In 1634 vroegen en kregen 32 inwoners van Helchteren toestemming van de abdij van Sint-Truiden om een schans op te richten als bescherming tegen plunderende troepen “ter causen van desen beijsteren, periculeusen ende vervaerlijcken tijt, mede om die dagelicxse convoijen, roverijen, deurganck ende wederganck der soldaten”. De abdij bezat de heerlijkheid Helchteren en het kasteel Ter Dolen, maar dat bood in tijden van oorlog onvoldoende plaats en onderdak aan alle inwoners en hun vee: “daerenboven oijck dat zij, allemael binnen wesende, malcanderen beletten ende onder den blauwen hemel in regen, hagel, sneuwe ende blijck moeten blijven ende slaepen tot grote achterdeel van henne gesontheijt”. De verdedigingsstructuur werd opgericht langs de Schansbeek die ruim een kilometer meer oostwaarts op het Kempisch plateau ontspringt. Aan de zuidkant grensde de schans aan de gemene heide van Helchteren, Sonnisheide of Kinselheide genaamd. Daarmee lag de schans behoorlijk perifeer op een afstand van bijna 4,5 km van de kerk van Helchteren. Om zich te verdedigen organiseerden de schansgezellen zich tot een soort burgerwacht die in tijden van nood het tegen gewapende troepen opnam. Uit getuigenissen van de jaren 1640 blijkt dat vooral Lotharingse troepen de streek regelmatig teisterden (Hansay 1931, 200-208).
De schans die midden 19de eeuw nog duidelijk in het landschap onderscheiden kon worden, is nu erg vervaagd. De verdedigingsgrachten omgeven nu als een laagte de randen van een grasland.
Auteurs: Verboven, Hilde
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)