erfgoedobject

Pastorie Sint-Pietersbandenparochie en tuin

bouwkundig element
ID: 302901   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/302901

Juridische gevolgen

Beschrijving

De pastorie opgetrokken tussen 1711-1734 door parochiepriester Guillaume Vander Maesen als een drie traveeën breed enkelhuis van twee bouwlagen in een sobere classicistische stijl met brede omlijstingen in Maaskalksteen die aansluiten bij de Maaslandse stijl en een interieurafwerking in verfijnde en rijkelijke régencestijl. In de loop van de 18de, begin 19de eeuw (vóór 1828) met drie traveeën uitgebreid in dezelfde stijl. Resulterend in een homogeen classicistische lijstgevel met dubbelhuisopstand. Van de vermoedelijke formele tuinaanleg is weinig bewaard, toch zijn er een aantal vermeldenswaardige zeer oude aanplantingen zoals buxussen, gele kornoelje en een taxus. Deze aanplantingen maken traditioneel deel uit van de pastorietuin.

De pastorie ten zuidwesten van de kerk werd gebouwd in opdracht van pastoor Guillaume Vander Maesen (1711-1734) met eigen middelen op zijn eigendom. Later schonk hij de pastorie aan de parochie. In oorsprong betrof het een enkelhuis van drie traveeën en twee bouwlagen onder zadeldak, in een tweede fase uitgebreid tot een dubbelhuis van zes traveeën. Wanneer dit gebeurde is niet exact geweten maar het geschiedde alleszins vóór 1828, de opmaak van het primitief kadasterplan waar de pastorie reeds als dubbelhuis opgetekend werd. Het pastoorshuis was ondergebracht in een semi-gesloten hoevecomplex, bestaande uit het woonhuis ten noordwesten, een schuur te zuidwesten, een stalvleugel ten zuidoosten en een poortgebouw ten noordoosten. Achter het woonhuis op het einde van de pastorietuin stond het bakhuis.

In 1834 werden er voor 4000 frank verbouwingen en aanpassingen gedaan. In 1861 wordt de afbraak van de schuur, het bakhuis, de stalvleugel en een bijgebouwtje aan het woonhuis op het kadaster geregistreerd (mutatieschets 1861/8). De stalvleugel werd vervangen door een eveneens langgerekt bijgebouw (mogelijk met bakoven, conform sporen van een schouw) en het poortgebouw uitgebreid.

Als het kerkhof in 1912 zijn definitieve ommuring krijgt, wordt het poortgebouw van de pastorie afgebroken en de inkom voorzien van een hek tussen bakstenen pijlers met een hardstenen bolbekroning (mutatieschets 1912/3).

In de loop van de 20ste eeuw werd een deel van het bijgebouw gesloopt en circa 1969 de pastorie uitgebreid met een vergaderlokaaltje (mutatieschets 1970/7).

Beschrijving

De vrijstaande, deels ommuurde pastorie is ten zuidwesten van de kerk ingeplant en wordt voorafgegaan door een grotendeels verharde voortuin toegankelijk via een fraai smeed- en gietijzeren pijlpunthek tussen bakstenen pijlers met een hardstenen bolbekroning. In de zuidoostelijke hoek een restant van het 19de-eeuwse bijgebouw deels aangepast tot garage.

Ondanks een homogeen classicistisch uitzicht wijzen verschillende bouwsporen op een tweeledige ontstaansfase, zoals de bouwnaad tussen de derde en vierde travee, de deels kalkstenen en deels gecementeerde plint, de gevarieerde muurankers en de kalkstenen vensterstijlen die in het oudste gedeelte tweeledig zijn en in het bijgebouwde deel monoliet. De drie meest oostelijke traveeën werden opgetrokken tussen 1711 en 1734, de drie bijgebouwde traveeën vóór 1828.

De pastorie is opgevat als een twee bouwlagen hoog onderkelderd breedhuis van het dubbelhuistype, aan de voorzijde geopend door zes en aan de achterzijde door vijf traveeën, en afgedekt door een kunstleien zadeldak. Het pand is opgetrokken in baksteen op een deels hardstenen, deels gecementeerde plint met rechthoekige muuropeningen in imposante vlakke hardstenen omlijstingen. De omlijstingen sluiten aan bij de Maaslandse stijl, en zijn in de tweede helft van de 19de of begin 20ste eeuw verlevendigd met decoratieve elementen in cementering zoals ingesneden hoekkettingen, gelobde friezen en geprofileerde lijstjes rond de deur- en vensteromlijstingen. De noordoostelijke zijgevel heeft een smal rechthoekig venster in een dunne kalkstenen plattebandomlijsting en twee uilengaten. De zuidwestelijke zijgevel wordt geopend door één rechthoekig venster op de verdieping met kalkstenen latei en dorpel. Overal vernieuwd schrijnwerk. Circa 1969 werd tegen de noordoostelijke zijgevel een vergaderlokaal van één bouwlaag onder plat dak opgetrokken. Er is intern geen verbinding met de pastorie.

De binnenindeling toont het klassieke patroon van een brede dwarsgang met aansluitend de leefkamers en achteraan een houten slingertrap naar de verdieping. Ook in het interieur zijn de verschillende bouwfasen duidelijk afleesbaar. De drie oostelijk traveeën zijn voorzien van een goed bewaard, rijkelijk interieur in régencestijl. De middengang en de eenvoudig uitgewerkte keuken aan de tuinzijde behielden hun oorspronkelijke zwarte en beige tegelvloer. De pronkkamer aan de voorzijde is voorzien van een planken-vloer, een régence-stucplafond en een imposante marmeren schouw met een gestucte schouwboezem in régencestijl. Alle ruimten op de verdieping behielden hun planken vloer en gestucte troggewelfjes. De twee slaapkamers zijn eveneens voorzien van een houten schouw (aan de tuinzijde vervangen door een recenter exemplaar) met gestucte schouwboezem in régence-stijl. De kapconstructie bestaat uit één gebint met pen- en gatverbinding en de zoldervloer uit brede planken. De kelder is toegankelijk via een trap van kalkstenen treden en bestaat uit drie ruimten met tongewelf en een rode tegelvloer.

Het later toegevoegde gedeelte kent een laat 19de, vroeg 20ste-eeuwse afwerking. Bij de uitbreiding werd de vermoedelijke steektrap vervangen door een slingertrap, de originele hardstenen aanzettrede werd hierbij gerecupereerd. De kamers op het gelijkvloers hebben cementtegelvloeren, op de verdieping planken vloeren met in de gang imitatie-tapijtschildering, alsook verschillende marmeren schouwen. De kamer aan de tuinzijde werd na de uitbreiding als keuken ingericht en bevat nog de resten van een oven met ijzeren deurtje.

Pastorietuin

De tuin van de pastorie is aan de noordoostelijke en zuidoostelijke zijde afgesloten door een bakstenen muur en aan de noordwestelijke zijde door palmbomen en een haag van gele Kornoelje. De vierde zijde is open en biedt een zicht op de kersenboomgaard "Den grooten hof". De vermoedelijke formele 18de-eeuwse tuinaanleg is in de loop der jaren verdwenen.

Ondanks nieuwe ingrepen herbergt de tuin echter nog waardevolle tot zeer waardevolle erfgoedelementen, onder meer enkele oude palmbomen (Buxus sempervirens en drie Buxussen sempervirens ‘Argenteo variëgata’). Het gaat respectievelijk om exemplaren met een stamomtrek van 53 centimeter (op 30 centimeter boven de grond), 110 centimeter (laag vertakt exemplaar op tien centimeter boven de grond), 82 centimeter (op 30 centimeter boven de grond) en 98 centimeter (op 100 centimeter boven de grond). De laatste drie hebben een gepanacheerd blad, zijn vier à vijf meter hoog en staan aan de noordwestelijke zijde van het perceel. Deze aanplantingen maken traditioneel deel uit van de pastorietuin.

De buxus vervangt in noordwestelijk Europa de palmtak waarmee de Katholieken de Blijde Intrede van Jezus in Jeruzalem herdenken, wat leidde tot de bijnaam van palmboom. De 'palmtakjes' worden vanouds op Palmzondag gewijd en uitgedeeld aan de gelovigen die ze gebruiken om onheil af te weren. Door de specifieke groeiwijze van de taxus waarbij laag groeiende takken naast de centrale stam wortel schieten en als jong nieuw boompje versmelten met de moederstam, werd hij symbool voor dood en wedergeboorte.

Op de perceelrand achter deze palmbomen staat een oude haag met zware exemplaren van gele kornoelje (Cornus mas), een zeldzame soort die net als de palmbomen heel typisch is voor oude pastorietuinen. Verder staat er nog een breed uitgegroeide variëteit van gewone Taxus baccata en enkele oudere coniferen. In de randen komt veel sneeuwklokje voor, een stinzenplant die kenmerkend is voor dergelijke tuinen. Tot slot sieren een kleine Mariagrot en enkele beelden de tuin.

Omgeving

De onmiddellijke omgeving van de pastorie wordt vooral gedomineerd door de hoogstamboomgaard "Den grooten hof" aan de Kastelstraat, ten noordoosten en oosten grenzend aan de kerk- en pastoriesite. De oude kersenboomgaard, toegankelijk via een ijzeren hek tussen bakstenen pijlers, is plaatselijk ingeboet met jonge perenbomen. De fruitbomen staan in een permanent grasland met microreliëf. In de vegetatie zijn relicten aanwezig van een soortenrijke Kamgrasweide (kamgras, scherpe boterbloem, madeliefje, ...).

Mogelijk is het pad aan de zuidwestelijke grens nog een restant van de kerkweg die liep van de Kastelstraat door de boomgaard en de pastorietuin, via het poortje in de tuinmuur, naar de kerk. Ten zuidoosten en -westen van deze boomgaard zijn kleine weilanden aanwezig met (fragmenten van) meidoornhagen op de perceelranden. Hier en daar komen er opgaande bomen voor (voornamelijk gewone es). Een smalle onverharde voetweg (nummer 22) doorsnijdt de weilanden en verbindt de Kastel- met de Lindestraat. Vanop de voetweg heeft men een prachtig zicht op de open ruimte binnen de dorpskern.

  • Kabinetskaart van de Oostenrijkse Nederlanden van Jozef Jean François de Ferraris, opgesteld tussen 1770-1778, schaal 1:11.520.
  • Primitief kadaster, opgesteld tussen 1807-1836, schaal 1:2.500-1:5.000.
  • Atlas der Buurtwegen, opgesteld tussen 1840-1845, schaal 1:2.500.
  • Atlas cadastral parcellaire de la Belgique van Philippe-Christian Popp, opgesteld tussen 1842-1879, schaal 1:2500 tot 1:7500.
  • Kadaster Vlaams-Brabant: mutatieschetsen: 1861/8; 1876/8; 1891/8; 1912/3; 1949/6 en 1970/7.
  • ANTROP M. e.a. 2006: België in kaart. De evolutie van het landschap in drie eeuwen cartografie, Tielt.
  • ANTROP M. 2002: Traditioneel landschap Vlaanderen: kenmerken en beleidswenselijkheden, s.l.
  • Bouwen door de eeuwen heen. Inventaris van het cultuurbezit in Vlaanderen. Architectuur/deel 1, (Luik), (1971).
  • CEULEMANS CH. (red.) 1980: Fotorepertorium van het meubilair van de Belgische bedehuizen, Kanton Landen, Brussel.
  • COLLIN L. 1995: De parochiekerk Sint-Pietersbanden te Attenhoven. In: Ons Landens Erfdeel, 18.48, Landen, 30-38.
  • COOMANS TH. 2003: Kerken in neostijlen in Vlaanderen. Ontwikkeling en implementatie van een methodologie van de bescherming en de monumentenzorg van het negentiende-eeuwse kerkelijk architecturaal patrimonium in Vlaanderen, K.U.Leuven – KADOC, eindverslag.
  • DELMAIRE R., COLLIN L. 1995: Attenhoven. In: Ons Landens Erfdeel, 18.48, Landen, 41-55.
  • Gids voor Vlaanderen, Tielt, 2007, 707.
  • KEMPENEERS P. 2000: Landense sprokkels. In: Ons Landens Erfdeel, 23.57, Landen, 4-17.
  • VDB J. 1997: Attenhoven. In: Ons Landens Erfdeel, 20.52, Landen, 33.
  • WINANT C. 1998: Historiek, omschrijving en oorsprong van Attenhoven, s.l.

Bron     : Onroerend Erfgoed, Digitaal beschermingsdossier 4.001/24059/101.1, De Sint-Pietersbandenkerk en pastorie met omgeving
Auteurs :  Van Damme, Marjolijn
Datum  : 2014


Relaties

  • Omvat
    Buxus in pastorietuin Attenhoven

  • Is deel van
    Attenhoven

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Pastorie Sint-Pietersbandenparochie en tuin [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/302901 (Geraadpleegd op 17-11-2019)