Prehistorisch sitecomplex van de Vrasenepolder

inventaris archeologisch erfgoed \ archeologische zone

Locatie

Provincie Oost-Vlaanderen
Gemeente Beveren
Deelgemeente Verrebroek, Vrasene
Straat
Locatie Verrebroek, Vrasene (Beveren)

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • AZ-project Alluviale gebieden (bureauonderzoek, inventarisatie: 2010 - 2016).

Juridische gevolgen

Beschrijving

Algemene situering

De archeologische zone is gelegen op het grondgebied van de gemeentes Beveren en Sint-Gillis-Waas, en omvat een trapeziumvormig gebied ten zuiden/ zuidwesten van het dorp Verrebroek. In het noorden van de zone bevindt zich de dekzandrug Maldegem-Stekene, waar ook Verrebroek op gelegen is. De top van deze dekzandrug is in de zone gesitueerd op een hoogte van ca. 3,0 tot ca. 3,5 m TAW. Het zuidelijke gedeelte van de zone bestaat uit vlakke en lager gelegen poldergronden, op een hoogte tussen ca. 1,5 en 2,0 m TAW. Typisch voor deze poldergronden is de lange repelpercelering met een overwegend N-Z verloop. De afwatering van het gebied geschiedt via diepe drainagegrachten die uitmonden in de Havinkbeek, gelegen in het verlengde van de Kieldrechtse Watergang, een voormalige kreek.

Naar de bodemkaart dagzomen op de noordelijke rug de dekzanden, die worden gekenmerkt door een zandige textuur, goede drainering, en de aanwezigheid van plaggen (profielontwikkeling m) op de top. Op de poldergronden zijn slecht gedraineerde kleigronden zonder profielontwikkeling de oppervlaktebegrenzende bodems. Plaatselijk is zand of veen als substraat gekarteerd.

Archeologische nota

De zone is gelegen in een regio waar door de Universiteit Gent, in samenwerking met de A.D.W. (Archeologische Dienst Waasland) en amateurarcheologen, intensief en extensief onderzoek naar de prehistorie wordt gedaan. Het onderzoek concentreerde zich tot dusver vooral op het gebied onmiddellijk ten oosten van de Vrasenepolder, dat behoort tot het uitbreidingsgebied van de Antwerpse haven. Naar aanleiding van de aanleg van het Verrebroekdok en het Deurganckdok (Crombé 2005), en de uitbreiding van de ambachtelijke zone te Verrebroek “Aven Ackers” (Van Roeyen 1990; Bats et al. 2004; Sergant & Wuyts 2006; Sergant et al. 2007) werden verschillende grootschalige noodopgravingen uitgevoerd op steentijdkampementen uit verschillende fasen van het finaalpaleolithicum (Federmessercultuur), het mesolithicum en het begin van het neolithicum (Michelsbergcultuur). Verschillende van deze sites hebben inmiddels een internationale bekendheid verworven mede door de goede bewaring van de archeologische resten. Door hun topografisch lage ligging (< 3 m TAW) genieten de prehistorische relicten in deze regio een natuurlijke afdekking van veen (gevormd vanaf ca. 6000-5000 BP) en alluviale klei (vanaf de middeleeuwen), die zorgt voor een natuurlijke bescherming.

Een belangrijk geomorfologisch element in het gebied is de dekzandrug Maldegem-Stekene (Heyse 1979). Deze ca. 80 km lange en 1,5-3 km brede zandrug, gelegen tussen 3 en 4 m TAW, is vermoedelijk aan het einde van het pleniglaciaal of het begin van het laatglaciaal tot stand gekomen als gevolg van dominante NW-winden. Tijdens het finaalpaleolithicum (Federmessercultuur) en het mesolithicum vormde deze zandrug een belangrijke trekpleister voor de nomadische jagers-verzamelaars-vissers; bij veldprospecties uitgevoerd door amateurarcheologen (De Bock & De Meireleir 2005) binnen de zeldzame zones met dunne kleiafdekking (zandsubstraat binnen boorbereik) zijn over een afstand van bijna 7 km langsheen de zuidelijke rand van deze zandrug resten van prehistorische bewoning aangetroffen. Enkele van deze locaties werden tevens m.b.v. megaboringen aan een eerste waardering onderworpen (Cordemans et al. 2001).

Booronderzoek in het ca. 25 ha groot uitbreidingsgebied van de ambachtelijke zone van Verrebroek ‘Aven Ackers’, onmiddellijk ten oosten van het als AZ afgebakende gebied, toonde al aan dat in de polders ten zuiden van de hoge dekzandrug, eveneens steentijdsites aanwezig zijn die bovendien beter bewaard zijn omwille van een dikker afdekkend pakket (Bats et al. 2004; Sergant & Wuyts 2006). Ze bevinden zich doorgaans op kleine, vaak geïsoleerde (dek)zandopduikingen, die gemiddeld 1-2m lager gelegen zijn dan de grote dekzandrug en daardoor bedolven liggen onder een veen/kleipakket.

Direct ten oosten van de Vrasenepolder, en ten zuiden van de ambachtelijke zone ‘Aven Ackers’ werd in het kader van de aanleg van het ‘Logistiek Park Waasland West’ eveneens een zeer rijk, uitgestrekt en goed bewaard prehistorisch (voornamelijk mesolithisch) sitecomplex aangetroffen (Crijns et al. 2014). Het verkennend en evaluerend onderzoek (boringen en proefputten) hier toont een zeer dicht patroon van mesolithische vindplaatsen, die voornamelijk aanwezig zijn op de hoger gelegen zandige ruggen. Door de afdekking met veen en klei is het vroegere reliëf en de bodem (plaatselijk met een uitgesproken podsolbodem) hier zeer goed bewaard. Deze hoger gelegen zones zijn eveneens op het Digitaal Hoogtemodel Vlaanderen II relatief goed te herkennen.

De Vrasenepolder gelegen onmiddellijk ten westen van het Antwerpse havengebied biedt een gelijkaardige archeologische rijkdom. Door de afwezigheid van grote infrastructurele ingrepen in dit gebied is het archeologisch onderzoek in de Vrasenepolder vooralsnog echter beperkter dan in het havengebied. Het onderzoek in dit gebied is tot nog toe enkel van verkennende aard geweest. Dit omvatte veldprospecties van amateurarcheologen en boringen in het kader van enkele wetenschappelijke onderzoeksprojecten (Cordemans et al. 2001). Hierbij kwamen meerdere steentijdsites aan het licht. De gekende vindplaatsen bevinden zich allen in het noorden van de zone, en vormen een nagenoeg aaneengesloten sitecomplex op de zuidelijke flank van de dekzandrug.

De poldergronden van de Vrasenepolder werden via landschappelijke boringen breedmazig gekarteerd door middel van gutsboringen (Cordemans et al. 2001). Bij dit onderzoek kwamen verschillende hoger gelegen dekzandruggen- en koppen aan het licht, die zeer vergelijkbaar zijn met deze aangetroffen ten oosten op het terrein van het Logistiek Park Waasland West. Deze hoger gelegen toppen van het afgedekte dekzand zijn, eveneens gelijkaardig aan deze in het Logistiek Park, eveneens te herkennen op het Digitaal Hoogtemodel Vlaanderen, en vormen in het zuiden van de Vrasenepolder een uitgestrekt noord- zuid georiënteerd ruggencomplex. Ten zuiden van de expresweg is zichtbaar hoe de archeologisch zeer rijke noord-zuid gerichte rug van in de zone van het Logistiek Park verder naar het zuiden uitstrekt.

Evaluatie van de bewaringstoestand en motivatie voor de afbakening

*Evaluatie van de bewaringstoestand

De Wase Scheldepolders, waartoe de Vrasenepolder hoort, is bijzonder rijk aan prehistorische vindplaatsen. Deze sites zijn bijzonder waardevol doordat ze, in tegenstelling tot de meeste sites in de rest van westelijk Vlaanderen, door hun diepteligging en natuurlijke afdekking gevrijwaard gebleven zijn van latere verstoringen (landbouw, jongere bewoning, enz.) en bijgevolg tot de best bewaarde prehistorische sites van westelijk Vlaanderen (en zelfs daarbuiten) behoren. Door de ontwikkeling van de Antwerpse haven en de randindustrie hiervan zijn vele van deze poldergebieden al in sterk mate aangetast. De Vrasenepolder is echter een nog relatief groot en aaneengesloten gaaf bewaard gebied.

Het gebied heeft vanaf de vroege bronstijd t.e.m. de volle middeleeuwen nauwelijks of geen bewoning of ontginning gekend. Hierdoor zijn de prehistorische niveaus bijzonder gaaf gebleven. Deze bijzonder goede bewaring van de bodem werd al aangetoond bij de onderzoeken ten oosten van de Vrasenepolder, te ‘Aven Ackers’ en het ‘Logistiek Park Waasland West’, met o.a. de aanwezigheid van uitgesproken en zeer goed bewaarde podsolbodems.

In het gebied zijn bovendien talrijke organische horizonten en lagen aanwezig (bijv. diverse laatglaciale paleosols, complete veensequenties, …) die belangrijke landschapsgenetische informatie bevatten en in aanmerking komen voor gedetailleerd paleo-ecologisch onderzoek (pollen en sporen, zaden en vruchten, diatomeeën, …).

*Motivatie voor afbakening

De archeologische zone omvat in het noorden de zuidelijke flank en gedeelte van de top van de dekzandrug Maldegem- Stekene. Als noordelijke grens gelden de Donkstraat/ Kleine Donkstraat/ Sint-Laurentiusstraat. Met uitzondering van één vindplaats zijn alle gekende vondsten immers ten zuiden van deze weg gelegen. De oostelijke grens wordt gevormd door de Verrebroekstraat. Ten oosten hiervan bevinden zich immers de reeds onderzochte zones van ‘Aven Ackers’ en ‘Logistiek Park Waasland West’. De zuidelijke grens is gedeeltelijk de expresweg, die in het westen ongeveer de begrenzing van de poldergronden volgt. Naar het zuidoosten strekken deze poldergronden zich verder uit naar het zuidoosten, ten zuiden van de expresweg, en verder ten oosten van de Verrebroekstraat. Hier is het zuidelijke gedeelte aanwezig van de archeologisch rijke zandrug die werd onderzocht in het kader van het Logistiek Park. Dit gebied is eveneens opgenomen in de afbakening. De westelijke grens van de zone is de Sint-Jacobsstraat. Direct ten westen hiervan zijn momenteel immers geen vindplaatsen gekend.

*Beschrijving van de erfgoedkenmerken

De archeologische zone behoort tot de uitgestrekte alluviale vlakte van de Wase Scheldepolders, en is gelegen aan de zuidelijke rand van de dekzandrug Maldegem-Stekene. In de zone bevindt zich een rijk complex van prehistorische vindplaatsen, met sites uit het finaalpaleolithicum (Federmesser-cultuur), mesolithicum en in mindere mate het neolithicum. De gekende vindplaatsen in de zone zijn gesitueerd op de zuidelijke flank van de dekzandrug, en werden aangetroffen door veldkartering. Boringen en het Digitaal Hoogtemodel Vlaanderen tonen aan dat ook in de polder ten zuiden van de dekzandrug duidelijke noord- zuid gerichte hoogtes in het dekzand aanwezig zijn, nu begraven onder veen en klei. Onderzoek in de aangrenzende gebieden bewijst dat deze ruggen een zeer rijk en goed bewaard archief bevatten aan prehistorische vindplaatsen, geassocieerd met een gaaf bewaarde paleolandschap en een goede bodemkundige bewaringstoestand (paleobodems, podzolbodems).

  • BATS M., KLINCK B., MEERSCHAERT L., SERGANT J. 2004: Verkennend en waarderend booronderzoek in het alluvium van de Schelde Notae Praehistoricae, 24, 175-179.
  • CORDEMANS K., BATS M., CROMBÉ PH., MEGANCK M. 2001: Extensive survey in the Antwerp harbour area: assessing the buried Mesolithic landscape at Verrebroek (East-Flanders, Belgium), Notae Praehistoricae 21, 79-83.
  • CROMBÉ PH. (red.) 2005: The last hunter-gatherer-fishermen in Sandy Flanders (NW Belgium); the Verrebroek and Doel excavation projects, Part 1: palaeo-environment, chronology and features, Archaeological Reports Ghent University
  • CROMBÉ PH. 2006: The wetlands of Sandy Flanders (Northwest Belgium): Potentials and prospects for prehistoric research and management, in : RENSINK E., PEETERS H. (red.), Proceedings of the international symposium “Preserving the Early Past. Investigation, Selection and Preservation of Palaeolithic and Mesolithic Sites and Landscapes”, Amersfoort.
  • CRIJNS J., NOENS G., ALLEMEERSCH L., BATS M., CRUZ F., JONGEPIER I., LALOO P., ROZEK J., SERGANT J., SOENS T., VERHEGGE J., WINDEY S. 2014: Beveren-Verrebroek Logistiek park Waasland Fase West. Eindrapport van een archeologisch vooronderzoek d.m.v. bureaustudie, boringen, geofysische prospectie en proefsleuven (03/2013 - 01/ 2014), Gate- rapport 73, Evergem.
  • DE BOCK H., DE MEIRELEIR M. 2005: Steentijdvondsten in het Waasland. De prospectieverzamelingen van H. De Bock en M. De Meireleir, VOBOV-info 61, 4-14.
  • HEYSE I. 1979: Bijdrage tot de geomorfologische kennis van het noordwesten van Oost-Vlaanderen (België), Brussel.
  • SERGANT J., WUYTS F. 2006: De mesolithische vindplaats van Verrebroek - Aven Ackers: Voorlopige resultaten van de campagne 2006, Notae Praehistoricae 26, 167-169.
  • SERGANT J., BATS M., NOENS G., LOMBAERT L., D’HOLLANDER D. 2007: Voorlopige resultaten van noodopgravingen in het afgedekte dekzandlandschap van Verrebroek – Aven Ackers (Mesolithicum, Neolithicum), Notae Praehistoricae 27, 101-107.
  • VAN ROEYEN J.-P. 1990: Mesolithische bewoning in de Wase Scheldepolders – Opgravingen en prospecties (1981-1983), onuitgegeven licentiaatsverhandeling U Gent.

Bron: AZ dossier

Auteurs: Meylemans, Erwin

Datum tekst: 2016

Relaties

maakt deel uit van Verrebroek

Verrebroek (Beveren)

Geen afbeelding beschikbaar

maakt deel uit van Vrasene

Vrasene (Beveren)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.