erfgoedobject

Domein Brakum

bouwkundig / landschappelijk element
ID: 303084   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/303084

Beschrijving

Begin 18de eeuw tot hof van plaisantie omgebouwde, omwalde hoeve met kleine rechtlijnig-geometrische tuin; herwerkt rond 1800 in vroeg-landschappelijke stijl; rond 1900 oppervlakkig heraangelegd en uitgebreid tot circa 25 hectare.

Het kasteel van Brakum, genoemd naar het nabijgelegen gehucht Brakum of Brakem, gaat terug tot het 'hof te Roypoorte', dat tussen 1710 en 1720 tot kasteel of hof van plaisantie werd omgebouwd, volgens Wauters (rond 1880) "l'une des plus belles propriétés de Lubbeek". In 1729 werd het aangekocht door Herman Poringo, hoogleraar theologie te Leuven. Een van zijn nazaten, ridder Henri Sigismond de Liem, burgemeester van Lubbeek, treedt in 1830 als eigenaar op in de Primitieve kadastrale legger. Het goed dat kadastraal bij het kasteel van Braekem hoorde omvatte – naast het kasteel waarin men nog het oude, semigesloten hof herkent – vijf percelen vijver, waarvan er twee in feite overblijfsels van de oude ringgracht zijn. De grote vijver (circa 32 are) vormde het middelpunt van een 'lusthof ' (1 hectare en 10 are), gelegen langs de noordoostzijde van het kasteel. De dienstwoning ten noorden van het kasteelcomplex, bij de Brakumdreef (op de 19de-eeuwse kadasterkaarten nog de "Rodepoorte weg" genoemd, als verwijzing naar het oude hof), werd omgeven door percelen moestuin en boomgaard, samen 70,5 are. Via dreven in noordoostelijke en noordwestelijke richting waren ook het Brakumveld en het gehucht Brakum in de aanleg betrokken.

De structuur van het domein op de Primitieve kadasterkaart (1824) en de 'Atlas cadastral' van Popp (1860) sluit nog in hoge mate aan bij de situatie die getoond wordt op de Ferrariskaart (1771-1778)– de brede ringgracht blijft voor de helft behouden (perceel 239), de gebouwen staan nog op dezelfde plaats – maar ten oosten van het kasteel werd een min of meer elliptische waterpartij uitgegraven (de reeds vermelde grote vijver); de gecompartimenteerde lusttuin van de Ferraris­kaart is uit het beeld ver­dwenen. De 'erosie van de contouren' als aanzet tot een vroeg-landschappelijke tuinaanleg, die omstreeks 1800 bij tal van andere geometrisch aangelegde domeinen kon worden vastgesteld en soms, op enkele jaren na, kon worden gedateerd (bijvoorbeeld in het Klein Park te Lovenjoel) heeft zich ook hier in bescheiden mate voltrokken.

Enkele geometrische elementen zoals het grachtrelict hebben kadastraal waarschijnlijk langer geleefd dan in werkelijkheid. De gracht (perceel 239) wordt pas officieel afgevoerd in 1913, terwijl zij op de eerste militaire topografische kaart (1864) al niet meer wordt afgebeeld. Op diezelfde kaart heeft de grote vijver ook een andere, nog onregelmatiger vorm gekregen, die sterk van deze op de kadasterkaart afwijkt. In 1894, zes jaar na de dood van de laatste de Liem, wordt een gedeelte van het kasteel afgebroken, zodat alleen de westelijke vleugel overblijft en het grosso modo tot zijn huidige grondplan en volume wordt herleid (volgens de Kadastrale legger was de toenmalige eigenaar Clément de Jacquier de Rosée, 'nijveraar' en burgemeester te Moulin-Warnant).

Op de militaire topografische kaart van 1908 verschijnt een meer gesofis­ticeerd aanlegpatroon, dat hoofdzakelijk uit gebogen lijnen bestaat en waarvan een ovaal omlooppad rond een zandige verhevenheid – niet merkbaar in de hoogtelijnen maar duidelijk in het microreliëf – het sluitstuk vormt. Deze beboste ovalen heuvel (grootste diameter 200 meter) is vermoedelijk – te oordelen naar de vegetatie met adelaarsvaren (Pteridium aquilinum) en opslag van Amerikaanse vogelkers (Prunus serotina) – een natuurlijke verhevenheid, mogelijk een opbolling van tertiair materiaal. Het patroon dat getoond wordt op de kaart van 1908 stemt nog grotendeels overeen met de huidige toestand.

In 1913 wordt het domein aangekocht door de familie de Néeff, die nog steeds eigenaar is. De huidige beplantingen dateren hoofdzakelijk van na die overname. De vijver is zowat de etalage waaromheen het merendeel van de sierbeplantingen staat uitgestald. Soorten met sierwaarde zoals bruine beuk of roodbloemige meidoorn (Crataegus laevigata 'Paul's scarlet') vinden we echter ook in de ruimere omgeving terug als solitair, in groepjes of in lijnbeplantingen of – wat laatstgenoemde betreft – als haag. Het "Ronde Bos", zoals de boven­ genoemde heuvel wordt genoemd, is beplant met Amerikaanse eik (Quercus rubra), grove den (Pinus sylvestris) en douglasspar (Pseudotsuga menziesii), waarvan één met respectabele afmetingen (239 centimeter stamomtrek).

Van een 19de-eeuwse generatie van bomen is weinig of niets overgebleven. De enkele bruine beuken (Fagus sylvatica 'Atropunicea') met stamomtrekken van circa 300 centimeter werden vermoedelijk na 1900 aangeplant. Dit geldt ook voor de restanten van de oude dreef met Amerikaanse eiken (stamomtrekken van 285, 293 en 362 centimeter) langs de Brakumdreef. Wat betreft de twee laag vertakte beuken die de toegang tot het 'ronde bos' flankeren – stamomtrekken van respectievelijk 425 en 359 centimeter – is er reden om aan te nemen dat het in beide gevallen gaat om verschillende, met elkaar vergroeide of ineengevlochten stammen. Eén ervan heeft bovendien een ongewoon gegroefde stam en zou tot de cultivar 'Quercoides' gerekend kunnen worden.

In de jongere generatie aanplantingen komen, naast courante of wat minder courante bomen zoals gele treurwilg (Salix alba 'Tristis'), gewone moerascipres (Taxodium distichum) of vederesdoorn met geel blad (Acer negundo 'Auratum'), ook enkele zeldzaamheden voor, die ondanks hun relatief bescheiden afmetingen tot de dikste exemplaren van België behoren: Noorse esdoorn met bolstaand blad (Acer platanoides 'Cucullatum') en Cappadocische esdoorn (Acer cappadocicum). Opmerkelijk zijn ook de massieven met Pontische azalea (Rhododendron luteum), die – zoals in het domein De Bruyn te Holsbeek en om dezelfde reden (familiale banden) – afkomstig zijn uit het kasteelpark van Vorselaar (provincie Antwerpen).

Merkwaardige bomen (Opname 14 mei 1998. Het cijfer in vet geeft de stamomtrek, gemeten op 150 cm hoogte.)

  • 2. gewone beuk (Fagus sylvatica) 359, vermoedelijk verschillende stammen door elkaar gevlochten
  • 3. gewone beuk (Fagus sylvatica) 425, vermoedelijk verschillende stammen door elkaar gevlochten
  • 5. vederesdoorn met geel blad (Acer negundo 'Aurea') 155 (30)
  • 6. Amerikaanse eik (Quercus rubra), 362, restant van vroegere dreef)
  • 8. Noorse esdoorn met bolstaand blad (Acer platanoides 'Cucullatum') 199
  • 9. Cappadocische esdoorn (Acer cappadocicum) 287
  • 14. gewone douglasspar (Pseudotsuga menziesii) 239
  • Kadasterarchief Vlaams-Brabant, Legger Lubbeek, artikels 1104 nummers 73, 74, 83 en 2438, nummer 33.
  • Kadasterarchief Vlaams-Brabant, Mutatieschets Lubbeek, 1895/7.
  • BAUDOUIN J.C., DE SPOELBERCH P. & VAN MEULDER J. 1992: Bomen in België. Dendrologische inventaris 1987-1992, Brussel, 326, 329.
  • HALFLANTS J. 1965: Lubbeek, in Oost-Brabant (I), Het mooie Hageland (2de druk), Heverlee, 166-178.
  • SCHEYS G. 1957: Bodemkaart van België: kaartblad Lubbeek 90W, s.l., 52-53.
  • WAUTERS A. 1882: Géographie et histoire des communes belges. Arrondissement de Louvain - canton de Glabbeek, facsimile van 1963, Brussel, 73-74.

Bron     : DENEEF R. 2002: Historische tuinen en parken van Vlaanderen. Inventaris Vlaams-Brabant: Holsbeek, Lubbeek en Tielt-Winge, Brussel: Vlaamse Overheid. Onroerend Erfgoed.
Auteurs :  Deneef, Roger, Halflants, Jacques, Wijnant, Jo
Datum  : 2002


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2020: Domein Brakum [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/303084 (Geraadpleegd op 13-08-2020)