De pastorie van de Sint-Odulphusparochie uit 1778, met sporen van een voormalige omwalling, is excentrisch gelegen in een landelijke omgeving.
Booienhoven ligt op de oostgrens van Brabant en is sinds de Franse Revolutie met het nabije Halle verenigd tot de gemeente Halle-Booienhoven. Het was oorspronkelijk een heerlijkheid in het bezit van het kapittel van de Sint-Odulphuskerk van Borgloon en ressorteerde bijgevolg onder Luiks gezag. Het kapittel van Loon bezat er een cijnshof (1177) en een kapel (1235), opgedragen aan de Heilige Odulphus. Kapel en cijnshof waren gelegen langs de oude baan van Zoutleeuw naar Wilderen (Sint-Truiden) die later werd rechtgetrokken en de oude dries doormidden sneed (zie Drieslaan). Dit verklaart meteen de huidige excentrische ligging van de pastorie ten opzichte van de Sint-Truidensesteenweg. Rond de Sint-Odulphuskapel had zich een vrij aanzienlijke bewoningskern ontwikkeld die grotendeels werd vernield tijdens het beleg van Zoutleeuw in 1705. Op de pastorie na werden de woningen nooit heropgebouwd.
Voor zover bekend behoorde Booienhoven op kerkelijk vlak vanouds tot de parochie Zoutleeuw. Vanaf 1365 tot de Franse Revolutie werd de kerkdienst verzekerd door kloosterlingen van Scholierendal. Deze uit Frankrijk (Langres) afkomstige orde was sinds 1235 in Zoutleeuw gevestigd nabij de oude Sint-Sulpitiuskerk en in 1671 verhuisd naar de Tiensepoort. Het waren de scholieren die in 1778 de huidige pastorie van Booienhoven lieten bouwen.
Vlak naast de kerk bevindt zich de pastorie met een ommuurd voortuintje, een poortgebouw met aangebouwde parochiezaal en achteraan een ruime bloemen- en groentetuin.
Qua architecturale opzet sluit de pastorie aan bij het standaardtype van plattelandspastorie uit de tweede helft van de 18de eeuw een dubbelhuis van vijf traveeën en twee bouwlagen met zadeldak. Tegen de blinde zijgevel een éénlaags bijgebouw. Bak- en kalkzandstenen constructie met identieke voor- en achtergevel (en blinde zijgevels), opengewerkt met tijdstyperende steekboogvensters en –deuren met trapeziumvormige sluitsteen. Vijf bescheiden dakkapellen verlevendigen het dakvlak. Eveneens traditionele plattegrond met brede dwarsgang met Louis XVI-trap en vier aanpalende vertrekken. Twee kamers hebbende originele afwerking met stucplafonds en gestucte en beschilderde schouwboezems bewaard. De vrij speelse en zwierige decoratie situeert zich stilistisch in de overgangsfase van rococo naar classicisme.
Wellicht was de pastorie oorspronkelijk volledig ommuurd, zoals blijkt uit het nog bewaarde poortgebouw. Het is een eenvoudige constructie met kalkzandstenen rondboogpoort (dichtgemetseld) en een wolfdak. Volgens sommige bronnen was de pastorie vroeger volledig omwald. De nabijheid van de Sint-Odulphusbeek – haar bron ligt een 200-tal meter ten oosten van de kerk – én duidelijke littekens op het kadasterplan schijnen dit te bevestigen.
Op de Kabinetskaart van de Ferraris liggen kerk en pastorie van Booienhoven op een geïsoleerd perceel aan de zuidelijke rand van het dorp. Het perceel bestond grotendeels uit akkerland en werd langs de perceelgrens in het noordoosten begrensd door een beek. Aan de overkant van de beek en de weg lagen natte graslanden. De Vandermalenkaart vermeldt op het einde van de beek de Sint-Adolphusbron en toont de kerk en pastorie als een omgracht complex. Ten noorden van het perceel liep de Sint-Adolphusweg, een kerkweg. Begin 20ste eeuw werd op de rest van het perceel een boomgaard aangelegd die ongeveer 100 jaar in gebruik blijft. De grachten blijven zichtbaar tot het einde van de 20ste eeuw.
Vandaag is het perceel bij de kerk en pastorie opnieuw in gebruik als akker. Bij de pastorie markeren een geschoren meidoornhaag en bomenrij het tracé van de verdwenen gracht rondom. De kerk wordt van de straatkant gescheiden door een geschoren taxushaag. Waar de onverharde kerkweg aansluit op de Bronstraat staat een kleine wegkapel uit de 19de eeuw met een geschoren taxus en twee kapelbomen. In het noorden grenzen graslandpercelen.
Auteurs: Roose, Patrick; Fauconnier, Antoine; Verdurmen, Inge; Paesmans, Greta
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)
Je kan deze tekst citeren als: Roose P., Fauconnier A., Verdurmen I. & Paesmans G. 2026: Pastorie Sint-Odulphusparochie en omgeving [online], https://id.erfgoed.net/teksten/454418 (geraadpleegd op ).
De pastorie van de Sint-Odulphusparochie uit 1778, met sporen van een voormalige omwalling, is excentrisch gelegen in een landelijke omgeving.
Booienhoven ligt op de oostgrens van Brabant en is sinds de Franse Revolutie met het nabije Halle verenigd tot de gemeente Halle-Booienhoven. Het was oorspronkelijk een heerlijkheid in het bezit van het kapittel van de Sint-Odulphuskerk van Borgloon en ressorteerde bijgevolg onder Luiks gezag. Het kapittel van Loon bezat er een cijnshof (1177) en een kapel (1235), opgedragen aan de Heilige Odulphus. Kapel en cijnshof waren gelegen langs de oude baan van Zoutleeuw naar Wilderen (Sint-Truiden) die later werd rechtgetrokken en de oude dries doormidden sneed (zie Drieslaan). Dit verklaart meteen de huidige excentrische ligging van de pastorie ten opzichte van de Sint-Truidensesteenweg. Rond de Sint-Odulphuskapel had zich een vrij aanzienlijke bewoningskern ontwikkeld die grotendeels werd vernield tijdens het beleg van Zoutleeuw in 1705. Op de pastorie na werden de woningen nooit heropgebouwd.
Voor zover bekend behoorde Booienhoven op kerkelijk vlak vanouds tot de parochie Zoutleeuw. Vanaf 1365 tot de Franse Revolutie werd de kerkdienst verzekerd door kloosterlingen van Scholierendal. Deze uit Frankrijk (Langres) afkomstige orde was sinds 1235 in Zoutleeuw gevestigd nabij de oude Sint-Sulpitiuskerk en in 1671 verhuisd naar de Tiensepoort. Het waren de scholieren die in 1778 de huidige pastorie van Booienhoven lieten bouwen.
Vlak naast de kerk bevindt zich de pastorie met een ommuurd voortuintje, een poortgebouw met aangebouwde parochiezaal en achteraan een ruime bloemen- en groentetuin.
Qua architecturale opzet sluit de pastorie aan bij het standaardtype van plattelandspastorie uit de tweede helft van de 18de eeuw een dubbelhuis van vijf traveeën en twee bouwlagen met zadeldak. Tegen de blinde zijgevel een éénlaags bijgebouw. Bak- en kalkzandstenen constructie met identieke voor- en achtergevel (en blinde zijgevels), opengewerkt met tijdstyperende steekboogvensters en –deuren met trapeziumvormige sluitsteen. Vijf bescheiden dakkapellen verlevendigen het dakvlak. Eveneens traditionele plattegrond met brede dwarsgang met Louis XVI-trap en vier aanpalende vertrekken. Twee kamers hebbende originele afwerking met stucplafonds en gestucte en beschilderde schouwboezems bewaard. De vrij speelse en zwierige decoratie situeert zich stilistisch in de overgangsfase van rococo naar classicisme.
Wellicht was de pastorie oorspronkelijk volledig ommuurd, zoals blijkt uit het nog bewaarde poortgebouw. Het is een eenvoudige constructie met kalkzandstenen rondboogpoort (dichtgemetseld) en een wolfdak. Volgens sommige bronnen was de pastorie vroeger volledig omwald. De nabijheid van de Sint-Odulphusbeek – haar bron ligt een 200-tal meter ten oosten van de kerk – én duidelijke littekens op het kadasterplan schijnen dit te bevestigen.
Auteurs: Roose, Patrick; Fauconnier, Antoine; Paesmans, Greta
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)
Je kan deze tekst citeren als: Roose P., Fauconnier A. & Paesmans G. 2006: Pastorie Sint-Odulphusparochie [online], https://id.erfgoed.net/teksten/192452 (geraadpleegd op ).