erfgoedobject

Hopast en café In den Uil

bouwkundig element
ID: 302744   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/302744

Juridische gevolgen

Beschrijving

De kleine hopast uit 1912 is van het oude type met een gemetste haard onder de vlaak, op uitzonderlijke wijze gecombineerd met een bakoven, met een zogenaamde ‘doeche’ en met een spontaan ontstaan café en dit op het erf van een kleine hoeve aan de rand van een karakteristieke dorpskern.

Het gebouw den Uil werd opgericht in 1912 nabij een toenmalige bestaande woonst. In de ruimte van drie meter breed tussen de beide gebouwen werd een smeedijzeren hekken aangebracht. Het bouwmateriaal in 1912 is deels nieuw, gedeeltelijk (balken en gewoon plafond van de werkruimte) recuperatiemateriaal. Dit hergebruikmateriaal zou naar verluidt komen van een woonhuis dat zowat twintig meter meer naar het zuiden stond en net voor deze bouwperiode gesloopt werd.

Het gebouwtje bestaat uit één bovengrondse bouwlaag, gedeeltelijk onderkelderd met een tongewelf (sedert 1960 afgesloten, doch in oorspronkelijke staat gelaten) en beschermd door een zadeldak van Vlaamse pannen die sneeuwdicht gemaakt zijn met stropopjes. De bovengrondse ruimte bestaat binnenshuis uit drie delen: de werkruimte van 3,8 meter bij 4,8 meter, de oven- of haardruimte van de ast (2,85 bij 2,9 meter) en de gangvormige ruimte (lengte: 2,9 meter) om toegang te krijgen tot de ovenmond van de externe bakoven (koepel onder houten afdak), de doeche (een installatie om diereneten te verwarmen met assen uit de bakoven) en daarnaast de ovenmond om het vuur van de hopast te voeden met houtskool.

Boven de werkruimte is een stapelruimte voorzien, die net zoals de hopbellenruimte (droogzolder) te bereiken is met een losse ladder (oorspronkelijk stuk nog aanwezig). De droogzolder boven de haard heeft nog een houten ‘vlaak’ als vloer. De vlaak is door middel van schuine houten schoren ondersteund, dit met betrekking tot het niet onaanzienlijke gewicht dat door deze vloer, bestaande uit dikke houten planken met daartussen een spatie, moest gedragen worden. De dakstructuur omvat ruw gekapte balken.

De oorspronkelijke werkruimte kreeg in de loop der jaren een bijkomende functie van (niet-officiële) herberg en is nog steeds als dusdanig ingericht. Het meubilair dateert van in en voor het interbellum. De naam van de herberg dateert uit de helft van de 20ste eeuw. De opmerkelijke vloeren bestaan uit natuurstenen (aard Doornikse steen) tegels en op kant gelegde klinkaart. Aan de buitenzijde (zuiden), onder een plat hellend dak van Vlaamse pannen, is de bakoven aangebracht. Het onderste deel bestaat tot een hoogte van 80 centimeter uit baksteen, bekroond met het ovengedeelte zelf dat bestaat uit baksteen en vakwerkleem. Het dak boven de buitenoven is later met zowat een meter verlengd zodat de huidige constructie van het hele gebouw nu 11,50 meter bedraagt tegen 10,50 bij de oprichting van het gebouw.

Aan de westzijde ligt het huis parallel met de straat en is tegen de westmuur een hondenrad aangebracht. Dit boterwiel is oorspronkelijk uit Herne afkomstig en werd hier aangebracht in het begin van de jaren 1960. Het is één van de laatste getuigen van deze ambachtelijke bereidingswijze van boter waarbij de arbeidskracht van honden werd ingeschakeld. Momenteel zouden er in Groot-Pajottenland slechts drie exemplaren bestaan.

Aan de buitenzijde bevindt zich op vijf meter, naast de straat, een waterput. Deze was van op het erf bereikbaar en diende om het bijhorende huis en de overliggende dubbelwoonst gemeenschappelijk van water te voorzien. Deze in baksteen gemetste waterput ligt nog steeds bereikbaar aan straat en heeft een diepte van 65 voet. De put is reeds enkele tientallen jaren buiten gebruik en had in 2003 nog steeds een waterpeil dat, bij meting, op 35 voet ligt. Bij de waterput staat een gietijzeren waterpomp.

Vlak voor de toegangsdeur (bestaande uit brede verticale planken, zonder kader maar met brede horizontale klampen, gesmede nagels) zijn een zeer oude kerselaar (Prunus) en wat meer ten zuiden een oude linde (Tilia) aanwezig. De oorspronkelijke verdere omgeving was beplant met fruitbomen die echter, wegens ouderdom, in de loop der jaren verdwenen en vervangen werden met streekeigen loofbomen.

Den Uil is belangrijk omwille van zijn documentaire waarde. Het is een laatste getuige van de aanwezigheid van hop en de vele brouwerijtjes die het Pajottenland rijk was (in het kleine dorp Gooik zijn vier brouwerijen bekend). Tevens geeft het een beeld van de economische activiteit: in één gebouw werd brood gebakken, het eten voor de dieren gemaakt en tevens hopbellen voorbereid en gedroogd. Door de aanwezigheid van de verschillende vuurhaarden kan het te begrijpen zijn dat ook de sociale kant een zekere ontwikkeling kende waardoor de bijkomende functie van café ontstond. Het boterwiel aan de buitenzijde illustreert weer de inschakeling van de honden in het economisch en maatschappelijk beeld in de wende tussen 19de en 20ste eeuw. De aan de straat liggende waterput illustreert één van de laatste getuigen van, alhoewel van één eigenaar, toch door verschillende buren gebruikte nutsvoorzieningen.


Bron     : Onroerend Erfgoed, Digitaal beschermingsdossier DB002220, De hopast en café "In den Uil".
Auteurs :  Agentschap Onroerend Erfgoed
Datum  : 2004


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2020: Hopast en café In den Uil [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/302744 (Geraadpleegd op 21-10-2020)