erfgoedobject

Architectenwoning en bureel Marc Appel

bouwkundig element
ID: 302635   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/302635

Juridische gevolgen

Beschrijving

Eigen woning en architectenbureau van architect Marc Appel, gebouwd als tweewoonst in naoorlogs modernisme naar ontwerp van Appel en zijn associé Jan Welslau uit 1948. Rond 2010 zijn aanpassingswerken uitgevoerd aan gevel en interieur.

Dit project behoort tot het vroege oeuvre van Marc Appel en Jan Welslau, die in 1946 als jonge associés debuteerden met het bekroonde wedstrijdontwerp voor het Provinciaal Veiligheidsinstituut in de Jezusstraat, een complex opgetrokken in 1949-1954. Tijdens deze periode realiseerden zij meerdere stadswoningen, landhuizen en appartementsgebouwen die zich door een herkenbare signatuur in progressief opzicht onderscheidden van de dominante, conventionele architectuurstrekking van het moment. Het ontwerp is representatief voor de vernieuwende typologie, de expressieve vormgeving en het eigentijdse materiaalgebruik, eigen aan de architectuurproductie van Appel en Welslau uit de jaren 1950.

De woning Appel is één van de schaarse woonhuizen in kwaliteitsvol naoorlogs modernisme in de Tentoonstellingswijk. Andere sprekende voorbeelden uit deze periode zijn het burgerhuis Schampeleire-Vereecken in de Camille Huysmanslaan naar ontwerp van Eduard Van Steenbergen uit 1952 (na zijn overlijden afgewerkt door zijn zoon Edward) en de woning Van Vlasselaer in de Tentoonstellingslaan 16 naar ontwerp van Jul De Roover uit 1954.

Het metalen vensterschrijnwerk is wellicht geleverd door Chamebel te Vilvoorde en de parkvloeren door Roger en Jean Lachapelle, gevestigd aan de Statielei te Antwerpen. De marmerwerken zijn vermoedelijk uitgevoerd door R. Peeters en het plexiglas is geleverd door Armand Boets (Sint-Paulusstraat Antwerpen). Verder gebeurde de plaatsing van de houten trap en de kantelende garagepoort respectievelijk door de firma Dingemans nv (Kapelstraat 110 Kapellen) en de Brusselse firma Max Marlaire.

Historiek van het ontwerp

De opmerkelijke woning wordt in haar vormgeving bepaald door de ligging op een scharnierplaats in de straat, waar de rooilijnen verspringen: links is een voortuin verplicht, rechts niet meer.

Aan de bouw ging een intense ontwerpfase vooraf waarbij een groot aantal ongedateerde voorontwerpen bewaard zijn gebleven. De gevelontwerpen tonen steeds een drie bouwlagen hoog volume, waarbij de vroegste tekeningen steeds een smaller uitgewerkt, terugwijkend gedeelte aan linkerzijde tonen, met een zijdelingse toegang in de oksel. Hierbij is de voorziene voortuin smaller uitgewerkt dan de stedelijk verplichte, onbebouwde zone van vijf meter breed en vier meter diep. Conform de richtlijnen is de voortuin omzoomd door een doorzichtig kunsttraliehek.

Appel en Welslau voorzien opengewerkte vensterpartijen op de begane grond, met een meer gesloten voorbouw die enkel wordt doorbroken door kleine vensters of smalle bandramen, al dan niet uitgevend op een balkon. Terugkerende motieven zijn kleine cirkelvormige en vierkante gevelopeningen en verticale roedeverdeling van de grote raampartijen. Van de latere ontwerpen zijn grondplannen bewaard, met telkens een onderkelderde, drie bouwlagen hoge constructie op een L-vormige grondplan, die een voor- en ruimere achtertuin afbakent. Een opvallend gebogen pad in breuksteen leidt naar een dubbele toegang tot het architectenbureau op de begane grond. Verder is er nog een inkom tot de woonvertrekken in het vooruitspringend volume aan straatzijde.

Er wordt geëxperimenteerd met één of twee trappenhuizen die de wooneenheden bedienen. De keuken bevindt zich steeds in het vooruitgeschoven volume terwijl het terugwijkende gedeelte een opengewerkte woon- en eetkamer herbergt. Een ontwerp van 04.01.1948 toont nog een variatie met bureau voorzien van een vide op de begane grond, afgezoomd door een licht gebogen trap leidend naar een zitplaats op de eerste verdieping, wellicht deel uitmakend van de architectenwoning. Karakteristiek voor alle voorontwerpen is de organische vormgeving met gebogen wanden en functionele ‘eilandjes’ die een voor de rest open ruimtebeleving garanderen.

Exterieur

Het ontwerp in de uitgevoerde bouwtoelating toont een volume op een L-vormig grondplan met voor- en achtertuin, opgericht op een rechthoekig perceel dat achteraan schuin afgesloten is. Gewapend beton is gebruikt voor de roosteringen, dakplaat en wellicht ook voor de behuizing van de trappen.

Met toegang in de oksel en bereikbaar via een tuinpad is de verhoogde begane grond van de achterbouw volledig ingenomen door het architectenbureau, waar een trap leidt naar de woning van Appel op de tweede verdieping. In de voorbouw rechts aan het straatniveau is een garagepoort en privétoegang voorzien. De poort leidt naar de half ondergrondse kelder, terwijl de privétoegang via een hal en een extra trap het appartement op de eerste verdieping ontsluit.

Het betreft een tweewoonst van drie bouwlagen onder platte bedaking waarvan de rechter travee vooruitgeschoven is tot aan de straat en de linker travee terugwijkend is, met een voortuin. De nadruk ligt op de linkerzijde die uitgewerkt is als een breed, terugwijkend geveldeel met voorhof, waar een pad met breukstenen treden (flagstones) leidt naar de praktijktoegang op een verhoogde begane grond. Aan straatzijde werd een lage metalen afsluiting en toegangspoort met verticale spijlen voorzien, die vandaag verdwenen is. In de voorbouw rechts zit een tweede toegang op straatniveau, uitgewerkt als een dieperliggende inkomtravee en de garagepoort.

Het parement van de vooruitspringende straatgevel is expressief vormgegeven in afwisselend witte en grijze gevelsteen met metselwerk in tegelverband met terugwijkende grijze voeg, op een hardstenen plint. Deze laatste sluit aan bij de sokkel van de tuinafsluiting. De façades die uitgeven op de voorhof hebben een arrière-corps in hetzelfde materiaal, terwijl de bovenbouw hier uitkragend en contrasterend is uitgewerkt met een over de hoek doorlopende bekleding van platen in witte natuursteen (Savonnière). Homogeen met het voortuinpad zijn de sokkels van de verhoogde begane grond bekleed in breuksteen.

Vrij gesloten ontworpen krijgt de vooruitgeschoven straatgevel aan linkerzijde een garagetoegang voorzien van daglicht middels speelse cirkelvormige openingen, kleine vensters op de verdiepingen en bovenaan een asymmetrisch uitkragende sokkel als voorziene plaats voor eventueel beeldhouwwerk. De terugwijkende inkomtravee heeft een beglaasde toegangsdeur en bovenlicht en op de verdiepingen zijn tweelichten die in de breedte de volledige travee innemen. De gevels die uitgeven op de voorhof zijn op de begane grond beide opengewerkt met grote glaspartijen, aan de zijgevel geflankeerd door een blinde muurpenant bekleed in witte natuursteen. De bovenbouw is contrasterend opgevat: het terugwijkende geveldeel is opengewerkt met grote vensterpartijen terwijl de zijgevel smalle bandramen op beide verdiepingen vertoont. Aan de voorhof zijn de gevels aansluitend bij het tuinpad voorzien van een breukstenen sokkel.

Bij de uitvoering is, na toelating door het Ministerie van Wederopbouw uit 18 februari 1949, de afwerking van voor- en achtergevel gewijzigd: het gevelfront aan straatzijde is voorzien van langgerekte, boven elkaar gelegen vensters op de verdiepingen in plaats de voorziene kleine vierkante exemplaren en de vensterpartijen van de terugwijkende gevels aan linkerzijde krijgen een zevendelige verticale roedeverdeling met een lage horizontale belijning in plaats van de indeling in drie ongelijke vlakken. Alle vensterschrijnwerk is uitgevoerd in staal.

Aan de achtergevel zijn de opengewerkte leef- en slaapruimtes uitgevoerd met gevelbrede terrassen, terwijl volgens de bouwtoelating geajoureerde metalen borstweringen voorzien waren. De begane grond kreeg, aansluitend bij de achtergevel, een breukstenen terras dat aan zuidzijde beëindigd is met treden naar de lager gelegen achtertuin. Het stalen schrijnwerk van vensters, de afsluiting van de voorhof en de borstweringen, zijn na 1981 integraal vervangen in hout, waarbij de strakke gevelvormgeving met contrasterend spel van open en gesloten vormen is aangetast. Ook de expressieve garagepoort is wellicht in deze periode vervangen door een traditionalistisch houten exemplaar, met verdere verschraling van de gevel tot gevolg.

Interieur

Het ruime pand bestaat uit een ruim souterrain met garage, een verhoogde begane grond met het architectenbureau en twee appartementen op de verdiepingen, die toegankelijk zijn middels twee gescheiden trappenhuizen, ingeplant in het verlengde van elkaar, achter de toegang aan straatzijde.

Het souterrain wordt grotendeels ingenomen door de garage, die zich achterin de woning bevindt en daar de volledige breedte van het perceel inneemt. De smalle doorrit naar de garage wordt aan rechterzijde geflankeerd door twee lokalen met ketel luchtconditionering en een provisieruimte. Aan linkerzijde van de doorrit zijn een wijnkelder met achterliggende schuilkelder voorzien. In de kelder is verder nog een oude monte-charges met mechaniek bewaard.

Op het gelijkvloers leiden, vanuit de inkomhal aan de straat, vier opgaande treden tot een steektrap met kwartcirkelvormige beëindiging, die het appartement op de eerste verdieping bedient. Dit niveau was volgens de huidige eigenaar oorspronkelijk bewoond door de moeder van de architect. De achterliggende trap, die naar de woning van Appel op de tweede verdieping leidt, is rechtstreeks bereikbaar vanuit het architectenbureau op de begane grond.

De praktijkruimte herbergt in de voorbouw een wachtplaats, via een niveauverschil gescheiden van de gang in de oksel van het L-vormige grondplan. De eigenzinnige en uitgesproken ruimtelijke planindeling komt tot stand vanuit een organisch ontworpen kern die vestiaire, wc en traphal groepeert. Deze kern fungeert als scharnier tussen het voor- en achterplan en van hieruit wordt ook het appartement op de tweede verdieping ontsloten middels een wenteltrap met hoge massieve en bovenaan afgeronde spijlen, die de opwaartse beweging in de trapkoker benadrukt. De omgevende ruimte is volledig opengewerkt waarbij de verschillende functies visueel zijn aangegeven door glazen scheidingswanden. Het betreft een hal (vooraan), het bureau met op de voorhof uitgevende ontvangstruimte (middenplan) en het aan de tuin gelegen grote tekenatelier. Appel en Welslau geven ook schetsmatig het meubilair aan met onder meer een V-vormige tafel in het bureel en verder nog lange wandkasten.

Een gelijkaardige indeling valt te bemerken bij de bovenliggende appartementen waarbij telkens een tweeledig patroon herkenbaar is, met enerzijds links de klassieke enfilade van eet- en woonkamer, en rechts de opeenvolging van gang, traphal, keuken en slaapkamers. Echter, hier is geopteerd voor een vrijere planopvatting waarbij, gebruik makend van de speciale L-vormige plattegrond, een modern centraal blok wordt geïntroduceerd en waarbij de keuken, afwijkend van de traditionele planindeling, in de voorbouw is ingericht. De cilindrische behuizing van de wenteltrap is op de eerste verdieping niet toegankelijk maar maakt actief deel uit van de ruimtebeleving.

De woonkamer herbergt telkens een eethoek aan zijde voorhof en een achterliggende leefruimte met salon. In het appartement van Appel op de tweede verdieping is de living eigenzinniger uitgewerkt met een cosy corner aan de tuinzijde voorzien van open haard en breukstenen bekleding met uitgespaarde eilandjes voor beplanting, uitgevoerd in een karakteristieke meanderende vormgeving en doorlopend in het buitenterras. De ruimtelijke werking wordt op dit niveau nog versterkt door de opengewerkte verbinding tussen leef- en slaapkamer middels een glazen schuifdeur, in tegenstelling tot het onderliggend appartement waar beide ruimten traditioneler zijn opgevat met een afscheiding door een niet dragende muur met een deuropening. Opvallend hier zijn de bewaarde, mogelijk nog oudere ingebouwde spots. De architecturale bekroning in dit appartement is de voorziening van plastisch vormgegeven zenitale lichten boven de cosy corner, en boven de douche en het toilet, waardoor de ruimte in een helder daglicht baadt. Ook de wenteltrap is verlicht middels een cirkelvormig dakvenster en voor de aanpalende ingemaakte kast is een individuele koepel voorzien. Aan de zijde van de voortuin is op alle niveaus (ontvangstruimte, bureau en eetkamers) een gevelbrede, ingewerkte plantenbak voorzien volgens een strak rechthoekig grondplan, contrasterend met de organisch vormgegeven, in de vloer uitgespaarde voorziening voor planten achteraan in de woonkamer op de tweede verdieping.

Tijdens recente aanpassingswerken is de tweewoonst omgevormd tot eengezinswoning, waarbij de keuken en slaapkamer op de verdiepingen telkens samengevoegd werden tot een grote slaapkamer en de slaapkamer van de eerste verdieping is omgevormd tot keuken. Verder is op de eerste verdieping een verbinding gemaakt met de trapkoker van de wenteltrap.

Ondanks de aanpassingswerken is het interieur van de woning nog vrij goed bewaard. Zo is de grijsblauwe breukstenen bekleding quasi integraal behouden. Dit geldt ook voor de lager gelegen tuin waar deze betegeling omzoomd is met opvallende boord van witgeschilderde baksteen in zaagtandprofiel. Het hoger gelegen tuinterras met kelderlichten aan de achtergevel is recent opnieuw betegeld. Dit is wellicht ook het geval voor de vloerbekleding met beige kleine breukstenen in de voormalige slaapkamer (nu keuken) op eerste verdieping en in de douche van de tweede verdieping. Oorspronkelijk waren keuken en badkamer wellicht bekleed in keramische tegels (effen groen en zwarte majoliek), die vandaag verdwenen is.

Travertijn is nadrukkelijk aanwezig onder meer als vloerbekleding in de voormalige tekenatelier, die op een aantal plaatsen beschadigd is ten gevolge van een tandartspraktijk die hier na de opheffing van het architectenbureau was ingericht. Dit materiaal is ook gebruikt voor de schouwmantel op de tweede verdieping en als boord van de ingewerkte plantenbakken, waarbij ook witgeaderde zwarte marmer gebruikt is. De bleke marmervloer in de voormalige hal en bureau is mogelijk oorspronkelijk.

In het voormalige bureau is een oude houten wandkast bewaard, die volgens de eigenaar eertijds op het appartement van Appel stond. Verder zijn op de verdiepingen in de hal, leefruimte en voormalige keuken ingebouwde houten kasten met metalen beslag aanwezig. De parketvloeren van de leefvertrekken zijn integraal vervangen.

Nog bewaard zijn beglaasde binnendeuren (Déxélux?) uitgevoerd in wellicht oorspronkelijk troebel Plexiglas met gerasterde belijning, zoals in het voormalig bureau als afscherming van de hal. Ook de afdekplaat van de douche op de tweede verdieping is uitgevoerd in dit materiaal. Het oorspronkelijke beglaasde schrijnwerk van de praktijktoegang en achterliggend sas naar de wachtruimte is vervangen.

Naar analogie met de organisch uitgewerkte zenitale verlichting op de hoogste verdieping, zijn in de voorbouw van het gelijkvloers en de leefruimte op de eerste verdieping uitsparingen in het plafond, wellicht in functie van indirecte verlichting die vandaag niet operationeel is. Op alle niveaus zijn wellicht nog oude verluchtingsroosters in de muren.

  • Archief eigenaar.
  • Stadsarchief Antwerpen, Bouwdossier, 18#24709.
  • VAN DEN BORNE S. & VAN LERBERGHE B. 2016: Terreinbezoek Volhardingstraat 94-96 (Antwerpen) (terreinbezoek op 04 november 2016).

Bron     : -
Auteurs : Van den Borne, Steven
Datum  : 2016


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Architectenwoning en bureel Marc Appel [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/302635 (Geraadpleegd op 22-05-2019)