erfgoedobject

Flatgebouw met architectenkantoor Arie Landwaard

bouwkundig element
ID: 302634   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/302634

Juridische gevolgen

Beschrijving

Flatgebouw in modernistische stijl, naar een ontwerp van architect Arie Landwaard in 1936-1937 gebouwd op de hoek van de Volhardingstraat en de Karel Weylerstraat. Het gebouw werd opgericht voor rekening van juffrouw Johanna Griffioen, juffrouw Jeanette Landwaard en de architect zelf om te dienen als eigen architectenpraktijk en als opbrengstpand. Vanaf mei 1937 was de praktijk van Arie Landwaard op de benedenverdieping gevestigd.

Dit flatgebouw behoort tot het vroegere oeuvre van de architect. Landwaard werd in 1905 te Antwerpen geboren en verkreeg in april 1939 de Nederlandse nationaliteit. Toch zou hij hoofdzakelijk in en om Antwerpen als architect werkzaam blijven. Doorheen zijn loopbaan lijkt hij consequent te hebben vastgehouden aan de modernistische vormentaal, zij het eerder ingetogen. Vanaf 1933 was Landwaard net als René Cnoops, Jan Jacobs, Karel Mattheussen en Gustaaf Van Meel actief in de Tentoonstellingswijk. Hier ontwierp hij een tiental (opbrengst)woningen in gematigde modernistische stijl. Van zijn realisaties in de Tentoonstellingswijk werden er in juli 1936 enkele gepubliceerd in het toonaangevende Belgische architectuurtijdschrift Bâtir: de woning Gyselaers en de woning Elen in de Vlaamsekunstlaan en de woning De Pauw-De Vos in de Tentoonstellingslaan. In 1935 werd Landwaard lid van de K.M.B.A, en in de periode 1939-1940 was hij een vrije leerling aan de Hogeschool van Delft. In of kort voor 1939 startte ook de langdurige samenwerking met architect François Dens. Over zijn latere oeuvre is vooralsnog weinig geweten. Hij overleed in 1982.

Exterieur

Met een gevelbreedte van vier traveeën aan elke straatzijde omvat dit hoekgebouw een kelder en drie bouwlagen onder een plat dak. Het flatgebouw is opgericht op een bijna vierkant perceel, ruim 12 meter breed aan de Volhardingstraat en 14 aan de Karel Weylerstraat. De toegang bevindt zich aan de Volhardingstraat. De kroonlijsthoogte bedraagt slechts 10 meter, ofschoon de stad een bouwhoogte tot 22 meter toeliet. Van de constructie werden de vloerplaten uitgevoerd in gewapend beton terwijl het muurwerk in baksteen werd opgetrokken. Bij de aanvang van de werken was de Karel Weylerstraat nog niet geopend en tot Landwaards frustratie was in december 1936 ook de Volhardingstraat nog steeds niet in noordelijke richting doorgetrokken.

Het gevelontwerp is nagenoeg symmetrisch van opvatting, volgens een spiegelend schema. De benadrukte hoekpenant verbindt de flankerende, drie traveeën brede gevelfronten. Kenmerkend is de subtiele plastische geleding van uitspringende muurdelen.

De twee lijstgevels met in de Volhardingstraat centraal de hoofdtoegang en in de Karel Weylerstraat links de garage, hebben een parement uit geel bezand baksteenmetselwerk van het Belvédère-type (Maastricht), gemetseld in kettingverband met dieperliggende grijze lintvoegen in combinatie met platvolle gele stootvoegen, waarbij de hoekbekroning in een decoratief koppenverband is uitgevoerd. De bovenbouw rust op de als hoge sokkel uitgewerkte begane grond, bekleed in witte natuursteen op een verdiepte plint in blauwe hardsteen. Beide gevelfronten vertonen een gelijkaardige vormgeving, waarbij de bovenbouw telkens is opgevat als monumentaal risaliet met vensterregisters die op elke verdieping identiek zijn uitgewerkt, als bandramen. Elk register is ingedeeld met drie vensters met roedeverdeling; ze zijn van elkaar gescheiden door posten in blauwgrijze baksteen. Hierbij is het woonkamervenster telkens breder uitgewerkt.

De zijde Volhardingstraat is uitgewerkt als hoofdgevel met centrale toegang die aan rechterzijde geflankeerd is door een breed venster. Contrasterend hiermee, en karakteristiek voor Landwaard, is links van de toegang een patrijspoort voorzien die de achterliggende werkplaats verhult. De bovenbouw is opgevat als sterk overkragende, oplopende erkerpartij, waarvan de woonkamervensters aan de rechterzijde benadrukt zijn door een deels beglaasde borstwering. Opvallend is dat de woonkamervensters van de begane grond en de bovenbouw ten aanzien van elkaar verspringen.

Aan de zijde Karel Weylerstraat is op de begane grond uiterst links een garagepoort geflankeerd door brede vensters. De bovenbouw is aan deze zijde als licht uitkragend risaliet opgevat, centraal benadrukt door een breed woonkamervenster.

Een sobere plastische uitwerking werd gebruikt voor de afgeronde, hoger opgaande hoektravee, die nadrukkelijk zichtbaar is in de bovenbouw. Daar zitten grote vensterpartijen, gevat in een monumentale omlijsting in witte natuursteen en bekroond door een contrasterende blinde attiek in baksteenparement. De robuuste volumewerking van de hoektravee wordt versterkt door het verdiept geplaatste, bescheiden venster op de begane grond. De borstweringen zijn bekleed in witte natuursteen en de grote vensterpartijen zijn verfraaid met ijzeren leuningen.

De gevelopstand is verder gearticuleerd door het gebruik van witte natuursteen voor de belijning van de uitkragende geveldelen, de doorlopende vensterdorpels, en de vlakke omlijsting van de hoektravee en de bandramen aan de zijde Karel Weylerstraat.

Bewaard bleven de beglaasde smeedijzeren toegangsdeur, het schrijnwerk en het ronde siersmeedwerk van de patrijspoort, de smeedijzeren balustrades in plat- en draadijzers met een stalen buis als handlijst, en het stalen vensterschrijnwerk van de flat op de tweede verdieping links. Het overige vensterschrijnwerk is vervangen in kunststof, zonder de oorspronkelijke raamgeleding te hernemen. Ook de garagepoort werd vernieuwd.

Interieur

Volgens de bouwplannen omvat het flatgebouw met vierkant grondplan, op de begane grond Landwaards praktijk en op de twee verdiepingen vier flats, twee per bouwlaag met quasi symmetrische indeling volgens een spiegelend schema in de lengteas.

De begane grond is ingedeeld volgens een dubbelhuisstructuur: de voordeur, centraal geplaatst in de gevel in de Volhardingstraat, geeft uit op een gang met vestibule, traphal en een ruime hal met toilet en bergruimte, een as die de woning in twee helften verdeelt. Vanuit de grote, centrale traphal met zenitaal licht worden alle niveaus ontsloten.

Achter het gemeenschappelijke trappenhuis ligt de ruime centrale hal van Landwaards praktijk. Deze is vandaag omgevormd tot appartement, het interieur van het privé-kantoor met inbouwkasten is bewaard. Volgens de bouwplannen liggen rechts van de vestibule en hal de publieke ruimtes, met een ontvangstbureau aan de straatzijde en een wachtkamer en staalkamer uitgevend op een kleine koer achteraan. Links van de hal, langs de Karel Weylerstraat, zijn de private werkruimtes gesitueerd, met achtereenvolgens een goed verlichte werkplaats in de hoek van het gebouw, Landwaards bureau en een garage.

De kelder, toegankelijk vanuit de traphal, omvat behalve een meterkelder en een CV-ruimte met kolenberging ook een was-, droog-, en voorraadkelder, en vier private kelders waarvan één met werkput voor de garage.

Van de vier appartementen op de verdiepingen is de indeling gelijkaardig. In de smalle binnentravee zijn de circulatie- en secundaire ruimten voorzien, terwijl de leef- en slaapruimten de brede buitentravee innemen. Een langgerekte L-vormige gang op het middenplan ontsluit alle ruimten, waarbij een toilet achter de traphal indirect daglicht geniet via een klein venster. De brede venstertravee herbergt een woonkamer aan de Volhardingstraat met erachter twee slaapkamers. Van de flats aan rechterzijde geven de slaapkamers uit op een kleine koer, terwijl aan de andere zijde uitzicht wordt geboden op de Karel Weylerstraat. De smalle venstertravee herbergt aan de straatzijde een keuken, en aan de achterzijde een badkamer. Door de erkeruitsprong langs de Karel Weylerstraat zijn de flats aan deze zijde van het gebouw ruimer bemeten.

  • Architectuurarchief Antwerpen, K.M.B.A., fiche lidmaatschap, Arie Landwaard (1935).
  • Stadsarchief Antwerpen, Bouwdossier, 18#5342
  • FLOUQUET P.L. 1936: Urbanisme pratique et Civilisation. Interview de M. E. Van Averbeke, architecte en chef de la ville d'Anvers, Bâtir 5.44, 757-759.
  • VERVLIET M. 2015: De burgerappartementen van François Dens, gebouwd in Antwerpen tijdens het interbellum, onuitgegeven verhandeling, Universiteit Gent, Vakgroep Kunst-, Muziek- en Theaterwetenschappen, 30-31, 40, 165-167.

Bron     : -
Auteurs : Bisschops, Tim, Van den Borne, Steven
Datum  : 2016


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Flatgebouw met architectenkantoor Arie Landwaard [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/302634 (Geraadpleegd op 26-06-2019)