwoning heeft twee ongelijke traveeën en drie bouwlagen onder plat dak. De lijstgevel heeft een parement van roodbruine klampsteen, met metselwerk in kettingverband op een pui in witte natuursteen (Brauvillier) met plint in blauwe hardsteen. Alle rechthoekige vensteropeningen kregen natuurstenen kozijnen. De nadruk ligt op de brede venstertravee, die licht risaliterend is uitgewerkt en opgevat is als een doorlopend verticaal vensterregister, voorzien van een witstenen bekleding (Brauvillier) en bestaande uit rechthoekige drielichten, op de eerste verdieping opgevat als een licht gebogen erker. Ornamentele art-decodetails in de borstweringen van de vensterpartijen en erker. De smalle deurtravee links is ietwat terugwijkend uitgewerkt, met een rechthoekige deur met geprofileerde houten luifel en bovenlicht, en op de verdiepingen rechthoekige tweelichten. De woning is voorzien van gewapende betonvloeren.

Het houten schrijnwerk met zesdelige kleinhoutverdeling voor de bovenlichten is bewaard gebleven. Ook de vierdelige beglaasde vleugeldeuren van de veranda aan de achtergevel zijn behouden. Verder is ook het ijzeren siersmeedwerk van de voordeur en de wasplaats aan de achtergevel nog aanwezig. De kroonlijst is afgedekt in pvc of vervangen.

Gedeeltelijk onderkelderd en voorzien van centrale verwarming op kolen, volgt het interieur een traditionele enkelhuisindeling met traphal in de smalle toegangstravee en een enfilade van salon, eetkamer en veranda – alle voorzien van sierschouwen - in de venstertravee. Achter de gang met trappenhuis vind je de keuken, op de vaste plek binnen de traditionele plattegrond. Deze laatste geeft uit op de eetkamer en is verbonden met een achterliggende wasplaats en met de veranda, beide uitgevend op het terras en een stadstuin. De verdiepingen vertonen net als op het gelijkvloers een enfilade van drie kamers, tevens voorzien van (sier)schouwen. De traphal onder glazen lanterneau geeft toegang tot de badkamer aan straatzijde en een office/kamer met deversoir(?), doorgeefluik (winket) en hoekschouw en aansluitend een open koer aan tuinzijde. Deze laatste was op de eerste verdieping voorzien van een gedeeltelijk geopende glazen schutting terwijl op de tweede verdieping een eveneens in glas uitgevoerde koepel voorzien was. Volgens de huidige eigenares betrokken haar grootvader Jean-Philippe Mahieu en zijn echtgenote het gelijkvloers en de eerste verdieping en was de tweede verdieping ingericht als appartement voor haar ouders. De tuin was volgens de eigenares oorspronkelijk beplant met kerselaren, perenbomen en seringen.

Het interieur is nagenoeg integraal bewaard. De vloer- en wandfaiencetegels zijn wellicht geleverd door de Manufactures Céramiques d’Hémixem, waar de bouwheer werkzaam was. Opmerkelijk is de rijke diversiteit aan faiencebetegeling, waarbij de inkom, keuken, wasplaats en badkamers, een staalkaart van de firma Gilliot Frères toont. Getuige hiervan het tegelpaneel met kleurrijke figuratieve voorstelling van fauna en flora op het tussenbordes van het trappenhuis, volgens de eigenares uitgevoerd door Joseph Roelandt (1881-1962), één van de belangrijkste ontwerpers van Gilliot Frères in de periode 1919 tot 1957. Deze Hemiksemse tegelfabriek was tijdens de Wereldtentoonstelling in 1930 vrij prominent aanwezig in het moderne paviljoen van de vzw De Dekoratieve Kunsten naar ontwerp van Léon Stynen en heeft op die manier dus een duidelijke link met de Tentoonstellingswijk. Verder is de inkomhal verfraaid met een beukenhouten bordestrap met verzorgd gedraaide spijlen in kettingmotief(?). Daarnaast zijn de plankenvloeren in rooden Noordschen grein, de beglaasde binnendeuren, met horizontale roedeverdeling en openvallend bovengedeelte en de met oregonpine triplex beklede exemplaren nog behouden. Ook de lichtschakelaars (Perkins) en de marmeren (sier)schouwmantels in art deco, op het gelijkvloers nog met oude kolenkachel (Surdiac), zijn nog aanwezig.

  • Archief eigenaar.
  • Stadsarchief Antwerpen, Bouwdossier, 1933#44335.
  • BAECK M. 2008: Schoonheid uit klei en cement: vloer- en wandtegels in de provincie Antwerpen, Antwerpen, 95.
  • VAN DEN BORNE S. & VAN LERBERGHE B. 2016: Terreinbezoek Vlaamsekunstlaan 21 (Antwerpen) (terreinbezoek op 19 augustus 2016).

Bron     : -
Auteurs :  Van den Borne, Steven
Datum  : 2016


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Burgerhuis Mahieu [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/302626 (Geraadpleegd op 20-08-2019)