erfgoedobject

Appartementsgebouwen Maes-Gevers

bouwkundig element
ID: 302628   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/302628

Juridische gevolgen

Beschrijving

Ensemble van twee nagenoeg identieke, gespiegelde meergezinswoningen in gematigd modernistische stijl naar ontwerp van Benoit J. Dupont uit 1941. De opdrachtgevers zijn Eduardus Maes (nummer 30) en Jeanne Gevers (nummer 32). Het ontwerp van nummer 32 kwam iets later tot stand dan de aanpalende woning nummer 30.

Dupont, wiens carrière omstreeks 1925 van start ging, is vooral gekend voor zijn oeuvre uit de jaren 1930: behalve een aantal ontwerpen in art deco, tekende hij flatgebouwen van hoge standing. Op goed vijf jaar tijd realiseerde hij minstens een twaalftal hoogbouwcomplexen in Antwerpen, in een gematigd progressieve architectuur die het midden hield tussen art deco en modernisme. Getuige hiervan het appartementsgebouw uit 1936 in de Edgard Casteleinstraat. Vergelijkbaar met de twee meergezinswoningen in de Vlaamsekunstlaan, ontwierp Dupont in 1940 een opbrengstwoning in de Volhardingstraat in gematigd modernistische stijl, die gangbaar is in de Tentoonstellingswijk. Dupont overleed na drie jaar gevangenschap in 1945 te Bützow in Duitsland.

De gekoppelde meergezinswoningen zijn elk twee traveeën breed en drie bouwlagen hoog, onder platte bedaking. Stedelijke verplichtingen schreven voor dat de dakrand even hoog moest zijn als de aanpalende nummers 30 en 34. De lijstgevels hebben een bovenbouw met een parement van licht gele baksteen, in halfsteens verband met een Dudokvoeg - dieperliggende lintvoegen in combinatie met platvolle stootvoegen - op een plint in blauwe hardsteen, onderaan terugwijkend. De smalle zijdelingse gevelstroken en achtergevel zijn in dezelfde parementsteen uitgevoerd.

Beide opbrengsteigendommen zijn voor wat betreft gevelopbouw en plattegrond elkaars spiegelbeeld. Voorzien van een toegangsdeur in de uiterste travee, ligt de nadruk op de venstertravee met breed venster op het gelijkvloers aansluitend op een balkon in donkerbruine gevelsteen en hoge vensterdeuren. Deze verticale beweging krijgt een tegengewicht in de als bandraam uitgewerkte registers op de verdiepingen: telkens twee ongelijke vensters met tussenliggende post, in donkerbruine gevelsteen. Deze horizontale beweging wordt herhaald in de doorlopende vensterdorpels in donker geglazuurde tegels.

De inkom, voorzien van verdiepte eiken voordeur en hardstenen trede, is geflankeerd door een patrijspoort, getooid met geometrisch ijzeren smeedwerk. De vensterpartijen zijn voorzien van ijzeren schrijnwerk. Het gevelfront is verder geritmeerd door als spuwers uitgewerkte klossen in blauwe hardsteen onder de dakrand, die bij nummer 32 breder is uitgewerkt. Aan de achtergevel zijn een gecementeerde plint, grenen schrijnwerk en beglaasde terrasdeuren voorzien.

Het schrijnwerk is integraal vervangen met een gewijzigde roedeverdeling. Nog bewaard zijn de voordeur met oude deurknop en flankerende patrijspoort, beide met ijzeren smeedwerk.

De meergezinswoningen herbergen telkens één appartement per niveau, met een op de standaard enkelhuisplattegrond geïnspireerde indeling van twee traveeën met achter elkaar liggende kamers, uitgevoerd volgens een spiegelend schema. In de deurtravee zit centraal in de woning een traphal, met wenteltrap. Rondom de centrale traphal zijn alle ruimtes georganiseerd.

In de kelder zijn telkens drie individuele lokalen voor verwarmingsketels en kolen voorzien. Verder zijn hier voorraadkelders en achteraan een schuilkelder met toegangstrap vanaf de stadstuin. Traditioneel van opzet leidt de vestibule op de begane grond naar de trapzaal en een centrale hal. Voor de traphal vinden we aan straatzijde een smal bureel, achter de traphal een badkamer, en ten slotte, aan tuinzijde, een ruime slaapkamer. In de brede venstertravee vinden we de klassieke enfilade van salon en eetkamer, waarachter meteen de keuken aansluit, uitgevend op het terras. De bovenliggende appartementen hebben een gelijkaardige inrichting, zij het met een extra slaapkamer boven de inkom en een open terras aan de keuken.

Nog bewaard zijn de inkomhal met marmeren wandbekleding en polychrome keramische vloerbetegeling. Ook het oorspronkelijke trappenhuis is telkens behouden: bij nummer 30 met opstaande houten leuning en bij nummer 32 met typisch modernistische gestroomlijnde uitvoering (verchroomd of vernikkeld), opgebouwd uit cirkelsegmenten. Op het gelijkvloers van nummer 30 is de scheidingsmuur tussen de eetkamer en de hal uitgebroken. Verder zijn een aantal nieuwe tegelvloeren ingebracht. De appartementen vertonen nog beglaasde (gehamerd glas) binnendeuren met horizontale roedeverdeling en bovenlicht. Verder zijn parketvloeren met visgraatmotief in de leefruimtes en plankenvloeren in de slaapkamers bewaard. De badkamer en keuken van nummer 32 zijn nog bekleed met rode en gele keramische tegels.

  • Stadsarchief Antwerpen, Bouwdossiers, 18#13972 en 18#14155.
  • VAN DEN BORNE S. & VAN LERBERGHE B. 2016: Terreinbezoek Vlaamsekunstlaan 30 en 32 (Antwerpen) (terreinbezoek op 21 september 2016).

Bron     : -
Auteurs :  Van den Borne, Steven
Datum  : 2016


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Appartementsgebouwen Maes-Gevers [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/302628 (Geraadpleegd op 24-08-2019)