erfgoedobject

Flatgebouw Lever

bouwkundig element
ID: 302643   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/302643

Juridische gevolgen

  • is aangeduid als vastgesteld bouwkundig erfgoed Flatgebouw Lever
    Deze vaststelling is geldig sinds 29-03-2019

Beschrijving

Flatgebouw in modernistische stijl, in 1935 gebouwd op de oostelijke hoek van de Camille Huysmanslaan met de Ryckmansstraat naar een ontwerp van Paul Smekens. In de jaren 1920 werkte Paul Smekens in associatie met Jan Jacobs, en nadien onderhielden de architecten nauwe banden. Zo tekende Smekens het flatgebouw voor J.A. Lever tegelijk met Jan Jacobs’ ontwerp voor zijn eigen woning en praktijk op de andere straathoek. De gebouwen van Smekens en Jacobs, beide in een gematigd modernistische stijl, lijnen daardoor als pendanten de hoeken van de Camille Huysmanslaan met de Ryckmansstraat af.

Het gebouw werd opgericht voor rekening van J.A. Lever, eigenaar van de Machinefabriek en Algemene Motorenhandel J.A. Lever, gevestigd in Antwerpen, Wapenstraat 15, om te dienen als eigen woning, privaat kantoor en opbrengsteigendom.

Aannemer Van Laere & Zonen, gevestigd in Kruibeke, Kattenstraat 87, voerde de bouwwerken uit. Tegelijk met Smekens’ project trok de firma ook de tegenovergelegen meergezinswoning in de Ryckmansstraat op, een ontwerp van Arie Landwaard uit 1935. Nog in 1935 was de firma Van Laere & Zonen algemeen aannemer van het grote sociale woningcomplex van architect Alfons Francken aan de Antwerpse Arsenaalstraat en Kloosterstraat. Voor de sterkteberekening van de betonplaten en balken werd beroep gedaan op het studiebureel van ingenieur F. Van Hauwaert, Camille Huysmanslaan 74.

Het appartementsgebouw voor J.A. Lever is een voorbeeld van het pragmatische baksteenmodernisme dat Paul Smekens vanaf het midden van de jaren 1920 ontwikkelde en waaraan hij in de jaren 1930 bij uitstek in de nieuwe Tentoonstellingswijk gestalte gaf. In deze wijk realiseerde Smekens tussen 1932 en 1935 niet minder dan veertien bouwprojecten. Slechts twee daarvan waren eengezinswoningen. De overige projecten betroffen opbrengsteigendommen, van bescheiden meergezinswoningen tot grotere appartementsgebouwen. Enkele van deze projecten bouwde hij voor eigen rekening, zoals het wooncomplex aan de Camille Huysmanslaan waar hij en zijn echtgenote van 1936 tot 1980 zouden wonen. J.A. Levers gebouw behoort tot de middelgrote opbrengstwoningen die Smekens in de wijk ontwierp, waaronder het flatgebouw aan de Volhardingsstraat (1934), de meergezinswoning Goemans-Rigole, Vlaamsekunstlaan (1935), en het appartementsgebouw Debaeke-Wemaere aan de Volhardingstraat(1935). Het gaat telkens om hoekpanden.

Het onderkelderde flatgebouw met hoofdtoegang aan de Camille Huysmanslaan en dienstingang aan de Ryckmansstraat telt vier bouwlagen onder een plat dak. Van de constructie werden de vloerplaten en trappen uitgevoerd in gewapend beton terwijl het muurwerk in baksteen werd opgetrokken. Het gebouw is opgericht aan de rooilijn van een ongelijkzijdig perceel, ongeveer 13 meter breed aan de Camille Huysmanslaan en 14 meter aan de Ryckmansstraat. Afwijkend van het lijnrichtingsplan dat voorzag in een bouwvolume met rechte hoek, werd Smekens toelating verleend om te bouwen met een afgeronde hoek. Voor zijn woning op de andere straathoek verkreeg Jan Jacobs dezelfde toelating.

Exterieur

Karakteristiek voor de meergezinswoningen van Smekens, toont het ontwerp een uitgezuiverde volumebehandeling met spaarzame accenten en contrasten in materiaalgebruik. De eenvoudige, modernistische uitwerking sluit aan bij de architecturale vormgeving die de Tentoonstellingswijk haar eenvormige karakter verleent: de sobere geelbruine bakstenen lijstgevels krijgen een hardstenen belijning en zijn doorbroken met regelmatig geplaatste, brede rechthoekige vensteropeningen. De gevels zijn ontworpen als één geheel, met klemtoon op het gevelfront van de Ryckmansstraat, waar de lager uitgewerkte monumentale erkeruitsprong zich over de afgeronde hoek plooit.

De lijstgevels hebben een parement van geel-grauwe bezande handvormsteen, gemetseld in halfsteensverband met brede verdiepte grijze schaduwvoegen en smalle platvolle gele stootvoegen, op een hoge plint in blauwe hardsteen. De smalle dakrand is uitgevoerd in blauwe hardsteen.

Op dynamische wijze suggereert de architect de traditionele opdeling van begane grond met dienstvertrekken en kantoorlokalen en bovenbouw met woonvertrekken door het uitkragende volume in de Ryckmansstraat, visueel te laten aansluiten op een blauwe hardstenen puilijst aan de Camille Huysmanslaan. Dit tweeledige programma wordt veruitwendigd in de visueel gescheiden gevelordonnantie. De bovenbouw werd regelmatig en voor elke verdieping uniform ingedeeld met eenvoudige rechthoekige openingen in de zijgevels en een breed afgerond bandraam op de hoek. De licht uitspringende dorpels van alle vensters zijn uitgevoerd in blauwe hardsteen. Het vensterschrijnwerk van de bovenbouw, oorspronkelijk in staal met dubbele beglazing, is na 1988 vervangen door schrijnwerk in kunststof met behoud van de raamverdelingen.

De indeling van de begane grond staat daar volledig los van. In de Camille Huysmanslaan zit het hoofdportaal, met venster en voordeur samen onder een hardstenen puilijst. Het fors omlijste inkomportaal met treden en brede afgeronde posten werd samen met de flankerende vensterdorpel in het vlak van de hoge plint ingewerkt. De elegante, met gehamerd glas beglaasde smeedijzeren toegangsdeur met zijpaneel bleef bewaard, net als het stalen schrijnwerk van het flankerende deurlicht.

In de Ryckmansstraat zitten de eenvoudige, rechthoekige diensttoegang en garagepoorten. Links daarvan geeft een hoog, smal bandraam de positie van de opbergruimtes van de appartementen aan. De posten en doorlopende lekdrempel contrasteren met het lichte baksteenmetselwerk door de zwarte, mat geverniste vuuraarden tegels. De eikenhouten kelderramen en de houten dienstdeur met eternietbekleding zijn authentiek bewaard. De oorspronkelijke ‘overhead-deuren’ (sectionale poorten, 'systeem Eclips') van de garages werden voor 1988 vervangen door metalen kantelpoorten en zijn sindsdien opnieuw vervangen door sectionale poorten.

De erker die de bovengevel domineert, was oorspronkelijk afgelijnd met een bruine bepleistering 'G.G. Edelputz', die vandaag rood geschilderd is. Deze erker is bekroond door een blinde attiek die, karakteristiek voor Smekens’ ontwerpen, geritmeerd is met gemetselde verluchtingsgaten.

Functioneel en economischer opgevat, hebben de achtergevels een parement in klampsteen, gemetseld in kruisverband en platvol gevoegd onder een kroonlijst in grenenhout. Ramen werden niet in staal maar in eik uitgevoerd en geplaatst op dorpels van bruine keramische tegels.

Interieur

Op de begane grond groepeert de plattegrond het kantoor van de bouwheer en de secundaire ruimten zoals kelderruimtes, en op de bovenverdiepingen zes appartementen, twee per bouwlaag. Alle niveaus worden ontsloten vanuit de centrale traphal in de oksel van het gebouw. De betonnen bordestrap werd door Smekens voorzien van een granito bekleding en een eenvoudige trapleuning opgebouwd uit drie liggende platijzers met houten handlijst. Achteraan in de binnenhoek van het perceel en bereikbaar vanuit de traphal, biedt een kleine betegelde koer de nodige verlichting en verluchting.

Op de begane grond verdeelt een enfilade van vestibule, traphal, sas met bergruimte, en inmaakkamer de ruimte in twee. Links het private kantoor van de bouwheer met een bureel aan de straatzijde en verder een bureel en archief aan de koerzijde, gescheiden door een hal met toilet en lavatory. Rechts, langs de Ryckmansstraat, zeven private kolenbergplaatsen, afzonderlijk bereikbaar via een dienstingang, en twee garages.

Toegankelijk vanuit de traphal, strekt de kelder zich enkel uit over de brede linker travee van de hoofdgevel (onder de vestibule en het kantoor op de begane grond), waar ruimte wordt geboden aan een meterkelder, CV-ruimte met kolenberging, en een voorraadkelder.

De tweede, derde en vierde bouwlaag zijn telkens identiek van opzet. Elke laag omvat twee flats met een onregelmatige plattegrond maar met vergelijkbare indeling: één flat langs de Ryckmansstraat en één langs de Camille Huysmanslaan, die de hoektravee incorporeert. In elke flat worden alle ruimten ontsloten vanuit een langgerekte vestibule op het middenplan. De leefruimten en de grootste van twee slaapkamers liggen langs de straatzijde, terwijl de circulatie- en secundaire ruimten gegroepeerd zijn rondom de centrale traphal en aan de koer. Zo zijn in de oksel tegen de traphal een keuken en toilet samengebracht rond een inpandig open koertje met daarnaast, in de buitentravee een kleine (slaap)kamer uitgevend op de grote binnenkoer. Nog in de buitentravee situeert Smekens de badkamer aan het einde van de vestibule. Aan de straatzijde liggen de gekoppelde woon- en eetkamer met ernaast een slaapkamer, behalve op de eerste verdieping. Hier is de slaapkamer van het appartement langs de Ryckmansstraat gevoegd bij het appartement van de bouwheer aan de Camille Huysmanslaan dat daardoor vier kamers aan de straatzijde telt. Opvallend zijn de grote hoekkamers die voorzien zijn van een extra venster ter hoogte van de geveluitsprong en uitgerust met een strakke rechthoekige (schouw)mantel in terracottategels in stapelverband en een blad in travertin.

Opmerkelijk is dat Smekens in de keukens de ramen niet plaatste op een harde borstwering in baksteen of beton, maar wel op zelf ontworpen vershoudkasten waarvan de rug in eternietplaat meteen ook de buitengevel vormde. De keukenramen steunden op een houten kastconstructie met aan de keukenzijde twee triplex kastdeuren en aan de gevelzijde een met luchtsleuven geperforeerde eternietplaat voorzien van vliegengaas. Naast deze bijzondere voorziening voegde Smekens aan het keukencomfort ook een stortkoker met inlaatklep toe. Het is onduidelijk of deze inrichting bewaard is gebleven.

Ter afwerking van de vloeren opteerde de bouwheer voor keramische vloeren in de vestibules, toiletten, keukens, en badkamers; duplex parketten van grenenhout met eiken toplaag en eiken plinten in alle kamers aan de straat; en linoleumvloeren en grenenhouten plinten in alle kamers aan de koerzijde. Binnendeurdorpels, kleine schouwmantels plinten in de vestibule en traphal werden uitgevoerd in Belgische zwartgrijs marmer (Sainte-Anne).

  • Architectuurarchief Vlaanderen, Archief Paul Smekens, PS 3.1.10 - 3.1.12.
  • Stadsarchief Antwerpen, Bouwdossier, 18#3187.
  • DINET P. 1979: Paul Smekens opleiding en architectuur tot 1940, onuitgegeven thesisverhandeling, Hoger Instituut Sint-Lukas, Gent.
  • GRIETEN S. 2004: Paul Smekens 1890-1983, in: LAUREYS D. (red.), Bouwen in beeld: de collectie van het Architectuurarchief van de Provincie Antwerpen, Turnhout, 237-240.
  • SERNEELS H. 1936: Un architecte de qualité Paul Smekens, Bâtir 5.44, 766, 770.

Bron     : -
Auteurs : Van den Borne, Steven, Bisschops, Tim
Datum  : 2016


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Flatgebouw Lever [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/302643 (Geraadpleegd op 19-05-2019)